Voluntourism kan ook anders

Jaarlijks schenken duizenden vrijwilligers hun vakantiedagen aan ontwikkelingsprojecten. Bewonderenswaardig. Maar dit ‘voluntourism’ krijgt ook heel wat kritiek. Tulay De Cock, opvoedster in België, richt binnenkort een opvangtehuis voor straatkinderen op in Malawi, zonder overkoepelende organisatie en mét de lokale bevolking.

  • © Tulay De Cock Tulay De Cock in Malawi. © Tulay De Cock
  • © Tulay De Cock Willard Ahmaduz. © Tulay De Cock
  • © Tulay De Cock De kinderen van Malawi. © Tulay De Cock
  • © Tulay De Cock Nyumba Ya Tsogolo wil een thuis bieden aan straatkinderen. © Tulay De Cock
  • © Tulay De Cock Groepsfoto tijdens een eerder project in Malawi. © Tulay De Cock

In plaats van te bakken aan de Costa del Sol trekken mensen naar ontwikkelingslanden om weeskinderen op te vangen, scholen te bouwen en les te geven. Ze worden daarvoor niet betaald – integendeel, ze betalen voor hun kost en inwoon en voor extra steun aan het project. Bewonderenswaardig, toch?

Blanke vrijwilligers in de waan houden

Niemand twijfelt aan de goede intenties, maar voluntourism is niet altijd even nuttig. Pippa Biddle vertelt op haar blog over een project in Tanzania: elke dag metselden de vrijwilligers een stukje muur, en elke nacht braken de lokale inwoners het af en bouwden ze het opnieuw op. Simpelweg omdat die vrijwilligers niet konden metselen; de lokale arbeiders deden het dus beter zelf. Maar die vrijwilligers brengen wel geld binnen, dus wil de organisatie hen in de waan houden dat ze daar ook echt iets bijdragen.

De vrijwilliger moet vooral de juiste vaardigheden hebben voor het project

In andere gevallen is voluntourism niet alleen nutteloos, maar zelfs zeer schadelijk. Want vrijwilligers nemen jobs in die de lokale bevolking zou kunnen doen, organisaties besteden een groot deel van hun tijd en budget aan de zoektocht naar vrijwilligers in plaats van aan hun project, en in sommige landen zoals Cambodja en Nepal zouden zelfs kinderen worden weggehaald bij hun ouders om de weeshuizen te vullen. En dat … is niet meer zo bewonderenswaardig.

Volgens Mark Watson, executive director bij het Tourism Concern, zouden vrijwilligers beter het geld storten en thuis blijven. Maar niet iedereen schrijft het concept zo snel af. Daniela Papi is adjunct-directeur van het Skoll Centre for Social Entrepreneurship en gelooft dat voluntourism kan werken, als de vrijwilliger aan de voorwaarden voldoet: hij/zij moet flexibel en ruimdenkend zijn, ervaring hebben met verschillende culturen en manieren van communiceren, en vooral de juiste vaardigheden hebben voor het project.

Toekomst zonder overkoepelende organisatie

Malawi, een van de armste landen ter wereld
Ongeveer 74% van de Malawische bevolking moet het stellen met minder dan 1,15 euro per dag. Dat maakt het een van de armste landen ter wereld, en die armoede treft de 1 miljoen weeskinderen in het land extra hard – minstens 10.000 van hen leven op straat en velen kampen met verstandelijke beperkingen en gedragsproblemen. Machinga, een gemeente ten zuiden van de hoofdstad Lilongwe, heeft geen opvangtehuis, waardoor die kinderen weinig andere opties hebben. Nyumba Ya Tsogolo wil daar verandering in brengen.

Sommige vrijwilligers passen wel degelijk in dat plaatje, zoals Tulay De Cock. In september vliegt zij naar Malawi om een opvangtehuis voor straatkinderen op te richten: Nyumba Ya Tsogolo, ‘het huis van de toekomst’. Het zal haar vijfde langdurige bezoek aan Afrika zijn, en het derde in Malawi. In België werkt ze als hoofdopvoedster in een multifunctioneel centrum dagelijks samen met pubers met gedrags- en emotionele stoornissen en een verstandelijke beperking. Die ervaring wil ze nu inzetten in Machinga, Malawi. Ze start dit project op zonder enige hulporganisatie, maar wel samen met lokale mensen die ze eerder ontmoette. Op dit moment is ze volop fondsen aan het inzamelen, en ze schrikt zelf van de positieve reacties die ze krijgt.

‘Ik vind het heel raar dat er zo weinig kritiek komt’, vertelt ze. ‘Misschien is het omdat ik geen organisatie ben en dat mensen rechtstreeks zien waar hun geld naartoe gaat. Dat legt een enorme druk op mijn schouders, want op dit moment hebben wij eigenlijk … niets. Alleen een plan en geld. Maar het is natuurlijk ook geweldig dat iedereen zo enthousiast reageert, want dat motiveert mij enorm.’

Wat dat plan dan inhoudt? Samen met Willard Ahmaduz, een Malawische sociaal werker, een opvangtehuis oprichten voor de straatkinderen van Machinga, ten zuiden van de hoofdstad Lilongwe.

‘Ik ging voor de eerste keer naar Malawi via een organisatie, en er waren wel wat werkwijzen waarmee ik niet akkoord was. Toen ik daarover sprak met Willard, een vrijwilliger bij hetzelfde project, bleek hij dezelfde mening te hebben. En toen zijn we beginnen brainstormen. Dat was eerst gewoon voor het plezier, maar toen ik terug in België was, heb ik beslist dat ik dat heel serieus wilde nemen. Pas op, ik heb niets tegen de organisaties die projecten opzetten in Afrika, want ze doen heel veel goede dingen en voor mij is het een heel mooie brug geweest naar waar ik nu sta.’

© Tulay De Cock

Willard Ahmaduz.

Voor en door lokale bevolking

‘Het wordt een avontuur, want ik heb wel ervaring als opvoedster in België, maar Malawi werkt natuurlijk anders – daar zijn er andere (en veel minder) regels. Daarom kan ik zoiets ook niet alleen opstarten, ik heb daar Willard voor nodig, die de lokale wetgeving kent.’

De manier waarop straatkinderen voor elkaar zorgen, willen we ook verwerken in ons opvangtehuis

De bedoeling is dat Nyumba Ya Tsogolo verweven raakt met de lokale cultuur. Een voorbeeld daarvan is het ‘buddysysteem’: ‘Straatkinderen laten elkaar niet aan hun lot over, die helpen elkaar. Die zorg en sociale controle is sowieso een deel van de Afrikaanse cultuur, en op straat zie je dat nog sterker: een meisje van 7 jaar oud dat met een kindje van 2 jaar op haar rug rondloopt. Dat willen we ook verwerken in ons opvangtehuis zodat kinderen met elkaar omgaan zoals in een familie. Daarnaast gaan we werken met twee lokale caretakers en lokale vrijwilligers. Zo zijn niet alleen de straatkinderen geholpen, maar ook bijvoorbeeld studenten die iets willen bijverdienen. Het is de bedoeling dat dat opvangtehuis uiteindelijk ook niet van mij is, maar van Willard en de mensen daar.’

En ‘daar’, dat is Machinga. ‘Voor zijn studie heeft Willard heel wat enquêtes afgenomen over straatkinderen. Daaruit bleek dat de mensen er in Machinga heel erg veel last van hebben, en dat daar geen opvangtehuis is. Dus dat leek ons de perfecte plek om zoiets op te bouwen. Hij kent daar ook mensen die ons kunnen helpen om een geschikt pand te vinden. Je moet het via-via regelen, want anders kom je er niet. Zeker als er een blanke bij betrokken is. Dan denken velen direct: daar zit geld in.’

© Tulay De Cock

De kinderen van Malawi.

‘Overleverkes’ overtuigen

‘We zoeken een pand dat acht kinderen kan huisvesten, en dan kunnen we beginnen. Acht is natuurlijk maar een richtgetal. In het begin zullen we daar misschien maar met twee zijn, en op andere momenten met tien. Straatkinderen zijn het gewoon om hun plan te trekken; dat zijn ‘overleverkes’, hé. Vaak komen ze alleen langs voor eten en nieuwe kleren, en zijn ze daarna weer weg.’

Het is aan ons om de straat op te gaan en hen te overtuigen

‘Het is aan ons om de straat op te gaan en hen te overtuigen dat ze bij ons meer kansen krijgen. Op eten, onderdak, onderwijs, een toekomst. Ons eerste doel is om hen aan te zetten om naar school te gaan, en te blijven gaan. School kost daar bijna niets, maar straatkinderen gaan er toch niet heen. Voor hen is dat tijdverlies. Overdag gaan ze op zoek naar eten en een slaapplaats, en proberen ze uit de handen van de politie te blijven. We zullen vooral op de jonge kinderen focussen – en die zijn zéér jong. Vaak lopen ze daar al op hun 4 jaar alleen op straat. En hoe ouder ze zijn, hoe meer ‘de straat’ daarin zit, je krijgt dat er niet meer uit. Jonge kinderen kunnen we nog overtuigen om hulp te aanvaarden.’

‘Daarna gaan we op zoek naar mensen die willen meehelpen in de opvoeding. Bij voorkeur de ouders of dichte familie, maar als we die niet vinden, kijken we naar de ruimere familie. En lukt dat ook niet? Dan werken we samen met Social Welfare om uiteindelijk een ander, geschikter opvangtehuis te vinden. Want ze kunnen niet eeuwig bij ons blijven … wij zijn alleen een eerste brug naar hun toekomst, en er zijn duizenden straatkinderen. We blijven wel alle kinderen opvolgen en we blijven hulp bieden aan hun families, want anders is de kans groot dat ze meteen weer op straat rondlopen.’

Broodnodig ondanks beleid

‘Ik las onlangs over het nieuwe Malawische beleid: ze steken straatkinderen in de gevangenis tot ze hun ouders vinden. Dan brengen ze hen terug thuis. En als ze de kinderen daarna opnieuw op straat zien, pakken ze de ouders op. Daar kan ik niet zo goed bij, want zo creëer je dus net meer straatkinderen. Hoe dan ook, volgens dat artikel waren ze daar al jaren mee bezig in alle grote steden, maar ik heb daar tijdens mijn vorige bezoeken niets van gemerkt. Dus ik ben er zeker van dat ons opvangtehuis nog altijd broodnodig zal zijn als we daar aankomen in september.’

© Tulay De Cock

Nyumba Ya Tsogolo wil een thuis bieden aan straatkinderen.

Als blanke vrouw het vertrouwen winnen van Malawische straatkinderen zal niet vanzelf gaan, maar dat schrikt Tulay niet af. ‘Ik kan natuurlijk niet wegsteken dat ik blank ben. Toen ik daar tijdens mijn eerste verblijf naast de projectleider op straat liep, merkte ik wel dat hij dat graag had, omdat hij daardoor meer aanzien had. Dat is geen tof gevoel, maar veel valt daar niet aan te doen. Ik ben Chichewa aan het leren, de taal van die streek. Ze zullen wel opkijken als ze een blanke zien die Chichewa spreekt.’

Nyumba Ya Tsogolo zamelt geld in op allerlei manieren, zoals met hun crowdfundingpagina. In de Facebook-groep kun je alle ontwikkelingen volgen.​

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Nieuwsgierige talenknobbel in Canada

    Liesa Carton is taal- en letterkundige, maar vooral: nieuwsgierig. Ze leeft van geeky taalweetjes, onvertaalbare woorden en stoffige boekenwinkels.