De praktijk van het reguleren van coca in Bolivia

Coca sí, cocaina no?

  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer
  • Janneke Nijmeijer Janneke Nijmeijer

Coca is een plant met enorm veel potentieel. Het heeft gezondheidsvoordelen voor de consument en is economisch gezien een lucratief gewas voor landen waar coca groeit. Als voorstander voor het openen van een internationale markt voor cocaproducten onderzocht ik in Bolivia de praktijk van het reguleringsbeleid. Helaas blijkt de praktijk corrupt en zelfs gewelddadig. Desondanks moeten we internationaal gezien dit beleid blijven toejuichen.

Coca sí cocaina no

Bolivia kende de afgelopen decennia een turbulente historie wat de bestrijding van coca betreft. Zonder gedegen onderzoek over de mogelijkheden van coca werd onder aanvoering van de VS tijdens het VN-verdrag in Geneve in 1961 coca samen met cocaïne veroordeeld tot Lijst 1 van verboden middelen. Sindsdien werd de cultivatie en export universeel verboden en leven we tot op de dag van vandaag met een beleid dat gebaseerd is op een koloniaal gedachtegoed. Maar coca is geen gevaarlijke plant en biedt net veel gezondheidsvoordelen. Coca bevat slechts 0,5 procent cocaïne, heeft dezelfde psychoactieve stoffen als thee en koffie, die energie geven en de concentratie stimuleren, en onder andere medicinaal werken tegen hoofdpijn, maagklachten en hoogteziekte.

In de jaren zeventig werd de War on Drugs onder leiding van de VS afgetrapt en aan het eind van dat decennium begon de vraag naar cocaïne vanuit Europa en Noord-Amerika te stijgen. Sindsdien werd door het Westen coca onlosmakelijk verbonden met drugs. Eind jaren tachtig veranderde de VS zijn focus op het onderscheppen van drugs naar het uitroeien van de cocateelt, en werden cocaboeren de vijand volgens het War on Drugs-beleid. Het militariseren van de coca-cultiverende regio’s leidde tot gewelddadige confrontaties tussen de politie en cocaboeren. De militaire bemoeienis en de mondiale ontkenning van het bestaansrecht van coca voedden - begrijpelijk - het al aanwezige anti-imperialistische sentiment onder de inheemse meerderheid.

Janneke Nijmeijer

 

Vakbondsleider van cocaboeren en oprichter van de MAS, Movimiento al Socialismo, Evo Morales werd in 2006 de eerste inheemse president van Bolivia. Het nieuwe beleid was gericht op het verbannen van de militarisering onder leiding van de Amerikaanse DEA, Drug Enforcement Administration, die in 2008 uit Bolivia vertrok. Onder het motto ‘coca sí cocaina no’ zou de nieuwe regering door middel van sociale controle en een nauwe samenwerking in vakbonden de cocateelt beheersen en cocaïnehandel tegengaan. De Europese Unie en het UNODC ondersteunen dit beleid middels financiering en monitoring. Klinkt fantastisch, maar waar gaat het mis?

Morales verhoogde onder zijn presidentschap het maximum aantal te cultiveren coca naar een totaal van 22.000 hectare. In de praktijk wordt er jaarlijks zo’n 10.000 hectare meer gecultiveerd dan de toegestane hoeveelheid. Om zich aan de limiet te houden en zich tegenover de EU te bewijzen, vernietigt de overheid cocaplantages. En hier begint het probleem, want vernietigt de overheid de cocaïneplantages van zijn achterban of de rechtmatige cocavelden van zijn tegenstanders? Ik ging naar de traditionele provincie Franz Tamayo waar de overheid tegen de wet in de cocavelden voor 90 procent vernietigde.

Het belang van coc​a in de provincie Franz Tamayo

Coca es vida’, coca is leven, staat er op de groene bodywarmer van Wilder Cuqui, regionaal vakbondsleider van cocalero’s in Franz Tamayo. Franz Tamayo is een dunbevolkte provincie gelegen in het departement Yungas de la Paz en is volgens wet 1008 als traditionele regio erkend, een plek waar coca legaal geteeld mag worden voor culturele en medicinale doeleinden. De cocateelt is hier al eeuwen van economisch belang.

Guzman, regionaal vakbondsleider van agrocultivatie, vertelt in het dorpje Santa Cruz over de historie van coca hier. ‘Deze weg leidt naar het Incabolwerk van Peru. Via deze weg werd met de gemeenschappen uit de hoogvlakte coca verhandeld voor gedroogd lamavlees. Later, in de zestiende eeuw, toen de mijnindustrie zich ontwikkelde, werd coca naar de zuidelijker gelegen mijnsteden Potosí en Oruro vervoerd.’

Coca is een belangrijk ruilmiddel voor gewassen uit het oosten, zoals bijvoorbeeld rijst, om het plaatselijke dieet mee aan te vullen.

Nog steeds is coca een belangrijke inkomstenbron voor de provincie. ‘Het westen van Franz Tamayo heeft het ideale klimaat voor de teelt van coca en is minder geschikt voor andere gewassen. Coca is daarom een belangrijk ruilmiddel voor gewassen uit het oosten, zoals bijvoorbeeld rijst, om het plaatselijke dieet mee aan te vullen. Daarnaast is coca lucratiever dan andere producten; het levert drie keer per jaar een oogst op,’ vertelt Ramiro Sito Alvarez, secretaris van de regionale vakbond voor cocaboeren.

Niet alleen is coca essentieel voor hun levensonderhoud, ook cultureel speelt coca een belangrijke rol. Bij iedere bijeenkomst wordt er coca op tafel gelegd en met elkaar gedeeld. Het kauwen op coca zorgt voor introspectie en een verhoogde concentratie en dat is ideaal voor een goed gesprek of vergadering.

Onrechtmatige uitroeiing door de overheid

Ondanks de erkenning als traditionele regio en het belang van coca voor dit gebied, vaagde de regering, onder leiding van president Evo Morales, in 2013 de cocaplantages in Franz Tamayo voor 90 procent weg. ‘Terwijl de soldaten de plantages kaal maaiden met machetes en chemicaliën, hield de politie protesterende bewoners tegen met traangas. Zevenentwintig mannen die hun plantages wilden beschermen werden voor vijftien maanden in de cel gezet. De dorpen werden een jaar lang gemilitariseerd,’ vertelt Ramiro. In 2015 en 2017 kwamen de militaire troepen terug, wederom om de plantages te vernietigen.

‘We hebben geen overheid in Franz Tamayo, er is een grote afstand tot het kapitaal van de staat. Maar ze pakken wel onze coca, dat is niet rechtvaardig’

De gemeenschappen zijn erg goed georganiseerd, met een sterke onderlinge betrokkenheid. Iedere bewoner, man en vrouw, moet volgens het traditionele ayni-concept eenmaal in zijn leven een voorzittersrol van twee jaar lang volbrengen. Aan collectieve organisatie ligt het niet, maar door het gebrek aan middelen blijft hun positie zwak. De infrastructuur is behelpen; na één nacht regen veranderen de onverharde wegen in een zuigende modderpoel. Bruggen worden door de bewoners zelf aangelegd, een improvisatiewerk van balken naast elkaar. Er is één medisch centrum, maar daarin ontbreekt het aan middelen om alle zorgvragen te beantwoorden. ‘We hebben geen overheid in Franz Tamayo, er is een grote afstand tot het kapitaal van de staat. Maar ze pakken wel onze coca, dat is niet rechtvaardig.’

Tegenstrijdige praktijk van Morales’ socialisme en Madre Tierra

Dit wringt, want hun president profileert zich naar buiten toe als inheemse leider met socialistische idealen. Maar van zijn socialistische idealen en inheemse waarden merken ze in Franz Tamayo weinig. ‘Tijdens neoliberale regeringen was er hier geen bestrijding. Maar in het tijdperk van Morales, die zichzelf inheems noemt, wel. Evo Morales praat over Madre Tierra, Moeder Aarde, maar hij respecteert haar niet,’ zegt Guzman. Volgens artikel 384 van de grondwet worden de erkende traditionele zones waar coca op een voorouderlijke wijze verbouwd wordt door de staat beschermd. Hoe kan het dat in deze zones de coca toch bestreden wordt?

‘Tijdens neoliberale regeringen was er hier geen bestrijding. Maar in het tijdperk van Morales, die zichzelf inheems noemt, wel’

Sinds Morales aan de macht is heeft hij diverse keren de toegestane hoeveelheid te cultiveren coca uitgebreid. Aan het begin van zijn presidentschap verhoogde Morales het maximum van 12.000 hectare naar 20.000 hectare. Hiervan mocht 14.000 hectare in de traditionele regio Yungas de la Paz worden geteeld en 6.000 hectare in Chapare, de regio waar Morales vandaan komt en waar vóór Morales wettelijk gezien geen coca geteeld mocht worden. In 2017 werd het totale maximum met 2.000 hectare verhoogd, waarvan 1.700 hectare in Chapare. De legale, relatief hoge toename in Chapare stuitte op veel verzet onder de Boliviaanse bevolking omdat het de president verweet in dienst van narcococalero’s te handelen.

Coca uit Chapare is geen populaire soort in Bolivia; het is bitter en niet zo zoet als die uit Yungas de la Paz. Anders dan in Chapare wordt de traditionele coca uit Yungas de la Paz voor de meerderheid zonder pesticiden geteeld en de verbouwing kost daarom meer tijd. Door het hele land wordt er daarom alleen op de cocabladeren uit Yungas de la Paz gekauwd.

Janneke Nijmeijer

 

De cocacultivatie in Chapare kwam pas op gang toen de vraag naar cocaïne steeg en is dus geen traditionele zone. Daarom is Chapare wettelijk een zona excedentaria, een niet-traditionele regio waar coca geschikt is voor verwerkte producten, zoals thee, bloem of tandpasta. Wet 906 dicteert dat het de cultivatie en commercialisatie aanmoedigt en wetenschappelijk onderzoek naar de mogelijkheden van het uitbreiden van een markt zal ondersteunen. Maar in werkelijkheid is er door de overheid geen initiatief genomen om zo’n industrie te ontwikkelen. Het universele verbod op export van cocaproducten is hiertoe ook een belemmering. Uit onderzoek van het UNODC is dan ook gebleken dat 92 procent van de coca uit Chapare de legale markt niet bereikt en dus naar cocaïnehandel gaat. Achter de toename van de legale hoeveelheid coca wordt daarom beweerd dat het ten gunste komt van narcococalero’s uit Chapare, de regio waar de partij van Morales zijn oorsprong kent en waar zijn achterban zich bevindt.

Geen coca, geen inkomen

‘Na vernietiging duurt het een jaar voor een nieuwe plantage weer geoogst kan worden. Een groter probleem dan deze vertraging is dat de coca niet meer wil groeien zoals het eerst deed. Vóór de bestrijding reikten de cocaplanten een hoogte van een meter, tegenwoordig maar 40 centimeter,’ vertelt Ramiro. Verschillende gemeenschappen laten mij hun nieuwe plantage zien. De oude plantage ligt dichterbij het dorp en je moet deze oversteken om bij de nieuwe te komen. Het onkruid en de uitdroging van de oude plantage duiden op vergane glorie. Zwaarmoedig demonstreren ze hun nieuwe plantage. ‘Het groeit niet meer. Ook andere gewassen groeien niet meer zoals voorheen,’ zeggen ze. ‘We vermoeden dat de chemicaliën die tijdens de bestrijding zijn gebruikt de grond hebben vergiftigd,’ vertelt Ramiro, ‘maar we weten het niet, we zijn geen experts op dat gebied.

De economische gevolgen zorgen voor wanhoop. Coca is het basiselement van de economie van deze regio. Maar er is geen coca dus er zijn geen inkomsten. Een vrouwelijke inwoner van Santa Barbara vertelt: ‘Sinds de bestrijding is er enorme armoede. Ik heb vijf kinderen die naar school moeten, maar ik kan het niet betalen. Ze hebben geen eten, geen kleren, geen schoenen en geen schriften. Wij vrouwen lijden want we hebben geen producten om mee te koken, we kunnen onze kinderen niet voeden. We worden letterlijk uitgehongerd.’ ‘Het is culturele genocide’, zegt Gregorio, voormalig regionaal vakbondsleider van cocaboeren.

Nieuwe vormen van uitsluiting

Maar naar het buitenland toont Morales dat hij de cocacultivering onder controle heeft. Uit de monitoring van het UNODC blijkt dat sinds 2012 de netto hoeveelheid aan gecultiveerde coca tot een maximum van 25.000 hectare bedraagt. Maar in werkelijkheid wordt er meer coca geteeld en tegelijkertijd meer bestreden: sinds 2010 wordt er jaarlijks zo’n 10.000 hectare aan cocaplantages vernietigd. De bestrijding is onderhevig aan nieuwe vormen van uitsluiting en marginalisatie.

Janneke Nijmeijer

 

Ramiro: ‘Volgens de overheid bevinden onze cocaplantages zich in het beschermde natuurgebied Madidi of is de bestemming van onze coca voor cocaïne en is het daarom gerechtvaardigd om dit gebied van coca te ontdoen. De gemeenschappen die bestreden zijn, bevinden zich echter ten zuiden van de grens van het Madidi-park. Bovendien is dit juist de regio waar coca op een duurzame, traditionele manier geteeld wordt en waar de door Morales gepredikte Madre Tierra in praktijk gebracht wordt. Het gaat ons niet om de cocaplantages in Chapare, wat daar gebeurt is onze zaak niet. Het gaat ons om ons recht om coca te telen.’

Ondanks dat het reguleringsbeleid gericht is op het beschermen van het inheemse recht op cocacultivatie, genereert de limiet van de cocateelt een herhaling van gewelddadige confrontaties uit het voormalige neoliberale tijdperk. Niet de wet maar belangenverstrengeling bepaalt wiens plantage bespaard blijft. Antropoloog David M. Pereira Herrara: ‘Corruptie is een moeilijk te stoppen fenomeen in alsnog een van de armste landen van Zuid-Amerika. De vraag naar cocaïne is een altijd aanwezige mogelijkheid om aan inkomsten te komen. Mensen die geen vast inkomen hebben, kunnen door de productie van coca voor cocaïne hun brood verdienen.’ En omdat de export van cocaproducten verboden is, lopen cocaboeren en de Boliviaanse economie de mogelijkheid voor een unieke internationale markt mis.

‘We zouden graag willen dat de wereld weet dat coca niet hetzelfde als cocaïne is’

Ramiro: ‘We zouden graag willen dat de wereld weet dat coca niet hetzelfde is als cocaïne en dat internationale markten de voordelen van coca erkennen.’ Een internationale markt van cocaproducten kan beletten dat mensen die coca moeten cultiveren om te overleven er cocaïne van maken. Volgens een onderzoek ondersteund door de Europese Unie is 14.705 hectare aan cocaplantages nodig voor Boliviaanse consumptie. Maar voor het gebruik op wereldniveau is dit een heel ander verhaal.

Socioloog Sdenka Silva, eigenaresse van het cocamuseum in La Paz: ‘Zolang de cocateelt voor bijvoorbeeld thee wereldwijd niet erkend wordt, gaat er meer coca naar cocaïne. Het zou zeer voordelig zijn voor Andeslanden als de export van cocaproducten mogelijk wordt. Een Boliviaanse econoom, Roberto Laserna, onderzocht dat als cocathee 5 procent van de wereldmarkt weet te bereiken, de huidige oppervlakte aan cocaplantages deze hoeveelheid niet kan bevoorraden.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift