Citytrip Bagdad. Tine Danckaers’ zoektocht naar stad en verbeelding

Niet dat hij het een dom idee vond. Maar waarom wil ik nu precies naar Bagdad, vroeg Mokhallad Rasem, de Iraaks-Belgische theatermaker. Ik vertelde hem hoe het beeld dat ik had van de Iraakse hoofdstad te vlak was, dat ik Bagdad teveel als een stad zonder verhalen zag. Om kort te gaan, ik wilde mijn beeld van Bagdad bijstellen.

  • (c) Karim Abraheem Bagdad roept ook het beeld op van de culturen van Mesopotamië, van de dichtkunst, van verhalen en duizend en één nacht. (c) Karim Abraheem
  • (c) Karim Abraheem Bagdad kent opnieuw, zij het mondjesmaat, een aantal boekencafés zoals Salwan Café, waar de Bagdadi's, een mengelmoes van Koerden, soennieten, sjiieten en andere etnieën samenkomen voor thee. (c) Karim Abraheem
  • (c) Karim Abraheem ‘In die kruiken zouden de veertig rovers zich verstoppen. Moet je niet geloven, daar zit niemand. Ze zitten in het parlement.’ (c) Karim Abraheem

There’s a crack in everything. Leonard Cohens meest geciteerde woorden gaan zeker op voor het beeld dat ik heb over Bagdad. Bagdad zit in mijn hoofd geklasseerd in de schuif van conflicten, bommen en granaten.

Irak, een land dat meer dan dertig jaar oorlog, een dictatuur en een vernietigende invasie achter de kiezen heeft, kan niet anders dan diepe barsten en scheuren vertonen. En een hoofdstad die baadt in aanslagen, corruptie, politieke verlamming en een oorlog met IS, laat weinig schoonheid toe tot de verbeelding.

MO*journaliste Tine Danckaers is samen met de Belgisch-Iraakse fotograaf Karim Abraheem in Irak. Tien dagen lang gaan ze op zoek naar het andere Bagdad en naar de verhalen die we zelden horen.

En toch behoort Bagdad in mijn verbeelding ook tot de mythische steden in de wereld. Bagdad roept, naast de barsten, ook het beeld op van de culturen van Mesopotamië, van de dichtkunst, van verhalen en duizend-en-één nachten.

That's how the light comes in.

Boeken en thee

‘Zie je die veertig kruiken daar?’ Ibtisam, die ons van de luchthaven naar het hotel brengt, wijst naar het standbeeld van Karimane, dat verwijst naar een scène uit het bekende verhaal van Ali Baba en de veertig rovers. ‘In die kruiken zouden de veertig rovers zich verstoppen. Moet je niet geloven, daar zit niemand. Ze zitten in het parlement.’

(c) Karim Abraheem

‘In die kruiken zouden de veertig rovers zich verstoppen. Moet je niet geloven, daar zit niemand. Ze zitten in het parlement.’

Het is een bekende grap onder de Bagdadi’s, die de corruptie hekelen van het politieke establisment, vertelt Enas, een journaliste en dichteres die ik ontmoet. ‘Na dertig jaar van oorlog, corrupt en onkundig bestuur zijn we moe. Maar we moeten verder.’

Enas zelf zoekt de schoonheid in de dichtkunst en de boeken, die, ondanks de destructie die Irak de voorbije decennia doormaakte, nog steeds toebehoren aan de Iraakse hoofdstad.

​Tijdens de Amerikaans-Britse invasie werd de nationale bibliotheek in Bagdad, vernietigd. Duizenden boeken gingen verloren. Maar het woord heeft standgehouden.

Ik ontmoet haar in Al-Mutanabbi. De bekende boekenstraat is op vrijdagen een broeinest van thee, afspraken onder vrienden en familie, culturele evenementen. Hier worden radicale islamisten de deur uit gekeken, hier kan progressief Bagdad ademen. Maar ook hier moet je tegelijk voorbij een aantal checkpoints die nauw toekijken op de veiligheid. Na de laatste aanslag in 2011, in het hart van de boekenmarkt hier, waarbij alweer zovelen het leven lieten, werd de veiligheidscontrole versterkt.

(c) Karim Abraheem

Al-Mutanabbi, de bekende boekenstraat, is op vrijdagen een broeinest van thee, afspraken onder vrienden en familie, culturele evenementen. Hier worden radicale islamisten de deur uit gekeken, hier kan progressief Bagdad ademen.

Al-Mutanabbi is een symbolische straat, vertelt een boekenverkoper. ‘De straat is een straat van verzet: de kunsten en het woord zijn niet kapot te krijgen. Na de laatste aanslag duurde het amper een maand voor de huizen werden heropgebouwd. En daarna gingen de boekenwinkels gewoon terug open, zoals het altijd is geweest.’

In Kerada, het centraal gelegen, liberale stadsdistrict waarin mijn hotel gelegen is, kuier ik met de Belgisch-Iraakse fotograaf Karim Abraheem en Sejaad, een jonge Irakees, langs de boulevard aan de Tigris. We hebben samen geroosterde vis gegeten in een restaurant langs de rivier. Eerder dronken Karim en ik thee in twee boekencafés, alweer twee open ontmoetingsplaatsen voor intellectuelen.

De avond is gevallen en ik loop ongesluierd met een plastieken draagzakje met granaatappels en bananen, in de straten van Bagdad. Ik besef dat gevaar onzichtbaar is, dat veiligheid een bedrieglijk gegeven kan zijn in bommensteden. Maar het gaat evengoed op voor het gevoel van onveiligheid, al te vaak een verlammend idee.

Ik ben in Bagdad.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur