Blue Bird van Gust van den Berghe

Dezelfde puur- en schoonheid, eenzelfde naïviteit en naturel ontdekte Gust Van den Berghe na de mensen met het syndroom van Down, de acteurs van zijn wondermooi debuut ‘En waar de sterre bleef stille staan’, ook bij kinderen van het Batammariba-volk die in het noorden van Togo wonen, in Tamberma in de regio Koutammakou, een streek niet bezoedeld door het kolonialisme.

Daar trof Van den Berghe in één maand tijd de humus aan om het van 1908 daterende theaterstuk van Maurice Maeterlinck, ‘L’Oiseau bleu’, nieuw leven in te blazen.
Van het Kempense winterlandschap naar het ongerepte zonovergoten Afrikaanse hinterland. Een wereld van verschil. Van wit naar blauw. Voor BLUE BIRD, het middenstuk van zijn drieluik, opteerde de jonge filmer in plaats van een lyrische parabel in zwart-wit nu voor een existentiële fabel, een dwingende queeste in dromerig blauw, en als beeldformaat voor supercinemascoop, een lange, smalle uitsnit die de vorm van een reep chocolade benadert. Alsof je als kijker even het rolluik hebt opgetrokken om stiekem naar buiten te kunnen spieden, naar de wereld van deze kinderen, de hoofdpersonages van BLUE BIRD.

Beeldenmaker Van den Berghe kent zijn klassiekers en grasduint graag in het contingent bijna vergeten schrijvers (van bij ons) om dan zelf op basis van een wat belegen brok literatuur of theater een eigenwijze variant te schilderen. Na het stevig bewerkte brokje toneel van Felix Timmermans adapteerde hij nu vrijelijk symbolist Maeterlinck, al nam hij toch elementen mee in de uiteindelijke vertelling. De legende wil dat het precies dat werk was dat de jury over de streep heeft getrokken om in 1911 de Nobelprijs literatuur aan Maeterlinck toe te kennen, de enige Belgische schrijver die deze prestigieuze onderscheiding ooit te beurt viel. De blauwe vogel, waar de kinderen naar op zoek gaan, symboliseert behalve het geluk ook het raadsel van het bestaan. Maeterlinck nam aan dat er wezens zijn met een tweede leven naast het dagelijkse, die alles weten en niets, die leven, het geluk zoeken maar ook vluchten. Elke mens is verbonden met de niet-levenden, met die van het verleden en van de toekomst.

Het blauwe coloriet, waarin BLUE BIRD van begin tot einde baadt, desoriënteert je als kijker; het lijkt alsof dag en nacht één zijn. Blauw, de kleur van het onbewuste en het onderbewustzijn, wordt meestal ook aan het kind-zijn gelinkt. In BLUE BIRD volgen we een jongetje en zijn ongeveer even oude zusje voortdurend op de voet. Ze besluiten een stap in de wereld te zetten, buiten de veilige cocon van een binnenkoertje v

Het blauwe coloriet, waarin BLUE BIRD van begin tot einde baadt, desoriënteert je als kijker; het lijkt alsof dag en nacht één zijn.
hun woonst, buiten het gezichtsveld van hun moeder, zogenaamd op zoek naar hun verloren gewaande blauwe vogel. Tegen valavond blijken ze oneindig veel meer te hebben gevonden. Op hun trektocht ontmoeten ze hun overleden grootouders, zien hun vader aan het werk, met wie ze een goede relatie hebben, en die de link tussen leven en dood is, stoten op bosgeesten (“Je vader komt hout hakken in het bos maar heeft nog nooit iets terug gedaan”), op de chef des plaisirs (“Als je het geluk niet kan grijpen dan moet je het op aarde zoeken”) en kijken met grote ogen naar een gedisciplineerd leger nog niet geboren kinderen uit het ‘koninkrijk van de toekomst’ en hun gids, ‘de koning van de tijd’. Aanvankelijk zoeken de kinderen het geluk in traditie — stellen hun grootouders niet: “Het is niet omdat we dood zijn dat we er niet meer zijn”. De kijker — maar dat is niet onoverkomelijk – komt niet te weten of ze dat dromen of fantaseren.

Blauw heeft een grote magische kracht. Daardoor krijgt dit in een Afrikaanse context gedropte verhaal over een jongen en een meisje ook een bijna mythische dimensie. BLUE BIRD schrijft zich daardoor eveneens in het idioom van een Afrikaanse film in. In hun speuren naar de blauwe vogel voelen zij aan dat de vogel, dat geluk, alleen maar in hun droom bestaat. Op hun levenspad verliezen ze de vogel helemaal uit het vizier maar leren intussen begrijpen zodat ze tegen valavond gelouterd en met levenswijsheid gewapend naar huis terugkeren. Ze zijn rijper geworden, ze zijn gegroeid en ook veel sterker, veel weerbaarder geworden… Vanaf nu is het uitkijken naar het sluitstuk van Van de Berghes triptiek: Lucifer.

Freddy Sartor is hoofdredacteur van het filmmagazine Filmmagie, www.filmmagie.be. In het oktobernummer van Filmmagie kan je ook een interview met regisseur Gust Van den Berghe lezen.

MO* mag 20 duotickets weggeven voor de avant-première van BLUE BIRD op donderdag 20 oktober om 20u in Cinema Liberty in Brugge in aanwezigheid van regisseur Gust Van den Berghe. Doe mee op onze wedstrijdpagina.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3068   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift