Wat is je naam, Bommel?

Als je vergunning hebt een gevangene te bezoeken in de VS betekent dit nog niet dat je zomaar mag bezoeken.

Om toegang te krijgen tot een gevangenis in de Verenigde Staten - als bezoeker althans - is een hoop geduld en incasseringsvermogen vereist. “U staat niet op de lijst als bezoeker,” krijg ik na mijn intercontinentale reis te horen van een mevrouw aan een balie in een achterafbajes, een uur rijden vanaf de Grote Stad. “Hoe kan dat nou, ik heb er een bevestiging van gekregen dat ik op bezoek mocht komen hier.” “Daar is ons niets van bekend.” Aandringen, er iemand anders bij laten komen, nog een keer kijken - het gaat allemaal van de bezoektijd af, en eerlijk gezegd denk ik dat dit de hoofdbedoeling is.


“Kijk, hier staat ene André de Raaij op de lijst. En u bent Herman André de Raaij. Iemand anders dus.” Onze vriend achter de tralies had mij aangemeld bij mijn roepnaam, niet bij wat er in mijn paspoort staat, want dat had hij niet bij de hand. “Tja, en uw verjaardag.” Ik weiger inderdaad namelijk 2/25 te schrijven voor 25 februari. “Wat is in ‘s hemelsnaam de vijfentwintigste maand? Wij hebben geen idee. Nou ja, u mag toch naar binnen.” Toch goed voor een klein half uur.


Je moet je komst ook nog van tevoren telefonisch aankondigen. Vraag je om een langer bezoek dan de standaard drie uur, je komt tenslotte van een ander werelddeel en de ander krijgt verder geen bezoek, dan word je doorverbonden. “Neen, dat gaat niet. Alleen familie mag langer bezoeken.” Het blijkt dat door het doorverbinden de aanmelding vervallen is verklaard. Weer een half uur doorzagen aan een balie ten koste van de bezoektijd.


Het procédé verraadt tegelijkertijd de wil tot heersen en de magistrale domheid van het gemiddelde bewakend personeel. De Nederlandse journaliste Andrea Steinmetz beschrijft in Het mensenpakhuis hoe zij razendsnel tot een topbewaakster uitgroeit als zij tijdelijk werk aanneemt als bewaakster in een “zware” gevangenis in Texas, en dat was niet haar bedoeling. Ze was alleen niet heerszuchtig of dom, maar professioneel in een beroep dat het hare niet was. De zaak bekeken van die kant.


Speciaal bezoeksters in zo’n mannenpakhuis kan het met kleding geregeld lastig worden gemaakt. Keurende blikken in een décolleté. “Volgende keer hoger gesloten alstublieft anders komt u er niet in.” Dat er een notitie van gemaakt wordt dat mevrouw een “kloof” laat zien is twijfelachtig. En volgende week zit er waarschijnlijk weer een ander aan de balie. Maar ja, die heeft weer andere normen. “Volgende keer een langere rok, mevrouw.” Mevrouw gehoorzaamt. Volgende week: “Draagt u er een slip onder?” Verwarring, verontwaardiging. Met “slip” wordt in de VS een onderjurk bedoeld. Die wordt nergens in “de regels” genoemd, dit wordt ter plaatse bedacht. Volgende keer maar in broek (maar jeans mogen dan ook weer niet, nogmaals opgepast).


Geen nood, vandaag werd een vrouw bijna geweigerd omdat haar rok… te lang was. Als er niets te zeuren is zeuren wij gratis en voor niets toch. “Ik draag er panties onder.” (Verwarring bij deze toehoorder. Panties betekent hier “broek”.) Er wordt niet gekeken of het jeans zijn, mevrouw mag naar binnen.


Er staat mij bij dat er ooit wachters bij het Vaticaan gestaan hebben die de roklengte van de dames met een meetlat opnamen om eventueel toegang te weigeren. Een speurtocht op het net levert op dat (toen) prinses Paola om haar roklengte (-kortte) de toegang ontzegd is. Tot het Vaticaan dan. In 1969. Ze zouden nu niet meer durven (koningin Paola trouwens ook niet meer), ze hebben wel iets anders aan hun hoofd daar. Maar bewakers bij VS-gevangenissen blijven onstuitbaar in hun willekeurige jacht op alles waar ze een aanmerking over denken te kunnen maken.


 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift