Vier jaar na de olie-inferno's in Noord-Irak: dringende schoonmaakoperatie blijft uit

Qayyara, de olievlek waar Irakezen thuis zijn

© Goran Tomasevic (Reuters)

November 2016: voetballende jongens voor olievelden die IS in brand stak in Qayyara, in mei van dat jaar.

Toen IS het Noord-Iraakse Qayyara verliet, in mei 2016, zette de terreurgroep daar de olie-installaties in lichterlaaie. Kilometerslange, gitzwarte wolkenvelden en oliestromen vervuilden er lucht, aarde, rivieren, meren en de mensen die er woonden. Vier jaar later is het zwaar aangetaste gebied nog altijd niet schoongemaakt.

Vraag aan elk van de 25.000 inwoners van Qayyara wat de “Winter van IS” precies betekent, en je krijgt een somber verhaal dat helaas tot vandaag voortduurt. Qayyara, een stadje in het noorden van Irak, herinnert zich nog goed hoe die zogenaamde winter de zomer, de lucht en de grond zou verwoesten.

Het begon in het late voorjaar van 2016. De Iraakse staat was, samen met de coalitie geleid door de Verenigde Staten, in volle oorlog met terreurgroep IS. Die had twee jaar eerder de olievelden van Qayyara onder controle gekregen, en die waren voor haar een belangrijke bron van inkomsten geweest. Twee jaar lang tapte IS olie af voor eigen transportverbruik en voor verkoop aan groepen in het buitenland.

Toen de terreurorganisatie zich steeds meer in het nauw gedreven voelde, begon ze in mei 2016 de olieputten in brand te steken. De olie-inferno’s leidden tot gitzwarte, kleverige rookwolken, die de zomerdagen van Qayyara veranderden in één lange winternacht.

Het doel van IS: een rookgordijn optrekken tegen de luchtbombardementen en Iraakse troepen vertragen, maar ook economische schade en milieuschade toebrengen aan de Iraakse staat en samenleving. IS vernietigde ook de pijpleidingen, zodat de olie het land begon in te stromen.

In september van dat jaar heroverden Iraakse troepen de olievelden. Ze ontdekten dat de terreurgroep twintig olieputten in Qayyara in brand had gestoken. Sommige vuren bleven maar liefst negen maanden branden, staat te lezen in een rapport (2017) van de ngo PAX. Immense hoeveelheden toxische deeltjes werden op die manier in de lucht geblazen. De roetneerslag bedekte omliggende dorpen en steden en landbouwland met een zwarte deken.

De omgeving barstte van mijnen en explosieven die IS had achtergelaten en dat vertraagde het doven van de vuren enorm. Eind maart 2017 pas was de laatste brandende put gedoofd. Dikke trage oliestromen waren het land, de putten en rivieren in gelopen en hadden de huizen van omliggende dorpen en stadjes bereikt.

Verschroeide aarde in heel Noord-Irak

De tactiek van de verschroeide aarde werd niet alleen gebruikt in Qayyara. IS hanteerde hem heel specifiek met het oog op de hele Iraakse olie-industrie. Vooral de Iraakse conflictgebieden Salah ad-Din, Kirkuk, Nineve en Dyala in noordelijk Irak werden getroffen tijdens de bevrijdingsoorlog in 2016-2017. De schade aan het milieu was aanzienlijk.

‘74 olievervuilde sites in die gebieden werden in kaart gebracht’, zegt Hassan Partow. Hij volgt conflictgerelateerde milieuschade en herstelprogramma’s op voor het VN-Milieuprogramma (UNEP). ‘Vier clusters werden als prioritair bestempeld en als uiterst zorgwekkend wat schaal en ernst betreft. Qayyara is een van die clusters.’

Qayyara is wellicht de zwaarst getroffen en vooral grootste olievervuilde zone in Irak, zegt Partow. ‘Het is zeker de meest zorgwekkende zone, omdat dat gebied dichter bevolkt is. De andere clusters, in Kirkuk, Baiji en de Hamrin-bergen, zijn meer afgelegen en hebben minder bewoners. Voor de volledigheid: ook daar werden mensen getroffen, namelijk Irakezen die voor IS gevlucht waren en die daar in informele kampen woonden.’

Pierre Markuse / Flickr (CC BY 2.0)

Satellietbeeld van de brandende olievelden in Qayyara, januari 2017

Olie zo dik als honing, vol zwavel

‘De hoogste risicofactor voor de leefomgeving was vooral de rook met schadelijke stoffen, die bijna een jaar lang de lucht werd ingeblazen’, zegt Hassan Partow. ‘Wat de gevolgen voor de volksgezondheid op lange termijn zijn, weten we niet eens, want dat is nog niet ernstig onderzocht.’

‘In het regenseizoen werden de grond, de dieren, de huizen, de mensen letterlijk zwartgeregend.’

De Iraakse Taher Bahoo twijfelt er niet aan: de implicaties waren enorm voor de omwonenden. Bahoo is hoofd Midden-Oosten voor het Zweedse SEAB, een bedrijf dat zich specialiseert in petroleumafval en afvalbeheer. Na de IS-oorlog schakelde het Iraakse ministerie van Olie SEAB in om een milieurapport op te maken en een scenario uit te schrijven voor de schoonmaak van de site.

‘Het zwavelgehalte van de ruwe olie van Qayyara is hoog,’ verduidelijkt Bahoo, ‘hoger dan bijvoorbeeld dat van de lichte olie in Kirkuk: 5,8 tegenover 2 procent. Door de mijnen en boobytraps van IS konden de enorme brandhaarden niet meteen worden aangepakt. Eerst moest de ingenieursdivisie van het leger die wapens onschadelijk maken. Gevolg: bijna een jaar werden schadelijke zwavelbevattende wolken de lucht ingeblazen. In het winterse regenseizoen werden de grond, de dieren, de huizen, de mensen letterlijk zwartgeregend.’

Bahoo noemt het beeld van de olie over het land apocalyptisch. ‘Toen ik er de eerste keer kwam, in de winter, was de olie hard geworden. De olie van Qayyara is heel zwaar en dik, hij heeft meer weg van honing. Bij koude stolt de olie, om bij warmte opnieuw vloeibaar te worden. De tuinen van omwonenden, die er waren gebleven omdat ze geen andere optie hadden, lagen vol zwarte brokken. Daartussen bleven mensen groenten kweken.’

De impact van de olievervuiling op het grondwater in deze streek is onbekend. Ook daarover ontbreekt onderzoek. Maar volgens UNEP is de hoge viscositeit van de olie van Qayyara eerder geruststellend. ‘Daardoor zal de olie sneller stollen en dus langzamer in de grond trekken’, zegt Hassan Partow. ‘Maar verder onderzoek is absoluut nodig.’

Hoe kan je olievervuiling opkuisen?
Het Zweedse bedrijf SEAB gebruikt daar twee methoden voor: olieherwinning en/of bioremediëring:

1. Olieherwinning
Olie, water en vervuilde oppervlakten worden gescheiden met biochemische en thermo-mechanische scheidingstechnieken,
en eventueel verder geremedieerd.
2. Natuurlijke afbraak (bioremediëring)
Natuurlijke afbraaktechnieken van grond, zoet water en zout water die aangetast zijn door koolwaterstoffen. Simpel en kort gezegd: een slimme bacterie eet de koolwaterstoffen op en zet die om in vruchtbare compost

Historische vervuiling

Olievervuiling is helaas niet nieuw voor Irak. Er zijn olielekken in het oude en slecht onderhouden Iraakse pijpleidingennetwerk, en die leiden op nationaal niveau tot een chronische aaneenschakeling van incidenten. Olie-installaties vormen ook al decennialang en steeds meer een gedroomd doelwit voor terreuraanslagen, of voor oliediefstal door criminele en gewapende groepen.

‘Dat alles is een doorn in het oog van oliemaatschappijen, maar er gebeurt weinig tot niets om opgelopen milieuschade te herstellen’, zegt Hassan Partow. ‘Oliebedrijven in Irak zullen de olielekken dichten en pijpleidingen herstellen. Maar het schoonmaken van de vervuilde omgeving gebeurt zelden. In de meeste gevallen laat men de sites gewoon zo achter. Met alle kwalijke gevolgen voor omwonenden en ecosystemen.’

Toch zat er vorig jaar voor het eerst schot in de zaak. Al dreigen een paar actuele ontwikkelingen meteen een stevige streep door de rekening te halen.

Het Zweedse SEAB kreeg de opdracht van het Iraakse ministerie van Olie om een aantal vervuilde oliesites in Irak schoon te maken via de ‘natuurlijke afbraak’-procedure (zie kader). ‘Al in februari 2014 hadden we een contract getekend om historisch vervuilde sites schoon te maken’, zegt Taher Bahoo. ‘Maar nog geen half jaar later kwam IS. IS heeft de vervuiling enorm doen toenemen. Na de doortocht van IS hebben we ons contract geüpgraded om nieuwe sites schoon te maken, waaronder ook Qayyara.’

‘Onze eerste haalbaarheidsstudie was gericht op de schoonmaak van twee miljoen ton olie’, vervolt Bahoo. ‘Volgens onze nieuwe haalbaarheidsstudie betreft het nu zeven tot acht miljoen ton.’ Momenteel werkt SEAB al op vervuilde sites in Kirkuk. De opstart voor Qayyara laat nog op zich wachten. In het allerbeste scenario gokt Taher Bahoo op februari of maart 2021.

Corona triggert oliecrisis

Een stok in het wiel is de coronapandemie. Die deed de wereld en dus ook alle transport letterlijk stilstaan. Gevolg: de wereldwijde vraag naar olie daalde drastisch. Olielanden Rusland en Saoedi-Arabië boorden hun onderlinge prijs- en productieafspraken de grond in.

De prijs voor ruwe olie daalde wereldwijd drastisch. Dat heeft enorme gevolgen voor een olieproducerend land als Irak, dat ook weinig reserve heeft. En het heeft gevolgen voor projecten als de schoonmaak van Qayyara.

‘Het verdienmodel van SEAB is gericht op het schoonmaken en herwinnen van olie. Onze opdrachtgever, het Iraakse ministerie van Olie, brengt die dan op de markt’, zegt Bahoo. ‘Maar door de gekelderde olieprijzen zakt dat model nu in elkaar. Onze haalbaarheidsstudie gaat uit van een minimumprijs van 45 Amerikaanse dollar per vat, maar vandaag bedraagt die amper 35 dollar.’

Bovenop de coronacrisis en de daaraan gekoppelde oliecrisis beleeft Irak momenteel ook een interne politieke crisis. Die werd uitgelokt door volksprotesten in oktober 2019, die begonnen in het centrum en het zuiden van het land. Door de protesten tegen de regering stapte de vorige premier, Adel Abdul Mahdi, in november op. Het duurde een half jaar voor in mei een nieuwe regering werd gevormd, met als nieuwe premier Mustafa al-Khadimi.

‘Voor de protesten was er meer politieke wil om het land schoon te maken’, zegt Hassan Partow. ‘We gaven hier toen nog een training over in Kirkoek op vraag van de toenmalige minister van Olie. De training vond plaats onder de vleugels van het Iraakse staatsbedrijf NOC, North Oil Company, die eigenaar is van de olievelden in Qayyara. Het was waarschijnlijk een van de eerste acties die Irak ondernam voor olieschoonmaak. Nu is de huidige situatie enorm veranderd en staat Irak nog maar eens voor enorme uitdagingen.’

Wie betaalt de rekening?

Irak is een sterk vervuild land. Die vervuiling is onlosmakelijk verbonden met veertig jaar conflicten en verval. Bovendien lijdt Irak ook onder de klimaatverandering, waardoor het te maken krijgt met extreme hittezomers, grote droogte en rivieren die ingedamd worden in Iran en Turkije. De veiligheidssituatie in Noord-Irak verslechtert ook, door toenemende aanslagen van IS-cellen.

Moet de internationale gemeenschap hier niet bijspringen? In 2018 schoof de VN dit belangrijke punt op de donorconferentie in Koeweit naar voor in zijn herstel- en verzoeningsprogramma. UNEP stelde voor om zich vooral op de schoonmaak van conflictgerelateerde olievervuiling te richten. Maar het VN-milieuprogramma slaagde er niet in om bij de donorgemeenschap voldoende fondsen te werven.
Wel is het zo, zegt Partow, dat de Wereldbank steun zou overwegen voor onder meer bodemsanering.

In Noord-Irak zijn de oliesites vooral in handen van het Iraakse staatsbedrijf NOC, North Oil Company, dat opereert onder het federale ministerie van Olie. Dus draagt Irak, dat zeker geen arm land is, zelf de verantwoordelijkheid, klinkt het uit verschillende hoeken. Ook Hassan Partow deelt die mening. ‘In 2011 was Irak op het punt gekomen dat het geen buitenlandse ontwikkelingssteun meer nodig had, dankzij de olie-inkomsten.’

‘Goed, de olieprijs bedroeg toen maar liefst 120 Amerikaanse dollar per vat’, geeft Partow toe. ‘Dat is vandaag wel helemaal anders. Van het investeringsbudget dat Bagdad had voorzien voor de opkuis van het land blijft nu niet veel over door de corona- en oliecrisis. Maar Irak blijft, ondanks de grote armoede, wel degelijk een middeninkomensland, dankzij de olieproductie en een groeiende gaseconomie.’ Volgens Taher Bahoo zal de oliecrisis ook stabiliseren in september, als de wereldeconomie stilaan normaliseert.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Bahoo hoorde bovendien waaien dat Irak zich van de Organisatie voor Olieproducerende Landen (OPEC) niet moet houden aan de quota voor olieproductie, dankzij de nieuwe regering. ‘Irak zou zijn productie normaal gezien moeten verminderen tot een miljoen vaten per dag. Maar er zou een gentlemen’s agreement zijn met Saoedi-Arabië, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten, die onder de quota willen gaan. Op die manier zou Irak, dat meer noodlijdend is, kunnen blijven produceren.’

Bagdad krijgt, voor alle duidelijkheid, ook steun voor de heropbouw na de doortocht van IS, voor naoorlogse stabilisatieprocessen en humanitaire noden.

Alles samen, vindt Hassan Partow, is er geen reden om te wachten met de schoonmaak van het land. ‘Mijn punt is dat Irak, zelfs met de teruggeschroefde middelen die het nu heeft, veel kan doen, in plaats van te wachten op internationale steun voor de schoonmaak.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur