Werken en rusten

Eén maand. Er is één maand voorbij sinds ik thuis vertrok. 30 dagen. En de personeelsvergadering vanavond was zo frustrerend als maar kan. Net als personeelsvergaderingen thuis. Meer dan 2 uur vergaderen en niemand is tevreden met het resultaat. Ik zit verwikkeld in een spelletje touwtrekken met een clinicus over de procedures in het ziekenhuis, en ik zou zo graag willen dat de situatie kalmer wordt zodat ik naar Pagil kan vertrekken, waar ik eigenlijk naartoe moest. Ik zou nu aan de slag moeten zijn in een kleine kliniek, met een klein team, ver van de bewoonde wereld, zonder eindeloze bureaucratie. Maar nee.

De veiligheidsproblemen zijn nog niet opgelost en dus woon ik in een grote stad, vol modder en chaos en soldaten en striemende regen, maar wel zonder stromend water. Ik woon in een huis dat gebouwd werd voor een pak minder mensen dan er nu wonen, in een kamer die ik met twee of drie anderen deel, afhankelijk van wie er komt logeren (Artsen Zonder Grenzen zegt dat iedereen waar mogelijk een eigen kamer krijgt). Op de markt kun je alleen uien krijgen en door de veiligheidsregels mag je niet alleen op stap, moet je altijd een radio bij hebben, mag je na het donker (ca. 18.30 u) niet meer weg, behalve met de auto, en moet je tegen 21.30 u thuis zijn (maar daarom niet in bed liggen).

Dat moest ik even kwijt. Artsen Zonder Grenzen zegt dat je een manier moet vinden om met de stress op het terrein om te gaan. Bijvoorbeeld yoga of sporten of mediteren, zeggen ze. Ik drink liever bier, of ik ga aan het bloggen.

Positief is dat we hier muziek hebben, soms is er koud bier en meestal wordt er op zaterdagavond wel gedanst. Bovendien hebben we een team dat ondanks de uitdagingen goed kan samenwerken. Ik denk dat AZG er goed aan zou doen om ook dansen aan te bevelen, tegen de stress. Maar dan echt, écht dansen. We hebben een geweldige muziekinstallatie en dito muziek, van die heerlijke Afrikaanse muziek die de Afrikaanse expats hebben meegebracht: mensen die nu internationaal medewerker zijn, net als ik, en eerst in eigen land jarenlang voor Artsen Zonder Grenzen hebben gewerkt.

Ze komen van over heel Afrika (Congo, Kenia, Ivoorkust, Sierra Leone, Ethiopië, Eritrea) en hebben pakken ervaring. Ik had geen enkel idee hoe hard AZG hamert op de opleiding en ontwikkeling van hun medewerkers, maar daarover later meer. Onze feestjes op zaterdagavond zijn echt verkwikkend, en mensen van andere ngo’s (niet-gouvernementele organisaties) in de buurt komen altijd langs, want zij mogen langer wegblijven.

Een van de dingen die benadrukt worden tijdens de PPD-week (Primary Pre Departure, zoals je vast nog wel weet) is met wie je wel en niet ‘contacten’ (à la Bill Clinton) mag hebben tijdens je missie. Andere ngo-medewerkers zijn blijkbaar OK (ik heb godzijdank nog geen regels overtreden), expats bij AZG zijn OK (maar het kan een uitdaging zijn als je uit elkaar gaat en nog 6 maanden zij aan zij moet werken, ver van de bewoonde wereld, terwijl de kogels je bij wijze van spreken om de oren vliegen), maar nationale medewerkers (dus de fantastische Zuid-Soedanese medewerkers van AZG), de plaatselijke bevolking en de patiënten zijn zeker niet OK.

Daar zijn heel goede redenen voor, net zoals er thuis ook regels zijn over met wie het ongepast zou zijn om iets te beginnen (je bent de baas, de leerkracht, de prof, de werkgever, de arts of je zit in een ongelijke machtsrelatie), maar als … Weet je?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift