Stakingsrecht 19e-eeuws? De ILO in crisis, deel 3

‘Stakingen zijn bijzonder vervelend. Mijn privéleven en mijn werk en dat van mijn partner zijn al ‘stressy’ genoeg, zonder dat onze dagdagelijkse organisatie nog eens moet verstoord worden door stakingen. De trein rijdt niet, de school en kinderopvang werken evenmin. Ik weet nu al niet hoe ik dat moet volhouden, misschien wel tot mijn 67. Natuurlijk ben ook ik boos op de regeringsmaatregelen, ze raken mij ook, maar staken is niet aan mij besteed en zal het iets veranderen? Overigens, voor mijn pensioen zal ikzelf moeten instaan, dan zal niemand voor mij opkomen.’

  • Wagner T. Cassimiro (CC BY-NC 2.0 Er is natuurlijk ontzaglijk veel veranderd, wij leven niet meer in 1919. Er zijn vele types van werknemers en ook van ondernemingen. Wagner T. Cassimiro (CC BY-NC 2.0

Stakingen zijn niet trendy, het staat zelfs goed je openbaar of in de media tegen stakingen en vakbonden uit te spreken. Toch waren er 120 000 mensen die betoogden op 6 november. Die lopen niet zomaar van hun werk weg, dan is er wel degelijk iets aan de hand. Betogingen en stakingen zijn van alle tijden, zolang er werkgevers en werknemers zullen zijn, zowel hier bij ons als elders. In de Europese Unie is het stakingsrecht wettelijk - met bindende rechtskracht -  vastgelegd in het Europees Sociaal Handvest. 

‘Een vakbeweging moet een tegenmacht vormen. Dat is niet negatief. Het is een macht tegenover andere machten en belangen, tegenover de belangen van aandeelhouders en kapitaal, of soms van politiek… . Het gerenommeerde Belgische overlegmodel bestaat bij de gratie van een sterke vakbeweging. Zonder tegenmacht kun je overleg vergeten, worden de werknemers gewoon ‘overruled’.’ (Uit mijn boek ‘De solidaire samenleving; over de rol van sterke vakbonden, Davidsfonds, 2008)

Het primaat van de politiek is beperkend, niet democratisch en op termijn tot mislukken gedoemd omdat social-economische maatregelen enkel werken wanneer ze gedragen zijn door sociale partners.

Het verdrag van Versailles (1919) ligt aan de basis van het internationale recht van vereniging, de politiek mag geen alleenheerser zijn, de werkgevers evenmin, daarom moeten werknemers zich kunnen organiseren in vakbonden die het recht hebben te onderhandelen en wanneer dat niet werkt actie te voeren.

Toen ontstond de ILO, niet voor niets een organisatie met regeringen, werkgevers en werknemers. Democratie is niet alleen om de 5 jaar een mandaat geven aan een regering, of af en toe ja of neen zeggen op een onmogelijke vraag bij een referendum. Werkgevers- en werknemersorganisaties, middenveldorganisaties zijn broodnodig in democratische samenlevingen. Het primaat van de politiek is beperkend, niet democratisch enop termijn tot mislukken gedoemd omdat social-economische maatregelen enkel werken wanneer ze gedragen zijn door sociale partners.

Er is natuurlijk ontzaglijk veel veranderd, wij leven niet meer in 1919. Er zijn vele types van werknemers en ook van ondernemingen. ‘Werknemers zijn niet enkel werknemer, ze zijn ook consument, gebruiker van het openbaar vervoer, noem maar op. De werknemers zijn ook erg verscheiden geworden en door de individualisering zijn hun verwachtingen ook erg divers’. ‘Maar er is nog steeds een werknemersgroep en de leden van die groep hebben nog altijd een gemeenschappelijk kenmerk. Werknemers verhuren hun arbeid aan ondernemingen en hun management. Ze zijn daardoor afhankelijk van beslissingen die anderen nemen. Die worden vaak genomen in de buurt van de werkplek, maar meer en meer ook in Europese en internationale hoofdzetels. En het gaat om beslissingen die zware consequenties kunnen hebben voor werken en leven. Dat gemeenschappelijk element maakt werknemers tot wat ze zijn. Het is de bestaansgrond van de vakbeweging’. (uit het hogergenoemde boek).

De ondernemingen zijn steeds minder vatbaar, vele behoren tot multinationals, of tot ‘global supply chains’ (wereldwijde bevoorradingsketens), sommige worden zelfs gefinancierd door ‘private equity bedrijven’ of ‘hedgefondsen’ die weinig of geen interesse hebben voor de onderneming of hun werknemers, wel voor wat die ondernemingen vooral op korte termijn aan opbrengst kunnen genereren.

Echte sociale dialoog vergt marge

Staking is een ultiem middel, zowel in ondernemingen als in sectoren als in het land. En na akkoorden hoort er sociale vrede te zijn. Werknemers zijn niet uit op stakingen, ze verliezen er geld mee en ze zijn onzeker over het resultaat van hun actie. Als maatregelen worden getroffen die eenzijdig de werknemersgroep treffen, zoals nu in België. Als de ministers die de sociale dialoog leiden geen echte marge krijgen. Als ‘referentiepolitici’ zich duidelijk tegen vakbonden en dus tegen de werknemers uitspreken, dan kan van echte sociale dialoog weinig sprake zijn. Dan blijft er nog het stakingsrecht om het echte sociaal overleg, sociale rechtvaardigheid en het sociaaleconomisch evenwicht opnieuw de plaats te geven die ze toekomen.

Algemeen zijn ondernemings- of sectorale stakingen wel complexer geworden omdat in onze diensteneconomie niet alleen ondernemingen of beleidsmakers maar ook andere werknemers - die niet met het conflict te maken hebben - meer dan vroeger het geval was – ermee kunnen geconfronteerd worden. Enerzijds moeten stakingen goed overwogen worden en anderzijds mag - zeker wanneer acties tijdig met een vooropzeg zijn aangekondigd - begrip en zelfs solidariteit van andere werknemers verwacht worden.

Wellicht hebben we er geen idee van hoe het dieper in de wereld gesteld is met de vrijheid van organisatie en het stakingsrecht. Niet eens zo ver, in Spanje riskeren 40 vakbondsleiders 4,5 jaar cel en in totaal 300 mensen worden vervolgd, niet voor baldadigheden, maar voor het organiseren of deelnemen aan een staking. Spanje ligt aan onze achterdeur en maakt deel uit van de Europese Unie. Cambodja is sedert een paar jaren één van de kampioenen in het vervolgen van vakbondsleiders. In Qatar worden 100 slaven-bouwvakkers gedeporteerd omdat ze in november gestaakt hebben tegen hun onmenselijke arbeidsvoorwaarden. In Colombia is het aantal vermoorde vakbondsleiders wel verminderd, maar ze lopen nog steeds groot gevaar. Guatemala ‘spant de kroon’.

Hebben wij echt een idee over hoe de wereld het sociaal stelt?

Zonder het recht zich te organiseren, zonder het stakingsrecht worden werknemers afhankelijk van hun werkgevers, dan is waardig werk ver weg. In juni dit jaar versterkte de ILO de conventie 29. De ILO weet dat op zijn minst 20,9 miljoen werknemers als slaven kunnen gecatalogeerd worden. Het zijn er zelfs 29,8 miljoen en het aantal neemt toe, zegt het ‘Global Fund to end Slavery’. Dit is een privaat fonds dat de ILO middelen wil aanbieden om de moderne slavernij te bestrijden. Sharan Burrow, Algemeen Secretaris Internationaal Vakverbond: ‘Zonder stakingsrecht worden werknemers in toestanden van slavernij geduwd.’

Lees ook: De ILO in crisis, deel 1 en deel 2.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de IAO

    Luc Cortebeeck is werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO/ILO), voorzitter van Wereldsolidariteit en adjunct-voorzitter van het Internationaal Vakverbo