De economie slaat tilt. Of zijn het de economen? Trend 1

Achteraf zouden we het geweten hebben, de economische groei van het begin van deze eeuw was niet echt, het was een grote bubbel. Alleen vergaten de economen en de internationale financiële instellingen ons dat toen te zeggen, dat hebben ze pas achteraf gedaan.

  • World Bank (CC BY-NC-ND 2.0) Onderwijs wereldwijd toenemend gecommercialiseerd: bron van desastreuze ongelijkheid. World Bank (CC BY-NC-ND 2.0)

De economie werd namelijk voortgestuwd door schulden, kredieten van particulieren, staten, steden en andere openbare besturen. Dat werd in die periode niet als probleem gezien. De herverpakking van die kredieten in verzekeringen en nieuwe kredieten was uitgegroeid tot wat toen als topbankieren werd beschouwd.

Toen de bubbel barste wilden we de schulden terecht niet doorschuiven naar de volgende generaties en moest quasi wereldwijd bespaard worden.

Ook onze arbeidsmarkt moest hervormd. De te volgen kuren werden nauwgezet voorgeschreven door het Internationaal Muntfonds (IMF), de Europese Centrale Bank (ECB) en de Europese Commissie. Met deze ‘trojka’ werden Griekenland en de andere ‘programmalanden’ heel zwaar aangepakt. Ook de andere landen moesten op dieet, op straffe van sancties.

Mooie vlaggen voor een ruige lading

De vraag is of België nog lang gespaard blijft van Europese sancties voor zogenaamde concurrentievervalsing wegens steun aan de gezondheidszorg vanuit de sociale zekerheid.

Er werden nieuwe woorden bedacht als dat van de ‘participatiemaatschappij’ en ‘vermaatschappelijking’. In de verklaring van koning Willem-Alexander op Prinsjesdag 2013 over de miljoenennota van de regering Rutte klonk het veelzeggend zo: ‘Gecombineerd met de noodzaak om het tekort van de overheid terug te dringen, leidt dit ertoe dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving. Van iedereen die dit dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving.’

De ‘​vermaatschappelijking’ gaat in het echt over de overheid die taken wegduwt naar lagere niveaus - de gemeenten. Die hebben echter evenmin middelen waardoor het individu er uiteindelijk zelf moet voor opdraaien.

‘Participatiemaatschappij’ wordt dan ‘Trek uw plan’. Sociale zekerheid wordt stilletjes weggeschoven naar bijstand, een tendens die het einde van de verzorgingsstaat inluidt. En dan maar schrikken dat in vier jaar het aantal mensen dat beroep doet op concrete hulp van armenorganisaties verdubbeld is of alarm slaan over de sterk toenemende kinderarmoede, terwijl het vooral gevolgen zijn van een bepaald type beleid.

België geen unicum

Op wereldvlak is de privatisering van het onderwijs een groeiende plaag.

Je vindt deze tendenzen in heel Europa - in Zuid-Europese en Oost-Europese landen is de situatie nog erger. Ook in de Vlaamse en de Belgische begroting en beleid zie je hoe de overheid stappen terugzet.

Dat noemen we de ‘terugtredende overheid’ - onder meer gekenmerkt door afbouw van de verzorgingsstaat en commercialisering van collectieve diensten en taken, van opvang van geesteszieke gedetineerden tot uitbesteding van politietaken.

Ook de zorgsectoren worden toenemend vermarkt, denk maar aan de ouderenzorg en de kinderopvang. De vraag is hoe lang België nog gespaard blijft van Europese sancties voor zogenaamde concurrentievervalsing wegens steun aan de gezondheidszorg vanuit de sociale zekerheid.

Verzekeringsmaatschappijen wachten ongetwijfeld op het goede moment om de niet commerciële private sector - zeg maar het zorgmiddenveld - weg te duwen. Op wereldvlak is de privatisering van het onderwijs een groeiende plaag. Als gevolg van saneringen afgedwongen door het IMF is er enkel nog onderwijs voor diegenen die het kunnen betalen.

Tegelijk verliest de overheid grip op noodzakelijke voorzieningen als energie, water en telecommunicatie. Wat voorheen als publiek goed werd beschouwd, werd overgeleverd aan de markt, zonder de nodige regulering. De overheid wordt gereduceerd tot de regulator van de afschakelplannen als we met de risico’s van een black-out geconfronteerd worden.

Een evolutie is ook dat publiek-private partnerschappen in infrastructuur - wegen, tunnels, gevangenissen, … - de plaats innemen van overheidsinvesteringen. Akkoord, het is soms niet anders mogelijk, maar de baten gaan dikwijls naar de privésector en de gemeenschap blijft zitten met de lasten. Als samenleving verlies je dan controle.

Het liberale credo dat opgang maakt is minder overheid, meer markt, minder belastingen en minder sociale zekerheid. Tegelijk vragen bedrijven meer ondersteuning van de overheid - of minder overheidsbeslag.

Toegegeven, arbeid is te zwaar belast maar zal de lastenvermindering echt ook meer geïnvesteerd worden in werkgelegenheid? Of vervullen ondernemingen dan beter hun maatschappelijke rol? Dat hebben we nog niet gehoord. Meer werkgelegenheid zou zogezegd automatisch volgen, daarbij vergetend dat de laatste grote impuls voor werkgelegenheid begin deze eeuw wel gelukt is, echter niet door de industriële of commerciële sector maar dank zij de zorgsector.

Minder ongelijkheid stimuleert economische groei

Wij hebben nood aan visionaire beleidsmakers en ondernemers die de nieuwe richtingaanwijzers volgen en deze nieuwe trend durven uitzetten.

Economen en politici die doordrongen zijn van die agenda en doen uitschijnen dat alle heil van de privésector kan worden verwacht, krijgen in de media veel ruimte. Er is evenwel tegenwicht van gerenommeerde economen als Stiglitz, Krugman, Piketty, De Grauwe, … die de groeiende ongelijkheid aanklagen.

In de Verenigde Staten heeft 1% van de bevolking 40% van het inkomen. In België is de rijkdom beter verdeeld. Toch krijgen ook bij ons de 1% rijksten 17% van het inkomen. Enkele jaren terug was dat nog 10%. Het recent verschenen jaarlijkse loonrapport van de Internationale Arbeidsorganisatie bevestigt de ongelijkheid.

In de Westerse economieën steeg de productiviteit de voorbije 15 jaar met 15%, terwijl de lonen gemiddeld maar met 5% stegen. Kapitaalinkomens stijgen in bbp, arbeidsinkomens dalen. Dat proces is al langer aan de gang. De katalysator was de neoliberale politiek in de jaren ’80 van globalisering zonder regulering, met Reagan en Thatcher als exponenten.

In zijn spraakmakende boek ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ zegt Thomas Piketty dat de economische wetten van dat soort kapitalisme niet werken. ‘Het bruto inkomen stijgt door geld te beleggen in immobiliën, niet door de inzet van productief kapitaal. Bij een welvaartsstijging zou je normaal mogen verwachten dat er een daling is van het rendement op kapitaal en een stijging van de lonen. Maar het omgekeerde is waar. Stagnerende lonen en groeiende ongelijkheid leiden tot politieke ongelijkheid. De democratie is in gevaar’, besluit Piketty.

Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz stelt dat het echte probleem het gebrek aan vraag is. ‘Wat we nodig hebben’ zegt hij ‘zijn investeringen in onderwijs, zorg, infrastructuur, goede lonen en sociale zekerheid’.

Het IMF, de Wereldbank, de OESO, … veranderden ondertussen ook het geweer van schouder. Ze erkennen dat ongelijkheid het grootste risico is, niet alleen voor de sociale cohesie, maar ook voor de economie. En dus, stellen deze internationale instellingen, moeten besparingen samengaan met verstandige investeringen. Ze gaan zelfs verder, ‘creëer goede jobs’ zegt de Wereldbank, ‘verminder uw ongelijkheid en uw economie zal groeien’, zingen de andere internationale financiële instellingen mee in koor.

Maar het blijft voorlopig teveel bij woorden. Bij concrete beleidsadviezen houden diezelfde internationale instellingen het bij hun klassieke recepten: besparingen en structurele hervormingen, dikwijls ten nadele van de minst gefortuneerden. Regeringen – overal in de wereld maar ook in Vlaanderen en België – blijven koppig de andere richting uitgaan, ons voorhoudend dat er geen alternatief is.

De economie slaat tilt en faalt. Zelfs Duitsland dat de rigiede regels strikt volgde, herneemt niet. De reële economie is bovendien in de greep van financiële groepen, van hedgefondsen en pivate equitygroepen die enkel uit zijn op gewin op de korte termijn.

De vraag is of de wereld - en om te beginnen de Europese lidstaten - in staat zijn deze belangrijke bocht te maken? Minder gelijkheid en goede jobs stimuleren de economie. Wij hebben nood aan visionaire beleidsmakers en ondernemers die de nieuwe richtingaanwijzers volgen en deze nieuwe trend durven uitzetten.

Dit stuk maakt deel uit van de reeks 5 trends bepalend voor onze toekomst.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de IAO

    Luc Cortebeeck is werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO/ILO), voorzitter van Wereldsolidariteit en adjunct-voorzitter van het Internationaal Vakverbo