Trump erkent Jeruzalem als hoofdstad Israël

Focus alstublieft. Kan het nu over Palestijnse rechten gaan?

gnuckx CC BY 2.0

Journaliste Tine Danckaers blikt terug op de eerste buitenlandse reportage die ze voor MO* maakte, over de nederzettingenbouw in en rond Oost-Jeruzalem. Een Amerikaanse ambassade in Jeruzalem leek nog ondenkbaar, maar de grond van de Palestijnen werd toen al wel gretig ingelijfd.

Het was 2005. Jeruzalem werd mijn eerste buitenlandse reportage voor MO*. Het was de eerste keer dat ik, moe van mijn eigen nervositeit en onwennigheid, mijn koffer van de ene kant van de oude stad helemaal naar de andere kant, door de uitgestorven soeks van Oost-Jeruzalem, moest sleuren. Omdat de Israëlische taxi vertikte naar de Palestijnse Damascuspoort -veel dichter bij mijn slaapplaats- te rijden.

De allereerste keer

Het was de eerste keer dat ik de beladen lucht van het oude Jeruzalem inademde, de Al-Aqsamoskee en de Klaagmuur zag. Het was de eerste keer dat ik de waanzin pal voor mijn ogen zag toeslaan toen minstens vier takken van een gedeelde godsdienst met elkaar in de clinch gingen en de Heilig Grafkerk tijdens paasnacht tot oorlogszone uitriepen.

Het was de allereerste keer dat ik tegenover die volstrekt onzinnige en surreële constructie stond: ‘De Muur’, een torenhoog betonnen bouwsel, gemaakt om een bevolkingsgroep uit te wissen. Het was de eerste keer dat ik in de rij voor Kalandia checkpoint aanschoof, om te merken hoe de meest vreemde eend in de bijt het snelst van Israëlisch grondgebied in Ramallah –bezet Palestijns grondgebied– geraakte. Een internationaal paspoort van Belgische signatuur is beschamend en letterlijk grensoverschrijdend, besefte ik als nooit tevoren.

‘De Israëlische nederzettingen in Oost-Jeruzalem rezen als clichématige paddenstoelen uit de Palestijnse grond’

Nooit eerder had ik met kolonisten gepraat om te ontdekken dat deze jonge lefties niet matchten met het prototype van de woeste kolonist dat ik in gedachten had. Ze woonden in Har Homa en French Hill, in hun ogen politiek correcte buitenwijken van het Israëlische West-Jeruzalem, in realiteit wel degelijk neergepoot op Palestijnse grond.

Terwijl we samen barbecueden, kregen Palestijnen, een paar kilometer verderop, toegangsverbod tot de al-Aqsa-moskee, het gevolg van rellen. Die rellen waren dan weer het gevolg van demonstraties van ultranationalistische Joden waarin ze de stad Jeruzalem uitriepen als hoofdstad van Groter Israël. Aan dat Groter Israël werd gebouwd, letterlijk. De Israëlische nederzettingen in Oost-Jeruzalem rezen als clichématige paddenstoelen uit de Palestijnse grond. In de Arabische wijk van de oude stad, steeg het aantal vlaggen van Israëlische kolonisten.

Op het diplomatieke matje geroepen

Terug in België leidden de reportage en andere stukken die we publiceerden hoofdredacteur Gie Goris en mij naar de toenmalige Israëlische ambassadeur in Brussel. Ambassadeur Jehudi Kinar wilde ons, met de “hulp” van de toenmalige minister van Ontwikkelingssamenwerking Armand De Decker, spreken over ‘onze toch wel gekleurde berichtgeving’.

‘Toenmalig ambassadeur Kinar ging niet in discussie over de kern van mijn schrijfsel, namelijk dat Oost-Jeruzalem de facto, tegen internationale wetgeving in, werd ingepalmd door Israël’

Dat de journaliste in de laatste reportage fouten had geschreven, zei Kinar een eindje in het gesprek, over mijn hoofd heen tegen Gie Goris. ‘Euh’, dat ik ‘die journaliste’ was en ‘over welke fouten’ het dan precies ging, kwam ik tussen. ‘Dat ze in Wadi Fukin helemaal geen aardbeien kweekten’, en dat ‘die ene straat niet in plek a maar in plek b lag.’

Het antwoord was geruststellend: ik beschouwde dit binnen het grotere geheel als futiele schoonheidsfouten. Maar zijn repliek was ook onthutsend. Kinar ging immers niet in discussie over de kern van mijn schrijfsel, namelijk dat Oost-Jeruzalem de facto, tegen internationale wetgeving in, werd ingepalmd door Israël.

Het was klaar: de ambassadeur volgde de lijn van de Jeruzalem-wet, een Israëlische wet uit 1980 waarin gesteld werd dat het complete en verenigde Jeruzalem de hoofdstad is van Israël, Oost-Jeruzalem inclusief.

Terug naar af

Ik keerde een aantal keren terug. Hoe vaker ik in Israël en de Palestijnse Gebieden kwam, hoe vaker ik, naast volhardende Palestijnse activisten, ook Palestijnen tegenkwam die beslist hadden om zich terug te trekken in gelatenheid. Natuurlijk waren ze boos, maar ook moegestreden. Ik herinner me een gesprek met een tapijtenverkoper, een dertiger. Toen ik hem vroeg of de Tweede Intifada nu officieel gestopt was, keek hij me vermoeid aan: ‘beslis zelf maar.’

‘Je wil de ene periode al afsluiten terwijl jullie, in het Westen, niet eens willen erkennen dat de kolonisatie van Palestina, begonnen in 1948, tot vandaag voortduurt?’

Hij vroeg me waar die behoefte toch vandaan kwam van ons, buitenlandse journalisten, om tijdlijnen te willen beheersen en momenten in te blikken. Dat is niet hoe de geschiedenis werkt, vond hij, en al zeker niet die van Palestina. ‘Je wil de ene periode al afsluiten terwijl jullie, in het Westen, niet eens willen erkennen dat de kolonisatie van Palestina, begonnen in 1948, tot vandaag voortduurt?’

Een gelijkaardig gesprek had ik met Mahmoud Jaddeh die me langs de geschiedenis van de Oude Stad had rondgeleid. Het wegdek rond de oude stad lag al open. De tramlijn –volgens Israël de upgrading van stedelijke mobiliteit— betekende voor de Palestijnen alweer een nieuwe scheidingslijn, waarbij de Jaffapoort definitief zou worden ingelijfd bij West-Jeruzalem.

We hadden het over de betekenis van de demarcatielijn uit 1949 en de betekenis van de bestaande VN-resoluties over Jeruzalem. ‘De impact van dat soort resoluties, VN-resolutie 478 of 242 –Jeruzalem als gedeelde stad van een Israëlische en een Palestijnse staat– is toch betekenisloos als je weet dat de wereld zaken blijft doen met Israël terwijl het die resoluties flagrant schendt. Als je weet dat de Verenigde Naties het lidmaatschap van Palestina niet eens willen erkennen?’

Hoop in een envelop

Een paar jaar later, in 2011, luisterde ik in de perszaal van de VN, tijdens de 66ste Algemene Vergadering in New York, naar de president van de Palestijnse Autoriteit. 'Wij, de Palestijnen, hebben één doel: zijn en blijven', verkondigde Mahmoud Abbas.

‘Wij, de Palestijnen, hebben één doel: zijn en blijven’

Een half uur ervoor had hij, tegen nogal wat internationale adviezen in, aan VN-secretaris Ban Ki-Moon een envelop overhandigd met de aanvraag tot lidmaatschap van de Palestijnen tot de VN. Een historisch moment, want de Palestijnen onderstreepten hier dat ze het recht hadden om volwaardige burgers te worden.

‘De tijd slaat dan toch gaten’, reageerde de Palestijnse Muhammed Jaradat uit Betlehem toen ik polste wat hij vond. Hij was altijd overtuigd geweest dat met veel geduld en tijd de situatie zou omkeren. In een gesprek over het vluchtelingenvraagstuk dat ik jaren ervoor met hem had, had hij ongeveer hetzelfde gezegd. ‘De Palestijnen zullen een plek krijgen, in één staat of twee staten, maar ze zullen nog veel moeten opgeven.’

Focus!

Toen, in 2011 kon niemand voorspellen dat Donald Trump president van de Verenigde Staten zou worden, en nog minder dat hij de Palestijnen een hak zou zetten door Jeruzalem als Israëlische hoofdstad te erkennen.

‘Kunnen we erop blijven focussen dat die woede puur het gevolg is van decennialang onrecht en onderdrukking van een bezet volk?’

Trump voedt daarmee ongewild ook opnieuw de terechte vraag van de Palestijnen naar de erkenning van een Palestijnse staat.

Ik lees het meermaals op Facebookprofielen van Palestijnen. De Palestijnse Dag van de Woede is half en er zijn intussen al twee Palestijnse doden en honderden gewonden gevallen.

De wereld knikt, het Palestijnse geweld was voorspeld, en buigt zich intussen over de vraag of er nu een derde intifada zal volgen. ‘Focus alstublieft!’ schrijft Sama uit Jaffa. ‘Kan het dan gaan waarover het moet gaan: over onze rechten? Kunnen we erop blijven focussen dat die woede puur het gevolg is van decennialang onrecht en onderdrukking van een bezet volk, goedgekeurd door de wereld?’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur