Zou ik nog teruggaan naar Syrië?

Test subtitle

Iline Ceelen werkt als vroedvrouw voor Artsen Zonder Grenzen. Ze maakt de balans op van haar werk tijdens de Syrische burgeroorlog. Het liefst had ze haar patiënten en collega’s meegenomen naar België.

“Vertel eens, hoe was het in Syrië?”

Ik weet nooit wat de mensen verwachten dat ik antwoord op deze veel gestelde vraag.

Willen ze verhalen horen over de nachten waarin we in de kelder zaten en luisterden of de bommen dichter kwamen? Over ons medisch rampenplan en het machteloze gevoel tijdens de chaos; over de gewonden die we hebben verzorgd en de amputaties die we hebben uitgevoerd; over de bevallingen die ik midden in de nacht deed, toen ik dacht aan de toekomst van die kinderen die in een oorlog geboren worden?

Of willen de mensen horen hoe buitengewoon mooi de bergen kleurden als de zon onderging en hoe lekker het eten was? Willen ze verhalen horen over de ongelooflijk gastvrijheid en de warmte van de mensen; over de inzet en de motivatie en het doorzettingsvermogen van mijn Syrische collega-vroedvrouwen; over de kracht van de vrouwen die ook in deze tijden van nood vrij willen kunnen leven?

Het ergste en het beste

In Syrië kom je het ergste en het beste tegen. Natuurlijk is de oorlog erg en de gevolgen die het met zich mee brengt, maar voor de bevolking gaat het dagelijkse leven voort. Een leven waarin mensen trouwen, samen een huis samen, en kinderen krijgen. Aan een deel van dat normale leven heb ik deelgenomen.

Door de consultaties die ik deed, kwamen er vrouwen van verschillende leeftijden en achtergronden naar mij. Een jong koppel dat al enkele dagen getrouwd was en er moeilijkheden mee had om ‘de eerste keer’ te beleven kwam voor hulp. (Na een gesprek en een klein onderzoek bleek fysiek alles in orde te zijn en ik gaf hen enkele praktische tips.)

De moeder van een tweeling met vroegtijdige contracties, die al meerdere dagen bij ons in behandeling was, hielp mij na een tijdje om orde te brengen in de materniteit. Ze wist al heel snel wat ik bedoelde met de woorden ‘check check’ – dan ging ik de harttonen van de kinderen beluisteren. Enkele weken later had ze spoedkeizersnede nodig omdat de contracties al te ver gevorderd waren. Het tweede kindje werd geboren met een myelomeningocele (spina bifida, een open rug) en moest overgebracht worden naar een ziekenhuis over de grens dat uitgerust is om patiënten die gespecialiseerde hulp nodig hebben te behandelen.

Een vrouw die haar pas bevallen buurvrouw kwam bezoeken, verscheurde haar T-shirt om de pasgeboren baby van een vrouw die ze niet kende te verwarmen tegen haar lichaam. Het kindje had ademhalingsmoeilijkheden en moest zo snel mogelijk opgewarmd worden, maar de moeder werd zelf nog behandeld voor een bloeding werd en kon het dus niet zelf doen. De onbaatzuchtigheid van deze bezoekende vrouw ontroerde mij diep. Ik heb zoiets in onze samenleving nog bijna nooit gezien. En dat onder deze omstandigheden…

De lange bevalling van een jongedame van haar eerste kind. Na de bevalling stelden we een scheur vast in de baarmoedermond, die tot overmatig veel bloedverlies leidde. De paniek in de ogen van de twee grootmoeders. Hoe ongelooflijk wij, het verlosteam, ook met de bestaande taalproblemen snel en efficiënt samenwerkten. In onze haast om naar de operatietent te gaan, probeerde ik haar man te informeren. Hij gooide zich dramatisch tegen de muur. Even emotioneel nam hij zijn vrouw in de armen toen we de scheur hersteld hadden, en haar terug naar de materniteit brachten. Een stoere man, die ongelooflijk bang was voor het welzijn van zijn geliefde.

I live a hundred lifetimes in one day

Er zijn veel verhalen die ik zou kunnen vertellen. Hoe geweldig waren die avonden, op het balkon bij de keuken, samen met de collega’s die in ons huis werkten. Zingen, thee drinken, in Arabisch-Engels conversaties voeren, en waterpijp roken. Surrealistisch, een film kijken op het terras en in de verte de bommen horen vallen, en dit ondertussen al een beetje normaal vinden.

Ik weet hoe het aanvoelt, een deel van een familie te zijn waar toch eigenlijk toch iedereen een vreemde is. De mensen waarmee ik zo intens samenleefde, de expats en de Syrische collega’s, die allemaal een ander verhaal met zich mee dragen en zich toch allemaal voor het zelfde doel inzetten.

Zoals een van onze vertalers, iemand met een heel zacht karakter die niet gemaakt is om al dit leed te zien. Zulke mensen, die ik het liefst in mijn rugzak had meegenomen naar de veiligheid hier in België, zulke mensen hebben niet om de oorlog gevraagd, maar kunnen hun thuis ook niet zomaar achterlaten.

Natuurlijk was ik bang, boos, gespannen, droevig, gelukkig, verrast, alleen, overdonderd, blij en nog veel meer. En dat allemaal in één dag en elke dag. ‘I live a hundred lifetimes in one day’ zoals Ben Harper het zingt, een nummer dat minstens één keer per dag door mijn hoofd ging.

Syrië geeft je het beste en het ergste. Een land dat nooit meer hetzelfde zal zijn en dat ik altijd met mij zal meedragen. Op de vraag: ‘zou je nog terug gaan?’ is een overtuigd ‘ja, onmiddellijk!’ het enige juiste antwoord.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur