Chaos en rust in Kathmandu

Onze eigen vertrouwde jonge Giel zette heel België in rep en roer om hier zijn leven verder te kunnen zetten als monnik. Na drie dagen door te brengen in hoofdstad Kathmandu, begin ook ik de aantrekkingskracht van het bergachtige, mysterieuze Nepal te ervaren. Want mysterieus, dat is het wel.

  • © MO*/Maxime Degroote De straten van Kathmandu zijn versierd voor de start van 2072, 14-04-2015 © MO*/Maxime Degroote

Het  is de geboorteplaats van Boeddha. Het staat bekend om de Himalaya en de Mount Everest, hoogste berg ter wereld, waar menig man tijdens het beklimmen ervan het leven liet. Verder dan dat reikte mijn kennis over het verre Nepal niet.

Nu, na drie dagen in de hoofdstad Kathmandu te overleven – wat een ware kunst is aangezien een miljoen autochauffeurs erop uit zijn je zo snel mogelijk van je sokken te rijden – begin ik de wonderbaarlijke gewoonten van Nepal te begrijpen. Nee, niet te begrijpen. Te leren kennen.

Tijdens een eerste wandeling door het drukke Kathmandu word je als toerist overweldigd door geuren, kleuren en gevoelens. Kathmandu is een hippiestad. Marihuana en opium worden je praktisch in de handen geduwd en iedereen loopt er rond in gigantische wollen poncho’s gecombineerd met laaghangende kleurrijke broeken.

Er wordt met yoga- en meditatielessen naar je hoofd gesmeten en het is absoluut niet vreemd om een volledige maaltijd met je ogen dicht te verorberen. Kathmandu brengt chaos en rust op een manier samen die je nergens anders kunt ervaren. Kathmandu is op z’n minst gezegd interessant.

Waar een wil is, is een weg

Verkeersregels bestaan niet. Officieel rijdt men links in Nepal, maar in de praktijk rijdt men waar men rijden kan.

Auto’s, motorfietsen, tuc tucs, fietsers en voetgangers krioelen op nog geen haar afstand om elkaar heen. Alsof dat nog niet genoeg is, vind je om de zoveel tijd een koe – of beter gezegd jak – terug die midden in die drukte neerstrijkt om een heerlijk dutje te doen. Ook dat beest moet ontweken worden, met alle gevolgen vandien.

Haast lijkt onbestaand, zolang je de straat niet betreedt

Natuurlijk kwam ik ook aan op 14 april, de dag waarop heel Nepal Nieuwjaar viert en de straten van Kathmandu zo mogelijk nog minder betreedbaar waren. Juist ja, Nieuwjaar. Nepalezen leven volgens een heel andere kalender en volgen het Bikram Sambat systeem.

Zo begon hier op 15 april het nieuwe jaar: 2072. Welkom in de toekomst. Voordeel is wel dat, doordat ik op de drukste en meest chaotische dag van heel het jaar aankwam, sindsdien iedere dag vol hopeloze verkeerssituaties weer wat beter mee lijkt te vallen.

Al moeten richtingaanwijzers hier bijvoorbeeld nog worden uitgevonden. Of misschien zijn de krakkemikkige voertuigen die gewoon allang verloren. Bij een eerste taxirit werd me al duidelijk dat autokeuringen hier onbestaand zijn en er meer onderdelen aan Nepalese transportmiddelen ontbreken dan er aanwezig zijn.

En dus wordt er lustig op los getoeterd. Zo horen ze drie straten verderop ook dat er straks een wagen de hoek om komt. Want stoppen of vertragen, daar doen ze niet aan.

Ondertussen heb ik er een taxirit of zeven op zitten, en heb ik nog geen enkele keer stilgestaan met de auto. Waar een wil is, is een weg. Letterlijk dan. Al is het eerder een steeg, put of afvalberg waar overheen gescheurd wordt. En toch, zodra je een deur binnengaat, lijkt dat allemaal verdwenen. Kussens op de grond, rustgevende muziek, alle tijd van de wereld. Haast lijkt onbestaand, zolang je de straat maar niet terug betreedt.

Onbeschoft of beleefd?

Te horen krijgen dat je dik bent, is het grootste compliment dat je in ontvangst kunt nemen

De straat waar Nepalezen hele dagen al spugend, boerend en vervuilend rondhangen. Bij een eerste aanblik komt de bevolking ongelooflijk onbeschoft over.

Dat zijn ze niet – ze hebben gewoon heel andere gewoonten. Waar wij westerlingen een beetje gegeneerd naar onze tenen staren als iemand vraagt naar ons gewicht of salaris, is dat in Nepal allesbehalve onbeleefd.

Tijdens een eerste gesprek uitgehoord worden over je – eventueel onbestaand – liefdesleven, is doodnormaal. Te horen krijgen dat je dik bent, is het grootste compliment dat je hier in ontvangst kunt nemen.

Aangezien Nepal, net als India, Pakistan, Bangladesh, Bali en Sri Lanka, nog steeds verdeeld is via een kastenstelsel, wordt er hier bij een eerste ontmoeting ook altijd onmiddellijk naar je volledige naam gevraagd. Dankzij de achternaam weten Nepalezen bij welke groep je hoort en kunnen ze hun gedrag daaraan aanpassen.

Op het eerste zicht merk je hier niet zoveel van het kastensysteem, maar het blijkt wel echt belangrijk in het leven van Nepalezen. Er bestaan vier verschillende kasten in Nepal: Brahmin (de monniken), Kshatriya (de ‘warriors’), Vaisya (de landbouwers) en Sudras (de handwerkers en arbeiders).

Als je bij één van de twee hoogste kasten hoort, vertel je dat liefst meteen bij het voorstellen van jezelf, anders hou je je achternaam beter zo lang mogelijk verzwegen. De mensen die bij de laagste kasten horen, eten namelijk apart en mogen zich bijvoorbeeld bij massa-evenementen niet mengen met de hogere groepen van de bevolking. 

En zo zijn er wel meer dingen die je hier beter verzwijgt. Ik moet er echt aan denken dat ik er hier, in het strenge Nepal, niet alles zomaar uit mag flappen. Toen ik te horen kreeg dat ik in mijn gastgezin een hele verdieping tot mijn beschikking zou hebben, riep ik enthousiast ‘Yes, party at my house!’.

Bij de strikt boeddhistische Nepalezen kon er niet eens een glimlachje vanaf. Wat er wel vanaf kon, was een uitgebreide preek over het gebruik van drugs en alcohol en een snel vernietigbaar stagecontract. Ik hou mijn mond.

Dhanyabaad

Als je als echtgenote de naam van je man in de mond neemt, verkort je zijn leven met een paar jaar

Toch merk je dat Nepalezen het allemaal echt wel goed bedoelen. Iedereen spreekt elkaar aan met broeder, zuster, moeder of vader. Wat wel opvallend is, is dat in Nepal, waar het vrouwelijk geslacht nog steeds een erg ondergeschikte rol vervult, vrouwen niet naar hun man mogen refereren door zijn voornaam te gebruiken.

Ze noemen hem ‘de vader van mijn kind’ of simpelweg ‘hij’. Iedere keer dat je als echtgenote de naam van je man in de mond neemt, verkort je zijn leven met een paar jaar. Als je je man beu bent, weet je wat je te doen staat.

Het zijn juist al die goede bedoelingen, vriendelijke buigingen en namastés die het hele gedoe rond bedanken nog vreemder maken. Bedankt zeggen is hier absoluut not done. Nepalezen zijn wel dankbaar, maar dat wordt niet uitgedrukt. In mijn eerste les Nepalees leerde ik het woord dhanyabaad, wat dank je wel betekent.

Meteen werd me op het hart gedrukt dat ik dat best zo min mogelijk gebruik, aangezien het voor een paar heel genante stiltes zou kunnen zorgen. Verschillende vrijwilligers kwamen al bij VIN (Volunteering Initiative Nepal, waarbij ik mijn stage loop) klagen dat ze weken bouwen aan een toilet voor een familie en er niet eens een dank je af kan. 

Zelfs bij het krijgen van cadeaus wordt het niet gezegd. Als je een pakje ontvangt, hoor je in eerste instantie te weigeren. Na lang aandringen mag je het aannemen, al is het openen helemaal uit den boze. Mijn coördinator Shradha vertelde me dat ze als klein kind ooit eens een cadeautje opende in het bijzijn van de schenker, en daar door haar moeder onmiddellijk hard voor afgestraft werd.

Slaan tijdens het opvoeden is hier dan ook de normaalste zaak van de wereld – niemand kijkt verbaasd op als je een klas voorbij ziet lopen en de leerkracht hardhandig met een stok richting zijn of haar studenten zwaait.

Cadeautjes, die stop je dus het best zo snel mogelijk weg, zonder te bedanken. Openen doe je op een moment waarop je alleen bent. Ik heb een doos chocolaatjes mee voor mijn gastgezin, en ben alvast erg benieuwd naar hoe de ontvangst ervan zal verlopen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift