Ter nagedachtenis: Philippe Havet over zijn werk in Mogadishu

Onze collega’s en vrienden Philippe Havet en Andrias Karel Keiluhu, beter gekend als « Kace », verloren het leven op 29 december bij een schietpartij in Mogadishu. Philippe en Kace boden er medische zorg aan de Somalische bevolking die al 20 jaar lijdt onder conflict en droogte.

Philippe Havet (53) was een ervaren noodhulpcoördinator die sinds 2000 voor Artsen Zonder Grenzen in verschillende landen werkte, waaronder Angola, Democratische Republiek Congo, Indonesië, Libanon, Sierra Leone, Zuid-Afrika en Somalië.

Kace was een 44-jarige dokter die sinds 1998 voor Artsen Zonder Grenzen werkte in zijn thuisland Indonesië en in Ethiopië, Thailand en Somalië.

Als eerbetoon aan onze twee collega’s plaatsen we hier de laatste blogpost van Philippe over zijn werk in Mogadishu.

Stranden zo ver het oog reikt, zand in de kleur van… zand, de Indische Oceaan, een altijd stralende zon, drukkende hitte, een verfrissende zeewind, de geur van de zomervakantie… Dat is wat we zagen toen we voor het eerst in Mogadishu aankwamen.

Het gevoel van uit een gevangenis te ontsnappen, de drang naar vrijheid, de lokroep van de open zee, het verlangen om eindelijk vrij te ademen, zo ver mogelijk van hier weg te gaan, zo veel mogelijk afstand tussen onszelf en Mogadishu te scheppen. Dat is wat we voelden toen we diezelfde stad verlieten …

En tussen die twee extremen dan? Een ongelooflijke uitdaging, een moeilijke maar o zo interessante missie, zo een missie die je nooit meer vergeet omdat ze zo anders was, en zo broodnodig voor de mensen die we geholpen hebben.

Tienduizenden zijn naar Mogadishu gekomen en vele miljoenen proberen een voedselcrisis te overleven die even zwaar is als die van begin jaren ‘90. Mogadishu is echt een doel geworden voor een bevolking die al meer dan 20 jaar een zware last moet dragen. Ze willen proberen te ontsnappen aan een oorlog die al veel te lang in het hele land woedt, en aan de droogte die oogst na oogst doet mislukken.

Veel vluchtelingen komen enorm verzwakt aan: ze hebben vaak tientallen of honderden kilometers te voet afgelegd. De wil om te overleven is echter sterker, en wanneer ze in ‘Moga’ aankomen, vechten ze opnieuw voor hun bestaan. Er zijn heel veel kampen, maar de levensomstandigheden (wat is dat, “leven”?) zijn overal even moeilijk voor deze gezinnen.

Er is heel weinig water, bijna geen onderdak die naam waardig, weinig voedsel waarvoor je dan nog urenlang moet aanschuiven, zonder dat je daarom gegarandeerd iets zult krijgen. Er komt veel voedsel naar Mogadishu, maar veel daarvan is amper van het schip of het wordt al verkocht… op de markt. Mensen met zakeninstinct twijfelen hier geen moment om te profiteren van de vluchtelingen.

Veel van de kampen staan op privéterrein. De vluchtelingen moeten hun karige onderkomen dus huren: ze betalen met voedsel of andere spullen die ze lokaal kunnen krijgen. Ook in de kampen worden ze dus nog uitgebuit. ‘Uitbuiting’ een prima woordkeuze in een land waar kidnapping een nationale sport is.

De situatie zal er de eerstkomende tijd niet op verbeteren, en de vrees bestaat dat Mogadishu hetzelfde lot zal ondergaan als Goma midden de jaren 90. Het is meer dan waarschijnlijk dat er eind dit jaar of begin 2012 epidemieën de kop opsteken. Het is een kwestie van tijd eer de bevolking dat hier ook nog eens op het bord krijgt. De Somalische bevolking is op geen enkele manier gespaard gebleven.

Sinds augustus is de afdeling van Artsen Zonder Grenzen die vanuit Brussel werkt volledig betrokken bij meerdere programma’s in Moga. Er is een intensief therapeutisch voedingscentrum tegen ondervoeding, er zijn mobiele teams, we doen vaccinaties tegen mazelen, er is een choleraprogramma, we verdelen plastic zeilen, zeep, dekens en sinds kort ook water. De behoeften zijn enorm en de middelen van Artsen Zonder Grenzen, zowel financieel als op menselijk vlak, kunnen nooit voldoende zijn om daaraan te voldoen.

Gezien de zeer moeilijke toegang kunnen we tevreden zijn met wat we al bereikt hebben: meer dan 55.000 kinderen werden gevaccineerd, meer dan 220 gevallen van mazelen werden in quarantaine geplaatst, meer dan 1200 zwaar ondervoede kinderen kwamen naar ons voedingscentrum, meer dan 7000 naar ons mobiele programma, en er werden meer dan 1000 gevallen van cholera behandeld. En dat is nog maar het begin, want het nakende regenseizoen en nog eens duizenden vluchtelingen betekenen een ernstig gevaar voor de gezondheidssituatie van de bevolking.

Het is zeker en vast nog maar een begin, er zijn nog bergen werk te verzetten, bergen hulp te geven. Maar gezien de veiligheidsproblemen moeten we stapje per stapje werken en voorzichtig zijn. De minste fout kan enorme gevolgen hebben voor de toekomst van dit project.

Alleen de nationale medewerkers en personeel uit nabijgelegen landen, zoals Kenia, mogen in de vluchtelingenkampen aan de slag blijven, want het risico op kidnapping voor expats is te groot. Niemand mag het kamp verlaten zonder bijzonder uitgebreide veiligheidsmaatregelen, een staatshoofd waardig. Pas op het laatste moment wordt er beslist om het kamp te verlaten, nooit twee keer via dezelfde route: je moet onvoorspelbaar zijn en je mag nooit langer dan een paar minuten op dezelfde plaats blijven.

Daar komen nog eens de aanslagen bij, met granaten, zelfmoordterroristen of op afstand bediende bommen, en de ‘Somalische muziek’ (geweerschoten dus) die dag en nacht over de hele stad weerklinkt.

Er is natuurlijk geen bier in de bistro op de hoek, geen pastis op de terrassen, geen gouden stranden, geen strandwandelingen en nog veel minder nachtleven…

Zoals een bevriende expat me zei: “In Mogadishu kun je echt zien hoe gemotiveerd iemand is.” Goed gezegd! Het is niet vanzelfsprekend om wekenlang opgesloten te zitten in kantoren, met niets anders te doen in je vrije tijd dan naar de hemel staren. En weten dat er enkele kilometers verderop ook nog zon en strand te vinden zijn…

 

Philippe Havet

Noodhulpcoördinator Mogadishu , Somalië

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur