Aandacht en bevestiging, dát hebben mijn jonge vluchtelingen nodig

‘Ondertussen zijn het al 11 pupillen geworden’, laat Denise De Bondt weten. Zij is nu voogd van liefst tien niet-begeleide minderjarigen en één meerderjarige jongeman in ons land en vertelt hier over hun en haar ervaringen. 

© Denise De Bondt

 

Een tijdje geleden was ik met twee van mijn jongens op weg naar hun advocaat om kennis te maken en hun asielprocedure toe te lichten. Het zijn twee jongens waarvoor ik momenteel als “tijdelijke voogd” ben aangesteld in afwachting van de voogdijregeling door de vrederechter.

Binnen het asielcentrum waar ze verblijven is er een vaste uurregeling voor het avondeten. We gingen dit absoluut niet meer halen toen we met de bus terugkeerden. Dus, geen probleem, van de nood een deugd gemaakt, mijn man opgetrommeld en met zijn vieren doken we de plaatselijke kebabtent in. Lekker! De jongens straalden, een buitenkans.

Deze twee jongens kennen me nog niet zo heel goed en tasten nog wat af. Maar stilaan begint het ijs toch wel wat te ontdooien en ééntje van de twee heeft mij al zeker zijn hart geschonken. Dat van mij hebben ze uiteraard al lang want het zijn schatten van jongens.

Onzekerheid knaagt

We waren eerst leuk aan het babbelen tijdens het eten maar dan kwam ineens het verdriet weer boven. Met een schaterlach zegde de vlotste van de twee ‘Het is hier precies papa en mama met de twee zonen aan tafel’ En nog terwijl hij dat zegde, zag ik dat jonge gezichtje veranderen van schaterlachen naar intens verdriet en gemis. “Waar zijn mama en papa?”

Ze zijn beiden in België toegekomen in het najaar van 2015. Ze leven al die tijd al in het opvangcentrum en hebben geen van beiden enig contact met hun ouders of familie in hun thuisland. Veertien jaar waren ze toen ze aankwamen, ondertussen zestien en helemaal alleen op de wereld. Nog geen zicht op hun interview bij het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen (CGVS). Al die tijd leven zij in een enorme onzekerheid.

We zijn wel van plan om met de dienst tracing van het Rode Kruis praten om te kijken of we de ouders kunnen laten opsporen in hun thuisland. Een speld in een hooiberg maar ik wil het zeker proberen.

De “disciplinaire transfer” is een sanctie die ik nooit begrepen heb, nooit zal begrijpen en ook weiger nog maar moeite te doen om ze te willen begrijpen.

Uiteraard hebben ze gedurende die tijd vrienden gemaakt: de lotgenoten in het asielcentrum, medeleerlingen in de school… maar toch is dat altijd met de nodige terughoudendheid. Niets is immers zeker. Wanneer ze verwikkeld geraken in een schermutseling of iets anders mispeuteren, kan dit uitmonden in een “disciplinaire transfer”. Wat betekent dat ze van het ene op het andere moment kunnen overgeplaatst worden naar een centrum aan de andere kant van het land en alle contacten met vrienden, scholen en centrum verliezen. Het is een sanctie die ik nooit begrepen heb, nooit zal begrijpen en ook weiger nog maar moeite te doen om ze te willen begrijpen.

Hoe kan men het goedpraten dat men jongeren die reeds totaal onthecht zijn, alle stabiliteit kwijt zijn en moeizaam een beetje houvast zoeken, ook dat fragiele beetje vertrouwde omgeving van het ene op het andere moment afneemt. Ik zal het nooit begrijpen.

Enkele van mijn andere jongeren hebben dit meegemaakt en werden hier heus niet beter van. Het enige resultaat is dat zij hun vertrouwen in alles en iedereen kwijt geraken, zij hun muurtje opbouwen als verdediging en emotioneel “verharden”.

Als voogd word je hierbij volledig buiten spel gezet, ook al zijn wij op dat moment nog de enige rode draad in hun leven. Door de transfer wordt het ons als voogden moeilijker gemaakt om hen te helpen.

We moeten uren in de wagen doorbrengen om hen op te zoeken. Uren die we niet meer in tijd met onze pupillen kunnen steken. Het contact en de opvolging verlopen moeilijker en vermindert gaandeweg. Is dat het gewenste resultaat van zo’n “disciplinaire transfer”?

Mijn eigen zoon bakte het ook wel eens bruin. Hij kwam ook al eens van school met een blauw oog of een pijnlijke kin. Ik heb hem toen toch ook niet van het ene op het andere moment getransfereerd? Integendeel, op de moeilijke momenten hebben we als ouders getracht hem nog meer aandacht tegeven. Nog meer tijd te steken in opvoeding.

Maar ik dwaal af.

Deze twee jongeren hebben alleszins nog niet genoeg uitgespookt om op transfer geplaatst te worden en zijn dat duidelijk ook niet van plan. De opmerking over mama en papa, snijdt echter dwars door mijn hart. Zo lang al alleen hier, zo lang al die onzekerheid, zo lang al houden zij zich sterk.

Warmte en aandacht

Kunnen we er niet voor zorgen dat we deze jongeren iets “warmer” opvangen. Dat zij naast hun verblijf in het asielcentrum ook nog wat extra aandacht krijgen voor wie ze zijn. Zijn er nu echt niet meer vrijwilligers die voor deze jongens een steunfiguur willen zijn, die met hen een vertrouwensband opbouwen, waar zij hun hart bij kunnen luchten? Waar zij eens zonder problemen kunnen bij uithuilen? Waarmee zij eens iets leuk kunnen doen? Die hen dat beetje extra aandacht schenken? Die hen een extra schouderklopje geven voor al die dingen die ze zo ongelofelijk goed doen? kortom, die een beetje aandacht hebben voor deze jongeren?

Ik roep dan ook iedereen op om een steentje bij te dragen en een beetje vrije tijd door te brengen met jongeren op de vlucht.

Ze vragen zo weinig en ze geven zo veel. Als ik hun brede glimlach zie wanneer ze me herkennen als ik het centrum binnenstap, de fierheid waarmee ze hun klasagenda tonen wanneer de juf daar “goed gewerkt” heeft ingeschreven… het zijn gouden momenten. Het zijn uitiendelijk diepmenselijke momenten.

Ik roep dan ook iedereen op om een steentje bij te dragen en een beetje vrije tijd door te brengen met jongeren op de vlucht. Om gewoon een beetje te praten, een wandeling te maken, te vertellen over mogelijke beroepen die ze later kunnen gaan doen, wat interesse tonen in hun land, iets vertellen over onze cultuur, een beetje luisteren naar hun verhaal, wat Nederlands oefenen, ze wegwijs maken in de bibliotheek, ze leren haken, breien, naaien, timmeren, ze helpen met hun huiswerk… de lijst van mogelijkheden is eindeloos en er is altijd één zekerheid: ze zullen je niet teleurstellen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Voogd van Niet Begeleide Minderjarige Vluchtelingen

    Naast een druk professioneel leven is zij sinds 2015 ook voogd van een aantal Niet Begeleide Minderjarige Vluchtelingen ( NBMV ).  De teksten gaan over haar ervaringen als voogd, ma