Stakingsrecht: van propagandamiddel tot hinderpaal. De ILO in crisis, deel 2

De muur van lichtballonnen waarmee in november de 25e verjaardag van de val van de Berlijnse muur werd gevierd, ligt nog heel vers in ons geheugen. Na WOII splitsten het IJzeren Gordijn en later Die Berliner Mauer de wereld in twee. De twee onbetwiste wereldmogendheden van toen, de USA en de USSR beheersten de internationale wereldpolitiek. Het kapitalistisch model met een sociaal gecorrigeerde vrije markteconomie stond tegenover een marxistisch-socialistisch model met een door de staat geleide economie. Die wereldorde beheerste toen ook de ILO. En hoe positief de afbraak van die  verschrikkelijke grens ook was, de gevolgen van de doorbraak van die scheidingslijn drijft ook nu nog - 25 jaar later - schokgolven door de ILO.

  • Foto ACV Tijdens de 'Koude Oorlog' groeide het stakingsrecht zelfs uit tot een propagandamiddel. Na de val van de Berlijnse Muur werd het door de werkgevers gezien als een hinderpaal Foto ACV

Toen één van mijn voorgangers Jef Houthuys, de werknemersgroep van 1969 tot 1987 leidde in de ILO-Commissie van de Normen en de toepassing van de conventies controleerde, waren regeringen, werkgevers en werknemers uit onze Westerse wereld eensgezind, toen zij zich richtten tot de vertegenwoordigers van het Oostblok.

Tegenover de gemeenschappelijke vijand waren regeringen, werknemers en werkgevers het tijdens de Koude Oorlog roerend eens.

‘Kunnen werknemers zich bij jullie in vrije vakbonden organiseren? Neen dus. Hebben zij onderhandelingsrecht en kunnen zij acties organiseren wanneer zij rechten willen afdwingen of verdedigen? Neen dus, bij ons hebben ze dat wel tot en met het recht te staken’.

Ook al hadden de Angelsaksische wereld en de Amerikanen altijd al hun eigen interpretatie van de syndicale vrijheid en waren het vooral de Europese landen die het Rijnlandmodel of op zijn minst een sociaal model koesterden, tegenover de gemeenschappelijke vijand waren regeringen, werknemers en werkgevers het tijdens de Koude Oorlog roerend eens. Het stakingsrecht groeide zelfs uit tot een propagandamiddel. Dat is heel gemakkelijk terug te vinden in talloze verslagen uit die tijd.

De val van de Berlijnse muur en het werkgeversverzet tegen het stakingsrecht

Het einde van het IJzeren Gordijn maakte samen met de nieuwe technologieën en de elektronische, daarna digitale communicatie de wereld klaar voor de globalisering van de economie. Vrijheid-blijheid klonk het nu in Oost-Europa. Het neoliberalisme vierde hoogtij onder Reagan en Thatcher en de Washington-consensus promootte via de begeleidingstechnieken van het IMF (Internationaal Monetair Fonds), via de WB (Wereldbank) en de Wereldhandelsorganisatie een vrijmaking van de wereldwijde markt. Een markt zonder hindernissen, structurele hervormingen werden synoniem van afbouw van regelgeving en sociale rechten.

In de Commissie van de Normen kregen mijn voorganger Willy Peirens in de negentiger jaren en daarna ikzelf te maken met een nieuwe werkgeversinterpretatie van de Conventie 87 ‘Het stakingsrecht vloeit niet voort uit de C87’. Deze conventie van 1948 waarborgt de organisatievrijheid van werknemers en werkgevers, het recht op onderhandelen en het opzetten van activiteiten om hun rechten te verdedigen. Sedert jaar en dag was de interpretatie en de daaruit volgende jurisprudentie door de Commissie van Experts, duidelijk: ‘Het stakingsrecht is een actiemiddel, conform met C87’. Die commissie bestaat uit een groep van 20 toprechters en topjuristen uit de hele wereld, die elk jaar rapporteert over het respect van de ILO-conventies in de lidstaten. De interpretatie van deze commissie werd in toenemende mate gevolgd door rechtbanken en hoven over de hele wereld.

Maar de werkgevers zagen het stakingsrecht voortaan als een hinderpaal. Tijdens de negentiger jaren en het eerste decennium van deze eeuw werd hierover wel gediscussieerd, maar het conflict werd toen niet op de spits gedreven, ook langs werknemerszijde waren wij niet geneigd dit te doen, vooral omdat voor concrete problemen met het stakingsrecht in sommige landen met werkgevers en regeringen wel tot unanieme aanbevelingen werd gekomen.

In juni 2012 barste de bom. De commentaren van de Commissie van Experts werden door de werkgeversgroep als niet objectief bestempeld en zelfs heel onheuse praktijken in bepaalde landen die ingingen tegen de conventie 87 en vooral tegen het stakingsrecht konden voor de werkgevers niet meer behandeld worden in de Commissie van de Normen.  In zijn eerste jaar werd mijn opvolger Marc Leemans als voorzitter van deze commissie geconfronteerd met deze aanval van de werkgeversgroep. Een nieuwe lichting ‘hardliners’ van de Internationale Werkgeversorganisatie (IOE) blokkeerde het controlesysteem van de ILO. Het negatieve effect op de Internationale Conferentie kreeg toen weinig media-aandacht. De Conventie over de thuisarbeid (Domestic Work) werd gestemd, dat was een positieve doorbraak en het bezoek van Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi, toonde dat het jarenlange werk van de ILO in Birma/Myanmar niet vergeefs was geweest. Dat was gelukkig wel wereldnieuws.

Lees ook: De ILO in crisis, deel 1 en deel 3.

 

 

 

 

 

 

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de IAO

    Luc Cortebeeck is werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO/ILO), voorzitter van Wereldsolidariteit en adjunct-voorzitter van het Internationaal Vakverbo