Voorpublicatie "Geweld is nooit ver weg. Tien jaar berichten uit Irak"

Wraakzuchtig ISIS houdt cyclus van geweld in Irak gaande

© Judit Neurink

 

Voor veel Irakezen bestaat het leven uit angst voor oorlog, lijden tijdens die oorlog, vluchten voor de oorlog, herstellen van de oorlog en bidden dat er geen nieuwe oorlog komt. Een vermoeiende cyclus. En dat generaties lang.

Er zijn tal van factoren waardoor het einde daarvan nog lang niet in zicht is, maar een van de belangrijkste is ISIS. De dood van Abu Bakr al-Baghdadi maakt geen verschil. Het gevaar schuilt niet alleen in de radicale ideologie, of in ISIS-cellen die alweer aanslagen plegen, maar vooral in de manier waarop de gevangengenomen strijders berecht en hun gezinnen behandeld worden. Families die al bijna drie jaar in kampen zitten in Irak, en sinds begin vorig jaar ook in Syrië, vormen een gevaar omdat velen van hen daar (verder) radicaliseren.

De regering in Bagdad sprak begin vorig jaar met de Syrische Koerden af dat zo’n dertigduizend Irakezen die als onderdeel van de rond zeventigduizend ISIS-families en -strijders in Syrië waren opgepakt, zouden worden overgebracht naar Irak. Na de Turkse invasie in Syrië van oktober is de overdracht van de eerste tienduizend aangekondigd, maar laat nog op zich wachten.

Ook gedode ISIS-strijders vormen een probleem. Mijn bron met goede contacten bij het leger en justitie in Bagdad hanteert een cijfer van 69.000 in Irak omgekomen strijders, onder wie 32.000 buitenlanders. Ik ga uit van deze cijfers omdat er geen officiële zijn, maar het is van belang dat duidelijk wordt hoeveel er zijn gesneuveld en wie. De ISIS-strijders die in Mosoel en elders onder het puin gevonden zijn, zijn voor het overgrote deel niet geïdentificeerd. Veel vrouwen in de kampen weten niet of hun man is omgekomen of in de gevangenis zit. Het draagt bij aan het oplopen van de frustratie over wat er met hen gebeurd is.

Veel vrouwen in de kampen weten niet of hun man is omgekomen of in de gevangenis zit.

Datzelfde geldt voor de situatie in de overvolle Iraakse gevangenissen. Daar zitten zo’n twintigduizend ISIS-mannen en -jongens vast, en zo’n tweeduizend vrouwen en kinderen. Daar komen de duizenden Irakezen die uit Syrië worden verwacht nog bovenop. De grootste gevangenis voor terreurverdachten is in Bagdad, op het internationale vliegveld, omdat dat toch al streng bewaakt wordt. Er zijn aparte gevangenissen voor mannen en vrouwen.

Het risico dat de gevangenissen zullen functioneren als broedplaatsen voor een ‘nieuwe ISIS’, zoals de oorspronkelijke beweging jaren geleden ontstond onder gevangengenomen Al-Qaidaleden in de Amerikaanse gevangenenkampen in Irak, is groot.

Ook de berechting van ISIS-leden draagt bij aan de frustraties. In de praktijk brengen verdachten hooguit tien minuten door in de rechtbank en volgt er in 98 procent van de gevallen een veroordeling. In de reguliere Iraakse rechtspraak wordt echter 30 procent van de verdachten vrijgesproken. Er zijn dan ook grote twijfels over de eerlijkheid van een procesgang waarin veel aanklachten louter gebaseerd zijn op de verklaringen van informanten, die vaak niet betrouwbaar zijn.

Bovendien maken mensenrechtenorganisaties melding van martelingen om verdachten tot een bekentenis te dwingen. Human Rights Watch rapporteerde dat die bekentenis, niet het bewijs, bepalend is voor de veroordeling. Volgens de Iraakse grondwet is het verkrijgen van bekentenissen onder marteling illegaal, en moet de verdachte in dat geval worden vrijgesproken. Veel verdachten hebben echter geen advocaat, wat in strijd is met de Iraakse wet – een situatie die is ontstaan nadat pleiters die ISIS-leden bijstonden zelf ook beschuldigd werden van betrokkenheid bij de groep.

Een ander gevolg is dat er jongeren en mannen tot bekentenissen zijn gedwongen van daden die ze niet op hun geweten hebben. Zo interviewde ik in de jeugdgevangenis van Erbil twee jongeren die vastzaten voor een lidmaatschap van ISIS, maar me vertelden dat ze na bedreigingen en een pak slaag maar iets hadden bekend. Zo zijn er aan de ene kant de constante leugens van ISIS-leden, die allemaal zeggen kok of schoonmaker te zijn en bijna nooit uitkomen voor hun misdaden, en aan de andere kant mannen die ten onrechte fors worden gestraft.

Ook de schimmigheid van de cijfers helpt niet mee.

Ook de schimmigheid van de cijfers helpt niet mee. In Irak zijn statistieken zeldzaam, maar volgens Amnesty International waren in juni vorig jaar zo’n drieduizend ISIS-gevangenen ter dood veroordeeld. Zij hebben het recht om in beroep te gaan, maar hoeveel procedures zijn afgerond is onbekend. Volgens persbureau AP zijn er sinds 2014 zo’n 250 ISIS-gevangenen geëxecuteerd. In de Koerdische Regio daarentegen zijn alle executies opgeschort, ook die van ISIS-leden.

Onder de verdachten zijn honderden buitenlanders, waaronder uit Syrië, die misdaden in Irak hebben gepleegd. De Iraakse president Barham Salih wees er vorig jaar op dat deze buitenlandse strijders de verantwoordelijkheid zijn van de internationale gemeenschap: ‘Om Irak hier namens de wereld mee op te zadelen, is te veel gevraagd.’ Veel landen rekenden erop dat hun onderdanen in de strijd zouden sneuvelen, en voelen er weinig voor om hen zelf te berechten. Gevaarlijke radicalen zouden dan uiteindelijk weer in de maatschappij terugkeren.

Tegelijkertijd kan Irak vanwege de overvolle gevangenissen het probleem zelf niet aan, en dan is er nog het gevaar dat ISIS aanvallen uitvoert op de gevangenissen om strijders te bevrijden.

Mede daarom lobbyde de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok vorige herfst voor een speciaal ISIS-tribunaal in Irak. Het grote probleem daarbij is dat het moet voldoen aan internationale normen, waardoor het jaren zal duren voordat alle duizenden buitenlandse ISIS-leden berecht zijn. Voordat Blok voldoende steun en geld had kunnen vergaren voor zijn plan, trok het Turkse leger in oktober de Koerdische regio van Syrië binnen.

Zo’n 750 ISIS-familieleden wisten in de chaos uit de gevangenkampen te ontkomen. De Syrische Koerden zochten hulp bij het regime in Damascus, waarna president Assad aankondigde dat hij de ISIS-strijders in Koerdisch gevangenschap zelf wel zou berechten.

De werkelijkheid is in Irak altijd weerbarstiger dan je zou willen.

De werkelijkheid is in Irak altijd weerbarstiger dan je zou willen. De kampen voor ISIS-families moeten dicht, maar hoe integreer je burgers die worden beschouwd als de vijand? Het grootste probleem vormen de tienduizenden ISIS-kinderen, de baby’s, peuters en tieners in de gevangenkampen – terwijl radicale vrouwen ervoor zorgen dat de indoctrinatie doorgaat.

Veel kinderen zijn ernstig getraumatiseerd. Ze vormden de toekomst van het kalifaat, de leeuwenwelpen voor de strijd en de toekomstige voorvechters van de ideologie. Deze kinderen zagen hun vaders sterven in naam van God en hun moeders zwoeren dat zij hen zouden opvoeden tot jihadi’s. Ze weten niet anders, want leven bij ISIS is als leven in een geïsoleerde sekte. Ze groeien op met de overtuiging dat andersdenkenden moeten worden gestraft en zelfs onthoofd. Het ideaal dat hun is ingeprent is niet dat van een rijk en zinnig leven, maar van een paradijs na de dood. Het leven zelf heeft niet meer waarde dan een eervolle dood te sterven.

© Judit Neurink

 

De discussie over wat er met hen moet gebeuren wordt alleen in het Westen gevoerd. Daarbij speelt ook de vraag of kinderen bij hun biologische ouders mogen worden weggehaald. Wie heeft gezien hoe ISIS-moeders hun doodvermoeide peuters tijdens de evacuatie uit Baghouz hardhandig meesleepten zal al snel zeggen: die kinderen zijn beter af zonder hen. In Irak bestaat die discussie er niet.

Zelfs de optie om niet-geradicaliseerde familie de kinderen te laten opvoeden is niet bespreekbaar. Voor de kleinere kinderen is het probleem oplosbaar, zeggen buitenlandse deskundigen die sekteleden helpen zich van de groepsdoctrine te bevrijden. Zij passen zich snel genoeg aan in een nieuwe omgeving. Dat geldt niet voor jongens die ISIS al vanaf negen jaar naar indoctrinatiesessies en militaire training stuurde. Zoals Jezidi-jongens die wisten te ontsnappen, en bij terugkeer in de Jezidi-gemeenschap vol agressie en angsten zaten. Zij kunnen zonder professionele hulp niet verder.

Veel Irakezen vergelijken ISIS met een ziekte die mensen met onvoldoende afweerstoffen besmet.

In de jeugdgevangenis van Erbil sprak ik een ISIS-tiener die trots was op het aantal leden van sjiitische milities dat hij had gedood tijdens de strijd om Mosoel. ‘Hoeveel Hashed ik heb vermoord, weet ik niet. Er was niemand die dat bijhield,’ zei Khayralah Mezadivan (18) in de bibliotheek van de gevangenis. Mezadivan droeg zijn haar onder een zwarte doek en een broek die volgens de ISIS-regels tot boven de enkels kwam, en gaf toe dat hij bij de ISIS-politie werkte, de wacht hield bij controleposten en aan het front vocht. Het personeel van de gevangenis zag hem als gevaarlijk, want het paradijs lonkte nog steeds. Ik vroeg hem wat er goed was aan ISIS. ‘Dat we naar de hemel gaan, daar vrouwen krijgen en zelfs vrienden worden met de Profeet.’

Sociaal werker Jwanro Majid voelde zich machteloos tegenover jongens zoals hij. ‘Het zijn geen gewone gevangenen omdat ze gebruikt zijn om elkaar te bespioneren, en het hun alleen gaat om het paradijs. Daesh speelde met hun brein.’ Normale deradicaliseringsprogramma’s sloegen niet aan. De hulpverlener was uiterst somber over hun toekomst. ‘We denken dat ze weer naar Daesh terugkeren. Zelfs als ze tien jaar in de cel hebben gezeten.’

Gelukkig bestond de grootste groep in de jeugdgevangenis uit ISIS-jongeren die wel meededen aan deradicaliseringsprogramma’s. Kinderen die met hun moeders in kampen of gevangenissen zitten krijgen daarentegen niets van dat alles.

Veel Irakezen vergelijken ISIS met een ziekte die mensen met onvoldoende afweerstoffen besmet. Het virus treft arm en rijk, jong en oud, met als belangrijkste overeenkomst dat ze er ontvankelijk voor zijn omdat ze om wat voor reden ook ontevreden zijn over hun leven. De komende jaren zal deze erfenis van ISIS een bedreiging blijven voor Irak. In de kampen groeit een nieuwe, nog gedrevener generatie op, terwijl in de gevangenissen de nieuwe leiders worden gevormd. Kortom: een nieuwe cyclus van geweld ligt op de loer.

Dit is een bewerkt fragment uit “Geweld is nooit ver weg. Tien jaar berichten uit Irak” van journaliste Judit Neurink. Verschijnt 28 februari. Uitgeverij Jurgen Maas I 285 pag. I € 22,99 ISBN 978 94 91921 68 1 | NUR 680

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift