In Hongarije toont Orbán hoe elitair de “strijd tegen de elite” is

De Hongaarse premier Viktor Orbán was de eerste regeringsleider in de Europese Unie die de Amerikaanse president-elect Donald Trump steunde. Dat zij via de democratie een volksopstand kanaliseren, is duidelijk. Maar wat doen zij met hun mandaat? Groeit er een model voor autocratie in Europa? MO* sprak met hoofdrolspelers in Boedapest.

© Pieter Stockmans

Herdenkingsplechtigheid voor de opstand van 1956 aan het parlementsgebouw in Boedapest

Boedapest, 23 oktober 2016. De Hongaarse premier Viktor Orbán staat voor een paar duizend aanhangers op het plein voor het parlementsgebouw. Precies zestig jaar na het uitbreken van de Hongaarse Opstand tegen de toenmalige stalinistische dictator Mátyás Rákosi, vergelijkt hij zijn rebelse houding tegenover de Europese Unie met de revolte van toen.

Orbán steunde in 1989, na de ondergang van de communistische volksrepubliek, de transitie naar een liberale democratische rechtsstaat. De grote ommekeer naar autocratie begon toen zijn partij Fidesz in 2010 opnieuw aan de macht kwam, ditmaal met een tweederdemeerderheid.

‘Dit is een van de laatste kansen om dat proces te stoppen’, vertellen demonstranten die Orbáns toespraak met een fluitconcert verstoren. Maar volgens de vooraanstaande Hongaarse econoom János Kornai is Hongarije al een autocratie.

Orbán noemt zijn model liever “illiberale democratie”.

De Amerikaanse journalist Fareed Zakaria kwam in 1997 met deze term. Orbán is de eerste leider van een EU-lidstaat die hem zonder schroom overneemt. Vorig jaar kreeg het kleine Hongarije navolging van Polen, het qua bevolking op vijf na grootste land van de EU.

Tijd om het Orbán-model te bestuderen.

Protectionistisch sausje

‘Fukuyama en zijn einde van de geschiedenis? Onzin’, zegt Orbáns woordvoerder Zoltán Kovács. ‘Het post-1989-tijdperk is voorbij. De liberale democratische rechtsstaat is niet langer de eindbestemming van hervormingen in Oost-Europa.’

Net zoals de opmars van Trump is die van Orbán geworteld in de financiële crisis van 2008. Onder druk van de Europese Commissie begon de sociaaldemocratische premier Ferenc Gyurcsány in 2006 de publieke uitgaven terug te schroeven.

Hij had gelogen over het begrotingstekort, waardoor hij de ene verkiezingsbelofte na de andere moest breken. Op privatiseringen en besparingen had hij de kiezer niet voorbereid. Het kwam tot demonstraties en geweld in Boedapest.

De financiële crisis van 2008 heeft de neoliberale mondialisering zo diep geschokt dat het oude beleid nooit meer op de nieuwe wereld kan passen.

Toch voerde Gyurcsány, in ruil voor een IMF-reddingspakket van 20 miljard euro, een besparingsbeleid dat de gewone Hongaar trof. Toen legde Fidesz de basis voor zijn verpletterende verkiezingsoverwinning vier jaar later.

‘Ik was verblind door hervormingsdrang, ik had de bevolking meer tijd en uitleg moeten geven’, zegt Gyurcsány.

Volgens de Poolse politicoloog Jan Zielonka was dat het begin van de zogenaamde contrarevolutie, “het tweede kind van de revolutie van 1989”. De financiële crisis van 2008 heeft de neoliberale mondialisering zo diep geschokt dat het oude beleid nooit meer op de nieuwe wereld kan passen. Achterblijvers gebruiken namelijk de democratie om via een contrarevolutie aan de macht te komen.

‘Het waren sociaaldemocraten – ex-communisten – en liberalen die zo goed als alle publieke diensten hebben geprivatiseerd’, zegt Kovács. ‘Toen Orbán in 2010 aan de macht kwam, wilde het IMF weten of wij dat pad ook zouden bewandelen, maar wij besloten het onorthodox aan te pakken. Gewone mensen nog langer laten betalen voor de crisis zou het extremisme alleen maar aanwakkeren.’

Om de begroting in evenwicht te brengen, belastte Orbán buitenlandse bedrijven in de banksector, de telecommunicatie, de kleinhandel en de energiesector. Delen van de energiebedrijven werden genationaliseerd. De regering wilde zelf de energieprijzen bepalen om het concurrentievermogen van Hongaarse bedrijven te verhogen.

Orbán trok ook neoliberale maatregelen door. Die kreeg hij gewoon beter verkocht dan Gyurcsány omdat hij ze opdiende met een protectionistisch sausje.

Staatsgreep van de oligarchie

‘Nationalisme is alleen de ideologische dekmantel voor centralisering van economische macht en herverdeling van welvaart naar een informeel netwerk van politici en ondernemers’, zegt József Péter Martin, directeur van Transparency International Hungary.

‘Orbán veranderde Hongarije in een oligarchie, niet een waar zakenlieden de macht hebben, maar waar Orbán zelf beslist wie een goede of slechte oligarch is. De corruptie die voor 2010 al bestond, heeft Orbán niet bestreden, maar gereorganiseerd met zichzelf als centrale spil.’

‘Orbáns nationalisme is de ideologische dekmantel voor het wegsluizen van welvaart naar een informeel netwerk van politici en ondernemers.’

Tussen 2014 en 2020 stroomt een enorm bedrag uit het EU-Cohesiefonds Hongarije binnen: 25 miljard euro. In 2016 alleen al loopt dit op tot 6% van het bbp. Met het geld kunnen overheden publieke aanbestedingen uitschrijven om de infrastructuur te verbeteren. Een soort Marshallfonds voor Oost-Europa.

‘Met dat geld van de Europese belastingbetaler wordt een Hongaarse elite rijk’, zegt Martin. ‘In de helft van de publieke aanbestedingen is er geen competitie.’

‘In 20% van de gevallen – voor de ommekeer van 2010 was dat nog maar 10% – is er zelfs geen publieke aanbesteding, maar gaat het contract onmiddellijk naar bedrijven dicht bij Fidesz.

Vandaag zijn dat drie oligarchen: Lőrinc Mészáros, de burgemeester van Felcsut, het dorp waar Orbán opgroeide; Orbáns schoonbroer; en een goede vriend.

De vrije markt kan een land beschermen tegen de vorming van een oligarchie. Politiek liberalisme – checks and balances – beschermt een land dan weer tegen “te veel democratie”: een dictaat van de meerderheid en de schending van individuele rechten.

© Marton Gergely

Links: regeringswoordvoerder Zoltán Kovács. Rechts: Népszabadság-hoofdredacteur Marton Gergely

Marktnadeel voor onafhankelijke media

De media zijn een eerste rem op de macht. In Hongarije probeert Orbán daarom ook commerciële media te controleren.

De commerciële televisiezender TV2 bijvoorbeeld was tot 2014 eigendom van de Europese mediagroep ProSiebenSat1. Die verkocht TV2 aan twee stromannen, die doorverkochten aan Lajos Simicska, toen nog een bondgenoot van Orbán.

Maar Orbán vond dat Simicska te veel macht kreeg dankzij bouwprojecten met het Cohesiefonds en besloot in 2015 om Simicska’s mediabedrijven te belasten.

Fidesz richtte een centrale toezichtsinstantie op om de vrije markt in medialand aan te sturen en ervoor te zorgen dat trouwe media een marktvoordeel krijgen.

Simicska was zo woedend dat hij in concurrerende media onthullingen deed over Orbán. Daarom wil Orbán een nieuwe rechtse pro-regeringsmediagroep uitbouwen. De recente sluiting van de linkse krant Népszabadság (‘Volksvrijheid’) moeten we in dat licht zien, volgens hoofdredacteur Marton Gergely.

Népszabadság, de grootste krant van Hongarije en tot 1989 de spreekbuis van de Hongaarse Socialistische Arbeiderspartij, kwam terecht bij de Oostenrijkse zakenman Heinrich Pecina. Die had nooit eerder geïnvesteerd in media en zijn naam duikt op in de Panama Papers.

In oktober verkocht hij Népszabadság aan Lõrinc Mészáros, burgemeester van het dorp waar Orbán opgroeide.

Dat proces werd gestuurd door een centrale toezichtsinstantie die Fidesz in 2010 had opgericht om de vrije markt in medialand aan te sturen en ervoor te zorgen dat trouwe media een marktvoordeel krijgen.

De toezichtsinstantie had de fusie tussen de Zwitserse mediagroep Ringier, aanvankelijk eigenaar van Népszabadság, en Duitse mediagroep Axel Springer geweigerd tenzij een deel zou worden verkocht aan Pecina, waaronder dus Népszabadság.

De website van de krant werd gesloten. Mészáros zelf kreeg toegang tot al het journalistieke onderzoek over hoe hij was opgeklommen van loodgieter tot een van de rijkste Hongaren. ‘Ik kan niet eens bij mijn eigen archieven’, zegt hoofdredacteur Gergely.

Sommigen suggereren dat er genoeg oligarchen zijn die bij Orbán uit de gratie raakten en die de redactie zouden kunnen voortzetten om de regering te ondermijnen. Simicska bijvoorbeeld.

Maar dat kwaliteitsmedia een voortdurende speelbal zijn in mediaoorlogen tussen pro- en anti-Orbán-oligarchen is niet bevorderlijk voor de persvrijheid.

‘Het is niet nodig om journalisten op te sluiten als zelfcensuur het werk doet via opgelegde financiële onzekerheid.’

Ook wilde Orbán televisiezenders een marktvoordeel bezorgen tegenover RTL Klub, een van de laatste autonome privézenders. In 2014 legde de regering adverteerders een progressieve verkoopbelasting op. 81% van de inkomsten uit deze belasting kwamen van RTL Klub.

De Duitse eigenaar Bertelsmann diende een klacht in bij de Europese Commissie wegens inbreuk op de EU-mededingingsregels. Achter de schermen zou Bertelsmann de berichtgeving over corruptie hebben afgezwakt in ruil voor lagere belastingen.

‘Het is niet nodig om journalisten op te sluiten als zelfcensuur het werk doet via opgelegde financiële onzekerheid’, zegt Márta Pardavi, voorzitster van het Hungarian Helsinki Committee, een ngo die toeziet op het respect voor de rechtsstaat.

© Pieter Stockmans

De politie vort een cordon tussen anti-Orbán-betogers en Orbán-aanhangers tijdens de herdenking van de opstand van 1956.

Vrije en oneerlijke verkiezingen

Sinds 2010 gebruikte Fidesz haar tweederdemeerderheid meermaals om op eigen houtje de grondwet te wijzigen. Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat sommige amendementen ongrondwettelijk waren, waarna Fidesz de grondwet wijzigde om het Hof te verbieden daarover te oordelen.

Veroordelingen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Europees Hof van Justitie volgden.

Regeringspartij Fidesz veranderde sinds 2010 de kieswetten zevenmaal om haar meerderheid te beschermen.

Fidesz veranderde sinds 2010 de kieswetten zevenmaal om zijn meerderheid te beschermen. Als de nieuwe regels voor 2010 van kracht waren geweest, had Fidesz ook toen de verkiezingen gewonnen.

De OVSE besloot dat ‘de regeringspartij een onrechtmatig voordeel had dankzij restrictieve campagneregels’: Fidesz had bijna alle aanplakborden gehuurd – die waren eigendom van bevriende zakenlui.

En commerciële media mochten alleen gratis politieke reclame uitzenden. Omdat dat niet rendabel was, deden ze dat niet. Alleen de staatstelevisie zond dus politieke reclame uit – en dat was vooral de kiescampagne van regeringspartij Fidesz.

‘Zelfs als verkiezingen ondanks die campagneregels en kieswetten een nieuwe coalitie aan de macht zouden brengen, zou Fidesz voldoende hefbomen behouden om de nieuwe regering te ondermijnen’, zegt ex-premier Gyurcsány.

‘Fidesz ontsloeg topambtenaren voor het einde van hun termijn en benoemde vertrouwelingen met een termijn van twaalf in plaats van negen jaar.’

© Pieter Stockmans

‘Van zwak land naar sterk thuisland’ en ‘Boedapest voorwaarts’. Raam van Fideszaanhanger met portretten van Orbán en Boedapest-burgemeester Tarlós

Middenveld verdacht gemaakt

In mei 2014 liet de regering mensenrechtenorganisaties doorlichten die geld kregen uit een publiek Noors fonds. Dat was volgens de regering bedoeld ‘om de politieke oppositie vanuit het buitenland te financieren via pseudo-ngo’s.’

Een halfjaar later viel de politie de kantoren van de ngo’s binnen. Een directrice werd geboeid weggeleid onder het oog van de camera’s. Dat er uiteindelijk geen enkel bewijs van wanbeheer of schendingen werd gevonden, kreeg amper aandacht in de media.

De boodschap voor het publiek was afgeleverd: ook al is er geen wet tegen buitenlandse financiering zoals in Rusland of Israël, toch maakte de regering er een blaam van.

‘Bijstand aan vluchtelingen ressorteert tegenwoordig onder terreurdreiging.’

Márta Pardavi is directeur van Hungarian Helsinki Committee, één van de getroffen NGO’s. Ze won een rechtszaak tegen de regering. In oktober moest de regering publiek maken wie de doorlichting had bevolen. Dat was premier Orbán zelf. ‘Het bewijs dat Orbán dit alles coördineert’, zegt Pardavi.

Zelfs projectfinanciering van de EU wil Pardavi niet meer aanvragen. ‘Die Europese fondsen worden via de regering beheerd. Een regering die raids uitvoert tegen kritische NGO’s kunnen we geen toegang bieden tot onze bankrekening.’ Opnieuw een vorm van zelfcensuur.

Hun juridische bijstand aan vluchtelingen en rechtszaken tegen beleidsmaatregelen waren succesvol in 80% van de zaken.

Pardavi houdt er zelfs rekening mee dat ze afgeluisterd worden. ‘Fidesz-vicevoorzitter Szilard Nemeth zei in het parlement dat “22 ngo’s een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid”. Bijstand aan vluchtelingen ressorteert tegenwoordig onder terreurdreiging.’

Hongaarse mensenrechtenorganisaties krijgen ook geld van de Open Society Foundation van de Hongaars-Amerikaanse zakenman George Soros.

‘Het is zorgwekkend dat het geld van één man een hele zogenaamde civiele maatschappij financiert en de uitkomst van binnenlandse democratische procedures beïnvloedt’, zegt regeringswoordvoerder Zoltán Kovács.

Dat doet Fidesz toch ook, met publieke middelen bovendien? ‘Ja, maar de regering heeft wel een electoraal mandaat’, reageert Kovács.

De intimidatie van ngo’s hield evenwel op toen de migratiecrisis begon. Vluchtelingen en migranten waren de nieuwe volksvijand.

Xenofobie als verkiezingsstrategie

De nieuwe autocraat gebruikt democratische verkiezingen, maar stelt wel alles in het werk om de meerderheid te winnen en te behouden.

‘Door de onthullingen over corruptie tijdens de mediaoorlog is Orbán als de dood om in 2018 zijn meerderheid te verliezen’, zegt Marton Gergely van Népszabadság. ‘Een coalitiepartner zou één eis hebben: dat Orbán niet de eerste minister is. En dan zou Orbán de greep op zijn imperium verliezen.’

Die coalitiepartner zou het extreemrechtse Jobbik kunnen zijn, op dit moment de enige echte uitdager van Fidesz. Samen kunnen ze een meerderheid halen om de illiberale staat te handhaven en de buit te verdelen.

‘Dat wij schone handen hebben, is het enige verschil met Fidesz’, zeggen ze bij het extreemrechtse en xenofobe Jobbik.

Dat is voorlopig buiten Jobbik zelf gerekend. ‘Dat wij schone handen hebben, is het enige verschil met Fidesz’, zegt Gábor Staudt, adjunct-fractieleider van Jobbik.

Volgens een onderzoek van Transparency International beschouwt 80% van de jongeren corruptie als een groot probleem. Een kans voor Jobbik, dat de proteststemmen zal oogsten.

Tegen 2018 wil de partij klaar zijn om het land te besturen. Ze ging van dorp tot dorp en repte amper over haar xenofobe programma. De bijeenkomsten gingen over de zelfverrijking van Fidesz “terwijl de armen creperen”.

De vluchtelingencrisis kwam net op tijd voor Fidesz. De regering vergrootte de angst voor vluchtelingen, waarna de populariteit van Orbán en Fidesz weer steeg. Vooral de nadruk van de Europese Commissie op de verplichte EU-quota voor de opvang van vluchtelingen heeft Orbán geholpen.

Hij en zijn spin doctors zetten alles op alles om dit nieuwe grote verhaal over nationale soevereiniteit en verzet tegen het dictaat van “Brussel” uit te spelen. Voor de organisatie en de campagne van het referendum van 2 oktober 2016 tegen de EU-quota gebruikte de regering ongeveer 40 miljoen euro uit de overheidsbegroting.

‘Elk groot verhaal is louter en alleen bedoeld om een verkiezingsoverwinning te behalen met een meerderheid, zodat hij die kan blijven inzetten als cover story om zijn greep op de staat en de economie te bedekken’, zegt ex-premier Gyurcsány.

Omdat maar 40% van de kiezers kwam opdagen (van wie wel 98% tegen de verplichte quota stemde), was het referendum niet rechtsgeldig. Niettemin zou Orbán de uitslag interpreteren als een mandaat om in Brussel stevig van zich af te bijten.

© Pieter Stockmans

‘Blijf thuis. Blijf in Europa! Ga niet naar Orbáns valse referendum!’ Ex-premier Gyurcsány uitgekrast.

Autocratie in de EU?

Orbán is erin geslaagd een autocratie in de EU te vestigen. De inbreukprocedures hielpen de Europese Commissie via de ngo’s aan informatie over wetswijzigingen en beleidsmaatregelen, maar konden het afglijden naar autocratie niet stoppen.

De afgelopen twee jaar krijgt Orbán zelfs geen kritiek meer – de EU richt haar pijlen nu op een veel grotere lidstaat die elementen van het Orbán-model invoert: Polen. Eind oktober legde de Poolse regering de aanbevelingen van de Europese Commissie naast zich neer.

De Commissie staat onder druk om deze keer wél tot het uiterste te gaan. Als ook Polen de inbreukprocedure doorstaat, is het bewijs geleverd dat de illiberale democratie een nieuwe Europese staatsvorm kan zijn.

‘Orbán vindt het prima dat de West-Europese eurosceptici de EU hoofdpijn bezorgen. Zo wint zijn verhaal over de nationale soevereiniteit aan invloed.’

‘De Europese Volkspartij, de fractie waar Fidesz en ook CD&V in het Europese parlement deel van uitmaken, blokkeert het debat over de rechtsstaat omdat ze Orbán beschermt’, zegt Europarlementslid Bart Staes van Groen.

Kan het Orbán-model zich ook verspreiden naar West-Europa? Na de Brexit en de overwinning van Trump mag een overwinning van Wilders of Le Pen in 2017 geen verrassing meer zijn.

‘Orbán vindt het prima dat deze West-Europese eurosceptici de EU hoofdpijn bezorgen’, zegt Csaba Tóth van het liberale Republikon Institute. ‘Zo wint zijn verhaal over de nationale soevereiniteit aan invloed.’

© Pieter Stockmans

De Fidesz-denktank Századvég liet het boek “De aanval op de natiestaat” van de Nederlandse euroscepticus Thierry Baudet vertalen

Toch heeft Orbán veel te verliezen als de eurosceptici winnen. Hij overleeft dankzij het EU-Cohesiefonds. Niet anti-EU extreemrechts, maar traditionele centrumrechtse pro-EU-elites vormen daarom Orbáns actieterrein.

‘Alternative für Deutschland pikt kiezers van alle centrumpartijen in’, zegt Zoltán Kovács. ‘De Europese Volkspartij zal verschrompelen als ze vasthoudt aan haar liberale standpunten. Daarom probeert Orbán centrumrechts illiberaal te maken, in plaats van met extreemrechts in zee te gaan. Dat is een les voor de West-Europese landen.’

Dat betekent nog niet dat de illiberale staat naar West-Europa komt. ‘In West-Europa zijn instituten nog sterk en kunnen populistische partijen geen meerderheid behalen’, zegt József Péter Martin van Transparency International. ‘Zij kunnen de staat dus niet overnemen zoals Orbán dat in Hongarije heeft gedaan.’

Wat we wél verliezen is de consensus over waar een democratische transitie moet eindigen. Dat verzwakt de geloofwaardigheid van democratisering in de rest van Europa. Door de verregaande verstrengeling van economie en politiek hebben politici meer te verliezen dan enkel hun ambt. Ze klampen zich vast aan de macht omdat die hen toegang biedt tot de hefbomen van de economie.

Veel politiek geweld in de wereld begint als burgers het vertrouwen verliezen in verkiezingen als middel om een overgang van de macht te regelen. Binnenkort ook in de EU?

‘Misschien zullen we opnieuw vechten, zoals de opstandelingen in 1956’, zegden demonstranten tijdens het fluitconcert tegen Orbáns toespraak op 23 oktober.

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur