Zijn de moslims van Zuidoost-Azië vatbaar voor de globale jihad?

Zuidoost-Azië zou het tweede front worden in de War on Terror. Dat verklaarden de Verenigde Staten in 2001, terwijl ze Afghanistan binnenvielen. In 2002 werd duidelijk waarom, toen radicale islamisten meer dan 200 slachtoffers maakten met een bomaanslag in Bali. Vandaag is de regio grotendeels van de radar verdwenen. Is dat terecht? En wat willen de moslims uit Zuidoost-Azië eigenlijk? Gie Goris zocht het uit in Indonesië, Thailand en de Filipijnen. Een islamitisch, een boeddhistisch en een katholiek land, elk met zijn eigen islamitische opstandelingen.

  • CC Jeff Pionquito, SJ (CC BY 2.0) Sayaw sa Dan 2014. Lumad. San Pedro Street, Davao City. Street Dancing. CC Jeff Pionquito, SJ (CC BY 2.0)

Muslim Ibrahim heeft alles om Gezocht te zijn: een baard, een geloof en een stevig wantrouwen tegenover de toekomst die vanuit de rest van de wereld op hem af komt. Hij woont bovendien in Banda Aceh, brandpunt van een dertigjarige opstand tegen de Indonesische staat, en hij is voorzitter van de Raad van Islamitische Geestelijken van Aceh.

Hij blijkt echter een wandelende waarschuwing te zijn tegen snelle en simpele oordelen. ‘Na de tsunami zakten vertegenwoordigers van de Jemaah Islamiya af naar Aceh’, vertelt Ibrahim. Jemaah Islamiya is de extremistische organisatie die onder andere verantwoordelijk is voor de bomaanslagen in Bali in 2002 en 2004. Amerikaanse bronnen spreken in de regel over de Indonesische “afdeling” van al-Qaeda. ‘Tot driemaal toe kreeg ik hen over de vloer. Telkens met het aanbod dat zij ons zouden steunen als we wilden strijden voor een islamitische staat. Ik heb hen driemaal de deur gewezen.’

Dertig jaar die de wereld veranderden

‘Er leven meer dan 230 miljoen moslims in Zuidoost-Azië. Op enkele uitzonderingen na waren dat allemaal tolerante mensen waarmee het aangenaam samenleven was… Maar we beseffen dat het karakter van de islam in Zuidoost-Azië de voorbije dertig jaar veranderd is.
De eerste aanzet daartoe kwam er door de oliecrisis in 1973, toen de olieprijzen plots verviervoudigden. Sindsdien is Saudi-Arabië een gulle sponsor van de missionaire Dakwah beweging, die wereldwijd moskeeën en madrassahs laat bouwen en overal ulemas -geestelijke leiders- betaalt om zo de boodschap en praktijk van hun strenge wahabi-islam te verspreiden. 
De volgende stap in deze evolutie kwam in 1979, toen een revolutie geleid door islamitische geestelijken het regime van de sjah in Iran omverwierp. Dit had een diepgaande invloed op het geloof onder moslims in de kracht van de islam.
Ten slotte voltrok de beweging naar een andere islam zich doordat Zuidoost-Aziatische moslims gedurende de jaren 1980 en 1990 in groten getale gingen deelnemen aan de jihad in Afghanistan. Die ervaring heeft niet weinig Zuidoost-Aziatische moslims geradicaliseerd.’ 
Lee Kuan Yew, voormalig Eerste Minister van Singapore, in 2002.

Drieduizend kilometer oostwaarts, rond dezelfde zesde breedtegraad maar in een ander land, zit Shariff Mohsin Julabbi in het licht van halfvijf, glad geschoren en in onberispelijk maatpak. Zijn thuisadres is Zamboanga, een broeierige havenstad op een uiterst zuidwestelijk puntje van Mindanao, het grote zuidelijke eiland van de Filipijnse archipel. Julabbi behoort tot het Moro Islamic Liberation Front, een van de twee grote afscheidingsbewegingen die in Mindanao actief zijn. Het MILF, zegt hij, ‘vecht niet alleen voor een eigen staat voor de Moro’s’, zoals de inwoners van Mindanao door de Spaanse kolonisatoren genoemd werden, ‘maar heeft een hoger doel: het geloof zelf.’

Het MILF heeft in de jaren negentig getoond dat het niet alleen een hoger doel heeft, maar ook een ruimer. Jihadi-bewegingen en -militanten uit Indonesië, Thailand, Maleisië en Singapore, maar ook uit Palestina of andere Arabische landen konden in Mindanao terecht voor theoretische en praktische lessen in de gewapende strijd tegen de ongelovigen.

Meer dan duizend doden en minstens vijftienhonderd gewonden. Dat was volgens het Thai News Agency in september 2005 de balans van de opstand die in het Diepe Zuiden van Thailand woedt. De voorbije maanden worden in de zuidelijke provincies Pattani, Yala en Narathiwat nog steeds dagelijks aanslagen genoteerd, al zijn ze minder massaal en minder spectaculair dan in 2004, toen de huidige opstand begon.

‘Niemand eist de verantwoordelijkheid op voor de aanslagen. We weten dus niet zeker wie er achter zit’, zegt Wattana Sugunnasil, docent aan het departement Sociale Wetenschappen van de Prince Songhkla University in Pattani. Sugunnasil leest lange stukken voor uit een document dat op 28 april 2004 gevonden werd op een gedode opstandeling. Ber Jihad di Patani -de jihad in Patani- is een lang hekelschrift over de verdrukking van de moslims door de Thailandse overheid en over de noodzaak het geloofsvuur aan te wakkeren en te vechten voor een islamitisch Patani.

Een voorbeeld: ‘… Weet dat in elke moslim die in Allah en de Profeet gelooft het bloed van de martelaren stroomt. Wij hebben dat geërfd van onze voorouders die hun leven opofferden op het pad van de Jihad. Dit bloed wil vloeien over het land, wil het rood kleuren en de hemel bij zonsopgang en zonsondergang verlichten, van oost tot west, opdat het geweten zou zijn dat het land van Patani Jihad strijders voortbrengt. Zowel mannelijke als vrouwelijke strijders zullen de takbir uitschreeuwen in alle richtingen, terwijl ze oog in oog staan met de vijand en hem aanvallen, Allahu Akhbar… Allahu Akhbar… Allahu Akhbar. Deze gezangen zullen het leven wekken in wie zwak of verwend is. Het geluid trilt van woede en wraak, het beantwoordt de roep van de Jihad.’

De echt belangrijke zaken

Een man schuift in alle kalmte en eenzaamheid zijn lange peilstok het water in en trekt hem er weer uit. Hij duwt zich langzaam weg van de kade en laat een ontwakend Zamboanga achter zich. De Sakaluran Express is minder poëtisch, maar wel sneller. Een half uur na het vertrek uit Zamboanga varen we de zee-engte in tussen Basilan en Malamawi, twee eilanden in het verste zuiden van de Filipijnse archipel.

Een medepassagier wijst op de donkergroene heuvels van Basilan en wil dat ik vooral de Maagdenborst opmerk, een heerlijk ronde heuvel met bovenop een knopje rots met bomen. Op beide oevers kruipen de mangrovebossen de zee in, al zijn ze hier en daar weggekapt om plaats te maken voor menselijke bewoning. Correctie: voor militaire kampementen. Basilan was de thuisbasis van Abu Sayyaf, een van de meest gevreesde terreurgroepen van de regio -en de concurrentie is letterlijk moordend. En dus werd Basilan vanaf eind 2001 ook de focus van de War on Terror in de Filipijnen, met een enorme aanwezigheid van Filipijnse én Amerikaanse militairen als gevolg.

‘De totale oorlog die we hier gevoerd hebben, is een succes. De Abu Sayyaf Group is zo goed als verdwenen van het eiland.’

In Isabela, de hoofdstad van Basilan, vraag ik aan een Filipijns-Amerikaanse ngo of iemand me achter op een bromfiets de stad kan laten zien. Het duurt een hele tijd eer men het signaal geeft dat er iemand klaar staat voor mij. Maar in plaats van een zitje op een bromfiets, krijg ik een hele Humvee van de Filipijnse mariniers ter beschikking, inclusief twee gewapende bewakers: eentje achter op het gevaarte, eentje naast de chauffeur, beiden met hun automatisch geweer in aanslag. ‘Het is rustig op Basilan’, zegt mijn gastheer nog, ‘maar we willen geen risico lopen. Prettige rit!’

Luitenant-kolonel Casiano Monilla is een van de militaire verantwoordelijken op Basilan. Hij is een tevreden man: ‘De totale oorlog die we hier gevoerd hebben, is een succes. De Abu Sayyaf Group is zo goed als verdwenen van het eiland. Het leger kan zich nu concentreren op de dingen die mensen echt belangrijk vinden: drinkwater, scholen, het herstellen van bruggen, het bouwen van een ringweg. We beseffen dat we het vertrouwen van de bevolking niet zullen krijgen door redevoeringen te houden over vrede en burgerschap. De mensen willen ontwikkeling zien, ze willen weg uit de jarenlange achterstelling en ze willen de kansen die ze verloren door het gewapende conflict inhalen.’

De aandacht voor de Abu Sayyaf Group is groter dan hun reële impact. De écht belangrijke gewapende groepen op Mindanao en de aansluitende Sulu eilandengroep zijn immers het Moro National Liberation Front en het Moro Islamic Liberation Front.

Mindanao wordt vaak omschreven als een regio met een moslimmeerderheid in de overwegend katholieke Filipijnen, maar dat klopt niet. Volgens de jongste volkstelling zou nog twintig procent van de bevolking op Mindanao moslim zijn, tegenover vijfenzeventig procent een eeuw geleden. De migratie vanuit de meer noordelijk gelegen eilanden is verantwoordelijk voor die demografische aardverschuiving, en meteen ook voor de vernieuwde opstand van de moslimgemeenschappen.

De huidige rebellen kunnen bogen op een lange geschiedenis van verzet. Toen de Spanjaarden in 1578 op deze kusten arriveerden, troffen ze twee florissante sultanaten aan: Sulu en Maguindanao. De inwoners werden, net als de verdreven moslims uit Al Andalus, Moro’s genoemd. Hoe ver de grondgebieden van de sultanaten strekten, is niet exact duidelijk, maar ze moesten Mindanao in elk geval delen met minstens 18 inheemse groepen zoals de T’boli en Manobo.

De Spaanse kolonisatie slaagde er nooit in de Moro’s echt te onderwerpen, de Amerikaanse kolonisatie had een beetje meer succes, maar toen de Filipijnen in 1946 onafhankelijk werden, beschouwden de Bangsa Moro -de opstandige moslims namen de scheldnaam van de Spanjaarden over als geuzennaam- Manilla ook als een koloniserende macht.

De economie van de afstand

De ochtend van 28 april 2004 trokken tientallen jonge opstandelingen zich terug achter de muren van de zeventiende-eeuwse Krue Se moskee in Pattani. Al vierhonderd jaar lang symboliseert deze halfopgebouwde ruïne de islamitische identiteit van wat ooit het welvarende sultanaat Patani was -de hedendaagse provincie heeft een dubbele t in haar naam, het voormalige sultanaat wordt met een enkele t geschreven. Bij het krieken van dag hadden deze jongeren een aanval gedaan op een politiekantoor. Bij de belegering van de moskee werden 38 van hen koelbloedig afgemaakt door leger en politie. Daardoor werd de Krue Se moskee een symbool van de hardhandige repressie waarmee het Thaise leger reageert op een ongrijpbare opstand. Diezelfde ochtend vielen in totaal 105 doden bij een tiental aanvallen door jonge, diepgelovige militanten, die na urenlange recitatie van de namen van Allah in een religieuze trance handelden.

De huidige golf van aanslagen en -al dan niet politieke- moorden is niet echt nieuw voor Pattani, Narathiwat en Yala. ‘Er is altijd verzet geweest tegen de inlijving van Patani bij Siam, zeker toen dat koninkrijk omgevormd werd tot de centralistische en boeddhistische staat Thailand’, zegt sociaal wetenschapper Wattana Sugunnasil. ‘Maar vroeger was dat verzet op de eerste plaats nationalistisch, vandaag heeft het veel meer een religieuze kleur gekregen en is het internationaal georiënteerd.’

De culturele en mentale kloof tussen de moslimbevolking van Pattani en de machthebbers in de hoofdstad blijft tot vandaag onoverbrugbaar groot.

De formele annexatie waarnaar Sugunnasil verwijst, dateert van 1909, het jaar waarin de grens tussen Siam en de Britse kolonie Maleisië vastgelegd werd. Het sultanaat Patani, sinds zijn ontstaan in 1370 een relatief autonome vazalstaat van Siam, kwam daarbij aan de Siamese kant terecht. De culturele en mentale kloof tussen de moslimbevolking van Pattani en de machthebbers in de hoofdstad blijft tot vandaag onoverbrugbaar groot.

Europees bezoeker meet je de afstand tussen Bangkok en het zuiden in uren en kilometers. 1200 kilometer tot in Yala, twintig uur treinen, de vertragingen van makkelijk enkele uren niet inbegrepen. Tijd zat om het trage landschap te bekijken: de brede rivieren die oeverloos en bruin overvloeien in groene struiken en laaghangende takken, de rotsen die in dichte nevels en voorbijwaaiende regen gehuld zijn, de boeren die kniehoog in het water staan. De inwoners van deze zuidelijke provincies meten de afstand tot de macht echter niet in exotische beelden, maar in economische en sociale investeringen. En vooral in politieke participatie.

Het gemiddelde gezinsinkomen in het zuiden van Thailand is zowat de helft van het nationale gemiddelde. Srisompob Jitpiromsri, politiek wetenschapper aan de Prince Songhkla University in Pattani: ‘Het conflict met Bangkok heeft diepe wortels in de armoede en het gebrek aan economische mogelijkheden in deze regio. Bovendien is het staatsapparaat hier rot en niet functioneel. Vaak worden ambtenaren die elders fouten maken voor straf naar het zuiden gestuurd.

Voeg daar nog de 20.000 tot 30.000 militairen bij die hier voor wet en orde moeten zorgen, maar die meestal de lokale taal niet begrijpen, en je hebt een explosieve cocktail.’ De Thailandse overheid heeft de voorbije jaren miljoenen euro’s geïnvesteerd in economische projecten om een einde te maken aan de achterstelling van het zuiden, met name in de toeristische industrie. Alleen: de bars, de blote lijven en de prostitutie die met het toerisme arriveren bevestigen nog maar eens de historische ervaring van culturele kolonisering.

Gedurende een groot deel van de voorbije eeuw moesten moslims bijvoorbeeld Thais-boeddhistische namen gebruiken, ze mochten hun Maleise taal niet spreken, hun eigen klederdracht niet gebruiken en hun moslimfeesten niet vieren. Vandaag is er nog altijd maar één uur per dag televisie in de eigen taal. ‘Moslims voelen zich voortdurend behandeld als tweederangsburgers in hun eigen land’, zegt Ahmad Somboon Bualuang, die lid is van het National Reconciliation Committee, een initiatief van de Thaise regering.

Dit NRC wil tegen maart 2006 een eindrapport afleveren met aanbevelingen om de opstand in de moslimprovincies op niet-militaire, niet-repressieve wijze aan te pakken. ‘Maak een einde aan de voortdurende discriminatie in onderwijs, rechtspraak en tewerkstelling’, antwoordt Bualuang op de vraag of zo’n aanpak kan werken. ‘En vooral: erken de mensen in hun waardigheid als volk, als moslims, als personen.’

Niemand moet ons de les spellen

Tussen het strand en het centrum van Banda Aceh ligt de leegte. Twee, drie kilometer landinwaarts zijn gewapend betonnen steunpilaren gekraakt, gevels weggeslagen, huizen verdwenen. De Andaman Zee, die op 26 december 2004 als een stalen wand over dit deel van de stad raasde, ligt er haast rimpelloos bij. Enkele koppeltjes staren in de verte, andere mensen zitten op de betegelde vloeren van hun imaginaire huis, in hun imaginaire leven. Het zal nog een hele tijd duren vooraleer ze ook stenen en cement hebben om hun waardigheid opnieuw op te bouwen.

Aan de rand van de apocalyps is een min of meer toeristische tsunami-attractie ontstaan. Dat klinkt pervers, maar het is onweerstaanbaar. Waar de kracht van de golven -die volgens ooggetuigen tussen de tien en twintig meter hoog waren- afnam, ligt vandaag een groot zeeschip van zo’n twintig meter breed en zeker vijftig meter lang, midden tussen de huizen waar het door de woeste oceaan over getild werd. Bij het begin van de weg die naar de boot leidt, zijn intussen twee pilaren gemetseld waarop miniatuurversies van het schip geknutseld zijn: totems om het onheil te bezweren en meteen bezoekers de weg te wijzen.

‘De ngo’s die na de tsunami naar Aceh gekomen zijn, moeten ons helpen. Niet ons veranderen’

‘De ngo’s die na de tsunami naar Aceh gekomen zijn, moeten ons helpen. Niet ons veranderen’, zegt Daniel Juned, decaan van de theologische faculteit aan de staatsuniversiteit voor islamitische studies in Banda Aceh.

Hij heeft het op de eerste plaats over westerse ngo’s die hun visie op man-vrouwverhoudingen of mensenrechten willen opleggen aan de Acehnese bevolking. Maar ook islamitische hulporganisaties die vooral gekomen zijn met een religieuze missie vindt Juned vervelend.

‘Wij zijn moslims in hart en nieren. De Javanezen, Balinezen, Sumatranen of andere Indonesiërs moeten ons niet de les spellen wat islam betreft.

De Acehnese cultuur is gewoon islamitisch.’ Perlak, het eerste islamitische koninkrijk op deze uiterst westelijke punt van de Indonesische archipel werd al in 804 gesticht. De Hollandse kolonisatoren moesten van 1873 tot 1942 tegen de Acehnese opstandelingen vechten, en kort nadat Indonesië in 1949 eindelijk onafhankelijk werd, sloot Aceh zich aan bij een opstand van de Darul Islam, die een islamitische staat nastreefde.

Muslim Ibrahim, voorzitter van de Raad van Islamitische Geestelijken, bevestigt het uitzonderlijk islamitische karakter van Aceh. Ook de Indonesische overheid deed dat enkele jaren geleden, toen ze Aceh als enige regio toestond om de shari’a in te voeren. Tijdens ons gesprek neemt Ibrahim een blad papier, waarop hij al heel wat verduidelijkende tekeningen maakte, en begint dat geduldig in een zaagtand doormidden te scheuren. ‘Zie je’, vraagt hij, zichtbaar opgelucht als hij zijn knutselwerk tot een goed einde brengt, ‘deze helft is niet gelijk aan de andere helft. Maar ze hebben elkaar wel nodig om een geheel te vormen.’

Dr. Ibrahim probeert uit te leggen waarom de shari’a zo geniaal is als ze een verschil maakt tussen mannen en vrouwen. Op de vraag waarom dat verschil in het nadeel van de vrouwen moet uitdraaien, volgt geen antwoord. Plots is zijn Engels ontoereikend. ‘De shari’a die wij voor Aceh willen’, zegt hij nog, ‘is de glimlachende versie uit de tijd van de profeet, niet de gruwelijke versie van de Taliban of de onverbiddelijke versie van de Islamitische Republiek Iran. Wij willen gewoon zorgen voor het welzijn van iedereen.’ Daarom stuurde deze geestelijke leider de jihadi’s van Jemaah Islamiyah wandelen. Omdat zijn conservatieve versie van de islam geen politieke jihad nodig heeft.

Islam versus islamist

De opstanden in Mindanao, Zuid-Thailand en Aceh hebben meer te maken met de historische en culturele afstand tussen deze randgebieden en de hoofdsteden die hen willen besturen, dan met de vage oproep van de radicale islamisten om een Zuidoost-Aziatisch kalifaat te stichten. Toch valt de schaduw van de al-Qaeda ideologie wel degelijk over de zesde breedtegraad.

‘De kennis van het Arabisch en van de koran geeft hen macht in de moskeeën en gemeenschappen. Radicale politieke groepen of streng orthodoxe religieuze bewegingen maken daar misbruik van.’

Mucha Arguiza, hoofd van de Filipijnse afdeling van het Asian Muslim Action Network: ‘De Filipijnse moslims hebben hun islam geleerd via mondelinge overlevering. Wij hebben een lange traditie waarbij de “islam van het hart” en de lokale spiritualiteit belangrijker waren dan de Arabische wettelijkheid. De laatste jaren kregen steeds meer jongeren een formele scholing in de islam. De kennis van het Arabisch en van de koran geeft hen macht in de moskeeën en gemeenschappen. Radicale politieke groepen of streng orthodoxe religieuze bewegingen maken daar misbruik van.’

De tendens dat de religieuze macht verschuift in de richting van de jongere generatie doet zich in de hele regio voor. ‘Een groot deel van de jongeren in het zuiden van Thailand is het spoor bijster’, zegt politiek wetenschapper Srisompob Jitpiromsri in Pattani. ‘De vertrouwde autoriteit van de islamleraar of de dorpsgeestelijke heeft plaats moeten ruimen voor jonge radicalen, die met kennis van de koran veel beter in staat zijn de strijd aan te gaan met de vertegenwoordigers van de Thailandse staat én hun “nationale” ideologie van consumptie. Bangkok en de globalisering krijgen de schuld voor de toenemende corruptie en voor de afbrokkelende moraal. Daarom zijn zoveel jongeren vatbaar voor het idee van een aparte, islamitische staat.’

De financieel-economische crisis van 1997 leidde in Indonesië tot een bijna onoverzichtelijke politieke chaos. Geen wonder dat de jihad-ideologie uitgerekend in Indonesië het meest extreem en het meest massaal gevolg kreeg. Uitzondering op de regel is Aceh. Hamam Hamid, die zich dit jaar kandidaat wil stellen voor het gouverneurschap van Aceh, denkt dat zijn provincie te islamitisch is voor de politieke kuiperijen van Jemaah Islamiyah. ‘De Acehnezen zijn na dertig jaar separatistische opstand het vechten beu. Wij willen vrede, we willen gewoon gelovig kunnen leven’, zegt hij. Gelukkig geeft het vredesakkoord van 2005 tussen Jakarta en de Beweging voor een Vrij Aceh daar uitzicht op.

Als hij straks gouverneur zou worden, wil hij dan de islam in Aceh voluit realiseren? Hamid: ‘Ik wil niet alleen de kledij van de vrouwen controleren, maar zorgen voor een behoorlijk bestuur, sociale zorg voor de armen, een milieuvriendelijk beleid en een politiek die de diversiteit van Aceh garandeert.’ De tsunami en het vredesproces dat tegen einde maart rond moet zijn, openden Aceh voor de buitenwereld. De cruciale vraag is of Aceh daardoor zijn conservatieve, maar tolerante islam kan exporteren naar de rest van de regio, of dat de vervreemding die elders heerst ook hier ingevoerd zal worden -een voorbode meestal van de harde ideologie van de politieke islam.


WIE IS WIE IN MINDANAO

Moro National Liberation Front
>opgericht begin jaren 1970 door Nur Misuari en Hashim Salamat
> doelstelling: een onafhankelijke Moro-staat of tenminste zelfbeschikking voor de Bangsa Moro
> achterban vooral onder Tausig sprekende groepen uit voormalig sultanaat Sulu
> Nur Misuari liep universiteit aan de University of the Philippines te Manilla, van oudsher een links en nationalistisch bolwerk, in het kader van een overheidsprogramma om meer mensen en gemeenschappen uit het zuiden te integreren in de nationale staat.
> het MNLF sloot in 1976 al een vredesakkoord met Manilla, dat pas in 1996 in werking trad, waardoor de Autonome Regio vanMoslim Mindanao ontstond.
> Nur Misuari de gouverneur van die ARMM tot hij in 2001 vond dat Manilla niet snel en gul genoeg was in de uitvoering van de akkorden en hij opnieuw tot gewapende actie overging. Dat leidde tot een nieuwe splitsing binnen het MNLF. Misuari zit sinds 2002 achter de tralies.

Moro Islamic Liberation Front
> afsplitsing einde jaren 1970 van het MNLF, onder leiding van Hashim Salamat
> doelstelling: een onafhankelijke, islamitische Moro-staat
> achterban vooral onder Maguindanao sprekende groepen uit het voormalig sultanaat Maguindanao
> Hashim Salamat studeerde in het buitenland, onder andere aan Al Azhar Universiteit in Cairo, in het kader van een van de vele programma’s uit het Midden-Oosten om de islam breder en beter te verspreiden door het aanbieden van studiebeurzen aan moslimstudenten uit armere landen.
> onderhandelt momenteel met de regering van de Filipijnen over een vredesakkoord

Abu Sayyaf Group
> afscheuring van het MILF eind jaren 1980, onder leiding van Abdurajak Janjalani
> leiders van ASG kregen hun opleiding in Afghanistan. Ze behoren tot de jongere, meer internationalistische lichting moslimstrijders.
> Sinds de dood van Abdurajak heeft de jongere broer -Khadaffi Janjalani- het roer overgenomen en is de ASG in religieus-crimineel vaarwater terechtgekomen.

WIE IS WIE IN ZUID-THAILAND

Barisan Revolusi Nasional (BRN)
> Opgericht in 1960
> Voor een onafhankelijk Patani
> Moslim-socialistisch, anti-imperialistisch, anti-kapitalistisch

Pattani United Liberation Organisation (PULO)
> Opgericht in 1968
> Nationalistisch, ideologische banden met Arabische groepen

Barisan Nasional Pembebasan Pattani (BNPP)
> Opgericht in 1971, door oudstudenten uit Egypte, Pakistan en Saudi-Arabië
> Conservatief islamitisch
PULO splitte in 1981, BRN viel uiteen in drie fracties in 1984. Dit proces van splitsen en hergroeperen is voortdurend doorgegaan en maakt het uiterst moeilijk om een helder beeld te krijgen van de huidige actoren.

Gerakan Muhajidin Islam Patani (GMIP)
> Opgericht in 1995 door een in Libië getrainde strijder, die in Afghanistan gevochten had
> Voor onafhankelijk Patani, binnen een internationale islamistische agenda

Nieuwe opstand
> 4 januari 2004: uitstekend voorbereide aanval op een legerkamp in Narathiwat, waarbij meer dan 400 aanvalswapens buitgemaakt werden.
> 28 april 2004: een tiental gelijktijdige aanvallen in de verschillende provincies, door een groep die zichzelf Broederschap van het Eeuwige Oordeel van God noemt. Geen wahabistische, maar eerder een soefistische inspiratie. In totaal laten 105 aanvallers het leven.
> 25 oktober 2004: protestbetoging in Tak Bai, een dorpje op de grens met Maleisië, loopt uit de hand. Het leger antwoordt met massale arrestaties en deporteert honderden mensen, opeengestapeld in vrachtwagens. Resultaat: 78 mensen sterven door versmachting.
> Momenteel vallen er dagelijks slachtoffers bij individuele aanslagen of aanvallen op politieposten. Ook boeddhistische monniken zijn al aangevallen. Het geweld kan zowel van opstandelingen, smokkelbendes als paramilitaire bendes komen.

WIE IS WIE IN ACEH

Gerakan Aceh Merdeka (GAM), Beweging voor een Vrij Aceh
> Opgericht in 1974 door een nakomeling van de laatste sultan van Aceh
> Geen religieuze agenda, wil onafhankelijkheid voor Aceh
> Ondertekende op 17 juli 2005 in Helsinki een Memorandum of Understanding met Jakarta. Dat moet in 2006 leiden tot echte vrede en meer autonomie binnen de Indonesische staat.
> Tegen einde maart 2006 moet het Indonesische parlement een nieuwe wet voor Aceh stemmen, waarin economische afspraken en politieke regels vastgelegd worden. Monitoring Mission (AMM), gezamenlijke missie van EU en ASEAN om de uitvoering van de Helsinki Akkoorden op te volgen. Mandaat loopt in principe af half maart.

Door de dertigjarige opstand was Aceh grotendeels afgesloten van de buitenwereld en ook van de politieke omwentelingen in Indonesië op het einde van de jaren 1990. In die periode ontstonden allerlei radicale islamitische bewegingen. Sommigen waren door en door Indonesisch (Lashkar Jihad, Front Pembela Islam, Majelis Mujahidin Indonesia), andere zijn sterk op het Midden-Oosten gericht (Jamaah Ikhwan al-Muslimin Indonesia heeft banden met de Moslimbroeders uit Egypte, terwijl Hibz al-Tahrir gesticht werd in Jordanië). De meeste van de bewegingen hebben geweld gebruikt bij het nastreven van hun politieke agenda.

Jemaah Islamiyah
> Ondergrondse beweging die uit is op een strikt islamitische natie Indonesië, als opstap naar een transnationaal islamitisch kalifaat in Zuidoost-Azië
> Verantwoordelijk voor de aanslag in Bali in oktober 2002, de aanslag op het Marriott Hotel in Jakarta in 2003, de aanslag op de Australische ambassade in 2004, de aanslagen in Bali van oktober 2005…
> Voornaamste kaders kregen opleiding in Afghanistan
> Kreeg geen voet aan de grond in Aceh

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur