Heel af en toe gebeuren er wonderen...

De brief die de zo(o)n terugbracht

public domain (CC0)

 

15 jaar was de jongen toen ik hem voor het eerst zag in één van de vele opvangcentra voor vluchtelingen in ons land. Vechtend met veel emoties, veel te jong om hier helemaal alleen te zijn, veel te jong om te worstelen met zoveel vragen, met zoveel verdriet, zoveel gemis…

Mama, papa en heel veel kleine zusjes die waren achtergebleven in het thuisland. Maar er was toen nog contact. Af en toe hoorde hij hun stemmen nog aan de telefoon, en al werd het gemis er niet minder om, toch was het op dat ogenblik nog een lichtpunt waarvan hij zich niet bewust was dat hij het kortelings zou verliezen.

De telefoon bleef dood.

Op een dag gebeurde er een vreselijk drama in zijn gezin en na een telefoontje met zijn mama bleef hij ontredderd achter. Hij stortte helemaal in. Zeker toen het kort daarna helemaal niet meer mogelijk bleek om nog contact met zijn familie te maken. De telefoon bleef dood.

Ik kende hem van de vele bezoeken aan het centrum waar ook enkele van mijn jongens verbleven. Hij had toen nog een andere voogd, maar door omstandigheden ben ik kort nadien zijn voogd geworden. Op dat moment was hij bijzonder blij. Hij “wou” mij echt als voogd en nu was zijn wens uitgekomen. Ik kon echter niet vermijden dat zijn verdriet om het gemis van zijn familie, en vooral de onzekerheid of het wel goed met hen ging, of hun iets ergs was overkomen…. de bovenhand nam.

Korte tijd nadat het contact met de familie verbroken was hebben we een afspraak gemaakt bij Het Rode Kruis in Mechelen. De dienst “Restoring Family Links”, het vroegere “Tracing”, werkt daar aan het terug in contact brengen van families die elkaar uit het oog zijn verloren omwille van oorlog, natuurrampen en andere catastrofen. We schreven er samen een brief naar zijn ouders in de hoop het contact terug te kunnen herstellen.

Op de terugweg van zijn eerste interview vroeg hij al wanneer zijn tweede interview zou plaatsvinden… ongeduldig om verder te kunnen, vooral, om weg te kunnen uit het opvangcentrum.

Men vertelde ons dat het zeer lang kon duren en het ook niet altijd zeker is dat er een antwoord komt… Ook de regio waar moest gezocht worden was op dat moment een “No Go-zone”. Het zou dus het nodige geduld vragen met een bijzonder kleine kans op succes. Geen enkele kans mochten we onbenut laten dus, vanaf nu was het wachten…

Ondertussen gleed de jongen meer en meer af. School was taboe geworden, dat wou hij niet meer en hij zocht zijn heil in drank. Alcohol, alles gewoon door elkaar, maakt niet uit wat, zolang het de emotionele pijn maar een beetje kon verhelpen. Hij begon zich ook te snijden. De gesprekken met de psychosociaal assistente in het centrum hielpen soms een beetje, ook mijn bezoeken deden hem goed, net zoals elke verder stap in zijn asielprocedure. Op de terugweg van zijn eerste interview vroeg hij al wanneer zijn tweede interview zou paatsvinden…. ongeduldig om verder te kunnen, vooral, om weg te kunnen uit het opvangcentrum. Herhaaldelijk stelden we professionele hulp voor wat hij steevast weigerde. het bleef een hobbelig parcours.

Toen hij uiteindelijk subsdiaire bescherming kreeg in ons land verhuisde hij van het centrum naar een lokaal opvang inistiatief van het OCMW , een LOI.

Positieve noot is dat hij een harde werker is maar ik had hem graag met een diploma in handen gezien en met een betere kennis van het Nederlands.

Aanvankelijk vondt hij dit OK, hij werd daar ook opgevangen door drie superfijne en heel betrokken begeleidsters. Snel werd echter duidelijk dat ook dit maar van korte duur was en een moeilijk traject zou worden met woedeuitbarstingen, buitensporig gedrag, weigeren om naar school te gaan, weigeren om op te staan…. en vooral heel veel verdriet en gemis. Eén brok ellende. Zo is hij uiteindelijk 18 geworden, alleen gaan wonen en beginnen werken. Positieve noot is dat hij een harde werker is maar ik had hem graag met een diploma in handen gezien en met een betere kennis van het Nederlands.

En al ben ik sinds zijn 18de zijn voogd niet meer, af en toe zoek ik hem nog eens even op in het restaurant waar hij werkt of stuur ik hem een kort berichtje via Messenger. De jongen is bijzonder fier op het werk dat hij doet maar nog steeds diep ongelukkig over het gemis van zijn familie.

22 maart kwam er een telefoontje van Het Rode Kruis. Gewoonlijk is dit om te horen of een bepaald dossier nog moet geopend blijven, of we zelf al nieuws hebben. Nu was het echter anders. Er was een brief toegekomen van de jongen zijn vader. Een antwoord op de brief die we zo lang geleden hadden verstuurd… een antwoord waarop de vader vertelde dat het goed met hun ging en hij veel aan zijn zoon dacht, een brief die hartverwarmend was, een brief met vermelding van een telefoonnummer in Afghanistan … het nummer van zijn vader… Ik kon de dame aan de telefoon niet genoeg bedanken en toch kon ik ook niet vlug genoeg neerleggen… ik moest immers de jongen bellen. Ik stond even op het punt om in de wagen te stappen en het nieuws persoonlijk te gaan brengen maar waarom zou ik bijna twee uur tijd verliezen ? Er was al zo lang gewacht, al veel te veel tijd verloren.

Zo veel emoties aan de telefoon, van ongeloof tot enorme vreugde en tranen en terug vreugde… hij ging zijn papa bellen.

Voor deze jongen is Nowruz dit jaar echt een bijzonder feest geworden. Hij heeft het mooiste nieuwjaarsgeschenk gekregen dat hij zich maar kon dromen.

Toen hij me later op de avond terugbelde klonk de zon door in zijn stem. Dezelfde stem die ik zo goed ken, waarmee ik zo vele uren in discussie ben gegaan, de stem die mij en de hele wereld met mij verwenste… maar nu zo ontzettend blij, zo enorm veel vreugde.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

21 maart is de lente begonnen, het was toen ook het Afghaanse nieuwjaar. Wel voor deze jongen is Nowruz echt een bijzonder feest geworden dit jaar. Hij heeft het mooiste nieuwjaarsgeschenk gekregen dat hij zich maar kon dromen. Ik denk ook aan de ouders. Drie en half jaar hebben ze niets van hun zoon vernomen en plots is de onzekerheid weg. En alhoewel er duizenden kilometers tussen hen in liggen, is het weer mogelijk om met elkaar te praten, om de warmte en de liefde in elkaars stem te horen. Ik denk terug aan het moment dat we de brief schreven, zo lang geleden in de zomer van 2016.

Midden december van vorig jaar hebben de ouders hun brief als antwoord geschreven, de brief die hun zoon terugbracht.

Ik hoop dat het hen allen goed gaat.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Voogd van Niet Begeleide Minderjarige Vluchtelingen

    Naast een druk professioneel leven is zij sinds 2015 ook voogd van een aantal Niet Begeleide Minderjarige Vluchtelingen ( NBMV ).  De teksten gaan over haar ervaringen als voogd, ma