Toveren voor gevorderden

‘Ik wordt nooit gevraagd om commentaar te geven op de Britse politieke actualiteit’, zegt Helen Oyeyemi, ‘maar ik krijg wel geregeld vragen over de huidige toestand in Nigeria. Daar weiger ik dan op te antwoorden, want ik leef in Londen, niet in Lagos of Abuja.’ Als de recensenten niet alleen de naam en de familiegeschiedenis van de auteur zouden lezen, ook als die exotisch aandoet, dan zouden ze weten dat de verhalen van Oyeyemi zich voluit in Britse realiteit bevinden. En dat geldt zeker voor Wit is voor toveren, haar derde roman.

Het uitgangspunt van dit boek is een gezin in Dover: een Franse vader, een tweeling en een Britse moeder die om het leven komt bij een fotoreportage in Haïti. De tweeling, Eliot en Miranda, gaan volkomen anders om met het verlies van hun moeder, wat de auteur de kans geeft om het gegeven van geslachtsbepaalde ervaring van het leven dieper te exploreren. De zoon begeeft zich enigszins aan de wiet en rateert zo de kans op een academische carrière, de dochter slaagt wel maar graaft zich steeds dieper in de psychologische problemen.

Dat laatste is geen verrassend gegeven bij Helen Oyeyemi: ook in Het Icarusmeisje en in Het andere huis staan psychoses, waanzin en levendige ervaringen met bovennatuurlijke krachten en personages centraal. ‘Ik gebruik de waanzin als een spot die het makkelijk maakt om de duisternis daarrond af te tasten’, zegt de schrijfster. Het zijn telkens de meisjes en de vrouwen die met waanzin af te rekenen krijgen. ‘Ik hoop dat lezers aandachtig genoeg lezen, zodat ze zien dat de overeenkomst tussen het ziektebeeld van Miranda en de klassieke psycho-analytische oordelen over vrouwelijke waanzin net iets te nadrukkelijk zijn. Ik probeer daar tongue-in-cheek commentaar op te geven’, zegt Oyeyemi.

De vraag is of die knipoog overkomt in een boek dat niet echt overkomt als een tekst die op postmoderne wijze commentaar geeft op het verhaal zelf. Meer nog, als lezer heb je uiteindelijk vooral behoefte aan een geloofwaardig verhaal een aan authentieke personages. Als dat ondergraven wordt door een auteur die slimme spelletjes met zichzelf speelt, dient dat misschien wel de credibiliteit in literaire kringen, maar niet noodzakelijk de lezer. Grosso modo bedient Oyeyemi in Wit is voor toveren vooral de lezers, gelukkig, al is er inderdaad sprake van een schaduw van afstand tussen auteur en personages.

Helen Oyeyemi groeide op met de Britse literaire canon, die ze op jonge leeftijd begon te herschrijven als ze het gevoel had dat het verhaal niet logisch of rechtvaardig in elkaar zat. ‘Ik werd de regisseur van andermans verhalen en personages’, zegt ze over die periode. Op de vraag welke schrijvers haar gevormd hebben, noemt ze onder andere Agatha Christie en met name haar Poirot. Het perspectief van de buitenstaander blijkt al bij Christie essentieel om een werkelijkheid grondig en succesvol te onderzoeken. Het Groot-Brittannië waarin haar eigen romans zich afspelen, is resoluut multicultureel. Resoluut, maar niet noodzakelijk onproblematisch. Niet toevallig speelt Wit is voor toveren zich grotendeels af in Dover: de toegangspoort waarlangs elk jaar duizenden en duizenden migranten uit Azië en Afrika hun Promised Land proberen te bereiken.

De basisvraag van de roman is dan ook wie toegelaten en wie verworpen wordt -en vooral: wie de macht heeft om die scheidingslijn te trekken. Die macht wordt in het boek toegeschreven aan het huis waarin het gezin woont en dat uitgebaat wordt als gastenverblijf. Net als in Beminde van Toni Morisson heeft dat huis een eigen stem en een eigen wil, en net als in die klassieker leidt het beschermen van wat het meest dierbaar is tot het vernietigen ervan.

Grenzen en het doorbreken of vervagen ervan: dat zijn de kernthema’s in het werk van Helen Oyeyemi die ook in deze roman weer centraal staan. Zij is niet zozeer een schrijfster die de maatschappelijke tendensen onderzoekt, al komt die in Wit wel al behoorlijk dichtbij met een opvangcentrum voor asielzoekers, een Nigeriaanse huishoudster die vrijwilligerswerk doet in dat centrum, het bericht over de 47 Chinese migranten die stikken in hun container en het geweld tegen en door Balkanvluchtelingen.

Oyeyemi is midden die verschuivende werelden vooral geïnteresseerd in de menselijke psyche, in de vraag hoe individuen zin en betekenis vinden in een omgeving waar vaste ankerpunten zeldzaam zijn en vaak zelf geconstrueerd moeten worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de “migratie” die haar hoofdpersonages ondergaan vaak van psychische aard is. Het aftasten van de grenzen van wat normaal of afwijkend is, kan zonder al te veel problemen gelezen worden als beeldspraak voor de zoektocht van een steeds diverser wordende bevolking naar aanvaarde normen en afspraken. In deze laatste roman krijgt die zoektocht een extra dimensie door het introduceren van de liefdesrelatie tussen Miranda en Ore, een Brits-Nigeriaanse mede-studente in Cambridge. Niet het lesbische aspect van deze relatie wordt geproblematiseerd, wel de (on)mogelijkheid om dieper liggende schuld en eenzaamheid op te lossen door verliefdheid.

Helen Oyeyemi is niet alleen een intelligente onderzoekster van mens en maatschappij in tijden van migratie en mondialisering. Ze is op de eerste plaats een verhalenvertelster. Voor haar is taal niet enkel een instrument om de realiteit te begrijpen en bloot te leggen, het is op de eerste plaats de wereld die ze bewoont. Ze hanteert woorden en beelden dan ook opvallend accuraat. Soms zit de taalbeheersing van de auteur wel eens in de weg van de ontplooiing van haar personages, maar meestal creëert ze een leesgenoegen dat voorbij het eigenlijke verhaal gaat.

Een zin als ‘De gedachte aan een langzaam en gestructureerd terugkruipen naar een gezond bestaan vulde haar met zwart zand’ verraadt zowel het talent van de auteur als de bereidheid hard aan de zinnen te schaven. Helen Oyeyemi moet opletten dat ze door dat talent niet in de overdreven taalesthetiek verzeilt, maar haar ethische betrokkenheid bij de wereld behoedt haar dar voorlopig voor. Niet dat ze gelooft dat kunst de wereld kan veranderen, wel dat ze de temperatuur van de wereld opmeet voordat anderen dat doen. Als het goed gaat, natuurlijk. En in een onbewaakt ogenblik van jeugdig optimisme wil ze wel eens hopen dat problemen, die tijdig gedetecteerd en goed beschreven worden in boeken, misschien wel vanzelf verdwijnen.

In het geval van Wit is voor toveren zou zo’n magische oplossing twee kanten uit kunnen: ofwel verdwijnt “Dover” of de Britse behoefte om de wereld buiten te houden, ofwel verdwijnt het opvanghuis of de ervaring ongewenst en buitengesloten te zijn voor alwie arriveert. Geen van beide mogelijkheden lijkt reeds in zicht, en toch is Wit is voor toveren goed geschreven. Wij denken dus niet dat boeken kunnen toveren, al heeft de auteur Helen Oyeyemi zonder meer magische aantrekkingtskrachten. (gg)

Wit is voor toveren door Helen Oyeyemi is uitgegeven door De Geus. 256 blzn. ISBN 978 90 445 1570 1

Dit boek bestellen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur