Herinneringen aan gruwelijke gebeurtenissen in San Carlos

Bedrieglijke vrede in Colombia

© Sarah Vergaerde

 

Ik kom aan in San Carlos op een zondagavond. Op het centrale plein heerst een gezellige drukte. De verkopers van de eetstandjes hebben hun handen vol aan hongerige Colombianen, In dit dorpje vind je weinig buitenlandse toeristen. Op de bankjes, onder grote oude bomen, zitten de ouderen van het stadje te keuvelen, of zo lijkt het toch. De jongeren verzamelen zich op het dakterras van de lokale discotheek.

Wat me meteen opvalt is dat dit dorp omringd wordt door bergen, groene reuzen die je aan het einde van elke straat ziet loeren, als een natuurlijke omwalling die bescherming biedt. Pas later kom ik te weten wat er zich echt in deze bergen heeft afgespeeld.

F***ing Rots

Ik ben in San Carlos om Spaans te leren in een school die het serieuze werk afwisselt met allerlei uitstapjes in de bergen rondom het dorp. Na een week zijn we klaar voor ons eerste grote avontuur: de beklimming van de berg die het landschap domineert, de Piedra del Tabor. De berg kreeg de bijnaam the fucking rock omdat er volgens onze gids Manuel wel altijd iemand is die tijdens de wandeling wanhopig uitroept wanneer ze nu eindelijk bij die fucking rock aankomen. We lachen het weg, tot we een uurtje later maar al te goed beseffen waar hij het over had.

Halverwege de wandeling botsen we op een ontmantelde antenne. Het is voor Manuel de aanleiding om ons te vertellen over de donkere jaren in San Carlos tussen 1998 en 2005, toen het dorp en de omringende bergen het podium vormden voor een conflict tussen rebellen, paramilitaire groeperingen en het Colombiaanse leger. De bergen waren in handen van de rebellen van de FARC, de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia.

Zij ontmantelden de antennes om communicatie onmogelijk te maken voor hun vijanden in het dorp, de paramilitairen van de AUC (Autodefensas Unidas de Colombia) die steun kregen van het Colombiaanse leger. Manuel vertelt ons dat het pad dat we bewandelen nog maar enkele jaren toegankelijk is, de rebellen lieten namelijk overal mijnen na om ongewenste bezoekers af te schrikken.

Dezelfde dag worden we voor het gezamenlijke avondmaal vergezeld door Lili, een vriendin van onze leraar. Hij vertelt ons over haar zangtalent en na lang aandringen gunt ze ons een privéconcertje. Haar stem is fragiel en ze kijkt bedrukt voor zich uit. Uit haar woorden kan ik op basis van mijn beginnende Spaans uitmaken dat haar lied over de oorlog gaat. Als ik haar erover aanspreek, blijkt dat ze een van de weinigen is die tijdens het conflict in het dorp bleef. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt en ik vraag haar of ze me meer wil vertellen over de donkere geschiedenis van dit rustig ogende dorpje. Ze stelt voor een wandeling te maken om me de plekken te tonen waar haar herinneringen zich afspelen.

Zelfverdediging

De volgende dag spreken we af op het centrale plein. Op het eerste gezicht lijkt deze plek op een klassiek Vlaams dorpsplein. Centraal staat de kerk, daar tegenover een standbeeld dat omringd wordt door bankjes, meestal bezet door hangouderen. En zoals in vele Vlaamse dorpen worden ook hier de doden geëerd. Bij ons die van de wereldoorlogen, hier die van een recenter conflict. Rondom het standbeeld staat een stenen muur met daarop de namen van allen die het slachtoffer werden van moord, ontheming, verdwijning, seksueel geweld, mijnen en gedwongen werving tot gewapende groepen tijdens het conflict.

‘Op het eerste gezicht lijkt deze plek op een Vlaams dorpsplein: de kerk, de bankjes bezet door hangouderen. En zoals in vele Vlaamse dorpen worden ook hier de doden geëerd’

Lili vertelt me hoe het allemaal begon. In de jaren ‘70 arriveerde de FARC in San Carlos, een communistische rebellengroep die in 1964 werd opgericht. Hun aanwezigheid leidde aanvankelijk niet tot grote problemen tot ook paramilitaire groepen in het gebied neerstreken aan het einde van de jaren ‘90. Deze zogenaamde zelfverdedigingsgroepen werden opgericht in de late jaren ‘60 met als doel communistische groeperingen zoals de FARC uit te roeien.

De Verenigde Staten bood hen financiële steun vanuit een Koude Oorlog-logica om communistische bedreigingen in het buitenland de kop in te drukken. In de jaren ‘80 gingen zowel de paramilitairen als de rebellen zich met de cocaïne-industrie bemoeien. Beide partijen werden rijke en machtige organisaties die elkaar nu ook als concurrenten bestreden om de drugshandel onder controle te krijgen. Al snel werden de paramilitairen echter de moorddadigste speler van het conflict.

In 1985 richtte de FARC de politieke partij Unión Patriótica op in het kader van vredesonderhandelingen met president Betancur. De paramilitairen gingen hier niet mee akkoord en samen met het leger richtten ze een ware slachtpartij aan, op enkele jaren tijd vermoordden ze zo’n 3000 leden van de partij. Het conflict kwam zo muurvast te zitten. De rebellen radicaliseerden na de gigantische nederlaag om vredevol en via partijpolitiek hun idealen te realiseren. In 1997 besloten de paramilitairen op hun beurt om hun krachten te bundelen en te versmelten tot de AUC of Autodefensas Unidas de Colombia. Beide partijen waren dus meer vastberaden dan ooit en het conflict ging zijn bloedigste fase in. Zo ook in San Carlos.

© Sarah Vergaerde

Dorpsplein van San Carlos

Over de brug

Al wandelend door het dorp vertelt Lili me haar horrorverhalen. Op een dag zag ze vanuit haar raam hoe een winkelier vermoord werd door paramilitairen. De rebellen zouden zijn winkel bezocht hebben, wat hem zijn leven heeft gekost. De verschillende partijen streden om macht, territorium en invloed, iedereen die ervan verdacht werd met de vijand samen te werken kwam op een zwarte lijst terecht.

Zowel de paramilitairen als de rebellen gebruikten bijvoorbeeld wegblokkades om het verkeer tegen te houden. De lijst werd afgelopen en stond je naam op de lijst dan kreeg je de kogel. Lili herinnert zich nog altijd de opschudding in het dorp toen dit gebeurde met een jonge vrouw en haar kind. Vele slachtoffers werden in de rivier gedumpt van een brug waar je nog altijd over moet als je vanuit Medellín dit stadje bezoekt. Weinigen van de nietsvermoedende studenten zullen het beseft hebben. En ook de straten waar we gisteren nog onwetend door liepen blijken nu plekken te zijn waar mensen werden afgeslacht als beesten.

Lili weet niet goed waarom ze het overleefd heeft. Waarschijnlijk stom toeval dat haar familie nooit op de zwarte lijst van de strijdende partijen beland is. Haar buurman had bijvoorbeeld minder geluk. Op een avond werd Lili’s familie opgeschrikt door het geluid van brekend glas. Ze vertelt me hoe haar adem stokte en hoe ze verkrampte van doodsangst.

Enkele minuten later kwam haar buurjongen wanhopig op de deur kloppen, schreeuwend om hulp. Zijn vader was voor zijn ogen vermoord. Een andere keer wandelde ze van school naar huis toen ze onderweg een jongen tegenkwam die volledig overmand door angst om hulp riep. Hij had zijn vader, een slager, dood teruggevonden. Hij was door de paramilitairen vermoord met zijn eigen mes.

Tijd voor verzoening en herstel

We zijn intussen aangekomen bij het CARE centrum, afkorting voor Centro de Acercamiento, Reconciliación y Reparación of centrum voor benadering, verzoening en herstel. De kleurrijke gevel contrasteert met wat we binnen aantreffen: de inkomhal hangt vol met tekeningen die allerlei gebeurtenissen uit het conflict uitbeelden. Lili vertelt me dat de slachtoffers van het conflict uitgenodigd werden om hun herinneringen te tekenen om hun trauma’s te verwerken.

In een andere zaal hangen vooral foto’s en getuigenissen van slachtoffers. Een daarvan is de getuigenis van een oude vrouw, de moeder van de vijftienjarige Leidy Cano die in 2002 verdween. Na een jarenlange zoektocht werd haar lichaam samen met verschillende andere teruggevonden onder de grond van de patio in het CARE centrum.

‘In die tijd wou je absoluut geen mooi meisje zijn want de paramilitairen kozen er de mooiste uit’

Het centrum is namelijk gevestigd in het voormalige Punchina hotel, dat door de paramilitairen als uitvalsbasis werd gebruikt. In het hotel, dat al snel de bijnaam Casa del terror of Huis van terreur kreeg, werden tientallen tegenstanders in elkaar geslagen, gemarteld, seksueel misbruikt en vermoord.

‘In die tijd wou je absoluut geen mooi meisje zijn want de paramilitairen kozen er de mooiste uit’, aldus Lili. Ze huivert tijdens ons gesprek. Ze komt hier niet graag, volgens haar heeft de plek een duistere energie. Gelijk heeft ze, de haren op onze armen staan overeind wanneer we denken aan wat zich hier heeft afgespeeld.

We eindigen onze wandeling op het gezellige dorpsplein en bestellen een grote ijscoupe. We beginnen er wat aan te prutsen, allebei in gedachten verzonken. Het lijkt bijna verkeerd om nu nog van iets te genieten in dit dorp. Ik vertel Lili dat San Carlos opnieuw rustig lijkt, maar volgens haar is dat slechts schijn.

© Sarah Vergaerde

Huis van de verzoening: CARE centrum, afkorting voor Centro de Acercamiento, Reconciliación y Reparación

Oude belangen, nieuwe problemen

Het gewapend conflict liep min of meer op zijn einde na de ontwapening van de AUC in 2007 en die van de FARC in 2016. Maar volgens Lili droegen deze vredesprocessen de kiemen in zich voor nieuwe problemen. De overgave van deze gewapende groepen liet namelijk een machtsvacuüm na dat werd opgevuld door ex-rebellen en ex-paramilitairen die zich weigerden te ontwapenen, ook in San Carlos.

Bovendien staan ook nieuwe gewapende bendes klaar om zich in de strijd te mengen. Grond en de controle over grond is hun belangrijkste inzet. Enerzijds zijn er gewapende actoren die grond willen met oog op cocateelt en illegale mijnbouw. Anderzijds trekt grond geschikt voor veeteelt, landbouw en mijnbouw multinationals aan, die in het verleden al vaker beroep deden op gewapende paramilitaire milities om hun territorium te vergroten.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Het vredesakkoord heeft de strijd om grond in die zin verergerd omdat er na de ontwapening van de FARC gigantische stukken land vrij kwamen om gebruikt te worden. Hun overgave creëerde bovendien een veilige werkomgeving, waardoor ook steeds meer buitenlandse investeerders zich in de strijd om grond gaan mengen. Dat klinkt als een opsteker voor de Colombiaanse economie, maar hun komst gaat ten koste van enorme milieuschade en sociale conflicten.

De strijd om grond heeft ook al veel mensenlevens geëist, sinds de ondertekening van het vredesakkoord in 2016 werden al honderden sociale leiders vermoord. Vele van deze moorden gebeuren opvallend genoeg in de context van vredesinitiatieven, bijvoorbeeld in gemeenschappen waar programma’s lopen die boeren de kans geven om over te schakelen van de cocateelt naar legale gewassen of waar programma’s lopen die de teruggave van gestolen grond faciliteren. Sociale leiders lopen gevaar omdat gewapende actoren geen baat hebben bij deze programma’s en angstvallig proberen om hun controle over grond te behouden.

Zo krijgen we de situatie waarin een vredesakkoord ironisch genoeg tot een stijging van het geweld leidt.

Het gelukkigste volk ter wereld

Na onze wandeling keer ik terug naar de school. Mijn medestudenten lijken me niet te geloven als ik ze vertel wat er zich in het dorp heeft afgespeeld. In dat opzicht lijkt San Carlos wel een miniatuur van wat er in Colombia gebeurt. Op het eerste gezicht is er niets aan de hand, de Colombianen lijken het gelukkigste volk ter wereld en ze ontvangen de nieuwe hordes toeristen met open armen.

Maar onderhuids en achter de schermen stapelen de uitdagingen voor de vrede zich op en groeit de onzekerheid over de toekomst. Zeker met de kersverse president Duque, die geen voorstander van het vredesakkoord is, wordt het bang afwachten welke weg Colombia opgaat.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift