De zee kleurt hier niet rood, maar appelblauwzeegroen

Allesio ontvangt me in zijn koffieshop en is aanvankelijk zeer zenuwachtig. Hij schenkt me een cappuccino in en neemt zelf niets. 30 jaar jong is hij. Een geboren en getogen “Lampedusano”.

Hoewel, geboren, dat moet je met een korreltje zout nemen. Je kan namelijk niet geboren worden op Lampedusa. Kinderen krijgen doe je in Palermo. Je kan er maar beter voor zorgen dat je snel op een vliegtuig zit voor de eerste wee er is. In Lampedusa is er slechts een eerstehulpcentrum. Het eiland is alvast geen aanrader voor hartpatiënten.

Ook als je wil studeren moet je naar het vasteland. Er zijn drie scholen. De “primary” tot 11 jaar, de “medium school” tot 14 jaar en “high school” tot 18 jaar. Als je de nood hebt om verder te studeren, moet je naar het vasteland. Naar Palermo, Milaan, Rome, Bologna, waar je maar wil.

Een eiland met een bevolkingsaantal van slechts 5.000 mensen waarvan een 2.000-tal niet op het eiland verblijft. Hou er daarbij rekening mee dat die 2.000 mensen studeren of werken op het vasteland en de rekensom is snel gemaakt.

De droom van Allesio

Vooral kinderen en ouderen verblijven op het eiland. Wie kan, zorgt ervoor dat hij of zij elders in Italië aan de bak geraakt. Ook Allesio had een droom. Hij is ooit nog jonger geweest en vol escapistische ideeën. Als achttienjarige kon hij het zich niet voorstellen dat hij op dit eiland moest blijven. Dus trok hij naar de stad, naar Bologna, waar hij enkele cursussen kledingontwerp deed. Maar werk vinden in zijn branche lag er niet voor de hand. Zo kwam hij terug naar zijn plaats van herkomst en werkt hij hier in de koffiebar van vaderlief.

“Ik ben nu veel matuurder”, bekent hij me. Verlegen naar het tafelblad kijkend als was het een schande. “Ik wil hier wonen en iets betekenen voor mijn mensen, mijn gemeenschap. ‘s Nachts word ik vaak wakker en dan moet ik ontwerpen. Uren zit ik te schetsen tot ik de perfecte divajurkjes klaar heb, zo gereed voor de rode loper. Mijn droom is hier in Lampedusa een shop te openen met vrouwenjurkjes, zelf ontworpen, haute couture. Maar ik vind geen naaister.”

Toch is zijn droom niet opgeborgen. Hij staat ermee op en gaat ermee slapen. Ondertussen probeert hij geld te verzamelen om zijn project te financieren en gaat zijn zoektocht naar een naaister onverminderd voort. Hij toont me enkele van zijn ontwerpen. Ik sta versteld van de man achter deze man. De man die koffie schenkt en jurkjes ontwerpt.

Meisjesdrain

Een soldaat vertrekt naar het front en vindt er ter plaatse, meestal in het kamp van de vijand, de vrouw van zijn leven. Wie heeft in zijn leven nog nooit een langspeelfilm gezien met dit thema als rode draad? Helaas voor de jongens en wellicht gelukkig voor de meisjes is het in Lampedusa een alledaagse zaak.

Naast de Lampedusani stikt het op dit eiland van soldaten en politie. Mannen afkomstig uit Rome, Milaan of een andere romantische stad. Ze winden hier zonder enige moeite het vrouwelijk schoon rond hun vinger en kidnappen hen na de dienst mee naar hun woonplaats. De plaatselijke jongemannen blijven verweesd achter.

Maar wanhoop heeft Allesio nog niet klein gekregen. Hij is er nog altijd van overtuigd dat de liefde van zijn leven zich om de hoek bevindt.

De immigranten

“De media kloppen het fenomeen op. En ze schrikken er de toeristen mee af.” Hij meent wat hij zegt. Het is beter om niet naar de televisie te kijken. Want als je ze mag geloven, kleurt de zee hier echt rood.

“Maar de zee is mooi, appelblauwzeegroen, heb je dat al gezien? Nergens is het water zuiverder dan hier.” Alex, als bediende in de koffiebar, ontmoet elke dag menig Lampedusani en vaak praten ze over “i clandestini”. De gevoelens zijn gemengd, maar nooit negatief tegenover de immigranten.

Hij weet de oplossing. “Europa moet meer geld uittrekken om de economie in Afrika te redden. Scholen en ziekenhuizen bouwen. Toerisme aanzwengelen. Het is er zo mooi. Ze hebben er alles om toeristen aan te trekken.”

Met het probleem van de terroristen, zoals Al Shabaab in Somalië, weet hij geen raad. Ontmoedigd staart hij me aan. “We hebben persoonlijk nochtans weinig last van de clandestini. Ze verblijven meestal in het centrum en als ze eruit komen, gedragen ze zich. Het is ons horeca-uitbaters immers verboden hen alcohol te schenken.”

De man uit Lampedusa heeft een droom. Een droom die hij onverminderd najaagt. Geen politiek, immigrant of media die hem zal stoppen. “Lampedusa is zo mooi”, mijmert hij. “En Lampedusani zijn ongelooflijk gastvrij. We willen de wereld ons mooie eiland laten zien. We hebben zo’n nood aan uitwisseling met andere mensen, andere culturen. Hoe jammer is het, dat de beeldvorming gemaakt door de media op het vasteland en in de rest van Europa ons nekt.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3141   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur