Arbeidsbescherming is het hart van ons mandaat

‘Arbeidsbescherming behoort tot het hart van het mandaat van de Internationale Arbeidsorganisatie’, zo begint hier op de Internationale Arbeidsconferentie het ontwerp van conclusies voor de recurrente discussie rond arbeidsbescherming. Al ligt dat de aanwezige werkgevers kennelijk niet na aan het hart. Gijs Justaert, van Wereldsolidariteit en opgenomen in de ACV-delegatie, brengt tussentijds verslag uit.

 

  • Emilio Labrador (CC BY 2.0) Een man aan het werk in Hanoi, Vietnam. Emilio Labrador (CC BY 2.0)

Vorige week startte hier op de Internationale Arbeidsorganisatie de zgn. recurrente discussie op, over de sociale bescherming. Dit keer over de arbeidsbescherming. Dat hier wordt voorgehouden dat arbeidsbescherming tot de kern van het IAO mandaat behoort, hoeft niet te verbazen.

Minimumlonen, werkuren, veiligheid en gezondheid op het werk en moederschapsbescherming zijn cruciaal voor iedereen die werkt.

Met iedereen bedoelen we ook echt iedereen, en dus ook zij die een ‘atypische vorm van werk’ hebben, zoals dat hier heet: arbeiders die, gedwongen of niet, flexibele werkuren moeten aanvaarden, seizoenarbeiders op de plantages in Latijns-Amerika, of de korte termijncontracten in de Aziatische kledingindustrie, waarbij arbeidsters – het gaat veelal over vrouwen – contracten krijgen van een dag, een week, een maand of hooguit enkele maanden. En die zo verstoken blijven van de meest fundamentele arbeidsrechten en –bescherming.

Werkuren? Voor hen zijn die afhankelijk van de bestelling en de productiesnelheid die de kledingmerken hen opleggen. In drukke periodes betekent dat tot 16 uur per dag. Veiligheid en gezondheid op het werk? Remember de brand in de confectieateliers van Rana Plaza, fin Bangladesh. Moederschapsbescherming? Overbodig, want wie zwanger is, wordt toch niet aangeworven. En een minimumloon? Begin daar niet over a.u.b. . Er staan er genoeg klaar die je job willen overnemen voor hetzelfde geld.

Atypisch moet beschermd

Atypische werkvormen en –contracten zijn vandaag geen uitzondering meer, maar een toenemend fenomeen. Sterker nog, in vele landen worden deze atypische werkvormen ook gebruikt – lees: misbruikt – om de rechten en bescherming van werknemers in te perken. De vele getuigenissen van vakbonden hier op de Conferentie maken dat schrijnend duidelijk. Vandaag nog hoorden we van de vakbonden van de Dominicaanse Republiek hoe grote bedrijven zich, op papier althans, opsplitsen in kleine entiteiten en het de werknemers zo onmogelijk maken zich te organiseren in een vakbond en collectief te onderhandelen, nochtans een basisrecht.

Of de getuigenissen van organisaties die het huispersoneel organiseren, eenvan de meest sprekende voorbeelden van atypisch werk, met onregelmatige werkuren en uiterst gebrekkige arbeidsrechten en –bescherming. Voor Wereldsolidariteit moeten mensen met atypische vormen van werk, zoals huispersoneel, dezelfde rechten en bescherming hebben als andere werknemers en werkneemsters. En dus is het goed dat de voorlopige conclusies alvast het recht op moederschapsbescherming erkennen voor alle huispersoneel, ongeacht het type contract of werk dat ze hebben.

Het hart mag wel wat sneller kloppen

De discussie over het thema had gerust wat dieper mogen gaan. De voorgestelde conclusies zijn – voorlopig – maar weinig daadkrachtig om een adequaat niveau van arbeidsbescherming te garanderen in de veranderende wereld van het werk. Laat staan om een antwoord te bieden op de problemen die we hierboven aanhaalden.

Nauwelijks een woord in de conclusies over de mondiale productieketen en het gebrek aan arbeidsbescherming in de onderste lagen daarvan. Alsof de instorting van Rana Plaza een fait divers was. Geen woord over de uitbesteding van arbeid, wereldwijd een toenemend fenomeen, waarbij arbeiders als schijnzelfstandigen moeten werken en bedrijven zich aan elke verantwoordelijkheid kunnen onttrekken. Zelfs de suggestie dat minimumlonen minstens leefbare lonen moeten zijn, bleek te vooruitstrevend. De Commissie is door de debatten geraasd als een hogesnelheidstrein, maar dan wel als Fyra: een goede poging, maar verre van af…

Als arbeidsbescherming echt tot het hart behoort van het mandaat van de IAO, wel dan mag dat hart gerust wat sneller kloppen wil die in de wereld van het werk van vandaag een deftig niveau van arbeidsbescherming garanderen. Al is er een belangrijk lichtpunt, hoopgevend: voor de eerste keer roepen werknemers, werkgevers en overheden samen de IAO op om na te denken over de noodzaak van een nieuwe arbeidsnorm om atypische vormen van werk beter te reguleren en werknemers met atypische contracten beter te beschermen. Zo staat het alvast in de ontwerpconclusies. Nu nog zien dat het de amendementenslag overleeft.

PS Vandaag bereikte ons het bericht dat het Rana Plaza Fonds eindelijk de doelstelling van 30 miljoen dollar heeft bereikt. Dat betekent dat de slachtoffers en hun families volledig zullen kunnen worden vergoed voor het inkomensverlies en de medische kosten. Stap voor stap naar gerechtigheid…

Deze bijdrage werd geschreven door Gijs Justaert.

Dit artikel maakt deel uit van een reeks over de Internationale Arbeidsconferentie:

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de IAO

    Luc Cortebeeck is werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO/ILO), voorzitter van Wereldsolidariteit en adjunct-voorzitter van het Internationaal Vakverbo