'Roma hebben het recht aan hun kant'

‘Ik hoop dat ik straks in het Brussels hotel mijn ontbijt niet apart moet eten’, zegt Djordje Jovanovic vanuit Frankrijk aan de telefoon. De beleidscoördinator van het Europees Centrum voor Romarechten (ERRC) zegt het met een kwinkslag. De verwijzing naar het ontbijtincident dat een Roma-experte in een Zweeds hotel meemaakte, is echter een triest voorbeeld van de immense vooroordelen en sociale uitsluiting waartegen Roma moeten opboksen. Maar tegelijk is er hoop: mensenrechten kan je opeisen.

Vrijdag 4 april bezoekt de beleidscoördinator van het ERRC Djordje Jovanovic onze hoofdstad. Dan vindt in Brussel de derde Europese Roma-top plaats. Naar aanleiding van deze top lanceerde de belangenorganisatie RomaReact een petitie, die Jovanovic naar MO* doorstuurde. Bij wijze van intro. Daarin staat te lezen dat de sociaaleconomische situatie van Roma de voorbije tien jaar slechter is geworden.

De petitie roept op een einde te maken aan de stereotiepe beeldvorming over Roma als “onbetrouwbare, inactieve en incapabele onderburgers”. Wat de briefschrijvers nog het meest verontrust is de normalisering van het anti-Romadiscours door Europese politici en burgers. ‘Een fenomeen dat vandaag erger is geworden’, zo klinkt het.

© ERRC

Djordje Jovanovic

Het doorbreken van stereotiepen is de grootste uitdaging vandaag, zegt Djordje Jovanovic. Een correctie van onze beeldvorming is dringend nodig en moet aangepakt worden op alle niveaus. ‘Anders kom je geen meter vooruit met strategieën en high level praatgroepen.’

‘Een experte van Roma-afkomst werd door de Zweedse overheid uitgenodigd om te komen praten over discriminatie en woonwagenbewoners. Toen ze in tradtionele kledij haar ontbijt wou eten in het Sheraton, een verblijf betaald door de overheid, werd haar de toegang ontzegd. Ze moest haar croissant en koffie in de lobby van het hotel eten. Omdat ze er “anders” uitzag dan de gemiddelde Sheratonklant. Het incident zegt veel over de afstand tussen bakken goede wil en een boude realiteit waarin vooroordelen nog sterk zijn ingeburgerd.’

Romameisje met blauwe ogen

Het is kwestie om gisteren te starten, vindt Jovanovic. ‘Een duurzame gedragsverandering binnen de samenleving is een moeizaam proces. En soms worden vooroordelen zodanig uitvergroot in de media gebracht dat gedane inspanningen meteen worden weggeveegd.’

‘Herinner je de mediahype en hysterie rond Maria, het Romameisje met de blonde haren en blauwe ogen in Griekenland. Een paar dagen later al moesten de ouders van een Iers Romameisje ook een DNA-test laten doen om te bewijzen dat het wel degelijk om hun dochter ging. Kan je je voorstellen wat het betekent als jou zoiets overkomt?’

Zelf komt Jovanovic uit Servië, uit wat hij noemt ‘een bescheiden Romafamilie.’ Hij woonde in een typische Roma-enclave, sprak Romanes met zijn grootouders maar werd door zijn ouders wel opgevoed in de Servische taal. Dat, een sterk karakter en de tijdsgeest van toen gaven hem meer kansen om verder te studeren en hogere studies te voltooien. ‘Roma hebben nu meer te kampen met sociale uitsluiting dan twintig jaar geleden. Voor de Balkanoorlogen was de sociaaleconomische situatie van Roma beter. De meeste Roma hadden werk en begrepen het belang van onderwijs.’

Rozengeur en maneschijn was het echter ook weer niet. ‘Discriminatie en segregatie waren ook toen goed ingeburgerd. Ik werd bijvoorbeeld automatisch achteraan in de klas gezet. Maar ik droeg een brilletje en kon echt niet goed zien. Toen mijn ouders dat aan de leerkracht meldden, zou je denken dat de leerkracht me automatisch vooraan zou plaatsen. Nee, ze vroeg om een medisch attest mee te brengen als bewijs dat ik echt slechtziende was. Pas dan mocht ik naar voor.’

Djordje Jovanovic zette toch door. ‘Het klinkt niet echt bescheiden om dat van jezelf te zeggen,’ lacht hij, ‘maar je moest wel een heel sterk karakter hebben om als Roma hogere studies te gaan doen. Wat me ook wel heeft geholpen is het vroege besef, al dan niet bewust, dat ik als homo sowieso zou moeten vechten om een plek voor mezelf te veroveren.’

Derde Roma-top

Centraal op de agenda van de Roma-top op 4 april in Brussel staat een update over de voortgang van het EU-kader voor de nationale Roma-integratiestrategieën. Meer dan vijfhonderd vertegenwoordigers van EU-instellingen, nationale regeringen, lokale autoriteiten en het middenveld zullen zich op de top buigen over de Europese Romastrategie en over Roma-inclusie op lokaal niveau. Afgaande op de pover gestelde mensenrechtensituatie van Roma in een aantal lidstaten, zullen ze diep moeten buigen.

(c) Erwan Deverre

Parijs, 2013. Manifestatie tegen gedwongen uitzettingen van Roma.

Jovanovic beaamt dit. ‘Natuurlijk getuigt een beleidsinstrument als het Europese kader voor nationale Roma-integratiestrategieën 2020 alleen maar van goede intenties. Maar u hoort me meteen afkomen: het is niet voldoende. Want tot nu hebben veel EU-staten gefaald om ernstig werk te maken van die nationale stategieeën. Als er overigens al ergens strategieën worden bedacht, is dat vaak zonder consultatie van de betrokken groepen zoals de Romavertegenwoordigers zelf, het middenveld en lokale overheden.’

De lat ligt laag

Een groot probleem in de huidige Europese aanpak om lidstaten tot een betere integratie van Romaminderheden te bewegen, is het substantiële gebrek aan monitoring en controle, vindt Jovanovic.

Daardoor ligt de lat laag, ook om werk te maken van betrouwbare en volledige basisinformatie over de situatie van Romagroepen. ‘Dat is elementair, niet alleen om te kijken waar het exact mis gaat, maar ook om doelen te meten. Tegelijk is etnische registratie heel moeilijk, dat beseffen we. Dat maakt dat we in de meeste landen zelfs niet weten hoeveel Roma ze huisvesten.’

‘We zien ook dat nagenoeg overal de budgetten om degelijk werk te maken van Roma-inclusie ontoereikend zijn. Ook ontbreekt het aan een gerichte aanpak voor kwetsbare groepen zoals vrouwen en kinderen, en aan een adequate visie over kwaliteitsvol onderwijs. Nu worden kinderen misschien wel naar school gestuurd, maar vaak worden ze onder hun niveau georiënteerd. Ook om racisme en discriminatie operationeel aan te pakken of om gelijke toegang tot huisvesting te garanderen, mankeren strategische kaders. En zo kan ik nog wel even doorgaan.’

© Kristof Clerix

In de Bulgaarse stad Sliven wonen 15.000 Roma in een armoedige wijk achter het treinstation, ironisch omgedoopt tot Madesjda (“hoop”).

Juridische strijd

Het ERRC probeert als rechtencentrum via de legale weg overheden te dwingen om de sociale uitsluiting en discriminatie van Roma tegen te gaan. Volgens de Europese Mensenrechtenconventie hebben staten de plicht om kwetsbare groepen te beschermen. Is dat een bruikbaar instrument voor het ERRC?

Jovanovic: ‘In sommige Oost-Europese landen worden Romakinderen anno 2014 nog steeds in speciale scholen of klassen gestopt vanwege hun etnische achtergrond. Twee Roma wonnen vorig jaar, met medewerking van het ERRC, de zaak-Horvàth en Kiss versus Hongarije voor het Europees Hof van de Mensenrechten. Beide mannen waren als kind fout georiënteerd en in een school voor mentaal gehandicapte kinderen geplaatst. Géén alleenstaand geval. Het Hof oordeelde dat Hongarije de Europese Conventie voor Mensenrechten schond door Romakinderen systematisch in speciale scholen af te zonderen. Dat is een overwinning en bewijst dat we onze rechten kunnen opeisen.’

‘Er was ook de zaak-Winterstein versus Frankrijk, waarbij het ERRC derde partij was. Frankrijk werd daarbij veroordeeld door het Europees Hof omdat het de rechten van woonwagenbewoners schond door hen uit te zetten zonder een alternatieve oplossing te zoeken. Het ging over een grote groep woonwagenbewoners die al tientallen jaren op gronden woonden die bestemd waren voor beschermde natuurbehoudzones.’

‘We hebben wel degelijk een bondgenoot in de Europese Mensenrechtenconventie’

‘Dus ja, we hebben wel degelijk een bondgenoot in de Europese Mensenrechtenconventie. Ook het Europees Sociaal Charter en VN-conventies voor burgerrechten en tegen racisme zijn nuttige instrumenten. In de eerste plaats gaat het dan om middelen om politieke druk te zetten, meer dan sancties op te leggen aan staten.’

Wederzijds belang

Tien jaar werkt Jovanovic intussen voor het ERRC. Wat hij jammer vindt, is dat in al die jaren lidstaten er nog altijd niet in slagen het wederzijdse belang van Roma-inclusie te zien. ‘Overheden gaan zo gemakkelijk mee in het politieke anti-Romadiscours. Een inclusief beleid is in het voordeel van de hele samenleving en niet alleen in die van de Roma zelf. Het is de taak van een overheid om dat uit te leggen.’

Ook al gaan de veranderingen traag, toch is Jovanovic hoopvol. ‘Er zìjn tenminste veranderingen. Er zijn juridische precedenten waarbij Roma het recht aan hun kant kregen. En tien jaar geleden was er geen begrip dat Roma-inclusie als beleidsthema dringend moest worden aangepakt. Het moet meer worden dan dat, maar nu bestaat het kader tenminste.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift