Kosovo komt op straat

De massale betoging in Pristina van vorige zaterdag wijst op wijdverspreide frustratie met de gang van zaken in Kosovo acht jaar na het uitroepen van de onafhankelijkheid. De trigger zijn de normalisatiegesprekken die Kosovo onder het toeziend oog van de EU met Servië voert, maar die in de ogen van de Kosovaars Albanese meerderheid de soevereiniteit van het land uithollen.

  • © Adrian Zeqiri Tijdens de rellen na de betoging werden Molotov cocktails naar de politie gegooid. © Adrian Zeqiri
  • Wikimedia Commons De Servische gemeenschap in Kosovo. Wikimedia Commons

Op zaterdag 9 januari kwamen naar schatting 40 tot 50,000 mensen in Pristina op straat om te betogen tegen akkoorden die de Kosovaarse regering recentelijk sloot en die de soevereiniteit van het land in gevaar zouden brengen. Vooral het akkoord omtrent de vorming van een intercommunale van Kosovaarse gemeentes waarvan de bevolking in meerderheid Servisch is, zorgt voor beroering.

De Servische gemeenschap in Kosovo

Wikimedia Commons

De Servische gemeenschap in Kosovo omvat ongeveer 150,000 mensen of te 7.8% van de totale bevolking. Ruwweg de helft daarvan leeft in het uiterste noorden van het land, waar ze een absolute meerderheid van de bevolking uitmaakt. De andere helft leeft verspreid over de rest van het land.

Het plan dat de Verenigde Naties in 2007 opstelden om tot een oplossing voor de status van Kosovo te komen maar dat niet goedgekeurd werd, voorzag onder meer in de vorming van nieuwe gemeentes met verregaande bevoegdheden die de Servische bevolking in Kosovo zou groeperen. Toen Kosovo zich in 2008 onafhankelijk verklaarde, werd het VN-voorstel in de wetten van het nieuwe land opgenomen.

De vier gemeentes in het noorden van het land wordt de facto nog steeds door Servië bestuurd. De enige vorm van integratie bestaat uit de verkiezing van burgemeesters binnen het Kosovaarse systeem. De burgemeesters hebben echter geen eigen administratie – die valt nog onder Servisch bestuur.

De zes Servische gemeentes in de rest van het land zijn vrij goed geïntegreerd in Kosovo, al worden belangrijke diensten zoals onderwijs en gezondheidszorg nog steeds door Servië voorzien.

Servische territoriale autonomie?

In april 2013 sloten Servië en Kosovo een historisch akkoord dat de relaties tussen beiden moest normaliseren. Het akkoord voorzag onder meer in de vorming van een intercommunale van Servische gemeentes in Kosovo. Het nieuwe akkoord van augustus 2015 bepaalt meer in detail hoe deze intercommunale bevoegdheden van de gemeentes zal bundelen inzake onderwijs, gezondheidszorg, economische ontwikkeling en infrastructuur. Ook zal de intercommunale de belangen van de Servische gemeenschap in Kosovo verdedigen en financiële steun ontvangen van Servië. Op die manier kan de intercommunale een belangrijke stap zijn in de integratie van de Servische gemeenschap in Kosovo en de steun vanuit Servië aan de Servische gemeenschap in Kosovo transparant maken.

Het akkoord over de Intercommunale heeft tot een volledige politieke impasse geleid.

Het akkoord heeft echter tot een volledige impasse van het politieke leven in Kosovo geleid. De oppositie beschouwt het akkoord als ongrondwettelijk en blokkeert de werking van het parlement nu al bijna een half jaar – onder meer door zittingen onmogelijk te maken door traangas te spuiten. De regering beschikt echter over een comfortabele meerderheid in het parlement en deed de manoeuvres van de oppositie af als een onverantwoordelijke poging om het land te destabiliseren, zonder de meerderheid van de bevolking te vertegenwoordigen.

Op vraag van de president heeft het Grondwettelijk Hof zich over het laatste akkoord over de Intercommunale van Servische gemeentes gebogen. Het Hof besloot dat de Intercommunale moet gevestigd worden, maar dat enkele van de concrete principes uit het akkoord van augustus 2015 niet overeenstemmen met de grondwet en dus niet in de uiteindelijke wettelijke basis voor de Intercommunale mogen opgenomen worden.

Het lijkt er dus op dat de Intercommunale er niet direct zal komen, te meer omdat de oppositie in de beslissing van het Grondwettelijk Hof een bevestiging ziet dat het akkoord ongrondwettelijk is. De oppositie eist nu dat de ‘ongrondwettelijke’ regering opstapt.

De betoging van 9 januari

Na een eerdere petitie die om en bij de 200,000 handtekeningen verzamelde en een betoging op 28 november, bracht de betoging van 9 januari een grote massa bijeen. De oppositie zelf spreekt van 100,000 betogers, de politie van 8,000. Zeker is dat de opkomst bijzonder groot was voor Kosovaarse maatstaven, betrouwbare bronnen spreken van om en bij de 50,000 betogers. Na de betoging kwam het nog maar eens tot rellen met de politie.

De escalatie van het geweld dreigt in de berichtgeving echter de boodschap van de betoging te overschaduwen. De massale betoging van zaterdag toont eerst en vooral aan dat een groot deel van de Kosovaars Albanese publieke opinie gekant is tegen de vorming van een intercommunale van Servische gemeentes. Men vreest dat deze structuur de territoriale eenheid van Kosovo teniet doet en zal leiden tot toestanden zoals in Bosnië-Herzegovina, waar de Servische entiteit de legitimiteit van de centrale staat voortdurend in vraag stelt.

In feite kan de Intercommunale een manier zijn om de integratie van de Servische gemeenschap in Kosovo te bevorderen en dienstverlening te verbeteren. Men moet er echter voor waken dat de Intercommunale geen bevoegdheden krijgt op het centrale niveau en geen Trojaans paard wordt waarmee de Servische regering de besluitvorming in Kosovo kan bemoeilijken. Dat laatste gebeurt sowieso al, door de grote invloed die de Servische regering uitoefent op lokale Servische politieke vertegenwoordigers die gegarandeerd in de regering vertegenwoordigd zijn.

In het algemeen heerst ook onvrede over de toegeeflijke positie die de Kosovaarse regering inneemt in de normalisatiegesprekken met Servië. De regering blijft zich constructief opstellen – volgens tegenstanders in het nadeel van het eigen land – om de Europese integratie te bevorderen. Europese integratie voor Kosovo blijft echter ver weg, wat de legitimiteit van de constructieve houding in de gesprekken met Servië onderuit haalt.

Tot slot is er ook nogal wat opgekropte woede over de wijdverspreide corruptie en de blijvende economische malaise in Kosovo, waarvoor de huidige regeringspartijen die Kosovo sinds de onafhankelijkheid in 2008 besturen, verantwoordelijk worden geacht. Of hoe etnische tegenstellingen uiting geven aan politieke en economische frustraties.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Servië & Kosovo

    Pieter Troch studeerde Oost-Europese Talen en Culturen in Gent en behaalde een doctoraat met een historische studie over natievorming in Joegoslavië.