Ambtenaren en rebellen, twee plagen van Congo

Dit land heeft vele kwalen, maar de twee ergste, daar moet je niet lang over nadenken.

  • © Ivan Godfroid Het dorp met vruchtbare grond, nu verlaten wegens rebellenaanvallen. © Ivan Godfroid
  • © Ivan Godfroid Voor 3$ krijg je een waardeloos attest dat het gele boekje geenszins vervangt. © Ivan Godfroid
  • © Ivan Godfroid Sléchts één vrachtwagen die vastzit in de modder. Dat valt mee bij dit begin van het regenseizoen. © Ivan Godfroid

We hadden afgesproken om 14u samen te vertrekken richting Kasindi, zodat we nog de dag zelf de grens zouden kunnen oversteken om dan ‘s anderendaags na een overnachting op Oegandees grondgebied door te reizen naar de luchthaven in Entebbe.

Het werd uiteindelijk 15u30 eer mijn reisgezellen reisklaar waren.

Ik leer het echt nooit: ik had moeten zeggen dat het vertrekuur vastligt om 12u30. Dan waren we om 14u weggeraakt. Ik blijf maar naïefweg geloven dat er ooit wel eens een kentering komt in het tijdsbeheer van mijn collega’s. Niet dus. Het grapje van ‘les Européens ont la montre, les Africains ont le temps’, daar kan ik allang niet meer om lachen. Respect voor tijdsafspraken is respect voor de medemens, zo simpel ligt dat voor mij. Maar blijkbaar voor mij alleen…

Normaal kan je de reis Butembo-Entebbe op één dag doen, mits je om zes uur ‘s ochtends Butembo verlaat. Maar onze chauffeur Fiston had collega’s opgebeld die hem hadden gewaarschuwd dat de laatste tijd op de binnenweg via Karuruma vóór 10 uur gewapende bendes worden gesignaleerd. Daarom hadden we ervoor gekozen om de reis in twee etappes te doen.

Binnenweg

Jarenlang heeft iedereen de omweg via Beni gebruikt: 130 km in plaats van 45. Omdat de binnenweg over een afstand van een kleine 10 km door het Virungapark loopt waar wetteloosheid troef was, bleef iedereen maar die omweg maken. Tot twee jaar geleden. Nu gaat het personenverkeer via Karuruma. Voor het vrachtverkeer zijn er echter twee hinderpalen: er is geen brug over de Semulikirivier en de houten veerpont is te licht voor zware vrachtwagens. Bovendien klimt de weg van 1.060 meter hoogte aan de grensovergang tot 2.200 meter hoogte in Kyondo over een afstand van nog geen 20 km. Dat zijn onmogelijke hellingsgraden voor overbeladen vrachtwagens, zeker als het geregend heeft.

En het hád geregend. We hadden geluk: slechts één enkele vrachtwagen had zich onderweg, op het stuk vóór de afdaling, vastgereden. Op minder dan een kwartier had de chauffeur met zijn ervaren team de doorgang weten vrij te maken. We haalden nog net de laatste oversteek van de veerpont vóór zonsondergang. Maar de grens was al dicht. We zouden dus in Congo moeten overnachten. Iemand belde me op dat terwijl wij door het park aan het rijden waren een gewapende aanslag werd gepleegd op een personenwagen ergens tussen Beni en Butembo, de lange weg dus, die we ook even overwogen hadden te nemen. In Congo moet je toch ook wel wat geluk hebben.

© Ivan Godfroid
Voor 3$ krijg je een waardeloos attest dat het gele boekje geenszins vervangt.
© Ivan Godfroid

Ontmaagden

De dag erop om 8 uur 30 konden we dan van land en van tijdzone wisselen. Mijn twee reisgezellen hadden elk een splinternieuwe reispas bij, verkregen de dag vóór onze afreis, niet zonder smeergeld te betalen in Kinshasa (ook al werd voor het paspoort zelf al het reguliere tarief betaald, er moest nog eens 200$ bovenop). De ambtenaren van Migratie in de grenspost van Kasindi eisten nu op hun beurt in het Swahili van elk 20$ om de paspoorten te ‘ontmaagden’. Zo heet dat hier letterlijk. Dévierger le passeport. Dat wil dus zeggen: er de eerste stempel in plaatsen. Daar moet je hier voor betalen!

Mijn collega, die mijn afkeer van machtsmisbruik goed genoeg kent, antwoordde, ook in het Swahili, om hen in de waan te laten dat ik het niet verstond, dat zijn baas nooit zou goedkeuren dat een uitgave niet wordt gedekt door een bewijsstuk. Waarop ze mij vriendelijk verzochten om even buiten te gaan wachten op mijn paspoort. Ik zei dat ik me perfect goed voelde door staande te wachten. Dat ik nog de hele dag in de auto zou zitten. Waarop ze beweerden dat ik de doorgang blokkeerde. Net op dat moment kwam de chef voorbij, zonder probleem. ‘Ziet u wel dat de doorgang vrij is’, zei ik nog.

‘Meneer, u moet het reglement respecteren. Wilt u asjeblief buitengaan?’.

‘Welk reglement?’, antwoordde ik rondkijkend. ‘Ik zie niets uithangen. Hoe wilt u dat een burger een reglement respecteert als u het reglement niet communiceert?’.

Ik had intussen genoeg van die komedie. ‘Luister heren’, zei ik hen, ik weet perfect waarom jullie me hier buiten willen. Maar denk maar niet dat ik jullie mijn collega’s laat afpersen. Ik zal exact te weten komen wat er gebeurt en zal dat ook rapporteren bij de bevoegde overheid’. Waarop ik hen kwaad de rug toekeerde en naar buiten stoof.

© Ivan Godfroid
Sléchts één vrachtwagen die vastzit in de modder. Dat valt mee bij dit begin van het regenseizoen.
© Ivan Godfroid

Triomf

Toen de DGM-ambtenaar me 10 minuten later terug binnen riep, klonk er triomf in zijn stem. ‘Uw uitreis- en terugkeervisum is vervallen, meneer.’

Congo is het enige land dat ik ken waar je als drager van een duurbetaald verblijfsvisum daarbovenop om de 7 maanden ook nog eens een uitreis-en-terugkeervisum moet betalen. Dat is ook niet goedkoop: 285$. Ga je het land uit zonder een geldig UTV, dan vervalt je verblijfsvisum meteen en kan de hele mallemolen van voor af aan herbeginnen.

Ik had heksentoeren moeten uithalen om een nieuw UTV te bemachtigen. Enkel de provinciale kantoren mogen die uitreiken, dus had ik mijn reispas moeten toevertrouwen aan een reiziger die naar Goma vloog en had ik beroep moeten doen op vertrouwenspersonen die de aanvraag voor mij konden indienen en betalen. Op de valreep was dat nog gelukt ook: de ochtend van mijn vertrek kreeg ik mijn reispas in handen.

‘Correctie, meneer’, antwoordde ik hem, ‘u heeft mijn nieuw uitreis- en terugkeervisum niet gevonden.’

Ik kreeg zowaar medelijden met het heerschap wegens de beteuterde uitdrukking op zijn gezicht toen hij verder door mijn reispas bladerde en daar de pas geplaatste blauwe stempel vond. En toen mijn collega’s me bevestigden dat ze ontsnapt waren aan het ontmaagdingsgeld, voelde ik de triomf volledig naar mijn kant overslaan.

Gezond

We waren net ingestapt in de wagen om de grens over te steken als een armzwaaiende kerel ons tegemoet kwam hollen dat we de hygiënedienst nog langs moesten. ‘Ik ga niet mee’, zei ik vermoeid, ook als was het nog maar 9 uur ‘s ochtends. ‘Gele koorts wordt nagekeken als je een land binnenkomt, niet als je het verlaat. Maar ik geef jullie toch mijn gele boekje mee’.

Twintig minuten later waren mijn collega’s terug. Ze hadden elk 3.000 Congolese Frank (3 €) moeten betalen in ruil voor een attestje, waarop dit bedrag overigens niet vermeld stond, maar dat wel te kennen gaf dat ze in goede gezondheid zijn. ‘Heeft een dokter jullie dan onderzocht?’, vroeg ik ongelovig? ‘Alleen maar ons gewogen’. Ik plooide dubbel. ‘En hebben ze mij niet naar binnen willen roepen?’. Ze hadden gezegd: ‘Gele koorts wordt nagekeken als je een land binnenkomt, niet als je het verlaat’.

Op de vlucht

Elke keer weer is het een verademing om in een georganiseerd land te komen. Onze Oegandese taximan was wél op tijd. Tijdens het rijden kan je wél een gesprek voeren met je medereizigers zonder je voortdurend te moeten schrap zetten voor de schokken in de putten. Dat gaf me de gelegenheid om het verhaal van Maman Kaswera Mwenge op te tekenen. Over wat er de laatste tijd gebeurt tussen Beni en Eringeti hoor je in de internationale pers immers zo goed als niets.

Eigenlijk heet ze helemaal anders. Maar ze is bang om geïdentificeerd te worden. Represailles omwille van haar getuigenis zouden haar het leven kunnen kosten. Als activiste in een boerensyndicaat en in de boerinnenbond kent iedereen haar en zouden ze haar snel op het spoor komen.

 

‘Het gebeurde op donderdagavond 23 juli in Mayi Moya. Om 17u30 kwamen mensen uit de buurt plots roepend voorbijgelopen. De ADF-NALU vallen aan! Ren voor je leven!

Meteen daarop hoorden we geweerschoten en ook zwaarder geschut, wellicht mortieren. Iedereen zette het meteen op een lopen naar onze vluchtplaats op 3 km in het woud. Daar hebben we de nacht in de open lucht doorgebracht. We hoorden dat de soldaten van het FARDC terugkwamen. Er waren maar enkele soldaten in Mayi Moya. In eerste instantie waren ze gevlucht zoals wij allen. Gelukkig zijn ze versterking gaan halen. We hebben het laatste geweerschot gehoord om 21u19. Maar we waren te bang om in het donker terug te keren. Pas bij het krieken van de dag om 6u hebben we enkele verkenners uitgestuurd.

Platgebrand

De schade was aanzienlijk. In totaal zijn 23 huizen in de vlammen opgegaan. En ook ons commercieel centrum. Volledig gebouwd in baksteen, door de boeren van bij ons, om hun producten te verkopen. Ze hadden daarvoor hun middelen samengelegd. 18 deuren waren er in het totaal (een deur komt overeen met een winkeltje), 9 aan elke kant. Volledig uitgebrand. Ze moeten daar bommen hebben opgegooid of benzine. Het dak is volledig ingestort, de muren afgebrokkeld. Compleet verwoest. Hopelijk helpt de regering of de MONUSCO deze mensen om hun eigendom weer op te bouwen. Eén van hen is een goede vriendin van me die door gezondheidsproblemen het land niet meer kon bewerken en haar weinige middelen in een winkeltje had gestoken voor de verkoop van bananen. Ze heeft nu niets meer…

Vroeger gebeurde dit niet. De ADF-NALU rebellen kwamen wel eens in onze dorpen om zich te bevoorraden, maar ze kochten hun goederen en lieten ons verder met rust. Op 26 juni van dit jaar is het de eerste keer dat ze zijn begonnen met onze huizen in brand te steken, een vijftigtal. Toen is één vrouw erin gebleven. Deze keer waren het er drie. Twee vrouwen van soldaten en een onderwijzeres. Weet je, we hadden de gewoonte ons in onze huizen te verschansen bij onveiligheid, en dat is wat die drie vrouwen ook nu gedaan hebben, maar ze zijn levend verbrand. Nu weten we dat we beter vluchten.

Dat waren wij niet

Een andere vrouw was om 13u ontslagen uit het ziekenhuis na haar bevalling. Ze was nog te zwak om het kindje mee te nemen en is op haar eentje strompelend gevlucht. Ik kwam ze tijdens mijn eigen vlucht tegen, helemaal verward, jammerend dat ze niet wist wat er met haar kindje zou gebeuren.

Een buurvrouw was bij haar langs geweest en had het kindje horen huilen. Ze had het mee gegraaid. Omdat ze zelf nog een kind aan de borst had, had ze het zelfs kunnen zogen. De moeder was zielsgelukkig haar kindje de dag erop gezond en wel terug te vinden.

Bij de aanval van juni werden 14 mensen gegijzeld, onder meer om de buit van de plunderingen te helpen dragen. Op drie jongeren na werden ze nadien weer vrijgelaten. ‘Dachten jullie echt dat het afgelopen was met ons ADF-NALU?’, hadden ze gezegd. ‘Vergeet het, wij gaan door. Maar weet één ding: de voorbije slachtpartijen, dat waren wij niet. Moesten we willen, we zouden jullie allemaal kunnen uitmoorden. Dat is niet ons doel. Dat waren anderen’. Sinds oktober vorig jaar zijn inderdaad meer dan 400 mensen, waaronder veel vrouwen en kinderen, lafhartig afgeslacht met machetes en bijlen zonder dat ooit iemand die moorden heeft opgeëist of motieven heeft gemeld.

Wat doet de overheid?

‘Twee dagen na de aanval is de chef de secteur langs gekomen, samen met de kolonel van het leger en de MONUSCO. Ze zeiden dat we hen moesten helpen de daders op te sporen door getuigenissen af te leggen. Ook verwittigden ze ons dat als onze zonen er zouden bij betrokken zijn, we hen meteen moeten terugroepen. Maar wat zouden onze jongens daar gaan zoeken? En dan de huizen van hun ouders in brand gaan steken? Komaan zeg!

Minister van Decentralisatie Banamwere en provinciaal minister van landbouw Kasivita zijn na de aanval van juni langsgekomen en hebben medicijnen uitgedeeld en 25 golfplaten per gezin. Maar de gezondheidsdiensten hebben zich intussen teruggetrokken naar Oïcha en vele mensen zijn definitief gevlucht naar Beni, Oïcha of Butembo of zelfs naar hun veldhuisjes in de bossen. Er is eigenlijk maar één oplossing: dat er eens en voorgoed komaf wordt gemaakt met die rebellen. De vruchtbare gronden in het Oosten zijn nu totaal onveilig geworden. Moeten wij dan allemaal omkomen door de honger? Het enige dat wij van onze kant kunnen doen, is blijven bidden. En dat zullen we dan ook doen!’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur