Overvolle wachtzalen in Kibera-South

Voor de derde dag op rij hobbelen Lieve en ik in het busje van Artsen Zonder Grenzen over de aarden wegjes van Kibera. Het is twintig minuten rijden tot ‘Kibera South’, waar Artsen Zonder Grenzen een gezondheidspost heeft.

Het busje houdt halt en we worden verzocht uit te stappen. “Hoezo, zijn we er al?” Ik had het niet onmiddellijk door, want de kliniek bevindt zich langs twee kanten van de straat, ze ligt een beetje in de diepte en is gecamoufleerd in de kleuren en de stijl van de Kiberaanse huizen.

Maar dat er binnenin veel activiteit is, merk ik onmiddelijk. De wachtzalen zitten overvol. Ik zie vooral zwangere vrouwen met kinderen. Ze zitten allemaal geduldig te wachten tot ze naar binnen geroepen worden door de dokters. Het medisch personeel in de witte jassen is talrijk en loopt constant heen en weer, tussen de wachtenden door.

We ontmoeten er Siama. Siama is een goedlachse vrouw. Ze werkt in Kibera als gezondheidspromotor voor Artsen Zonder Grenzen. Toen ze in 2003 plots heel ziek werd, kwam ze naar de gezondheidspost van Artsen Zonder Grenzen waar ze getest werd op hiv: helaas positief. Hoewel ze zoals veel mensen in Kibera eerder weigerachtig stond tegenover de test en de behandeling, stapte ze toch mee in de begeleiding die Artsen Zonder Grenzen biedt.

Dit wil zeggen dat ze een voorschrift kreeg om aidsremmers te nemen en aangemoedigd werd om elke week terug te keren om te zien of de behandeling goed werkt. Daarnaast krijgt ze ook regelmatig meer uitleg over leven met aids. “Sinds ik mijn medicijnen neem kan ik alles doen zoals voorheen”, zegt ze. “Dankzij de aidsremmers kan ik een normaal leven leiden en werken.”

En toegegeven, had ze mij niet gezegd dat ze seropositief was, ik had het nooit geweten. Siama straalt en heeft zin in het leven. Tijdens de lunchpauze zet ze de radio van haar gsm aan: “Een beetje rustige Congolese muziek voor tijdens de lunch”, zegt ze. “Mijn job is om aan de mensen met hiv in Kibera uit te leggen dat het belangrijk is om aidsremmers te nemen. De mensen komen ook vaak naar mij toe met hun vragen. Maar het is een werk van lange adem. Op aids rust nog steeds een groot taboe.”

Ik vraag haar of de meeste mensen in de wachtzaal dan hiv-patiënten zijn, maar dat blijkt niet zo te zijn. Langs de ene kant van het ziekenhuis zitten allemaal vrouwen met kinderen. Zij komen langs voor pre-en postnatale zorgen. De andere kant zit vol met mannen en vrouwen. Zij komen naar de kliniek met gewone gezondheidsklachten, zoals wij hier naar de dokter zouden gaan.

Terwijl de patiënten in de wachtzaal zitten worden ze ingelicht over medische onderwerpen: wat zijn de juiste hygiënemaatregelen, hoe vaak en wanneer neem ik mijn aidsremmers, hoe voorkom ik chronische ziektes als diabetes of hoge bloeddruk? Een gezondheidspromotor in witte jas legt het hen allemaal uitgebreid uit.

Het is tijd om te vertrekken, het is vier uur in de namiddag. De wachtzalen zitten nog even vol als vanmorgen om negen uur. Ik beeld me in dat het grote, nieuwe ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen in opbouw, wat ik van hieruit in de verte kan zien, binnen de kortste keren zal overspoeld worden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur