De hulppost diep in de jungle

David Bude is clinical officer bij Artsen Zonder Grenzen en werkt in de afgelegen gezondheidspost van AZG in het dorpje Lekwongole, niet ver van Pibor, in de Zuid-Soedanese staat Jonglei, waar het geweld blijft aanhouden. Toen de gevechten in augustus 2012 in Lekwongole begonnen, moest hij vluchten, samen met de rest van de bevolking. Terwijl hij in de jungle ondergedoken zat, gebruikte hij zijn medische vaardigheden om in erg moeilijke omstandigheden levens te redden…

Vluchten voor ons leven

We renden weg van Lekwongole toen we schoten hoorden. Ik was bang, net als iedereen, door wat we hadden gezien - door al die dode mensen.

Ik zei tegen mijn vrouw dat als we bleven, we ook vermoord zouden worden. Het was beter dat we naar de jungle vluchtten, omdat we wisten waar we ons konden verstoppen.

We staken de rivier over met bootjes van plastic zeilen. We bonden de plastic zeilen in de lengte aaneen en legden er gras in om ze stabieler te maken, zodat ze niet zouden omslaan bij het instappen. We zetten onze kinderen over naar de andere oever en daarna renden we allemaal samen, met onze kinderen en gezinnen, verder. We hadden zelfs geen tijd om eten, kleren of geneesmiddelen mee te nemen. We moesten alles achterlaten.

Diep in de jungle

We bevonden ons diep in de jungle, er was overal dik gras en kreupelhout. Er waren geen wegen of paden. Ik was bang - iedereen was bang. Je ziet niet wat er in het hoge dikke gras zit, en er zitten nochtans veel gevaarlijke dingen: slangen, hyena’s, ‘s nachts hoorden we leeuwen brullen - en zelfs rebellen of milities …  Je weet niet wat er ‘s nachts, of zelfs overdag, zal gebeuren.

Het gebied was eerder overstroomd geweest, dus er was ook overal veel water. De meeste mensen sliepen gewoon onder de bomen zonder enige beschutting. Anderen hadden dan weer een plastic zeil bij zich en als het ging regenen, lieten ze andermans kinderen mee schuilen. De mensen hielpen elkaar omdat we daar nu eenmaal allemaal samen in de jungle zaten.

De kliniek onder de boom

Ik koos een dikke boom uit, een goede boom die veel schaduw bood, en ik maakte de grond eronder schoon. Ik had een plastic zeil en gaf het aan mijn vrouw om er een soort afdak van te maken. Ze brak enkele takken af en maakte een frame, zoals voor een manyatta, en daar legden we het plastic zeil over. Daarna maakte ik een houten platform als bed, zodat ik de medicijnen daarop kon zetten en ze niet op de grond zelf moest bewaren. Dat was mijn apotheek.

We kapten enkele takken om banken mee te maken, zodat er een wachtruimte was waar de mensen konden zitten. En met nog andere takken en modder maakte ik een soort consultatieruimte. Als iemand dan een behandeling nodig had, kon ik die in deze ‘kamer’ toedienen.

We konden zelfs een boodschap naar het basiskamp van AZG in Pibor sturen over waar we waren, waarop ze geneesmiddelen stuurden per boot naar de dichtst mogelijke locatie waar een boot heen kon. Er waren geneesmiddelen voor prenatale zorg, diarree, ondervoede kinderen, antibiotica, verbanden, medicijnen tegen malaria, zelfs registratiekaarten en een register om alle gegevens correct te kunnen bijhouden.

De boodschap doorgeven

Ik vond twee gezondheidspromotoren van het AZG-team van Lekwongole bereid om rond te trekken en de boodschap door te geven dat als er kinderen diarree hadden, of een ooginfectie, aandoeningen aan de luchtwegen, koorts of andere verwondingen, ze naar ons moesten komen.

En ze kwamen, met veel. Soms zag ik 50 patiënten op een dag. Er waren veel gevallen van malaria en longontsteking, er waren kinderen met ondervoeding (we namen 16 kinderen op), en er waren gevallen van diarree omdat er geen zuiver water was. We behandelden zelfs een patiënt met tuberculose. Ik ging door tot de voorraad medicijnen op was.

Geen medicijnen meer

Begin september hadden we geen medicijnen meer, dus ging ik terug naar Pibor om er meer te halen. Ik ging te voet, maar de overstromingen waren erg dit jaar. Overal was er water, en zelfs om de kleinste rivieren over te steken, moest ik zwemmen. Ik stapte en zwom bijna twee volledige dagen voor ik Pibor bereikte.

Het team van Artsen Zonder Grenzen vond een boot voor mij om terug te keren naar de jungle. De volgende keer dat onze voorraad op raakte, kwam ik te voet terug met drie mannen van mijn medisch team, en opnieuw keerden we per boot met de medicijnen terug naar de hulppost onder de boom.

Levens redden

In de hulppost hebben we zeker levens gered. De mensen zaten echt in moeilijkheden in de jungle. Ze hadden niet genoeg te eten, de muggen staken onverstoord en iedereen dronk van het vuile water.

Ik herinner me een jonge man die ‘s nachts aankwam met ernstige malaria. Hij schreeuwde het uit en kronkelde van de pijn. Dus probeerden we hem te kalmeren en deden een snelle malariatest, die positief bleek te zijn. Dus gaf ik hem injecties met Artemether. Dat was net na middernacht.

We hadden een soort afdeling voor interne patiënten. Het enige probleem was dat we die patiënten nergens konden onderbrengen. Dus zorgde ik ervoor dat ze dicht bij me bleven. Op die manier vond ik hen gemakkelijk als ik ze moest opvolgen of medicatie geven. De kinderen met ernstige malaria liet ik verschillende dagen dicht bij de hulppost blijven tot ze tekenen van verbetering vertoonden. Bovendien vond ik het belangrijk om moeders van zieke kinderen op te zoeken om ervoor te zorgen dat ze zich herinnerden wat ik had gezegd over de medicijnen die ze moesten nemen. Daarnaast moest ik ook de nazorg doen en nieuwe medicijnen aan die patiënten geven.

Er was een traumapatiënt die net aankwam toen we geen gaas meer hadden. Ik kon enkel druk op de wonde zetten en blijven proberen om het bloeden te stoppen. We hadden ook geen infuusvloeistof om aan de patiënt te geven, dus het was erg moeilijk. Uiteindelijk ben ik er toch in geslaagd het bloeden te stoppen en enkele dagen later was hij hersteld.

Wat als?

Geen van de patiënten die ik behandeld heb, is gestorven. Een man stierf aan een schotwonde, maar toen hij aankwam was hij al te zwak en ik kon niets meer voor hem doen.

Dat was echter op een afgelegen plek gebeurd, dus het is moeilijk om te weten hoeveel mensen er gestorven zijn omdat ze ziek werden en niet naar ons konden komen voor een behandeling.

Dan denk ik aan mensen die naar plaatsen vluchtten die te ver van mijn hulppost gelegen waren. We zagen veel gevallen van malaria, dus wat is er gebeurd met de mensen die geen medische behandeling konden krijgen? Ik denk dat de situatie voor hen heel erg moet geweest zijn.

Onze hulppost was niet perfect, maar het was beter dan niets, en we hebben levens gered.


Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur