Duur, overbodig maar voor sommigen prestigieus en winstgevend

De witte olifanten van Mozambique

© Arne Gillis

De brug tussen de Mozambikaanse hoofdstad Maputo en het ingedommelde vissersdorpje aan de overkant van de baai is de langste hangbrug op het Afrikaanse continent. Maar de Mozambikanen zien er vooral een ‘witte olifant’ in – een uitdrukking in het Portugees voor een megalomaan project, gedoemd om te falen. Daar hebben ze in Mozambique ervaring mee.

‘De brug van de dromen’, zo omschreef de Chinese krant China Daily de hangbrug tussen de Mozambikaanse hoofdstad Maputo en het vissersdorp Katembe toen die in 2018 geïnaugureerd werd. Qua looks moeten we de Chinezen gelijk geven: het prestigeproject heeft heel wat weg van de beroemde Golden Gate-brug in Californië. Maar de hoofdstedelingen zien vooral een geldverslindend gedrocht. Een gedrocht dat bovendien amper gebruikt wordt.

38 bewegingen op de brug. Dat is wat een uurtje postvatten met zicht op de brug leert, op een late namiddag op een doordeweekse dag. Het grootste deel daarvan zijn autobussen.

38 bewegingen zijn verwaarloosbaar op een brug die vier rijstroken aan gloeiend asfalt telt

Privaat verkeer passeert nauwelijks, afgezien van een handvol SUV’s met Zuid-Afrikaanse nummerplaten. Het is alleszins verwaarloosbaar voor de vier rijstroken aan gloeiende asfalt die de brug telt.

Nog een observatie: er zijn voetgangers noch fietsers. Niet dat er van die laatste veel zijn in Maputo, maar toch. Dat er geen plaats voor hen voorzien is, getuigt niet van een ecologische of sociale reflex.

Hier spreekt de bekommernis van de gezagsdragers in het dossier-volksgezondheid: de regering wil vermijden dat de hoofdstedelingen van de brug naar hun dood springen.

© Arne Gillis

Brug Katembe — Maputo

Het prijskaartje: 785 miljoen dollar

De drie kilometer lange brug verbindt de hoofdstad Maputo met het ingedommelde stadsdeel Katembe aan de overkant van de baai, en verder naar de economisch belangrijke grens met Zuid-Afrika.

Samen met de brug werd ook de snelweg tussen Katembe en Kosi Bay, net over de grens in Zuid-Afrika, onder handen genomen. Waar dat tot enkele jaren geleden nog een veredelde zandweg was, strekt het asfalt zich nu kraakvers uit onder de wielen. Daarmee vermindert de reistijd tussen de Mozambikaanse hoofdstad en de grens met Zuid-Afrika van drieënhalf uur naar anderhalf uur.

Nuttig voor de reiziger. Maar met een prijskaartje van 785 miljoen dollar is de brug niet alleen de langste, maar ook één van de duurste in Afrika. Het grootste deel, 90 procent, werd opgehoest door de Chinese Export-Import Bank (Exim) in de vorm van een lening. De werken werden uitgevoerd door het eveneens Chinese China Road and Bridge Corporation (CRBC).

De vraag is of Mozambique zich dergelijke prestigeprojecten wel kan veroorloven. Mozambique bezet één van de laatste plaatsen op de Human Development Index, de lijst van de Verenigde Naties die peilt naar het ontwikkelingsniveau van landen wereldwijd. Wanbeheer en endemische corruptie hebben Mozambique in een erbarmelijke staat achtergelaten. The Economist beoordeelt de Mozambikaanse regeringsvorm als een autoritaire dictatuur, een etiket dat voorts amper wordt bedeeld in de zuidoostelijke regio van het Afrikaanse continent (behalve natuurlijk Zimbabwe). Irak scoort beter – om maar te zeggen.

In Maputo wonen bitter weinig mensen die de wegentol over de brug kunnen betalen

Het plan was om een deel van dat prijskaartje te recupereren in de vorm van tol. En dus sloegen de gestelde lichamen in de commissie belast met de prijsbepaling aan het rekenen. Gebaseerd op de waanzinnige schuld bij de Chinezen kwamen volgende bedragen uit de koker: 160 meticais (2,2 euro) per enkele oversteek voor gezinsauto’s en motorfietsen. De zwaarste vrachtwagens en bussen betalen tot 16,5 euro per enkele oversteek. Machibombo’s (grote bussen die dienen als publiek transport) krijgt daarop 75 procent korting.

Deze prijsbepaling illustreert vooral hoe erg de Mozambikaanse regering vervreemd is van haar eigen bevolking. De realiteit is dat er onder het particuliere publiek bitter weinig mensen zijn die deze prijzen kunnen betalen.

En anderzijds: als niemand de brug gebruikt omdat ze te duur is, hoe lang zal het dan duren, eer ze afbetaald raakt? Bedenkingen die voorlopig niemand binnen de Frelimo-regeringspartij heeft aangezet tot publieke introspectie, laat staan actie.

Conclusie: met een schamele 38 bewegingen per uur tijdens de spits kunnen ze in China fluiten naar hun centen. Een paar mensen in Maputo en Beijing zijn stinkend rijk geworden van de bouw. En het slaperige vissersdorpje Katembe voelt zich letterlijk over het hoofd gezien door de brug. De weg over de baai is geasfalteerd, maar de inwoners staan weer aan te schuiven voor de gammele veerbootjes over de baai van Maputo. Elders in het land (in de eerste plaats in de noordelijke provincie Cabo Delgado) vraagt de bevolking zich af: waarom blijven onze kapotte bruggen maanden, jaren in puin liggen?

Een “witte olifant”: een project geboren uit ontzettende megalomanie, groots en duur, maar nutteloos of op z’n minst overbodig

Zo krijgt ook de hoofdstad Maputo haar schoolvoorbeeld van wat ze ook in het Portugees een “witte olifant” noemen: een project geboren uit ontzettende megalomanie, groots en duur, maar nutteloos of op z’n minst overbodig. En in het geval van de hangbrug naar Katembe: op de poef betaald.

Jammer, want er zijn nochtans andere noden in het land. Het bovenste deel van Mozambique krabbelt moeizaam recht na de passage van twee verwoestende cyclonen vorig jaar. In het uiterste noorden zet een schimmige jihadistische groepering lokale wraakgevoelens jegens de falende overheid om in moordende haat.

Een inwoner van Maputo actief in de internationale diplomatie schetst in een paar beelden de toekomst van het hoofdstedelijke prestigeproject: ‘Binnen ongeveer een jaar zullen de eerste sfeerlichtjes van de hangkabels het begeven. Ze zullen niet vervangen worden. Betonrot gaat de boel beginnen aantasten, en in de daaropvolgende jaren zullen de eerste brokken van de brug vallen. Ik zeg het je, het wordt een ramp’, klinkt het.

© Arne Gillis

In Beira, ’s lands tweede stad, knikken de inwoners dan instemmend met het hoofd. Van door betonrot aangetaste witte olifanten kennen ze daar wel wat. Pal in het centrum ligt het Grande Hotel. Toen het opende in 1954 was het één van de meest luxueuze hotels op het Afrikaanse continent. Elke lift had er een liftjongen, er was een balzaal en een olympisch zwembad, allemaal gebouwd in Art Deco.

Maar net als de brug naar Katembe was dit project gedoemd om te falen. Er was financiële grootheidswaanzin tijdens de aanbouw. Nadien vond het beoogde publiek de stranden elders aantrekkelijker. Megalomanie en wanbeheer deden de rest. In 1963 sloot het hotel de deuren voor het grote publiek.

In de jaren die volgden werd het voormalige hotel een kraakpand voor de armste inwoners van de stad. Vandaag wonen er mensen wiens grootmoeder in het Grande Hotel is geboren. Het is nog maar de vraag of Maputo’s witte olifant ooit zo nuttig gerecycleerd kan worden.

© Arne Gillis

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur