Over leven en overleven in het verarmde Port Arthur, Texas

De terugkeer van de olie-industrie: ‘Economie gaat boven alles, ook boven de stadsbewoners’

Port Arthur aan de Golf van Mexico is zeker nog geen Detroit wat misdaad en verval betreft, maar de stad — zo groot als Terneuzen of Moeskroen — is er slecht aan toe. Het aantal misdrijven ligt bijna zestig procent hoger dan het Amerikaanse gemiddelde. Daarnaast is het er ultiem smerig. Niemand gaat er vrijwillig wonen, zeker niet in de West Side, een buurt ingeklemd tussen spoorlijn en zware industrie. Vlak ernaast begint downtown waar gebouwen, uit de tijd dat de stad nog het kloppend hart van de Texaanse olie-industrie was, al tientallen jaren lang leeg staan. Er was ooit een plan om Hollywood uit te nodigen om de binnenstad te gebruiken voor explosiescènes.

© Inge Hondebrink

Port Arthur

Nu een grote oliemaatschappij dit voorjaar een koopcontract tekende voor twee van de historische gebouwen met het doel ze te restaureren, is er kans op kentering. Lokale activisten Hilton Kelley en Michelle Smith wachten geduldig af: ‘Slechter dan nu kan het niet worden.’

De 33-jarige Nederlands-Amerikaanse Michelle Smith kwam zes jaar geleden naar de West Side om voor haar oma te zorgen. Die overleed vorig jaar waardoor Michelle alleen achterbleef.

Oma Smith trok in de jaren vijftig van het platteland van Louisiana naar Port Arthur waar een kwart van de bevolking in de raffinaderijen werkte. De havenstad had al in 1923 het grootste olieraffinaderijencomplex ter wereld. Er werd een World Trade Centre gebouwd en een imposant federaal postkantoor. Tot ver in de vorige eeuw bloeide de stad. Net ‘little New York’, zei oma altijd. Zakenlieden van heinde en verre logeerden in het tien verdieping tellende Beaux Arts-Hotel Sabine. Niet ver daarvandaan maakte oma olietanks schoon.

‘In deze stad gaan mensen van mijn leeftijd er vanuit dat ze aan kanker doodgaan’

‘Ze was een taaie’, zegt kleindochter Michelle. Maar toen ze over rugpijn begon, was de tumor al te groot. De kanker van oma Smith is niet uitzonderlijk in Port Arthur; het is eerder bijzonder dat ze 81 werd. Michelle: ‘Wat mij schokt is dat in deze stad mensen van mijn leeftijd er vanuit gaan dat ze aan kanker doodgaan.’

In Port Arthur heb je vijftien procent meer kans op kanker dan in de rest van Texas, hart- en ademhalingsziekten komen vier keer zo veel voor als elders in de staat en bijna iedereen heeft wel oor-, neus- of keelklachten. En, niet te vergeten, jeuk van terugkerende huiduitslag. De mensen van de West Side krijgen bijna dagelijks benzeen, koolmonoxide, zwaveldioxide en andere gifstoffen over zich heen. En dat al vele decennia.

Port Arthur is niet alleen smerig, maar ook gevaarlijk. Het aantal moorden is er twee maal zo hoog als in de rest van de Verenigde Staten. Tien per honderdduizend. Ter vergelijking: in België en Nederland is het nog geen twee.

Een ontmoeting met de lokale activist Hilton Kelley tijdens een buurtonderzoek naar gezondheidsklachten, deed Michelle besluiten om ondanks de vervuiling en de criminaliteit toch in Port Arthur te blijven. Hij vroeg haar of ze mee wilde werken met zijn bewonersassociatie CIDA. Haar Nijmeegse studie bedrijfskunde kon goed van pas komen, dacht hij. Michelle hoefde niet lang na te denken: ‘Hier in Port Arthur kun je ècht een verschil maken. Het is te gek voor woorden wat mensen dagelijks moeten inademen.’ Sindsdien strijdt ze samen met Mr. Kelley – zoals ze hem altijd noemt – tegen vervuiling en vóór herstel van de stad.

© Inge Hondebrink

Michelle Smith

‘Iedereen had hoofdpijn’

Bij een glimmende SUV staat de twee meter lange Hilton Kelley te wachten. ‘In je lange leren jas’, lacht Michelle, ‘voor serieus bezoek!’ De nu bijna zestigjarige activist en dichter werd pal naast de enorme Valero-raffinaderij geboren. ‘Het stonk elke dag naar zwavel.’ Daar kreeg hij hoofdpijn van maar ‘iedereen had hoofdpijn’. Zijn moeder was bij zijn geboorte zeventien, een jaar later volgde nog een broertje. Ze woonden in bij oma in appartement 1202E van de Carver Terrace Housing Project, het eerste sociale woningbouwproject in de West Side.

Kelley kan nog steeds het Port Arthur van zijn jeugd voor zich halen. De mensen van de West Side werkten als zeeman of in een van de fabrieken. Hun kinderen kochten ijsjes in het drive-in ijssalon. ‘We fietsten met zijn allen naar de Seven Up-fabriek om door het raam naar de ronddraaiende flessen te kijken’. Hij herinnert zich nog de nachtclubs met het Bring Your Own Bottle-beleid. Hij wil dat de stad weer gaat leven.

Na Carver Terrace volgden meer sociale woningbouwprojecten. Al snel woonde tweederde van de vijftienhonderd huishoudens in goedkope huurflats. Tussen deze Afro-Amerikaanse buurt en het toen nog bruisende Port Arthur reden dagelijks olietreinen van de raffinaderijen naar de zeehaven. Wanneer de bellen rinkelden, kon niemand de wijk in of uit — ook ambulance, brandweer en politie niet. Pas eind jaren zestig werd er een tunnel onder het spoor aangelegd. Kelley: ‘Er moest eerst een kind sterven. Omdat de spoorbomen dicht waren, heeft hij het ziekenhuis niet meer gehaald.’

Het huis van Michelle Smith ligt net achter de spoorlijn in de West Side. Een neon reclamezuil aan het begin van Terminal Road meldt in kleurige letters: West Port Arthur – City by the sea. Sommige straten zijn maar half bebouwd. Waar ooit huizen stonden, groeit nu kniehoog onkruid. Verderop bij lichtblauw geschilderde appartementenblokken oogt het wat vrolijker. Verboden voor wapens, zegt een bordje. Voor een van de appartementen gluurt een vijftal mannen vanonder hun hoodies naar passerende auto’s. Aan een ijzeren trap zit een pitbull vastgebonden. Hij kan net niet bij zijn water.

Bij Michelle op de hoek zat tot vorig jaar een crackhouse. Het pand is inmiddels gesloopt maar er zijn nog steeds twee illegale kroegen op loopafstand, zegt ze. Een daarvan heeft als bijnaam ‘Bucket of blood’. Een verlaten huis aan de overkant van de brede Houston Avenue die dwars door de West Side loopt, zit vol kogelgaten.

Haar huis verkopen, is geen optie. Het brengt — als er al een koper te vinden is — niet meer op dan twintigduizend dollar. Michelle heeft oma’s pistool geërfd en ze vertrouwt op haar grote zwarte hond Sirius die alleen voor haar aardig is. ’s Avonds gaat ze niet uit, ze mijdt groepen mensen: ‘Er is altijd wel iemand met een mes of pistool’. Om het kwaad te bezweren ligt haar bijbel thuis open op Psalm 91: Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.

Heroïne-epidemie

We rijden verder de West Side in. Aan het eind van Terminal Road stopt Hilton Kelley bij een hoog hek. Na de sloop van Carver Terrace bleef een zwaar vervuild terrein achter. Het verhaal van Carver Terrace is het geijkte verhaal van de Amerikaanse getto’s. Terwijl Hilton rondfietste met zijn vriendjes, raasde er een heroïne-epidemie door de West Side. Moeder kreeg een boyfriend die verslaafd raakte, er was geweld en frustratie. Toch zegt Hilton Kelley dat er ook veel trots in de buurt was. Hij valt stil. Dan zegt hij: ‘Als ik hier ben, voel ik geesten. Ik houd van deze gemeenschap. Alleen moesten mijn broer en ik om hier te overleven wèl leren vechten.’ Als Hilton en zijn broer bij ruzie op straat naar binnen vluchtten, stuurde ma ze zo weer naar buiten: ‘Get your ass out and fight! Dat zei ze. Je móest hard zijn. Wij hadden alleen onze vuisten; nu zijn ze gewapend.’

‘Als ik hier ben, voel ik geesten. Ik houd van deze gemeenschap, maar om hier te overleven, moesten mijn broer en ik wel leren vechten’

Hilton Kelley is achttien als zijn leven een radicale wending neemt. Na een avondje disco komen de twee broers thuis. Het is twee uur en ze vrezen dat hun moeder kwaad zal zijn. Ze horen gekerm. In haar trainingspak ligt ze op bed; een rood gaatje in haar slaap. Ze maken het schoon maar hebben niet door hoe ernstig het is. De volgende ochtend brengen ze haar toch naar het ziekenhuis. Het is dan 25 februari 1979. Bernardine Kelley gaat direct onder het mes. Er zit een kogel onder haar schedel. Twee dagen later bezwijkt ze op 35-jarige leeftijd. Hilton: ‘Het voelt nog steeds als een shock. Ze werd weggerukt uit ons leven.’

De broers zinnen op wraak. Maar hun stiefvader heeft connecties bij de politie en wordt beschermd. Het verlangen naar vergelding blìjft. Maandenlang. Tot Hilton een droom krijgt. Over zijn moeders met bloed doordrenkte nachtjapon die hij onder in de wasmand vond. Op een huifkar dendert hij door een stadje vol saloons. De zweep kletst over de paardenruggen. Hilton heeft een gestreept gevangenispak aan. Rechts naast hem zit een persoon op de bok. ‘Ik kon mijn hoofd niet draaien, maar ik voelde een nachtjapon over mijn benen strijken. Ik voelde mijn moeder, en een vrouwenstem zei: “Ik zei dat je het niet moest doen, kijk waar je nu bent.” Toen ik mijn hoofd draaide, werd ik wakker.‘

© Inge Hondebrink

Hilton Kelley

Die droom doet Kelley realiseren dat wraak zinloos is. Dat hij zeker in de gevangenis zou belanden, iets waar zijn moeder altijd bang voor was geweest. Hij besluit Port Arthur te verlaten en meldt zich aan bij de marine. Zes jaar later neemt hij eervol ontslag waarna hij stuntman in Hollywood wordt. Af en toe bezoekt hij zijn broer in Port Arthur maar de levendige stad van zijn herinneringen lijkt onder zijn ogen af te sterven. De mooie gebouwen downtown staan op instorten, de straten zijn leeg en het zwembad van zijn jeugd is groen van de algen. De stadsbewoners leven langs elkaar heen. ‘Ik dacht: waarom wordt mijn stad, door zoveel geld omringd, aan haar lot overgelaten?’ Terug in Hollywood blijft het knagen. Hij wordt overweldigd door het gevoel dat hij terug moet gaan om het Port Arthur van zijn jeugd weer tot leven te brengen. Als hij zijn voornemen deelt met zijn vrienden van de tv-show verklaren ze hem voor gek: ‘Ga je echt terug naar dat shitstadje?’

Rond de eeuwwisseling arriveert Hilton Kelley weer na 21 jaar met wat spaargeld in zijn geboorteplaats om er te blijven. ‘Wat je nodig hebt is de wilskracht van de mensen en die is er in Port Arthur. En ik heb die zeker. Ik kan me geen wereld voorstellen zonder een stad genaamd Port Arthur, Texas.’ Hij richt de bewonersassociatie CIDA op, de Community In-power and Development Association. Hij leert mensen hoe ze de luchtkwaliteit kunnen checken, dient namens hen klachten in en haalt de federale milieudienst EPA erbij. Op de EPA-monitorlijst stijgt de West Side met rasse schreden naar de top van smerigste gebieden in de Verenigde Staten.

Goldman Environmental Prize

Als Motiva in 2006 weer eens wil uitbreiden, dwingt Kelley een ‘good neighbour agreement’ af waarin de raffinaderij een fonds voor lokale bedrijvigheid toezegt. Een jaar later krijgt CIDA gedaan dat het vele boetegeld voor illegale uitstoot en andere milieu-overtredingen deels terugstroomt naar de gemeenschap. Valero betaalt dan voor het lokale gezondheidscentrum, Motiva voor het gemeenschapshuis.

Voor zijn inzet ontvangt Kelley in 2011 de prestigieuze Goldman Environmental Prize. Het meest recente succes waar Michelle hard aan meewerkte, is de door Valero betaalde, voor groenten bestemde, stadstuin. Broodnodig, want als je langs de Houston Avenue Port Arthur uitrijdt, kom je pas na zeven mijl benzinepompen en fastfoodtenten een echte supermarkt tegen. ‘Ze zien eindelijk in dat ze iets terug moeten geven’, sneert Kelley.

© Inge Hondebrink

Port Arthur

Terwijl de stad naar de verdoemenis ging, bleef de industrie groeien. De West Side kwam steeds meer in de knel. Tegelijkertijd werd het werk specialistischer. De beter opgeleide middenklasse verdween naar naburige steden. Bij elke ploegwisseling staan er nu files vanuit het Texaanse binnenland. In de West Side van de stad waar de minder bedeelden achterbleven, steeg de werkloosheid tot ongekende hoogte.

Ondertussen is de honger naar land nauwelijks te stillen. Eigenaar van de Motiva-raffinaderij, de Saoedische staatsoliemaatschappij Saoedi Aramco, wil komende jaren 6,6 miljard dollar investeren in Port Arthur en andere locaties langs de Golfkust. Ook de Valero-raffinaderij dijt gestaag uit in afwachting van de drieduizend kilometer lange Keystone XL pijpleiding voor Canadese teerzandolie. Het omstreden project dat Obama stillegde, werd niet lang na Trumps aantreden hervat. De twee mega-raffinaderijen verwerken nu al meer dan zestien miljoen liter olie per dag. Toch valt Amerika’s grootste raffinaderij Motiva met zijn bijna vijftienhonderd hectares nauwelijks op in het glooiende landschap van staal, steen en asfalt. Op nog geen tachtig meter van het met camera’s en bewapende bewakers beveiligde industrieterrein zijn tieners fanatiek aan het basketballen. Daar lag ook Carver Terrace dat een paar jaar geleden door bemiddeling van Hilton Kelley onbewoonbaar werd verklaard.

Tegenover de Kamer van Koophandel in Procter Street staat het ooit fameuze Hotel Sabine. De orkanen Rita in 2005, Ike in 2008 en negen jaar later Harvey hebben het hoge gebouw geen goed gedaan. Om de hoek is het Soul Food-Restaurant van Kelleys vrouw Marie dat sinds Harvey gesloten is en nu dient als CIDA-kantoor. Er staat een noodcaravan in het tuintje. Kelleys huis is nog niet opgeknapt: ‘Als het klaar is, hang ik een roeiboot aan de dakgoot’, zegt hij lachend.

Terwijl in toeristische badplaatsen de hotels allang weer open zijn, is in Port Arthur nauwelijks iets hersteld. Er staan veel auto’s geparkeerd in de doorgaans lege Procter Street. Nog steeds zijn de autoriteiten bezig met de schade-afwikkeling van orkaan Harvey. Vandaag kun je op de begane grond van het stadskantoor een aanvraag doen voor een bijdrage om je huis op te knappen.

© Inge Hondebrink

Port Arthur

Lalaland

Op de derde verdieping wacht de 72-jarige voorzitter van de Kamer van Koophandel Bill McKoy ons op. Hij is vijfde generatie Texaan en doet die status eer aan met zijn handgemaakte kangoeroeleren laarzen. Net als Hilton Kelley heeft ook hij het beste voor met Port Arthur, maar, zo benadrukt hij: economie gaat boven alles, ook boven de stadsbewoners. Dat luchtvervuiling hun gezondheid ondermijnt, gelooft hij niet. Dat is “activistenpraat”. De “fabels” over klimaatverandering vindt hij een “scare tactic”. Om zo controle over de mensen te krijgen. Puur socialisme! ‘Dinosaurussen stierven al uit door klimaatverandering en de mensheid bestond toen niet eens.’ Hij vindt het heel goed dat Amerika niet meer meedoet aan het Klimaatakkoord van Parijs: ‘Trump zegt: Zorg voor jezelf, ga door met wat je altijd deed en geef de wereld wat ze wil: ons gas!’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Bill McKoy ziet geen toekomst zonder fossiele brandstoffen, en daarbij speelt Port Arthur een sleutelrol. Daarom krijgen de bedrijven aantrekkelijke belastingvoordelen. ‘Zij gaan voor alles. Ik ben een realist. Zo zit de wereld in elkaar. Wie anders denkt, leeft in Lalaland!’

‘Zonder industrie zou de wereld niet bestaan. Free enterprise stuwt dit land met zijn dollars voort, niet de regering’

Je kan stellen dat Port Arthur en vooral de mensen van de West Side zijn opgeofferd voor de vooruitgang. En de schoorsteen moet blijven roken, vindt McKoy. Maar waar liggen voor Port Arthur de grenzen aan de groei? Volgens de voorzitter van de Kamer van Koophandel zijn die er niet. Wat hem betreft wijkt de hele binnenstad voor de grote bedrijven. ‘Zonder industrie zou de wereld niet bestaan. Free enterprise stuwt dit land met zijn dollars voort, niet de regering.’

In Port Arthur is te veel sociale woningbouw waar kinderen voor galg en rad opgroeien, vindt hij. ‘Ze krijgen alleen op school wat te eten en worden thuis niet geknuffeld. Deze mensen jagen de middenklasse de stad uit.’ Op weg naar de lift raadt hij ons aan vooral het Museum of the Gulf Coast verderop in de straat nog te bezoeken. De enige toeristische bezienswaardigheid van Port Arthur. We kunnen er alles vinden over stadgenoot Janis Joplin.

© Inge Hondebrink

Bill Mckoy

Hilton Kelley ziet de toekomst van Port Arthur anders. Als Motiva straks het monumentale postkantoor en het World Trade Building heeft gerestaureerd, wordt alles beter, hoopt hij. Ook het beroemde negentig jaar oude Hotel Sabine staat te koop voor 400.000 dollar. Motiva heeft al interesse getoond. Opknappen en verwijderen van asbest kost naar schatting drie miljoen dollar. Het gebouw moet ook nog ingericht, maar uiteindelijk is het een koopje, denkt hij. Vele honderden kantoormensen zullen in de binnenstad werken. Kelley: ‘Dit is precies wat we al jaren willen, met industriegeld de lokale bedrijvigheid aanjagen.’ Een deel van de stad verkopen aan een van de grootste raffinaderijen ter wereld is voor Port Arthur waarschijnlijk de enige kans om uit de as te herrijzen.

Misschien krijgen dan ook de rondhangende jongeren van de West Side een kans. ‘We moeten ze klaarstomen voor een nieuwe toekomst’, zegt Hilton Kelley enthousiast.

Dure koffie en fancy food

Uit een grote loods in de West Side klinken ‘s avonds woeste kreten: hands up – one two – good shot. In de ring slaat een tiener met een band om zijn dreadlocks met volle kracht in op zijn coach. Ex-bokser Kenneth Shepherd werkt als vrijwilliger in de Lion Hearted Boxing Academy. ‘Met meer mensen als die man’, hij wijst naar Kelley, ‘zou de wereld heel anders zijn.’ CIDA steunt de boksclub. ‘Ieder kind dat we van de straat kunnen houden, is winst.’ Hilton Kelley vult aan: ‘Boksen is meer dan vechten, alles draait om discipline.’ De regels in de club zijn strikt: geen alcohol, geen drugs, niet rondhangen, op tijd komen en geen afzakkende getto-jeans. ‘We maken ze kampioen, dat geeft zelfvertrouwen. En we drukken hen op het hart dat onderwijs boven alles gaat.’

© Inge Hondebrink

Lion Hearted Boxing Academy

‘Ieder kind dat we van de straat kunnen houden, is winst’

Er breken andere tijden aan voor het verpauperde Port Arthur, dat is zeker. Zo lang de olie blijft stromen, groeit de petrochemische industrie. Kantoren naar de binnenstad verhuizen schept ruimte op het overvolle industrieterrein. Toch is het een verwarrende constatering dat vooral het fossiele energiebeleid van president Trump de stad nieuw leven geeft. Zeker na zoveel jaren uitstoot van giftige stoffen, en het verlies van zoveel geliefden aan kanker en andere ziekten. Kelley: ‘Maar goed, laat ze hun gang maar gaan, deze kans komt nooit meer.’

Hij is ervan overtuigd dat zijn jarenlange actie de reden is dat er nu eindelijk oog is voor de stad en haar bewoners. Er is een nieuwe manier van zakendoen ontstaan, zegt hij. ‘Ze kunnen niet langer doen waar ze zin in hebben zonder eerst met ons en onze wensen rekening te houden. Ze weten dat wij hun plannen kunnen dwarsbomen.’

De vraag is wel of de huidige bewoners straks de dure koffie en het fancy food op de benedenverdieping van Hotel Sabine nog kunnen betalen. En of de werkloosheid in de West Side echt zal dalen. Toch is Hilton Kelley optimistisch: ‘Ook voor onze mensen zal het leven beter worden. Michelle, ruk de champagne maar aan!’

© Inge Hondebrink

Port Arthur

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift