Alweer een dagje in 'het paradijs'

Ferry Schippers is coördinator voor Artsen Zonder Grenzen, en werkt in de bergen van de Hauts Plateaux in Zuid-Kivu in Congo. AZG biedt sinds 2010 noodhulp in Zuid-Kivu, waar de bevolking op de vlucht is voor geweld.

Het is vijf uur ‘s ochtends. Het is stil, heel stil. Ik beweeg niet. Ik houd mijn ogen dicht en probeer me te herinneren waar ik ben. De frisse lucht strijkt langs mijn gezicht en maakt me stilaan wakker, zoals het zachte gefluister van mijn moeder toen ik klein was, toen ze zei dat het tijd was om op te staan en naar school te gaan. Ik heb het gevoel dat dit moment eeuwig zal blijven duren. Dat vind ik prima en ik laat de zachte ochtendbries zijn subtiele spel spelen. Plots wordt de stilte doorbroken door het zo bekende geluid van een haan, die de tijd zonder twijfel verkeerd heeft ingeschat. Hij zou moeten weten dat het nog veel te vroeg is om op te staan. Nu is het echter te laat om terug in te slapen, dus doe ik traag mijn ogen open.

Ik slaap altijd met het raam open en geniet intens van de avondlucht en de subtiele geluiden van Marungu terwijl ik in slaap val.

Marungu is een klein dorp, hoog in de bergen, in Hauts Plateaux in Zuid-Kivu, in het oosten van Congo, op 2.900 meter hoogte. Het is erg geïsoleerd en omvat paar dozijn traditionele hutten, gemaakt van bamboe en met modder vermengde koeienmest, de meeste hebben een dak van gras.

Ik kijk rond in mijn kamer van 3 bij 3 meter. Links, op een plank, liggen te veel stukjes papier met wat ik vandaag moet doen, alsof ik dat zou kunnen vergeten … Voor me, naast de deur, nog wat planken met mijn persoonlijke voedselvoorraad.

Ons dieet hier bevat niet meer dan de traditionele rijst en bonen, kip, geit, gezouten en gerookte vis, en maïsdeeg of ‘bugali’. Soms heb ik dus wel eens behoefte aan iets anders. Een keer per maand ga ik het een en ander kopen in de vallei, in het stadje Uvira, aan de rand van het Tanganyikameer. Ik besef trouwens net dat ik nog wat kaas en broodjes moet kopen, want ik heb de laatste stukken een week geleden opgegeten.

Ik beslis om stilaan op te staan. Het is nog een beetje donker en koud. Het regenseizoen is een paar weken geleden begonnen, en de temperatuur daalt ‘s nachts tot 5 graden Celsius. Mijn babula, een kleine traditionele kolenkachel, is koud en staat mistroostig in de hoek. Ik zal aan de bewaker vragen om hem zo snel mogelijk weer op te stoken. Het leven hier is veel comfortabeler als het warm is.

In geduldige afwachting van een lekkere kop koffie zet ik mijn Italiaanse ‘mocca’ op de opnieuw opgestookte, hete babula en wandel ik voorbij het hek om naar de geluiden in het ontwakende Marungu te luisteren. Ik zie al rook opstijgen uit de strooien daken. De lokale bevolking maakt ‘s ochtends altijd eerst een houtvuur in hun huisjes zonder schoorsteen. Enkele andere hanen volgen koppig het voorbeeld van de onze en blijven lustig doorkraaien. Er is weer een nieuwe dag aangebroken in het paradijs.

Het paradijs … Er zijn een paar redenen waarom ik het zo noem. Eerst en vooral lijkt het nog het meest op hoe mensen zich het paradijs voorstellen: sereen en vredig. Maar dat is het helemaal niet. Hier, hoog in de bergen, verschuilen zich verschillende militaire groeperingen die in conflict liggen met de Congolese overheid en met elkaar. Er zijn regelmatig gewapende gevechten tussen hen en het Congolese leger, waardoor hele dorpen op de vlucht slaan, op zoek naar een veilige plek, en alles achterlaten wat ze leren appreciëren en beschermen hebben.

Het gebied beslaat ongeveer 50 x 70 km². Omdat het zo geïsoleerd is, en door de onveiligheid en de moeilijke toegang tot het gebied is er weinig of geen gezondheidszorg. Mensen moeten soms uren of dagen stappen om een gezondheidscentrum te bereiken en verzorging te krijgen. Als ze dan in zo’n centrum aankomen, moeten ze betalen voor hun gezondheidszorg, wat ze vaak niet kunnen. Zelfs in de ergste gevallen blijven ze vaak thuis omdat ze gewoon geen medische zorg kunnen betalen. Of soms ondernemen ze de lange tocht naar de structuren van Artsen Zonder Grenzen, waar ze weten dat ze gratis gezondheidszorg krijgen. Momenteel leidt Artsen Zonder Grenzen zes gezondheidscentra in deze regio.

Voor mij is het overduidelijk waarom Artsen Zonder Grenzen beslist heeft om deze bevolking in nood te helpen. Als terreincoördinator twijfel ik geen seconde aan mijn aanwezigheid hier. We moeten deze mensen helpen een goed toegankelijk gezondheidszorgsysteem met gratis zorg op te bouwen. Het is onze plicht om deze vluchtelingen helpen door hen niet alleen onderdak te bieden en basismateriaal te leveren om te overleven, maar hen ook een kans te bieden op gezondheidszorg, en dan bedoel ik zorg in de ruimste zin van het woord. Al onze inspanningen, inclusief de sensibilisering van de bevolking, zijn bedoeld om slachtoffers van seksueel geweld binnen de 72 uur na de feiten op te sporen. Daarna is het immers te laat om medische maatregelen te treffen en te voorkomen dat ze bijvoorbeeld besmet raken met hiv of zwanger worden. Geschikte psychologische zorg en de opvolging van die slachtoffers en van mensen die hun huis ontvlucht zijn door het geweld, zijn natuurlijk ook belangrijke dagelijkse taken van onze teams.

Behalve dicht bij onze basis in Marungu zijn er geen wegen in de Hauts Plateaux. We moeten urenlang stappen over nog hogere bergen om de bevolking te bereiken. Ons tweede kamp, Kihuha, ligt op 10 uur stappen van hier. Mijn team is verdeeld over die twee kampen, wat de leiding over mijn team tot een echte uitdaging maakt.

Het is zes uur en intussen is het licht geworden. De mensen beginnen aan hun dag, sommige gaan op pad met een troep geiten achter zich aan. De vrouwen gaan naar de waterbronnen om water te halen voor de dag: de oudere vrouwen dragen 20 liter, de kinderen 5 of 10.

Terwijl ik hen nakijk, herinner ik me een gesprek met één van hen. Op een avond kwam ze aan in het gezondheidscentrum in het dorp. De nacht ervoor was ze verkracht en ze kwam pas de avond erna om hulp vragen omdat ze niet veroordeeld en verbannen wilde worden door haar man, familie en de rest van de gemeenschap. In één nacht was ze door vier mannen verkracht toen haar man niet thuis was. Ze moest al haar moed bijeenrapen om hulp te zoeken. We haastten ons naar het gezondheidscentrum met een in seksueel geweld gespecialiseerde verpleegster en onze psycholoog om haar zo goed mogelijk te behandelen. Ze zei ons dat ze onze hulp nodig had, maar triest genoeg geloofde ze niet echt dat we haar konden helpen, want ze zei: “Waarom, waarom? … morgen blijft het toch hetzelfde.”

Nee, ik hoef geen extra motivatie om voor Artsen Zonder Grenzen te werken. Ik woon hier nu meer dan een jaar. Ik luister, ik kijk en ik doe mijn uiterste best om deze mensen in nood te helpen, met de gezondheidszorg die ze nooit hebben gekregen vóór Artsen Zonder Grenzen hier aankwam, in hun ‘paradijs’.

 

Ferry Schippers

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur