De hilarische relatie met mijn Iraanse schoonvader

Over hoe een vader/schoonzoon - relatie kan gebaseerd zijn op een tiental woorden.

Ik had niet de meest conventionele introductie met mijn schoonvader. Ik ging bij hem inwonen alhoewel ik de man ervoor nog nooit had ontmoet. Door de gemeenschappelijke taal die we echter praten, marcheert de vriendschap uitstekend.

  • ©MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 05/2016) Mijn schoonvader. ©MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 05/2016)
  • ©MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 04/2016) Mijn schoonvader die zijn hobby uitoefent, luisterend naar muziek. ©MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 04/2016)
  • ©MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 04/2016) Bovenaanzicht van het tweede grootste plein ter wereld, Naqsh-e Jahan (Isfahan). ©MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 04/2016)
  • ©MO*/Jonas Van Weerst (Teheran, 05/2016) Kunstwerk van Frutan Karimi. De man maakt zijn kunst met onderdelen van uurwerken. ©MO*/Jonas Van Weerst (Teheran, 05/2016)
  • ©MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 04/2016) De Lotfolla moskee, de kleinste maar wellicht de mooiste op het Naqsh-e Jahan plein. ©MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 04/2016)

Niettemin we kapot, moe en gestresseerd waren aangekomen bij mijn schoonouders in Iran (zie een vorig verhaal ‘Het Iraanse welkomstcomité’), kreeg ik bij de ontvangst de nodige egards toebedeeld. De papa van mijn vriendin noemde me van bij aanvang ‘my friend’ en dat deed deugd. Hij wist uiteraard al een tijd van onze relatie, Sami had het hem een zestal maanden voor onze komst verteld. De vorige relatie van mijn vriendin was een paar jaar eerder op de klippen gelopen en dat was bij de familie in Iran met verdriet onthaald. Ze verzekerde me dat haar vader en haar moeder me met plezier zouden ontvangen. Meer zelfs, ze waren nieuwsgierig naar mij.

Een grappig nevenverhaal was dat de mama nog niet aan iedereen in de familie had verteld dat haar tweede jongste dochter niet langer met de vorige vriend samen was. Net die dochter kwam met haar nieuwe vriend voor langere tijd naar Iran. De mama had dat niet voorzien. De klucht was dat ik me zou moeten voordoen als de ex van mijn vriendin. We leken in de verste verte niet op elkaar.

Die eerste avond verliep vlekkeloos. De papa en ik hadden alvast één hobby gemeen, een glaasje drinken. Althans dat vertelde hij me want hij dronk die avond niet mee. Dat had hij al drie maanden niet gedaan omdat hij ‘s nachts alert wou blijven. Sami’s mama was al twee maanden aan haar bed gekluisterd - dat in nu in de woonkamer stond - wegens complicaties van een operatie aan haar been. Hij wilde geen enkel risico nemen mocht er ‘s nachts iets gebeuren. Hij dronk ’s avonds niet om ten allen tijde fris te zijn. Hij fluisterde al knipogend dat we onze gemeenschappelijke hobby binnenkort in alle rust zouden uitoefenen.

Goede indruk maken

De dagen nadien verliepen zoals men zich kan enigszins inbeelden van een prille schoonzoon-schoonouder-relatie. Hartelijk, grappen vertellen, mekaar peilend en uiteindelijk je best doen om een goede indruk te maken. Hier was dat niet anders. Ik vertelde over mezelf, over mijn beroep, over mijn familie en over onze motivatie om België te verlaten. Sami vertaalde alles, kruidde de verhalen met haar eigen receptjes en dat zorgde voor een aangename en gezellige sfeer. Mijn grapjes vertaalde ze eveneens en ik zag dat die bij mijn schoonvader goed aankwamen. Hij maakte opnieuw grapjes, die Sami dan opnieuw spontaan vertaalde en op die manier begonnen mijn schoonmoeder, mijn schoonvader en ikzelf los te komen. 

©MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 05/2016)

Mijn schoonvader.

Festival Farahani

Na een drietal weken riep hij me naar beneden. Alhoewel het been van zijn vrouw traag genas, deed het dit wel in de gewenste richting en hij vond dat dit een borrel verdiende, de eerste in drie maanden. Hij nodigde me uit om mee te komen drinken. De fles whisky die hij voor onze aankomst had gekocht stond al klaar op tafel en zo dronken we een halve fles uit terwijl we Engels, Lori, Farsi en Nederlands door elkaar praatten. Ik lette erop dat ik hetzelfde tempo als hem aanhield om achteraf niet de opmerking te krijgen dat ik te veel of te snel dronk. Ik moest me geen zorgen maken, we speelden op hetzelfde niveau. 

Dansen op muziek - op een groot feest of in een woonkamer - is een onderdeel van het Iraanse ontspanningsidee. Mijn schoonvader schoof tijdens het drinken rustig naar de keuken op, zocht zijn favoriete muziek en sloot de tablet aan op zijn pas gekregen luidsprekers. Zijn favoriete plekje was het gasfornuis waar hij sigaretten rookte zonder de dampkap aan te zetten, hij stak enkel het lampje aan. Hij stond er graag. Soms zat hij in kleermakerszit op het tapijt voor de oven. De keuken was open en werd afgescheiden door een laag aanrecht en keek uit op de grote eettafel die dan weer naast de zetels in de living stond. 

Hij zette thee en schonk voor ons beide een kop uit, sterk gesuikerd met Nabat. Nabat is gekristalliseerde suiker met saffraan-smaak. Buiten de eigenschap dat het lekker is, is Nabat mooi om naar te kijken. Het ziet er uit als gele kryptonite, het radio – actief goedje waardoor superman superman werd. 

Hij creëerde de perfecte atmosfeer, daar aan het gasvuur. Hij zette trance – achtige muziek uit Lorestan op met veel fluit, beat en hoog gezang. Hij trok zich van niets aan en danste zich een weg in de Loritrance. De whiskyroes nam ons in beslag en we doopten onze bezigheid ‘Festival Farahani’, naar zijn achternaam. Dat was om de mama te sussen, die lag in bed televisie te kijken. Haar bed stond in de living wegens haar lange revalidatie. Ze keek af en toe stuurs naar achteren, ze bekeek  twee dronkelappen.

Het drinken en dansen duurde een klein uurtje en was fantastisch, ik kan het iedereen aanraden om de relatie met schoonfamilie te beginnen. Mijn schoonvader danste in zijn keuken al stond hij op een festivalweide. Ik deed lichtjes mee, het was niet mijn muziek. Intrigerend was dat hij dezelfde danspasjes uitvoerde die ik maakte wanneer ik danste op wilde techno. Met één hand losjes in de lucht en een vingertje wijzend naar de hemel.

Gelukkig spraken mijn schoonvader en ik dezelfde taal, die van de humor.

Het is op deze avond dat onze band zijn grappige vorm kreeg. Gestileerd door flauwe en minder flauwe grapjes en onderbroken door schatergelach wanneer we elkaar maar half verstonden. Het hoge teddybeer-gehalte van mijn schoonvader speelde natuurlijk een rol en men mocht de impact van mijn ononderbroken charme-offensief niet onderschatten.

Wat ontdekte ik op die avond? Dat mijn schoonvader hilarisch was. Hij was een deugniet, altijd al geweest en tot op de dag van vandaag nam de deugniet in hem het voortouw. Op die avond begon hij met wat zijn nieuwe hobby zou worden, zijn schoonzoon woorden uit zijn geboortestreek – Lorestan - aanleren. Lori is anders dan Farsi. Soms lijkt het erop en beide talen hebben een linguïstische overlap alhoewel ze evenveel verschillen in klanken en woordenschat bezitten. Het gevolg was dat mijn Lori er met rassenschreden op vooruit ging, mijn Farsi bleef echter steken op een laag niveau.

Om de drie dagen een woord

Mijn schoonvader trok er zich niets van aan. De meeste schoonvaders zouden moeite doen hun schoonzoon zo snel mogelijk de taal van het land te helpen eigen maken, mijn schoonvader deed daar niet aan mee. Zolang hij me maar om de drie dagen een woord kon leren van een taal die maar een klein deel van de Iraanse bevolking sprak, was hij tevreden.

©MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 04/2016)

Mijn schoonvader die zijn hobby uitoefent, luisteren naar muziek.

Farsi is de standaardtaal in Iran, het Lori kan je vergelijken met het West-Vlaams. Grappig en sappig. Vele Iraniërs lachen ermee omdat het een beetje boers klinkt.

Mijn schoonvader sprak te pas en vooral te onpas de volgende Nederlandstalige zin uit: ‘Gij zijt taxi.’ Dat kwam er bij hem uit op de juiste (of net verkeerde) momenten. Hij had dat geleerd van ons. Telkens ik iets vroeg (bv. ‘Waar is de taxi?’) antwoordde Sami: ‘Gij zijt zelf een taxi.’ Of: ‘Waar is mijn portefeuille?’ Dan antwoordde ze: ‘Gij zijt een portefeuille.’ Het sloeg op niets, het was een binnenpretje tussen ons. Hij had een keer gevraagd naar dat binnenpretje en Sami had het hem uitgelegd. Dat was blijven hangen en werd vervolgens zijn eerste en enige pas in de Nederlandse taal.

Het verhaal van de ‘taxi – zin’ is ondergeschikt aan de kern van de kwestie en die kwestie was dat ik mijn schoonouders niet verstond, zij mij ook niet en dat dit geen enkel obstakel vormde in de ontkiemende relatie. Die situatie vond ik zowel oprecht schoon als uitermate amusant. Ik gebruik hier met opzet het Vlaamse woord ‘schoon’ en niet ‘mooi’. Misschien moest ik hem dat eens leren.

Het taalspelletje

De volle vijfenhalve maand dat ik bij hem verbleef amuseerden we ons met een taalspelletje. Als ik boven op onze kamer verbleef en het eten was klaar, dan riep mijn schoonvader beneden aan de trap ‘Correveidi?’ (in Lori: ‘Jongen, kom je?’) en dan moest ik terugroepen ‘Ha, ha, aveidum!’ (‘Ja, ja, ik kom!’). Op onverwachte momenten riep hij ‘Kormorhadom!’ (in Lori: ‘Jongen, ik ga!) en ik antwoordde daarop ‘Bojshevestum.’ (‘Papa, ik spring.’).

Een ander woord was ‘Corvestum’ (in Lori: ‘Hey jongen, ik val om’ (figuurlijk gesproken, omvallen van het lachen). Dat riepen we meermaals naar elkaar, ik schat zo’n vijftien keer per dag. ‘Kojabidi’ (‘Ik ben naar daar gegaan.’), ‘Kojaradi?’ (‘Waar is de jongen?’) waren dan weer de allerlaatste. Het hield allemaal geen steek en dat maakte niet uit. Het belangrijkste was dat we dikke lol hadden omdat hij zich elke keer te pletter lachte wanneer ik die woorden uitsprak.

©MO*/Jonas Van Weerst (Teheran, 05/2016)

Kunstwerk van Frutan Karimi. De man maakt zijn kunst met onderdelen van uurwerken.

De nonkels in Shiraz

Na een paar maanden in Iran bezochten we in Shiraz de nonkels van Sami, broers van mijn schoonvader.  De twee nonkels hadden veel gemeen op beroepsmatig vlak maar waren tegenpolen op persoonlijk vlak. Allebei hadden ze bloeiende cateringbedrijven met honderden personeelsleden. Die bedrijven bedienden tal van andere bedrijven, verspreid in Zuid-Iran. De ene nonkel was echter een norse man die het gewoon was om te commanderen. Hij trok dat regelmatig door naar zijn gezin.

We waren in zijn luxueuze villa te gast. Sami noemde hem al van jong af aan ‘nonkel Dictator’. De jongere nonkel was een warme man die lachrimpeltjes rond zijn ogen had. Altijd in voor een sterk verhaal of een flauwe grap was hij constant aan het lachen terwijl hij de nieuwe vriend van zijn nichtje aan het peilen was.

We zaten die avond samen aan de keukentafel. De twee nonkels, de tante van Sami (vrouw van de norse nonkel), de zoon en de dochter van nonkel Dictator (respectievelijk 22 en 21 jaar), Sami en ik. We dronken en praatten, aten en lachten. Toen ik na een paar wodka’s en op een verlicht moment de mij aangeleerde woorden vanuit het niets uitkraaide, kwamen de twee mannen niet meer bij van het lachen. Een Belg, de nieuwe man van hun nichtje, die op niets slaande Lori – woorden kende en die zomaar uitkraamde in hun aanwezigheid?? Dat hadden ze nog niet meegemaakt.

Ik beeldde me in dat ik in Lorestan was geboren, ik was er opgegroeid, ik kende de taal mijn gehele leven, ik was een Lor.

De nonkels in Shiraz vonden dat zo grappig dat ze - na mijn kort theaterstukje - per direct de telefoon namen en naar hun broer in Isfahan belden. Dat het al na twaalf uur ‘s nachts was interesseerde hen geen bal. Sami en ik konden hen niet tegenhouden, ze waren nog altijd aan het gieren. Een Belg die Lori praatte? Fantastisch. Ze leerden me snel een aantal Lori – woorden om aan de telefoon te scanderen, het kwam neer op roepen omdat ze me hadden opgefokt, ik ging er volledig in op. Ik beeldde me in dat ik in Lorestan was geboren, ik was er opgegroeid, ik kende de taal mijn gehele leven, ik was een Lor. Ze pushten me, hier nog een woord en daar nog een uitdrukking (‘Eentje uit het zuiden van Lorestan’, riep een nonkel).

Toen ik het allemaal aan de telefoon uitspuwde, moesten de vijftigers naar adem happen wegens hun aanhoudende bulderlach. Ze hadden net een rollercoaster van Lori aangehoord; woorden, klanken en halve uitdrukkingen waarvan ik de intonatie en de betekenis was vergeten, echoënd in de kabel, zich vast smeulend in de hoorn van een toestel in Isfahan, 500 kilometer verderop.

Roes en lollen tappen

Mijn schoonvader was direct mee, die moest je geen zaken wijsmaken. Een gezonde roes en lollen tappen met zijn broers, dat was het kenmerk van zijn jeugd geweest. Dat ze zijn schoonzoon terzelfdertijd Lori leerden vond hij een goede zaak. Hij deed er nog een schepje bovenop, kraamde onzin uit en leerde me en passant een paar vervoegingen. De broers verdronken in hun vreugde, de gekkigheid steeg boven hen uit, ik was een volwaardig lid van de familie geworden. Drinken, Lori praten en nieuwe grammatica van hun taal opnemen, dat moest gevierd worden.

Het was een prachtige avond, bij de nonkels in Shiraz.

Nonkel Dictators humeur veranderde erdoor. Vroeger was hij een charismatische Iraanse god die bij heel veel mensen hoog in aanzien stond. Dat had en was hij nog altijd, het norse was er wel in de loop van de jaren bijgekomen. Door de autoriteit die hij was geworden of door het harde zakenleven, dat wisten we niet goed. Zijn vrouw - de tante van Sami -  was eveneens een goede vriendin van Sami, die belden geregeld met elkaar en hadden een speciale band. Sami was gedeeltelijk door haar opgevoed, toen het gezin nog in Shiraz woonde vlakbij de nonkel. Nonkel en tante kregen 17 jaar geen kinderen en Sami was als een dochter voor hen. 

De tante vertelde dat haar man na ons bezoek gemakkelijker was geworden, vriendelijker, losser, iets had hem geraakt waardoor zijn ijs een stukje was gesmolten. Gesloten als hij was had ze het raden naar de oorzaak. Ze vermoedde echter dat ons bezoek en de avond in het Lori er iets mee te maken hadden.

Bovenstaande schets gaat verder dan de lezer vermaken met woorden uit Lorestan. Een vriendschap, gebaseerd op enkele woorden, in ons geval een zevental. Weinig verwachtingen, behalve respect en humor. Universele zaken. Een gemeenschappelijke visie op het leven, die van de lach. De vriendschap marcheert uitstekend.

©MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 04/2016)

De Lotfolla moskee, de kleinste maar wellicht de mooiste op het Naqsh-e Jahan plein.

De lachers op de hand

Mijn schoonvader en ik moesten op een gegeven moment samen naar het ziekenhuis. Hij had een spier in zijn arm gescheurd en ik moest hem bijstaan, taxi in, taxi uit, spullen dragen, zijn hemd helpen uitdoen voor de scanner. We amuseerden ons ondanks de voor hem pijnlijke omstandigheden. Tijdens het lange wachten in de wachtzaal van de specialist riep hij af en toe ‘Correveidi!’, ik riep dan ‘Ha, ha, aveidum!’ terug. We kregen de lachers en enkele Lorestanen op onze hand.

De dames lachten niet, die glimlachten, ik vermoed vanwege het schattige element in hetgeen ze aanschouwden, een schoonvader en zijn buitenlandse schoonzoon die Lori praatten. Lachers, verdwaalde Lorestanen en dames maakten meestal de meerderheid van een wachtzaal uit en op die manier stalen we tweemaal (we moesten twee keer wachten) de volledige show.

Humor, een paar woorden in een vreemde taal en een mens is tot grootse dingen in staat.

Doe het ons eens na, met twee woorden Lori de show stelen in de wachtzaal van een ziekenhuis. Het gezamenlijk lachen en het op de hand krijgen van een wachtzaal versterkte onze band. Humor, een paar woorden in een vreemde taal en een mens is tot grootse dingen in staat.

Tussen de grollen en de grappen thuis, begon ik meer te leren over het leven van mijn schoonvader en begon ik hem te begrijpen. Hij was van de generatie die de regimewissel van Shah naar theocratie heel bewust had meegemaakt. Ik zag foto’s van hem en zijn broers (ze waren met acht jongens in totaal) in de jaren zeventig. Die broers zagen er rock ’n roll en hippie uit. Blote bovenlijven, motors, vrouwen in bikini en biertjes behoorden tot de standaarduitrusting van de gefotografeerde scènes.

Hij vertelde me dat hij op het punt stond een bar aan een strand te openen toen de islamitische revolutie plaatsvond en dit plan niet meer kon doorgaan. Hij had de locatie al besproken, de eerste bestelling doorgegeven en had er naar uitgekeken. De geschiedenis besliste anders, zijn bar zou er niet komen.

Uitbreiding van het taalspelletje

Na anderhalve maand, begonnen we samen boodschappen te doen. Hij moest zaken aankopen en ik moest boodschappen doen. In geen enkel geval mocht ik die zelf betalen. Een paar minuten voor we naar buiten gingen gaf Sami me instructies hoe ik de traktatie op alles kon omzeilen. Terwijl hij naar de bank ging, moest ik me onttrekken aan zijn aandacht en snel-snel onze aankopen doen.  Het lukte me nooit, hij was me keer op keer te snel af en betaalde al onze boodschappen.

Het Iraanse gastvrijheidsprincipe was op dat vlak heel duidelijk en kwam erop neer dat ik een gast van hem was en dat ik niets zelf mocht betalen, toch niet de dingen die voor het gezamenlijke huishouden waren. Mocht het aan hem leggen, hij kocht eveneens onze privé-zaken (tandenborstel, deodorant en van die dingen). Dat konden we hem verbieden.

Het kwam zelfs zover dat hij een dag niet praatte tegen ons.

Het kwam zelfs zover dat hij een dag niet praatte tegen ons. Hij nam ons apart en zei in het Engels: ‘I am at your service!’ We voelden dat hij deze keer geen spelletje speelde. Geen Lori, geen Farsi, de boodschap was in het Engels. Hij meende het. 

We hadden twee grote zakken spullen uit de supermarkt gekocht. Dat druiste in tegen het principe van de gastheer en hij argumenteerde terecht dat we ons geld beter konden houden voor verdere avonturen. Hij had een punt. Het botste echter met het gelijkwaardigheidsprincipe van ons, dat de gast kan bijdragen in het huishouden, door te koken of door mee te betalen in de kosten.

Die boodschappenrondjes duurden een tweetal uren. Na de boodschappen dronken we koffie, op onze vaste stek. Ik werd een graag geziene gast van de etablissementhouders tijdens onze boodschappenrondes. We bleven schaven aan mijn Lori en we volhardden in het uitkramen van dezelfde woordenschat, er kwam niet veel bij. Het verveelde ons nog altijd niet, we lachten ermee, als twee kleine kinderen. Ik genoot van de blikken van de mensen op straat. Isfahan is een magnifieke stad, de bevolking is er eerder conservatief. De hippe steden in Iran zijn Shiraz en Teheran, daar hangt een zekere metropolitaanse sfeer.

Een jonge westerling en een Iraanse kwieke zeventiger die in Isfahan op straat rondliepen, giechelend en woorden uit godbetert Lorestan brabbelend was voor velen een bizar gezicht. Na hun initiële verbazing zagen ze er meestal de grap van in.

De taal der humor is universeel.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Op avontuur

    Jonas Van Weerst is een dertiger die, samen met zijn vriendin, besloten heeft om zijn job als leraar op te zeggen en te kiezen voor een avontuur in Vietnam. Of in Cambodja.