Cumhuriyetproces: Ahmed Sik, de man die de rollen omkeerde

Oude mannen maken grappen in dit vierde verslagje van het Cumhuriyet proces in Istanboel, even ben ik zelf de tranen niet meer de baas en een journalist houdt een pleidooi dat nu al historisch wordt genoemd.

©

Sterjournalist Ahmed Sik tijdens zijn betoog voor de rechtbank

Ik zal een lang verhaal kort maken: gisteren geraakte ik de rechtszaal in. Het duurde even goed een uur, met het nodige geroep en getrek, maar wij van de internationale delegatie werden letterlijk doorheen het poortje geduwd door de omstaanders. Toen ik een al wat oudere vrouw die duidelijk een van de familieleden was, een echtgenote misschien, vroeg of zij niet voor wou, gebaarde ze van neen. Ga maar.

Ze willen dat wij hier zijn. Het wordt erg geapprecieerd. Soms merk je dat op een heel subtiele manier. Toen ik in het cafetaria vlakbij de rechtszaal een broodje afrekende nadat ik met de man achter de kassa een grapje had gedeeld, zei hij plots ernstig: ‘You are very welcome’. Hij knikte en sloot kort beide ogen. Het was een subtiel gebaar, maar het was duidelijk.

We dronken er met de Turkse PEN-mensen een koffie voor we de aanval op het poortje zou inzetten. Voorzitster Zeynep Oral omarmde hartelijk de mannen aan het tafeltje naast dat van ons. Oude mannen waren het. Ze zagen eruit als ex collega’s die samengekomen waren om te kaarten en herinneringen op te halen.

‘Wie zijn ze?’, vroeg ik.
‘Oh’, zei Zeynep, ‘dat zijn drie beklaagden.’
‘Van het Cumhuryet proces?’
‘Ja. Die daar is een van de eerste bazen’, ze wees op de kleinste, magerste, oudste en de enige die een pak en een das aan had.
‘Hoe komt het dat ze dan niet in de gevangenis zitten?’
‘Hoe dat komt? Vraag het hen zelf’, lachte ze.
‘Why are you not in prison?’ , riep ik naar de andere tafel.
‘Oh, we are too old’, wuifde de kleinste, magerste en best geklede mijn vraag weg.

De man aan onze kant van de tafel draaide zich naar mij om, gebaarde naar de mannen achter hem en zei: ‘I don’t know about them, but I am just innocent.’

Een tafeltje verderop zat Elif met iemand te praten. Haar vader, ook een van de beklaagden, zou een paar uur later getuigen. Hoe het met haar ging? Of ze niet te zenuwachtig was?
‘Ik ben ok’, zei ze lachend.
‘Hoe doen jullie dat, zo vrolijk blijven?’
‘We hebben geen andere keuze. Ze willen dat we depressief worden, dat gunnen we ze niet.’

Het is business as usual: journalisten die zich verdedigen tegen de meest absurde aantijgingen.

Als we even later voor het draaideurtje naar de gang van de rechtszaal staan en het gebruikelijke gedrum aan de gang is wijkt de groep plots uiteen om iemand door te laten. Het is een jongetje van een jaar of elf, ongeveer dezelfde leeftijd als mijn zoon. Zijn ogen groot van verwachting. Zijn mama in zijn kielzog. Hij draagt een rugzakje om de schouders, precies zo’n rugzakje als mijn zoon heeft om naar school te gaan. Dat is het moment waarop ik breek. Dit had mijn zoon kunnen zijn, die hier komt luisteren naar de verdediging van zijn vader, die hij wellicht al negen maanden alleen maar één uurtje per week achter glas heeft gezien.

Sterjournalist Ahmed Sik houdt zijn betoog

Het is druk in de rechtszaal. Het is warm in de rechtszaal. Zo warm dat ik me afvraag of hier wel airco is. ‘Hier is zeker airco’, zegt mijn Noorse PEN-collega, ‘anders zouden we hier allemaal sterven.’ We zitten helemaal achteraan de zaal, tegen de muur, in het hoekje en mijn collega haalt een boek boven terwijl ik op zijn smartphone de vertaalde updates in de gaten hou. Het is business as usual: journalisten die zich verdedigen tegen de meest absurde aantijgingen.

En dan is het de beurt aan de getuige waar iedereen op heeft zitten wachten, de sterjournalist Ahmet şık, een briljant onderzoeksjournalist die in zijn boeken de mechanismen van de politieke machinaties in zijn land fileert.

Hij begint om 16u te spreken. Hij heeft een goed voorbereide tekst bij. Als hij al even aan het woord is, merkt de rechter op dat het niet nodig is dat hij zijn boeken hier nog eens over doet. ‘Geef me even’, zegt Şik, ‘het leidt ergens toe.’

En al gauw blijkt inderdaad waar het toe leidt. Op geen enkel moment in zijn goed onderbouwde verhaal verdedigt Şik zich tegen de beschuldigingen. Wat hij doet, wordt al gauw duidelijk. In plaats van zich te verdedigen bouwt hij een extreem goed gedocumenteerde aanklacht op tegen de AKP, de partij aan de macht, en tegen de president. Wat hij doet, is de rollen omkeren.

Hier staat een man die weet dat hij niets meer te verliezen heeft en niets meer te redden behalve zijn integriteit als journalist. Şik, dat beseft iedereen, komt deze week, als er al een uitspraak komt in dit proces, niet vrij. Maar zijn getuigenis, waarin hij gedurende een uur de politieke geschiedenis van Turkije van de laatste jaren uittekent, is een aanklacht tegen de overheid die niet meer genegeerd kan worden.

Als hij gedaan heeft met spreken breekt in de zaal, tegen alle regels, in een luid applaus los. Binnen de kortste keren wordt de tekst van Şiks getuigenis gedeeld en vertaald naar het Engels.

Those who think that this dirty system, this crime dynasty will last forever are wrong. Like all the dictatorships that darken the pages of history, those who toil to progress with the insatiable hunger of their hates and ambitions, always prepare their own ends’, zegt hij ergens in het midden van zijn betoog.

Terwijl ik dit schrijf, een dag later, wordt het opeens heel donker boven Istanbul. Een plotse wind rukt aan de luifels van de winkels, bliksemschichten knallen vlak boven onze hoofden. En dan breekt de hemel open. Er vallen hagelstenen zo groot als pingpongballen. De hotelgasten hebben zich verzameld in het dakrestaurant en kijken gefascineerd door de ramen die rammelen als zaten we op een schip in de storm. Het prachtige panorama dat we van hieruit kunnen zien, is volledig weg. Na nog geen tien minuten is de smalle, steile straat van ons hotel een rivier geworden waarin alle vuiligheid die zich in de straten van Istanboel ophoopt wordt meegesleurd.

Zowat een half uur duurde de zondvloed en toen verschenen aan de overkant van de Gouden Hoorn, het water dat de verschillende delen van Istanboel scheidt, weer de prachtige gebouwen die getuigen van de rijkdom van dit land.

© Isabelle Rossaert

Donkere wolken boven Istanbul

LEES OOK

© Yann Renoult
‘Heeft Turkije internationale betweters nodig?’ Die vraag stelde MO*-journaliste Tine Danckaers deze week nadat ze het Cumhuriyetproces bijwoonde in Istanboel.
© Reuters
Voor PEN Vlaanderen woonde MO*-journaliste Tine Danckaers het Cumhuriyetproces bij in Istanboel. Een schertsvertoning waar de hoofden zijn gevallen nog voor de uitspraak, zo leek.
Hilmi Hacaloğlu (CC0)
Op maandag 11 september werd in Turkije een nieuw hoofdstuk geschreven in het Cumhuriyet-proces, een politieke rechtszaak die nog meer dan andere symbool staat voor het monddood maken van de kritis
© Murad Sezer/Reuters
Elk jaar reikt de International Publishers Association (IPA) de Prix Voltaire uit aan uitgevers die iets bijzonders betekend hebben voor de persvrijheid.

Meest recent van Isabelle Rossaert

© Isabelle Rossaert
Uitspraak in Cumhuriyetproces: een bitterzoet voorlopig einde
De voorlopige uitspraak op het Cumhuriyet proces bracht verleden vrijdag vreugde en verdriet met zich mee.
Cumhuriyetproces: Arthur en de anderen
Op de tweede dag van het Cumhuriyet-proces in Istanboel duurde de zitting tot elf uur in de nacht.
Cumhuriyetproces in Istanboel: De traagste race ooit, en de langste dag
Isabelle Rossaert is in Istanboel waar ze de rechtszaak tegen de onder andere van terrorisme verdachte journalisten van de Turkse krant Cumhuriyet vanop de eerste rij volgt.
Kafkaïaanse taferelen in Istanboels justitiepaleis
Het had een roman van Kafka kunnen zijn, maar het was een dag in het justitiepaleis van Istanboel.