De markt als antwoord op de genocide

Het businessplan van Rwanda

Het Rwanda van Paul Kagame vaart nu al zestien jaar een eigenzinnige politieke koers, met veel internationale steun. Joris Verhaegen en medewerkers van de theatergroep A Two Dogs Company willen het debat rond die ontwikkelingspolitiek mee voeren via het stuk Talk. Voor MO* schreef Verhaegen onderstaande opinie, een verkorte versie van zijn Rwanda Inc. Businessplan.

In september 2010 bezocht ik het Centrum voor Demobilistatie en Herintegratie van Mutobo, in het westen van Rwanda. Het kamp vangt voornamelijk ex-soldaten op van het FLDR, een gewapende groepering bestaande uit genocidairs (volkenmoordenaars), soldaten van het oude regime en Hutu burgers die hun rangen vervoegden, soms vrijwillig, maar vaak onder dwang. Enkele weken voor mijn bezoek zaaide de FDLR nog dood en terreur in buurland Congo, in de Kivu-streek.

Na jaren ballingschap zijn een aantal FDLR-strijders teruggekeerd naar Rwanda. Hun verblijf in Mutobo vormt de verplichte tussenstop op weg naar hun reïntegratie in de maatschappij. Twee of drie maanden lang zullen ze de nieuwe officiële geschiedenis leren van Rwanda, de nieuwe namen van de provincies, het ziekenfondssysteem en de werking van de Rwandese instellingen na de genocide. Ze vernemen er ook dat de begrippen Hutu’s en Tutsi’s intussen verouderd zijn en dat de Grondwet het gebruik ervan streng veroordeelt. Tegenwoordig zijn er immers alleen nog Rwandezen in Rwanda. Het Centrum biedt hen vervolgens een professionele opleiding aan die vooral gericht is op veeteelt en handel. Op het programma staat de basis van bedrijfsbeheer, boekhouding en economie.

De bezoekers van het Centrum beweren allemaal met klem dat ze uit vrije wil zijn teruggekeerd. Rwanda is immers veranderd en ze willen meewerken aan de heropbouw, de nieuwe kansen grijpen die hun land nu biedt op economisch vlak. Ze zeggen dat ze, na jaren van omzwervingen en oorlog in het Congolese woud, begrepen hebben dat hun angsten en vooroordelen tegenover het regime van Kagame totaal ongefundeerd waren. Nu voelen ze zich terug rustig. Ze hebben vertrouwen in de toekomst van dit nieuwe Rwanda. Maar na veel aandringen geven ze uiteindelijk toe dat hun terugkeer vooral te maken had met de uitputting van een leven in het woud, met de moeilijke omstandigheden, de angst, de honger en het uitblijven van de ‘uiteindelijke overwinning’ tegen Kagame, die nu al zestien jaar op zich laat wachten. In Mutobo zijn de levensomstandigheden spartaans, maar niet erger dan die waarin de meerderheid van de Rwandezen leeft. Niemand klaagt erover, of toch niet luidop.

Façade

Van 2008 tot 2009 heb ik in Rwanda gewerkt rond justitie en mensenrechten. Een jaar na mijn verblijf in hoofdstad Kigali is het discours van de Rwandezen nauwelijks veranderd. ‘Er heerst vrede, het klimaat is goed, Rwanda is veranderd, we leven allemaal samen en er zijn geen problemen meer.’ De rust in de stad wordt verzekerd door de alomtegenwoordige politie en militairen. Honderden straatvegers zorgen ervoor dat de grote verkeersassen er netjes bij liggen. Chique villa’s met getinte ramen schieten in de residentiële buurten als paddenstoelen uit de grond en in het centrum getuigen de vele bouwwerven van de economische vitaliteit van de hoofdstad.

Achter die gladde façade schuilt een meer complexe realiteit, die bestaat uit angst, leugens, repressie, achterdocht, wrok en moeilijke levensomstandigheden voor de meerderheid van de Rwandezen. Een realiteit van armoede op het platteland, waar negentig procent van de bevolking leeft, en van de nationalistische schijnvertoning die Kigali opvoert. Voor wie er wat langer blijft, doet de organisatie van het openbare leven in Kigali al snel denken aan die van een schoonmaakbedrijf. Straatkinderen en daklozen worden manu militari uit het decor verwijderd bij internationale conferenties. Bij verkiezingen of gebeurtenissen die de westerse camera’s kunnen aantrekken, herschildert men de gevels van de huizen langs de belangrijkste verkeersassen en duiken lange rijen palmen op uit het niets. Zestien jaar na de genocide biedt Rwanda slechts een oppervlakkige aanblik van stabiliteit en welvaart.

De officiële geschiedenis van Rwanda is een interessant voorbeeld van storytelling, namelijk een narratieve benadering van communicatie en –in dit geval– van politieke marketing. Die narratieve structuur is verwant met die van sprookjes of vertellingen en is bedoeld om het publiek te doen instemmen met een bepaald discours aan de hand van verhalen met grote overtuigings- of verleidingskracht. Storytelling overschrijft de realiteit niet, maar kneedt ze naar believen. Verhalen worden ingezet als consumptiewaar en vormen nog de enige link met de wereld. Het FPR (Front Patriotique Rwandais, eenmanspartij van de huidige president Paul Kagame) heeft heel goed begrepen dat een politieke boodschap vandaag slechts overkomt indien ze wordt gebracht als een episch verhaal en niet als een opeenvolging van objectieve feiten.

In dit geval rust de narratieve aanpak van de Rwandese regering op vier punten:

  1. De mythische visie van een prekoloniaal Rwanda dat in vrede en harmonie leeft. De katholieke kerk en het koloniale bestuur hebben etnische twisten gezaaid bij de Rwandezen, die artificieel opgedeeld werden in Hutu’s en Tutsi’s. Uit die verdeel-en-heerspolitiek is de genocide tegen de Tutsi’s ontstaan.
  2. De Hutu politieke leiders hebben de genocide tegen de Tutsi minderheid gepland en georganiseerd en de meerderheid van de Hutu’s heeft meegewerkt aan die executie.
  3. Tijdens de genocide hebben sommige soldaten van het FPR wel Hutu burgers gedood, maar zoiets is onvermijdelijk in een oorlogssituatie. Deze misdaden waren geïsoleerde vergeldingsacties en zijn bovendien bestraft door de militaire hiërarchie van het FPR.
  4. De verlossersrol van het FPR, dat een eind zou hebben gemaakt aan de etnische spanningen en de sociale harmonie zou hebben hersteld in het verwoeste land. Het herwonnen paradijs is resoluut kapitalistisch, aangezien de toegang tot consumptie voor zo veel mogelijk mensen voorgesteld wordt als het enige tegengewicht voor de genocide-ideologie.

Medeplichtig

De genocide is een onmisbare troef voor het sociale en economische beleid van een uitzonderlijk arm land, dat geen andere kaarten kan uitspelen dan die van een pijnlijk verleden.
De wereld volgt Rwanda in die voorstelling van de feiten, ondanks de onwaarschijnlijkheden, tegenstellingen en leugens. Die instemming berust op een consensus tussen de zender en de ontvanger van de boodschap, namelijk tussen de Rwandese regering en de internationale gemeenschap, die meehelpt om de staatsgreep van het FPR om te vormen tot een heroïsch avontuur. De geschiedenis van Rwanda blijkt dus een partituur die vierhandig geschreven en gespeeld wordt. De regering is er immers letterlijk in geslaagd om een historische kit te verkopen aan het Westen, dat alles haastig samengesteld heeft volgens de geleverde gebruiksaanwijzing.

In mijn ogen hangt de houding van het Westen deels samen met het bestaande beeld van een mysterieus, tribaal en wild Afrika dat we niet begrijpen, maar dat het westerse kolonialisme mee vernietigd heeft. Deels is ze ook gebaseerd op de Shoah, de enige referentie van het Westen op het vlak van genocide, waarmee het geval van Rwanda wordt vergeleken. De sociaal-politieke context wordt daarbij netjes opgepoetst of genegeerd. Het verhaal van het FPR rust op een tweezijdige logica voor Hutu’s en Tutsi’s, een van goeden en slechten, met rollen die duidelijk vastgesteld en gemodelleerd werden door de kolonisators. Het doet ons vergeten dat de genocide de laatste episode is van een machtsgreep en een oorlog die begonnen zijn door het FPR. Vergeten zijn de afslachting op grote schaal van de Hutu’s en de talrijke VN-rapporten die hiernaar verwijzen. Een daarvan dateert van september 2010 en beschuldigt het FPR van een mogelijke genocide tegen de Hutu’s die zich schuil hielden in Congo.

Vergeten zijn ook de monddood gemaakte pers, de vervolging van politieke tegenstanders, de plundering van mijnbouwsites in Congo door het FPR, en ga zo maar door. Wanneer de Rwandese regering op de vingers getikt wordt over die feiten, die een gevaar voor haar machtspositie kunnen betekenen, antwoordt ze steeds weer met beledigingen, bedreigingen of gevangenschap. Haar belangrijkste argument blijft de genocide waaraan het Westen zich medeplichtig gemaakt heeft, de doos van Pandora die geopend wordt in functie van de politieke noden van het moment.

Cynische maskerade

Door verantwoordelijkheid voor de genocide op te nemen, staat het Westen echter toe dat de verschillende protagonisten de schuld van zich af schuiven en neemt het zelf de rol van wereldheerser op zich. Zelfs vanuit woelig water blijft die het lot van Afrika sturen.

De verschrikkingen van de genocide moeten herinnerd worden en mogen in geen geval geminimaliseerd of ontkend worden. Wie zich tevreden stelt met een etnische uitleg, bespaart zich echter de moeite van een werkelijke analyse en laat zich leiden door pathos. Haat tussen verschillende etnieën valt per slot van rekening alleen te verklaren door de aard van de mens, met zijn buitensporige, tegenstrijdige en gruwelijke emoties en passies, die per definitie irrationeel en onbegrijpelijk zijn.

Hoe kan je in die omstandigheden een andere invalshoek kiezen zonder in de val te lopen van de etnische uitleg, de pathos of verdacht te worden van revisionisme of negationisme ? Hoe kan je het actuele Rwanda benaderen, met het besef dat de genocide de hoeksteen van het land is ? It’s the economy, stupid! Het bekende citaat van Bill Clinton lijkt me zeker op zijn plaats, temeer daar Paul Kagame zichzelf graag voorstelt als de ceo van Rwanda Inc. en zijn visie op politiek veel weg heeft van het management van een bedrijf.

De Rwandese regering maakt in haar propaganda voortdurend gebruik van terminologie uit de marketingwereld om zich in een goed daglicht te stellen en buitenlandse investeerders aan te trekken. Haar beleid is een businessplan met een geheel aan acties en middelen die de leiders aanwenden om te scoren op economisch vlak. Rwanda is een land waar de genocide als rode draad door alle keuzes loopt en als voorwaarde voor toegang tot de mondialisering gebruikt wordt. De genocide is een onmisbare troef voor het sociale en economische beleid van een uitzonderlijk arm land, dat geen andere kaarten kan uitspelen dan die van een pijnlijk verleden. Ze dient eveneens om de pers de mond te snoeren, om tegenstanders gevangen te nemen of te vermoorden, om de bevolking aan een constante controle te onderwerpen, om de politiestaat te versterken, om zich te verantwoorden voor moorddadige invallen in het naburige Congo en het stelen van zijn rijkdommen en om de misdaden en schendingen van de mensenrechten vanwege de regering te legitimeren.

Centraal in die cynische maskerade staat Paul Kagame, boegbeeld van een tropisch messianisme, een man die het postkoloniale droombeeld lijkt te incarneren van een derde wereld waar de inwoners eindelijk aan hun lot kunnen ontsnappen dankzij een verlichte despoot. Vergeten we echter niet dat in Rwanda, net zoals elders, schuld en onschuld geen definitieve begrippen zijn, aangezien ook vroegere vervolgden hun “zuiverheid” zijn kwijtgespeeld. Door hun misdaden hebben ze het onmogelijke statuut van briefkaarthelden afgeworpen en worden ze opnieuw beschouwd als mensen van vlees en bloed. De geschiedenis van de mensheid is uiteindelijk nooit helemaal wit of zwart, maar een grijze mengeling die paradoxaal genoeg meer helderheid schept.

Dit essay is een korte versie van Rwanda Inc. Businessplan (pdf, 900kb, 47 blzn.), waarvan dit essay een korte versie is.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift