Van onze reporter in Bagdad

Tussen bommen en brood

© Karim Abraheem

De Shuhadabrug in Irak

Tine Danckaers is, samen met fotograaf Karim Abraheem, in Bagdad, teruggekeerde Iraakse asielzoekers uit België achterna. Na maanden van rust werd Bagdad op 15 januari getroffen door een dubbele bomaanslag, de zwaarste sinds anderhalf jaar.

Of zij misschien uit betrouwbare bron weet hoeveel slachtoffers de dubbele aanslag op het Tayaranplein in het centrum van Bagdad veroorzaakten, vraag ik haar. ‘Het was maar één aanslag en er vielen weinig slachtoffers’, antwoordt de 25-jarige Iraakse Loubna, die Karim en mij begeleidt op een reportagemissie in Bagdad.

Dat het een dubbele aanslag was en dat deze als de zwaarste aanslag wordt gerekend sinds de bijzonder zware aanslag in Karrada in juli 2016, weet ze niet. Volgens Reuters Bagdad en het Koerdische Rudaw vielen daarbij minstens 27 doden en 64 gewonden. Maar de aantallen variëren. Elders wordt gesproken van 38 doden.

‘Zo gaat het altijd', zegt Loubna. De Irakezen weten het zelf niet, en eerlijk, eigenlijk willen we het ook niet meer weten. Het enige nieuws dat we kennen is slecht nieuws, dag na dag.’ De remedie is dan de radio en tv uit te zetten. Loubna is zeker niet de enige Iraakse burger die zichzelf zo beschermt tegen een mentale fade out.

Volgens een aantal media zou de dubbele aanslag het werk zijn van Daesh (Islamitische Staat). Maar dat wordt door de Bagdadi’s die ik afzonderlijk spreek naar de prullenmand verwezen.

Bovendien is er niet alleen nieuwsmoeheid, er is ook weinig vertrouwen in de Iraakse media die bijna uitsluitend verbonden zijn aan politieke partijen. Volgens sommige bronnen zou de dubbele aanslag het werk zijn van Daesh (Islamitische Staat), een bewijs dat het verslagen Daesh in Irak toch nog aanwezig zou zijn via lokale cellen. Maar dat wordt door zowat elke Bagdadi die ik spreek naar de prullenmand verwezen.

‘Het is begonnen’. Het is de quote van de dag. Deze aanslag is de eerste in een aangekondigde reeks, de aanloop naar de parlementsverkiezingen straks in mei, klinkt het. Die worden in Irak steevast voorafgegaan door een aaneenschakeling van explosies, het werk van diverse politieke partijen. Het doel ervan, zo zeggen de Irakezen, is om de politieke tegenstanders in diskrediet brengen door chaos en angst te verspreiden.

Over die verkiezingen stellen weinig mensen zich de vraag of ze überhaupt enig nut zullen hebben. Ik ontmoet niemand die ook maar enige verandering of vooruitgang verwacht van de politici en coalities die op de kieslijsten zullen komen. De Irakezen noemen de verkiezingen niet meer dan 'postjesverdeling' en 'een voortzetting van het huidige corrupte beleid'. En dus is er zo goed als geen animo om te gaan stemmen. De vraag aan iedereen die ik tegenkom - of hij of zij gaat stemmen - wordt bijna unaniem met een besliste 'nee' beantwoord. De reden daarvoor is even unaniem: het is zinloos om te stemmen als je enkel kan kiezen tussen gelijkwaardige varianten van pest en cholera. Al maanden bakkeleien de Iraakse politieke partijen over posten en kiesprogramma’s en een definitieve kiesdatum. De sjiitische regering wil geen uitstel, waar de soennieten en ook bepaalde fracties binnen de sjiitische partijen dat wel willen.

Een politiek alternatief dient zich evenmin aan. En er is de teleurstelling in progressieve kringen over de vreemde coalities van linkse partijen met islamitische conservatieve partijen.

Wie wel wil gaan stemmen is Loubna. Haar dilemma is even groot als dat van de niet-stemmers – desnoods zet ze een kruisje – maar ze wil kost wat kost vermijden dat haar stem op een frauduleuze manier zou worden gebruikt.

Intussen gaat het dagelijks leven gewoon verder. Op het moment van de aanslag, vroeg in de ochtend, bevinden Karim en ik ons niet eens zo ver ervan in de auto, op weg naar onze afspraak. Terwijl we stilstaan naast een bakkerij, wurmt een warme broodgeur zich verleidelijk door de kier van een autoraam naar binnen. Het gesprek over de aanslag – waarvan we de details nog niet kennen – wordt vervangen door een ode aan het Bagdaadse brood.

© Karim Abraheem

De dubbele aanslag van maandag 15 januari wordt nu al als de zwarste aanslag gerekend sinds de bijzonder zware aanslag in Karrada in Juli 2016

Het gevoel van veiligheid is een vals gegeven, schreef ik vorig jaar. ‘Ik besef dat gevaar onzichtbaar is en veiligheid een bedrieglijk gegeven in bommensteden.’

Als we in de namiddag terugkeren naar de stad voor een afspraak in de buurt van de bekende boekenstraat al-Muttanabi, is letterlijk niets te merken van een nog smeulende bomaanslag. Op de Shuhada-brug over de imposante Tigris, levert het voeren van de meeuwen dezelfde typische idyllische beelden op, de vismarkt aan Haifa-straat blijft evenveel klanten aantrekken, en de drukte in de soek nabij boekenstraat al-Muttanabi is dezelfde als de dag ervoor.

Terug in het hotel regent het vanuit België ongeruste reacties met de vraag om te reageren, te laten weten of we veilig zijn. Het is vreemd om te merken dat we alweer zijn ingehaald door de snelheid van het internationaal nieuws, waar de omvang van de aanslag bedreigender lijkt dan hier ter plekke.

Het gevoel van veiligheid is een vals gegeven, schreef ik vorig jaar. ‘Ik besef dat gevaar onzichtbaar is en veiligheid een bedrieglijk gegeven in bommensteden.’ Toen ik daarbij aanvulde dat dit ook gold voor de perceptie van onveiligheid, besefte ik dat Bagdad “clean” was gebleven tijdens mijn verblijf. Dat ziet er nu anders uit. De Bagdadi’s beseffen dat de maanden kalmte en rust die voorafgingen aan de recente aanslagen voorbij zijn.

Deze blog kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift