Bezorgd over de kinderen, bedreven in virtuele sociale relaties

Hoe ervaren anderstalige ouders het afstandsonderwijs?

© Eva Vlonk

Ayşenur: ‘Ik leer samen met mijn kinderen. Ik kijk mee over hun schouder en probeer zo goed mogelijk te volgen.’

Hoe beleef je afstandsonderwijs als je de taal en schoolcultuur net leert kennen? Kyra Fastenau belde met 5 anderstalige mama’s. Hun kinderen sporten met YouTube, maken taken op Bingel en oefenen hun Nederlands met Ketnet. Maar buiten komen ze niet. ‘In al die weken ging ik maar één keer de deur uit, voor de schoolboeken van mijn kind.’

Vorig jaar rond deze tijd maakte ik voor het onderwijstijdschrijft Klasse een reportage op basisschool Klavertje Vier, midden in het Brusselse Maximiliaanpark. Ik bezocht er een openklasmoment en sprak met ouders die onze taal en schoolcultuur net leerden kennen. De voorbije weken dacht ik vaak aan hen. Hoe zouden deze mensen afstandsonderwijs ervaren?

Ik stel de vraag aan Rein Callewaert, die oudergroepen in 2 Brusselse basisscholen begeleidt, vanuit het Centrum voor Basiseducatie Brusselleer. ‘Waarom vraag je het niet aan de ouders zélf?’, stelt ze voor.

In tijden van afstand houden is het niet gemakkelijk om kwetsbare gezinnen te bereiken. Niet alle ouders stonden open voor een interview, maar Rein vond een vijftal mama’s bereid om met me te spreken.

En dus gingen we deze paasvakantie samen op virtuele “huisbezoeken”. Via videochat maakten we een tour langs Evere, Jette en Molenbeek. Waar het leven zich terugplooit op enkele vierkante meters, terwijl buiten de zon schijnt en sirenes loeien.

Vijf Brusselse mama’s

Khadija zit tot in de puntjes verzorgd klaar. ‘We hebben net ontbeten en nu werken mijn drie dochters voor school. Mijn tweeling zit in het derde leerjaar, mijn jongste in de tweede kleuterklas. Gelukkig heb ik brave dochters die graag bezig zijn. Ze houden van lezen, tekenen en knutselen. En ze helpen me met kleine dingen: de tafel afruimen, hun speelgoed opruimen.’

Ook Nabila heeft 3 kinderen. Die zijn jonger en stuiteren regelmatig door het beeld. Thuis in quarantaine zitten met twee peuterdochters en een erg actief zoontje van vijf omschrijft ze als ‘prison’. ‘Normaal helpen grootouders en tantes bij de opvoeding, maar tijdens corona valt dat allemaal weg.’

Zahra is blij dat we bellen. ‘Ciao! Wij vervelen ons nogal dezer dagen.’ Zoon Ryan, eerste leerjaar, zwaait van achter zijn tablet. ‘We zijn met z’n tweeën. Ryans vader zit in Italië, waar hij zorgt voor zijn ouders. Gelukkig is niemand ziek, maar ik volg het nieuws toch op de voet.’

Voor Meenakshi is het even wennen, zoveel thuis zitten. ‘Mijn man is software engineer bij een Amerikaans bedrijf. Ik volg vier dagen Nederlandse les. Nu draait alles om de zorg voor ons driejarige zoontje. Mijn huiswerk voor het CVO (centrum voor volwassenenonderwijs, red.) en zoektocht naar werk staan op een laag pitje.’

Ayşenur is juist druk bezig om haar Nederlands te onderhouden. ‘Voor mijn twee kinderen (tweede kleuterklas en derde leerjaar), maar ook voor mezelf. Mijn cursus Nederlands als tweede taal was al afgerond, en het is maar de vraag of het vervolgtraject in mei kan starten. Daarom leer ik samen met mijn kinderen. Ik kijk mee over hun schouder en probeer zo goed mogelijk te volgen. De mails van de juf haal ik door een vertaalmachine.’

© Eva Vlonk

Khadija, mama van een kleuter en twee lagereschoolkinderen: ‘Ik heb echt schrik om naar buiten te gaan. Op de tram zitten mensen zo dicht op elkaar. ‘

Geen financieel en sociaal vangnet

Sinds België in lockdown ging (de maatregel waarbij iedereen zoveel mogelijk moet binnenblijven, red.), waagden Khadija en haar dochters zich slechts eenmaal op straat, om schoolboeken en werkbundels op te pikken. ‘Ik heb echt schrik om naar buiten te gaan. Op de tram zitten mensen zo dicht op elkaar. Gelukkig kregen we de correctiesleutel via de post.’

Afgesloten van de buitenwereld zijn deze moeders allerminst. Ze hebben familie in verschillende landen en volgen internationale nieuwswebsites.

Ook de andere moeders zitten al weken binnen. Ze zien de zon door het raam of op hun balkon. De kinderen krijgen hun dagelijkse portie beweging via YouTube. En de vaders brengen letterlijk het brood op de plank: zij gaan naar de winkel en uit werken.

De mannen van Khadija en Ayşenur hebben een essentieel beroep: als vrachtwagenchauffeurs staan ze in voor onze bevoorrading. Ook Nabila’s man maakt lange dagen: ‘Hij is zelfstandige in de bouw. Het werk neerleggen vanwege corona, dat kan hij zich niet veroorloven.’

Meenakshi maakt zich zorgen over werkzekerheid. ‘De situatie in de Verenigde Staten ziet er niet goed uit. Wat als mijn man zijn job verliest? Mij lukt het maar niet om werk te vinden. Ik heb een marketingdiploma, maar mijn Nederlands en Frans zijn nog niet vloeiend genoeg. Kunnen we wel in België blijven als de kosten te hoog oplopen?’

Zahra staat er alleen voor, maar ook zij waagt zich niet buiten. ‘De huisbaas doet onze boodschappen. Ik kan het echt niet riskeren. Wie zorgt er voor mijn zoon als ik ziek word? Mijn zus woont in Parijs. Zij is zwanger, haar man heeft kanker. Het zijn moeilijke tijden.’

Financiële zorgen heeft Zahra niet. Wel mist ze een uitgebreid sociaal netwerk, aangezien haar dichte familie in het buitenland woont. ‘Mijn zoon en ik zijn op elkaar aangewezen. Als hij in bed ligt, bel ik met familie in het buitenland. Ook Ryan mist zijn leeftijdsgenoten. Via filmpjes in de oudergroep kon hij toch zijn klasgenootjes even zien.’

Liever digitaal onderwijs dan naar school

‘Voor mij verandert zo’n lockdown niet veel. Mijn sociaal contact verliep vóór corona al via videochat.’

Ook al komen ze niet buiten, afgesloten van de buitenwereld zijn deze moeders allerminst. Ze hebben familie in verschillende landen, ze spreken meerdere talen en volgen internationale nieuwswebsites. Dat lockdowns in Italië, Spanje en India een pak verder gaan dan bij ons, beïnvloedt wellicht ook hun keuze om binnen te blijven.

‘Voor mij verandert zo’n lockdown niet veel’, lacht Ayşenur. ‘Ik kwam naar Brussel toen ik met een Turkse Belg trouwde. Al mijn familie en vrienden zitten in Turkije. Mijn sociaal contact verliep vóór corona al via videochat.’

Wat digitaal afstandsonderwijs betreft, zijn deze tech savvy moeders niet de meest kwetsbare groep. Computers en een internetverbinding zijn voor deze vijf geen probleem. Toegegeven, zelf helpen bij nieuwe leerstof zien ze echt niet zitten. Maar hun kind naar school sturen terwijl het virus rondwaart, nog veel minder.

‘Huiswerk begeleiden is moeilijk’, vertellen Khadija en Nabila. ‘Gelukkig hebben we via Facebook en WhatsApp een goed contact met de juffen. Ze geven veel video-opdrachten, dat helpt. Dan zie je wat de bedoeling is van bijvoorbeeld een knutselopdracht. En als we iets niet begrijpen, sturen we de juf een voicebericht.’

© Eva Vlonk

Meenakshi: ‘Mijn zoontje van drie blijft thuis tot het virus volledig is uitgeroeid.’

Zahra’s zoon Ryan leert vlot. ‘Hij maakt al zijn opdrachten op de tablet. Zijn huiswerk voor de hele week had hij in een dag af. Voor extra taken verwees de juf ons naar Bingel.’ Om toch een beetje afwisseling te hebben, zijn Zahra en Ryan aan het koken geslagen. ‘We maken pasta, couscous en taarten. Koken is ook leren: nieuwe woordenschat, verhoudingen berekenen…’

Als extra zorg wegvalt

‘Op school stoomde de logopedie hem klaar voor de overstap, nu doe ik dat zelf. Elke dag oefenen we een uurtje de basics.’

Maar wat als je kind een leerprobleem heeft? Of als de school weinig ondersteuning biedt? De zoons van Nabila en Ayşenur gaan volgend jaar naar het eerste leerjaar. Zij zijn absoluut gebaat bij extra zorg.

‘Op school stoomde de logo hem klaar voor de overstap, nu doe ik dat zelf’, zegt Nabila. ‘Elke dag oefenen we een uurtje de basics: het alfabet, de kleuren, tellen. Maar sommige zaken vind ik moeilijk. Voorzetsels bijvoorbeeld, die ken ik niet allemaal in het Nederlands. Het doet me verdriet dat ik mijn zoontje niet optimaal kan ondersteunen. Hij heeft het al zo moeilijk op school. Met nieuwe leerstof wordt het helemaal een uitdaging.’

Ayşenur vreest dat haar zoontje straks ook bij de logo terechtkomt. ‘Ik hoor van andere Turkse mama’s dat dit gebeurt, omdat de zinsconstructie in onze taal omgekeerd is. Maar daarom heb je nog geen spraakprobleem.’ Dat haar zoon van de juf enkel bewegingstussendoortjes krijgt, maakt het er niet gemakkelijker op.

Maar Ayşenur trekt haar plan. ‘We gebruiken oude werkboeken van mijn dochter, van het eerste leerjaar, om letters te leren. Via YouTube oefenen we het Nederlandse alfabet. En dankzij de oudergroep van Rein hebben we Ketnet ontdekt. Nu kijken we elke dag naar Karrewiet en Nachtwacht. Ik zet ondertitels op en leer zelf ook bij.’

Thuis een taalbad

Ook Meenakshi doet haar best om haar zoontje thuis een taalbad te geven. ‘We luisteren veel naar fundels, Dikkie Dik is favoriet. Zelf spreken we Tamil en Engels. Maar als mijn zoontje speelt, hoor ik soms Nederlandse woorden.’ In de instapklas klinkt meer Nederlands. Toch blijft Meenakshi’s zoon, die nog niet leerplichtig is, thuis tot het virus volledig is uitgeroeid.

Andere moeders met jonge kleuters, zoals Khadija en Nabila, overwegen hetzelfde te doen. ‘Laat kleuterleraren de draad langzaam oppikken als we helemaal coronavrij zijn. Laat ze deze verwarrende periode uitleggen aan onze kinderen. En laat ons een feestje geven, wanneer we het virus hebben overwonnen!’

Oudergroepen en brugfiguren van centra voor basiseducatie, zoals Rein Callewaert (op foto), maken een groot verschil voor anderstalige ouders.

Tot het zover is, zijn deze vijf moeders even “juf”. Ze slaan zich erdoor, elk op hun eigen manier. Dat ze polyglot zijn en vlot met een smartphone kunnen werken, is een groot voordeel. En geldt zeker niet voor alle ouders. Maar ook Rein, de brugfiguur van Brusselleer, maakt een groot verschil. Zonder haar had ik deze diepte-interviews niet kunnen voeren.

Om samen les te geven met anderstalige ouders, is een vertrouwensrelatie essentieel. Het helpt als de leraar meerdere talen spreekt. Geduld helpt ook: een interview duurde gemiddeld drie kwartier. Maar ik zag de mens achter de maatschappelijke uitdaging. En dat was me elke minuut waard.

Laaggeletterden en afstandsonderwijs

De moeders in dit artikel gaan vaak naar de oudergroepen in de school van hun kind. Die zijn een initiatief van Brusselleer, een van de dertien Centra voor Basiseducatie in Vlaanderen en Brussel. Ze bieden leertrajecten aan laaggeletterde volwassenen, zowel Nederlands- als anderstaligen.

Voor die kwetsbare doelgroep is afstandsonderwijs niet evident:

  • Veel van hen hebben financiële zorgen en een beperkt netwerk.
  • Niet iedereen heeft internet en een computer, of kan ermee werken.
  • Instructies lezen, schrijven en zelfstandig leren zijn moeilijk voor hen.

Dat alles bemoeilijkt hun eigen leertraject én dat van hun kinderen.

 

Dit artikel verscheen eerder op Klasse.be.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift