Afrikaanse en Europese stemmen over gedeelde verleden en toekomst van twee continenten

‘De Afrikaanse elite moet het koloniale project verderzetten’

Elien Spillebeen

Volgens Adrew Mwenda is het kolonialisme het meest succesvolle project van de afgelopen 200 jaar.

Angela Merkel en Teresa May hingen nog ergens in de lucht te bekomen van de reis. Hun Afrikaanse collega’s en gastheren hadden hen net uitgezwaaid en stapten vervolgens zelf op het vliegtuig naar dat andere continent van de toekomst Azië, voor de top tussen Afrika en China.

Terwijl we in Europa nog zoeken naar de juiste toon om het koloniale verleden te bespreken, verandert het Afrikaanse continent razendsnel. Praten over een gedeelde toekomst kan volgens sommigen echter niet zonder het verleden onder de loep te houden.

In het nieuwe Africamuseum, waar in december na een lang proces van herbronning de deuren weer worden geopend, weten ze als geen ander hoe moeilijk het is om over dat gedeelde, en dan vooral dat koloniale verleden te praten.

Het museum en het Egmontinstituut brachten daarom honderd Afrikaanse en Europese academici, opiniemakers, activisten, artiesten en beleidsmakers samen in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel voor wat leek op een relatietherapie tussen twee continenten. MO* licht er enkele opvallende stemmen uit.

Moeten we het verleden op één manier lezen?

‘Het delen van een verleden en een toekomst’, zo klonk de ondertitel van de conferentie. Dat we een verleden delen, dat staat buiten kijf. Over de lezing van dat verleden bestaat minder eensgezindheid.

Niet enkel in België voert men het debat over hoe we het verleden moeten lezen, vertellen en verwerken. ‘Ook Nederland en Indonesië, Frankrijk en Algerije, Duitsland en Namibië gaan door een vergelijkbaar proces’, stelt David Van Reybrouck vast.

De historicus opende het eerste debat met een oproep om uit te zoomen en de kolonisatie als een Europees en niet louter als een nationaal fenomeen te bekijken.

De meningen over hoe we die geschiedenis moeten lezen, of het nu interlandelijk of internationaal is, lagen ergens tussen die van professor Bob Kabamba van de Universiteit van Luik en Pascal Blanchard, onderzoeker aan Paris-Dauphine. De eerste vindt dat we moeten komen tot een gemeenschappelijke lezing van ons gedeelde verleden. Hij beroept zich op de ervaringen uit het domein van conflictbemiddeling.

‘Laten we het verder oneens zijn.’

Blanchard gelooft dan weer niet dat we dat het ooit eens kunnen zijn en vindt dat ook niet wenselijk: ’Laten we het vooral verder oneens zijn en leren hoe daar mee om te gaan.’

Professor Kabamba wees ons ook op het feit dat er momenteel in België evenveel Belgen van Congolese afkomst wonen als er Belgen tijdens de kolonisering in Congo waren. Volgens Kabamba zorgt dit voor nieuwe prikkels in het debat en worden er daardoor vandaag resultaten geboekt die voordien ondenkbaar waren: ’Denk maar aan het Lumumbaplein in Brussel’

Journaliste Géraldine Abrassart vindt we dat meer drastische maatregelen moeten nemen om het verleden op het heden aan te sluiten. Volgens haar zijn er quota in besturen van culturele instellingen zodat de Afrikaanse diaspora in België de publieke ruimte mee vorm kan geven.

‘Kolonisatie is het meest succesvolle project van de afgelopen 200 jaar’

De Oegandese journalist Andrew Mwenda weet als geen ander hoe hij moet provoceren. Zijn stelling dat ’de kolonisatie het meest succesvolle project is van de afgelopen 200 jaar’ doet wat mensen ongemakkelijk op hun stoel schuiven.

‘We zijn vandaag nog steeds bereid te sterven in de strijd voor die koloniale doelen.’

Mwenda vindt het hele dekoloniseringsdebat pure fictie en gelooft dat het koloniale project en de daaraan gekoppelde doelstellingen gewoon door een Afrikaanse elite in plaats van een Europese worden verdergezet. Een goede zaak volgens hem: ‘We zijn vandaag nog steeds bereid te sterven in de strijd voor die koloniale doelen!’

Die koloniale doelstellingen werden volgens Mwenda vandaag gewoon in een modern jasje gestoken: ‘beschaving heet nu ontwikkeling, christendom is vervangen door democratiseren’.

Nu de politieke en economische belangen in handen van een Afrikaanse elite zijn gekomen in plaats van een Europese is het volgens de journalist tijd om naar de toekomst te kijken in plaats van het verleden.

Eigen economisch belang eerst

Vooral dat economische belang en wiens belang dat is keert terug in zowat alle debatten, die over het verleden en die over de toekomst van de twee continenten.

‘Als een koppel niet meer functioneert, dan moet het de politieke moed hebben om te scheiden’

Volgens de Burkinabese activist Smokey Bambara zijn de relaties tussen de twee continenten nog te veel geënt op de Europese belangen en te weinig op de Afrikaanse. De oplossing mag volgens hem gerust radicaal zijn: ‘Als een koppel niet meer functioneert, dan moet het de politieke moed hebben om te scheiden’.

Een harde reset is volgens Bambara nodig om te kunnen herbeginnen, en als gelijke partners rond de tafel te zitten.

De akkoorden van Cotonou en de daaruit afgeleide beruchte EPA’s, European Partnership Agreements, staan voor velen symbool voor de ongelijke verhoudingen tussen de twee continenten.

‘Europa heeft niet langer het monopolie over Afrika.’

Professor Paul-Simon Hardy van de Universiteit van Pretoria bevestigt dat Cotonou en de EPA’s te veel de belangen van de Europeanen verdedigden en te weinig die van de Afrikanen: ‘Nu de onderhandelingen starten over de opvolging van de akkoorden van Cotonou, moet Europa beseffen dat de kaarten anders liggen. Europa heeft niet langer het monopolie over Afrika.’

Voor het heden, maar ook de toekomst kijken de Afrikaanse aanwezigen niet enkel naar Europa. ’In eender welke relatie, of het nu met China, India, Rusland, Europa of de VS is, moet er een basis van respect en gelijkheid zijn’, besluit de Congolese jongerenactivist Fred Bauma op een erg verzoenende toon, zoals we van hem gewoon zijn.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift