"Afghanistan was een labo voor experimenten van de internationale coalitie met humanitaire hulp"

Renzo Fricke coördineert alle hulpprogramma’s van Artsen Zonder Grenzen in het door oorlog geteisterde Afghanistan.

Hoe veilig is Afghanista op dit moment?

Renzo Fricke: “Afghanistan is nog steeds een land in oorlog. Op dit moment is het zogenaamde ‘lente-offensief’ bezig, het zogenaamde oorlogsseizoen, dat steeds in de lente begint. In juni en juli was er een golf van aanslagen in Kaboel. Maar de Afghanen worden een heel jaar lang geconfronteerd met de oorlog, in meerdere regio’s in het land. De voorbije tien jaar hebben humanitaire organisaties – ook Artsen Zonder Grenzen – de toegang tot de meest getroffen gebieden, waar de mensen het zwaarst lijden onder de oorlog, zien verminderen.”

 Wat is de stand van zaken op humanitair vlak?

Renzo Fricke: “We weten, omdat we er zelf aanwezig zijn, dat de humanitaire noden in Afghanistan enorm zijn, en dat er veel te weinig hulp is. De gezondheidsindicatoren in Afghanistan zijn bij de slechtste ter wereld. Zwangere vrouwen en kinderen lopen grote risico’s. Dodelijke epidemieën, bijvoorbeeld van mazelen, komen met regelmatige intervallen voor, en er zijn geregeld natuurrampen, zoals overstromingen of aardbevingen. Veel gezondheidsposten op het platteland werken niet meer. Het opgeleide medische personeel is uit de gevaarlijke zones gevlucht, en de bevoorrading met medicatie en medisch materieel is op z’n best onregelmatig en vaak onbestaande.”

De voorbije twaalf jaar is er voor miljarden dollars hulp geschonken aan Afghanistan. Welke impact heeft dat gehad op de gezondheid van de Afghanen?

Renzo Fricke: “Die enorme bedragen hebben toch voor enkele resultaten gezorgd. Het nationale systeem van gezondheidszorg is geherorganiseerd en in verschillende regio’s is de medische infrastructuur uitgebreid. Maar we zien toch een enorme kloof tussen de realiteit en wat op papier bestaat. Veel medische infrastructuur staat leeg. Er is geen meubilair, geen medicatie, geen personeel, en ook geen patiënten. Het systeem dat opgezet is, gaat ervan uit dat Afghanistan in een post-conflictfase is. Maar in werkelijkheid is dit land nog steeds in oorlog. Grote groepen mensen hebben nauwelijks toegang tot gezondheidszorg, door de onveiligheid, door de hoge kost, door de afstand die ze moeten afleggen, of simpelweg omdat veel gezondheidscentra niet functioneren.”

Hoe is die humanitaire hulp dan geleverd?

Renzo Fricke: “Sinds het begin van de oorlog is Afghanistan een laboratorium geweest voor experimenten met de geïntegreerde politiek-militair-humanitaire aanpak van de internationale coalitie, onder leiding van de NAVO. De humanitaire hulp werd systematisch gerecupereerd om een militaire agenda te dienen, en dat heeft gevaarlijke gevolgen. Hulp werd niet geboden in functie van de behoeften van de Afghaanse bevolking, maar in functie van de belangen van de nationale veiligheid en de doelstellingen van de buitenlandpolitiek van de landen die in het conflict betrokken waren. Er zijn astronomische bedragen in het land geïnjecteerd om projecten met een snelle impact te ontwikkelen, om zo de ‘hearts and minds’ van de bevolking te winnen. Zo heeft de internationale troepenmacht heeft ook gebieden langs de frontlijnen kortetermijngezondheidsprojecten opgezet. Terwijl ze medische zorg verleenden, verzamelden ze ook informatie in het kader van hun counter-insurgencystrategie.”

“Die militarisering van de hulp heeft de grenzen tussen de rol van militairen en de rol van hulpverleners – die neutraal, onafhankelijk en onpartijdig horen te zijn – doen vervagen. Dat brengt de mensen die hulp zoeken in gevaar. Verschillende patiënten vertelden dat ze liever urenlang onderweg waren naar een ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen dan naar een ziekenhuis van het leger dichterbij, uit schrik voor represailles van oppositiegroepen.”

Wat zijn de toekomstplannen van Artsen Zonder Grenzen in Afghanistan?

Renzo Fricke: “Gezien de enorme humanitaire noden, die blijven groeien, zoeken we naar manieren om onze aanwezigheid nog te versterken, naast de vier projecten die we nu al hebben. We willen de komende jaren projecten ontwikkelen in andere regio’s, met name in regio’s die nu niet onder controle van de regering vallen. Maar we willen ook buiten de vier muren van onze ziekenhuizen komen en gaan werken in het centrum van de Afghaanse gemeenschappen zelf. Dat is erg moeilijk, gezien het gebrek aan veiligheid. Maar in de buitenwijken van Kaboel zijn we net begonnen met mobiele hulpposten, om geïsoleerde groepen mensen te bereiken die het anders moeilijk hebben om gezondheidszorg te krijgen. En we onderzoeken in al onze projecten wat de belangrijkste obstakels voor de bevolking zijn om naar een gezondheidspost te komen.”

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur