Blijkbaar is het volgen van de wetten het beste excuus om verdere ontmenselijking te rechtvaardigen

Achter de schermen van het onmenselijke Duitse asielbeleid

public domain (CC0)

 

Buiten vriest het en Omar slaapt in het station van Leipzig op een koude bank. Dat zijn mijn laatste gedachten voor ik die nacht moeizaam in slaap val. Ik voel me schuldig in dit warme bed.

Ik leerde hem één jaar geleden kennen. Achttien was hij toen. Verlegen toonde hij me zijn verminkte hand. Hij vertelde me aarzelend over zijn vlucht door Mali, Algerije en Libië. Twee maanden later wordt Omar teruggestuurd naar Duitsland. (Omdat hij zijn vingerafdrukken er zijn genomen. In Europese termen is hij een Dublinvluchteling.)

Hij heeft een droom: hij wil schilder worden. Wanneer hij me dat vertelt, staart hij naar de grond. Hij lijkt bang om te veel ruimte in deze wereld in te nemen.

Midden januari krijgt Omar een brief van Ausländersbehörte (te vergelijken met onze Dienst Vreemdelingen Zaken). In februari heeft hij een afspraak in Bayreuth. Ze zullen hem vragen of hij Duitsland vrijwillig wil verlaten. Ik vraag me af wat Omar, die al van zijn twaalfde wees is en meermaals met de dood bedreigd werd in zijn geboorteland, Mali, hierop zal antwoorden.

Een week later ontvangt hij een nieuwe brief. Deze keer is de toon dreigender. Hij moet zo snel mogelijk naar aan de Malinese ambassade in Berlijn gaan om zijn geboorteakte of identiteitsbewijs op te vragen. Als hij geen directe actie onderneemt, loopt hij het risico zijn maandelijkse geldsom kwijt te spelen. Daarmee betaalt hij onder andere zijn advocaat, zijn eten en drinken.

Omdat het Sozialamt, de instantie die tussenkomt voor zijn treinticket, dat enkel doet voor de goedkoopste tickets, zal de heenreis van Rehau (een dorp aan de grens met Tsjechië waar Omar nu woont) naar Berlijn langer dan vier uur duren. De Malinese ambassade is dagelijks maar geopend van 10 tot 15 uur.

Twee dagen later wandelt hij om 6.30 uur ’s morgens naar het station van Rehau. Hij heeft een rugzak mee met daarin een brief van zijn advocaat. Zij geeft hem uitdrukkelijk de toestemming om naar de Malinese ambassade te reizen. Want eigenlijk mag hij zonder papieren het Beierse grondgebied niet verlaten.

Na al die maanden op de vlucht is zijn vertrouwen in en door mensen al zo vaak geschaad dat hij vaak niets meer durft te vragen of te verlangen.

Ik ben er niet gerust in. Omar beschikt niet over de luxe van 3G of 4G . Hij zal ter plaatse op mensen moeten vertrouwen. Ook daar zit een probleem, want na al die maanden op de vlucht is zijn vertrouwen in en door mensen al zo vaak geschaad dat hij vaak niets meer durft te vragen of te verlangen.

Nog voor hij een ticket in het station van Hof kan kopen, houdt de politie hem tegen. Ze vragen zijn papieren. Vier maanden geleden heeft Duitsland ze nochtans zelf van hem afgenomen. Sindsdien is hij een nobody. Dit is in ieder geval niet zijn eerste controle. Wanneer hij op een openbare plaats is, volgt er vaak een onverwachtse controle. Nu doet hij alleen wat de overheid van hem verwacht, maar hij kan en mag die dag niet vertrekken van de politie.

De bittere waarheid is dat deze jongen in Duitsland veel kan leren, doen en ondernemen om zich te integreren in de samenleving, maar zijn huidskleur kan hij niet veranderen. De politiecontroles zijn pure willekeur en geven hem steeds opnieuw het gevoel dat hij iets verkeerd doet. Zijn huidskleur verraadt hem. Wat hij dan werkelijk verkeerd doet? Ik bedenk me dat er geen ander antwoord is dan eenvoudigweg bestaan. Hij bestaat in Duitsland.

‘Wat wil Duitsland eigenlijk van mij? Zij willen mij dood, oké. Goed voor mij. Zij willen mij terug naar Mali sturen, ook goed. Ik kan niet meer. Ik heb geen kracht meer. Geen energie’, zo eindigde het telefoontje dat ik twee weken geleden met Omar had. Hij was verslagen door de brieven en helemaal in paniek. De blijvende onzekerheid en het gebrek aan medische hulp voor zijn hand putten hem uit. Overal krijgt hij de boodschap dat hij moet wachten. Maar waarop wacht hij eigenlijk?

De dag na de politiecontrole vertrekt hij opnieuw. De hele dag heerst er een totale radiostilte. Iets na 17 uur krijg ik een sms waarin hij me vertelt dat hij op de Malinese ambassade is geweest. Hij is op weg naar huis zonder de juiste papieren, want de Malinese ambassade konden hem geen identiteitspapieren geven.

Hij bestaat nergens. Dat is de triestige uitkomst van deze trip.

Hij bestaat nergens. Dat is de triestige uitkomst van deze trip.

Later die avond laat hij me weten dat hij vanavond niet meer thuisgeraakt. Ik bel hem op en vraag hem waar hij dan zal slapen? In het station, zegt hij verlegen. Ik stel hem voor om naar een hotel te gaan dat ik zal betalen voor hem, maar dat weigert hij.

‘Ik heb geen papieren, dat is niet goed. Problemen’, zegt hij almaar, ‘altijd veel problemen.’

Uiteindelijk zal zijn terugreis meer dan 17 uur duren. Vier treinen zal hij ervoor moeten nemen.

Deze feiten kan Duitsland niet negeren: deze jongen is net 19 jaar, hij is wees, hij is en voelt zich ongewenst in Duitsland en slaapt vannacht in het station van Leipzig. Het is op dat moment -2°C. Dit is de waanzin van het huidige asielbeleid. Dit heeft de Duitse overheid op haar geweten. Dit is de lijdensweg van Omar om een nieuw leven op te bouwen. En nadat ik de foto van het document van zijn niet-bestaan in Mali naar zijn advocaat mail, blijkt dit zelfs nog niet genoeg om in Duitsland te mogen blijven.

Na zijn gesprek in Bayreuth zal hij een aantal Malinese advocaten moeten mailen die hem kunnen helpen met het verkrijgen van een geboortecertificaat of een identiteitskaart. Als hij geen moeite doet, en dus geen contacten legt, kan Duitsland hem zonder reden gevangen nemen voor deportatie, zoals een echte crimineel. Ausländerbehörde verwacht mails van Omar als bewijs dat hij moeite onderneemt om de juiste papieren vast te krijgen.

Maar hoe zal deze jongen die nog nooit één mail in zijn leven gezien, laat staan zelf geschreven heeft, opeens mails sturen? Hoe zal hij die ongeletterd is in het Frans en het Bambara Malinese advocaten kunnen aanschrijven? Welke mails zullen er zijn?

Duitsland mag misschien niet wakker liggen van Mali, maar dat doe ik wel. Rond de jaarwisseling zat mijn vader maandenlang in Gao. De naam van die stad had ik voor het eerst via Omar gehoord. Het ligt in het noorden van Mali en behoort tot rebellengebied. Wat hij me er over zei: gevaarlijk, veel problemen. Wat ik weet, is dat Omar niet liegt.

In Gao alleen al zijn er drie UN-kampen waar in totaal 4000 veiligheidsmensen zitten: Nederlanders, Belgen, Fransen, Canadezen en zelfs ja, Duitsers. Ze zijn daar aanwezig om er de veiligheid in de omringde dorpen en dus het noorden te garanderen. Deze getrainde veiligheidsmensen mogen het kamp nooit zomaar verlaten. Zo onstabiel is de situatie. Dus hoe valt dit te rijmen met een toekomstige deportatie van Omar naar Mali?

In hoeverre kan Duitsland zijn veiligheid garanderen? Of zal het moeten toegeven dat dat eigenlijk het laatste is waaraan men denkt? Blijkbaar is het volgen van de wetten het beste excuus om verdere ontmenselijking te rechtvaardigen. (Dat is geen tendens die zich alleen manifesteert in Duitsland. En ik vraag het me af hoeveel er dan werkelijk veranderd is na WOII?)

Dit systeem is gevaarlijk, omdat het ontmenselijking ziet als een middel om deportaties naar gevaarlijke landen erdoor te krijgen.

Dit systeem is gevaarlijk, omdat het ontmenselijking ziet als een middel om deportaties naar gevaarlijke landen erdoor te krijgen. Daarom is zwijgen geen optie meer. Deze jongen heeft een nacht in een ijskoud station doorgebracht, omdat hij geen andere manier had om op tijd in Malinese ambassade in Berlijn te raken. Omdat hij enkel zo recht blijft hebben op zijn beetje geld. Omdat levensgevaarlijke deportaties naar dit land gebeuren, en omdat het er levensgevaarlijk is en dat weet Europa, alleen hebben de kranten het er nooit meer over.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Natuurlijk hebben we wetten, en regels en instanties nodig die daarover waken. Dat staat buiten kijf. Maar de norm voor elk asielbeleid zou menselijkheid moeten zijn. Omdat het met mensen in kwetsbare situaties werkt. En omdat zij er vaak niet voor gekozen hebben om te vluchten. Maar hoe wij hen behandelen en benaderen, dat is wél een vrije keuze. Wij kunnen kiezen, en al die keuzes definiëren ons. Dus de hoofdvraag is: hoe wil Duitsland de geschiedenisboeken nu ingaan? Hoe schuldig wil het deze keer zijn aan deze vorm van ontmenselijking?

Lies leerde Omar als achttienjarige in België kennen en volgt sindsdien zijn asieltraject in Duitsland. Met deze blog wil ze Omar een stem geven. Hij beschikt niet over de taal, noch over de middelen om zich te verweren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijfster en OKAN-leerkracht

    Lies Gallez geeft les aan anderstalige nieuwkomers en is schrijfster. Haar klas geeft haar een andere kijk op asiel- en migratieproblemen.

randomness