Citytrip Bagdad. De mobiele kliniek van een busje vol Iraakse communisten

In de minibus van Muzahim Malalla wijst niet het heilige boek maar het communistisch manifest de weg. Correctie, eigenlijk laat de Iraakse dokter Muzahim Malalla zich volledig leiden door zijn hart.

  • © Karim Abraheem © Karim Abraheem
  • © Karim Abraheem © Karim Abraheem
  • © Karim Abraheem © Karim Abraheem

Zaterdagochtend, 9 uur. We zijn op weg naar de 289ste interventie van de mobiele kliniek van dokter Muzahim Malalla. Het internet mag tergend traag gaan in Bagdad, de elektriciteit mag er uitvallen en de waterkraan laat het afweten, Malalla overrulet dit probleemloos. Hij teert op een niet kapot te krijgen batterij energie om jaloers op te zijn.

Terwijl ondergetekende en compagnon de route, Karim Abraheem, nog op stand-by-modus staan, houdt het team van Malalla in de minibus een geanimeerde discussie. Het onderwerp: alcohol. De vraag: of de koran alcohol nu wel of niet verbiedt. De slotsom: het maakt niet uit, ze drinken bier.

In deze minibus wijst niet het heilige boek maar het communistisch manifest de weg. De meeste inzittenden hebben een lidkaart van de Iraakse communistische partij.

Malalla is op weg naar Ma-amil, een arme wijk, net buiten Bagdad. Hij zal er een halve dag, samen met twee assistenten, en beschermd door lokale leden van de communistische partij, zijn kliniek opzetten en gratis directe medische zorgen toedienen. Hij doet dit al zes jaar. Terwijl zijn familie in de Verenigde Staten is, offert hij in Irak zijn vrije dagen op om het gebrek aan publieke gezondheidszorg in Irak op zijn manier op te vangen. De medicijnen die hij ronddeelt krijgt hij van bedrijven of koopt hij met financiële giften van Irakezen in binnen- en buitenland.

Vernietigde gezondheidszorg in Irak

In de jaren zeventig en tachtig, tot de Golfoorlog in 1991, gold de Iraakse gezondheidszorg als een van de beste van de regio. De Golfoorlog en het internationale embargo tegen Irak deden het niveau dalen. Maar vooral de Amerikaans-Britse invasie in 2003 bracht de Iraakse medische zorg een enorme slag toe.

Tijdens de invasie vormden academici en intellectuelen een doelwit in moordende aanslagen. Minstens vijfhonderd Iraakse academici werden vermoord, een strategie volgens velen om de kennis te vernietigen.

De moorden op de Iraakse academici misten hun effect niet. De helft van de 18.000 geschoolde artsen vluchtte tussen 2003 en 2007 Irak uit, volgens het VN-nieuwsagentschap IRIN. In 2011 telde Irak per 10.000 inwoners 7,8 dokters, waarmee het land het enkel beter deed dan Afghanistan, Djibouti, Marokko, Somalië, Zuid-Soedan en Jemen.

Lange wachtrij

© Karim Abraheem

‘Medische zorg, van een doktersbezoek tot de medicijnen, zijn enorm duur in Irak. Bovendien is er zowat overal in de basiszorg een tekort. Een systeem van basisgezondheidszorg voor iedereen bestaat niet in het Irak van vandaag, dat wordt geregeerd door zakkenvullers die geen moer geven om de mensen. Gevolg: arme mensen wachten nu tot het uiterste om naar de dokter te gaan’, zegt dokter Malalla. ‘En dan hebben we het over Bagdad, niet eens over de vluchtelingen uit Mosoel of de gezondheidszorg in afgelegen gebieden zoals het moeilijk te bereiken Sinjar of andere onveilige gebieden waar Daesh (IS) aanwezig is.’

En dus probeert Malalla minstens een paar gaten te vullen, toch in en rond Bagdad, en op plaatsen waar zijn veiligheid gegarandeerd is.

Aangekomen in Ma-amil, staan de mensen al te wachten. In een rotvaart worden tafels met medicijnen klaargezet, een affiche opgehangen, kranten van de communistische partij klaargelegd. Eenmaal Malalla zijn witte jas heeft aangetrokken, begint de consultatie. In een mum van tijd groeit de rij patiënten aan. En ze blijft aangroeien.

Eén van de eerste zaken die hij doet, is de fopspeen van een baby, vastgebonden aan een touwtje, wegsmijten. Aan de moeder geeft hij de boodschap dat het touwtje haar baby kan doen stikken en dat ze de fopspeen geregeld moet vervangen. ‘Gebrek aan hygiëne is een klassieker’, roept hij naar me. Hij vertelde het eerder. Hygiëne, roken en overmatig gebruik van suiker vormen een groot probleem in arme buurten. Zowat alle ouderen hebben een te hoge bloeddruk en velen hebben diabetes. Bij de kinderen vormen infecties en wormen een vaak voorkomend probleem.

Dokter Tine

‘O ja’, roept Malalla, ‘moest je het nog niet weten, je bent dokter Tine uit Europa.’ Het is een begrijpelijke leugen om bestwil. Gezondheid is een privé-zaak. Mensen willen geen pottenkijkers zoals buitenlandse journalisten.

En meteen daarna ken ik de geneugten van mijn dekmantel. Vooral de vrouwen komen naar me toe, ze verkiezen een vrouwelijke arts. De vrouwelijke arts die zou meekomen, heeft zich afgemeld, een probleem in een conservatieve wijk als deze. Ik verwijs door naar Malalla, de Iraakse dokter, zeg dat ik “observeer”, ontvang vragende blikken, af en toe een opgetrokken wenkbrauw, maar ook voortdurend een dankjewel. Gewoon omdat ik er ben.

Er komen vragen van ouders met kinderen die extra zorgen nodig hebben. Zoals van een vader met zijn baby die aan minstens één oogje blind is: of ik zijn zoontje kan onderzoeken. Of er is een vader die vraagt waar hij zijn dochtertje moet laten opereren, ‘Irak is geen optie, de ziekenhuizen zijn hier dodenhuizen’. Ze is straks vijftien maanden en moet een hartoperatie ondergaan. Ik sta met mijn mond vol tanden en verwijs door, wetende dat Malalla de harde boodschap zal geven dat hij niet kan helpen in deze gevallen.

Malalla zal vandaag twee keer doorverwijzen naar een ziekenhuis. De rest van de patiënten, zoals het slechtziende jongetje, moet hij de keiharde boodschap geven dat dit niet te behandelen is.

Maar er is ook de moeder wiens zoontje, een baby nog, het syndroom van Down heeft.
‘Kan je hem genezen?’
‘Nee, maar je moet hem wel veel liefde geven en met hem spelen. Daar wordt hij alleen maar beter van.’
Tamam’, zegt ze en ze geeft hem een knuffel en een kus.
Exact dit gesprek met haar herhaalt zich daarna nog twee keer. En dan komt ze een derde keer naar me toe. Of ik hem wil meenemen naar Europa, vraagt ze, terwijl ze met een misprijzende blik een wegwerpgebaar naar haar baby maakt. De garantie op een verwaarloosd kinderleven is bij deze getekend.

© Karim Abraheem

Terug naar de orde van de dag

Na drie uur sneltrein-consultatie wordt de mobiele praktijk opgedoekt, even snel als hij werd opgezet. Malalla zal terugkomen naar deze wijk, in de mate van het mogelijk de patiënten opvolgen.

De dokter en zijn assistenten hebben minstens honderd mensen gezien, zeggen de twee assistenten die bloeddruk meten en bloed prikken.

In de bus terug naar het centrum van Bagdad zucht Malalla voor het eerst. ‘Ik ben kapot en heb honger’, zegt hij met een gezicht, rood van de zon en de inspanning. Nog geen vijf minuten later gaat het gesprek alweer enthousiast over alcohol, bier deze keer. Waar kunnen ze straks een pint gaan drinken, nu de Bagdadse bars waar bier wordt geserveerd, in de sjiitische rouwmaand moeharram, zijn gesloten?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur