Als de rivier ons in de steek laat, waar moeten wij naartoe?

Tijdens een rondreis in Argentinië raakt Leo Broers bevriend met een visser op de Río Uruguay. De man praat over zijn angst voor de papierfabriek enkele kilometers verderop.
Het golfplatenhuisje van Cheparé ligt goed verscholen tussen het gebladerte van de bomen. Daardoor is het hier minder warm dan aan het strand, waar de Río Uruguay langs stroomt. Het briesje geeft verkoeling en de roséwijn is ijskoud. Alle kleine beetjes helpen op een hete zomerdag als deze.
We verorberen ons stoofpotje buiten vergezeld door wel tien poezen. Onder mijn wankel klapstoeltje ligt een hond te luieren. Eigenlijk heb ik al jaren vlees van mijn menu geschrapt, maar Cheparé kan er ook niet aan doen dat de vissen niet toehapten deze ochtend. En bovendien zal dat ene kippetje het verschil niet maken.
Cheparé begint over de papierfabriek die enkele kilometers stroomopwaarts gebouwd wordt. Hij vraagt of ik denk dat ze nog te stoppen zijn. Alleen een mirakel kan de werken stilleggen, denk ik.
Rond de fabriek van de Finse papierpulpgigant Botnia is veel controverse ontstaan. Bij het bleken van papierpulp worden dioxines gevormd en dat verontrust de Argentijnen aan de overkant van de rivier. Boze inwoners van de stad Gualeguaychú versperren al sinds twintig november de brug die Argentinië met Uruguay verbindt en de demonstranten zeggen dat ze niet zullen weggaan vooraleer Botnia er het bijltje bij neerlegt. Maar de kans dat dat nog gebeurt is klein, want de fabriek is bijna af.
In Uruguay is Botnia echter meer dan welkom. Fray Bentos was een spookstad toen de oude vleesindustrie er wegtrok. Met de komst van Botnia kreeg de stad een opsmukbeurt: oude hotels werden gerenoveerd, brommers en huishoudapparaten vliegen de winkeldeuren uit en kredietkantoren doen gouden zaken.
Maar niet iedereen in Fray Bentos is tevreden met de papierfabriek. Cheparé vist al 32 jaar op de Río Uruguay en hij maakt zich ongerust dat door de fabriek de vissen zullen verdwijnen. “Waar moeten we naartoe, als de rivier ons in de steek laat?” Vraagt hij.
Hij nodigt mij uit om de Río Uruguay stroomopwaarts te varen tot aan de Salto-dam. Dan kan ik zien hoe toverachtig de rivier is. We zouden vogels in alle kleuren zien en aanmeren op bewoonde en onbewoonde eilandjes. Behalve een tent en veel wijn hebben we niets nodig. En als we honger hebben gooien we een lijn uit of jagen we op carpinchos.
Wat zijn carpinchos? Cheparé graait met zijn hand door de koelkist en haalt een gestroopte kop met twee vooruitstekende gele tanden uit het ijs: een bever! Ik kijk naar mijn bord en vraag of het stoofpotje ook carpincho is. Natuurlijk, zegt hij. Ik moet even slikken. Een kippetje kan er wel in, maar een bever…

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift