De boer van Kinshasa

We trokken drie dagen naar ‘de heuvels’ rond Kinshasa. Je vergeet er even de drukte van de cités en ontmoet er mensen die aan landbouw doen om te overleven. Zoals Serge.

  • © Goele Geeraert Besproeien gebeurt hier met de ouderwetse gieter. © Goele Geeraert
  • © Goele Geeraert Een goederentrein dendert richting Gare Centrale. © Goele Geeraert
  • © Goele Geeraert Een watermeloen, een cadeau voor ons. © Goele Geeraert

Groen. Fluitende vogels. Ochtendstilte. Onbelemmerd zicht. Een glooiend landschap dat bij onweer - zoals gisteren - plots door enorme bliksemschichten wordt verlicht. Heel even zie je, in volle spot, het gelaat van je gesprekscompagnon. Daarna verdwijnt het weer in het donker.

Ook dat is Kinshasa. Waar het plateau van de universiteit – het meest zuidoostelijke puntje op de kaart – in zandweg en heuvels overgaat. Waar geen stroom is, hoewel de elektriciteit van de Ingadam er in hoogspanning arriveert en via een netwerk van pylonen over de hoofdstad, Katanga en het buitenland wordt verdeeld. Waar een oude trein ’s morgens rond zes uur langs de gloednieuwe halte dendert, om haar passagiers drie kwartier later in de gare centrale af te zetten.

Tuinbouw

In die heuvels rond Kinshasa wordt aan landbouw gedaan. Geen grote plantages van cacao of bananen, wel kleine akkers met jardinage - tuinbouw die niet te veel plaats en middelen vraagt.

Hier telen de mensen maniok, piment, tomaten, amarant. Houden ze kippen, soms ook een paar varkens. Zo voorzien ze op de eerste plaats hun gezin. Maar velen trachten er ook een inkomen uit te winnen. Serge Basapi is een van hen.

© Goele Geeraert

Een goederentrein dendert richting Gare Centrale.

Glamour

Serge arriveerde tien jaar geleden in Kin, vanuit zijn geboortedorp Musay. Dat bevindt zich zo’n 300 kilometer verderop, in de bosrijke provincie Bandundu. Serge wilde aan het Institut Supérieure des Sciences Appliquées elektronica gaan studeren. Hij behaalde zijn diploma en bracht zeven jaar door in de dichtbevolkte cités. Maar dat had hem geen deftig werk opgeleverd. Hij kluste wat bij als couturier – zonder de glamour die wij met die job associëren.

Tegelijk moest hij zijn huur en onderhoud betalen. Maar hoe doe je dat met enkele dollars per dag? De enige goede herinnering aan toen, is de ontmoeting met zijn vrouw Lolo. Zij was amper zeventien en kwam regelmatig met haar zoontje langs. Serge glimlacht: ‘En van het een kwam het ander.’

Sofa

Het gezin telt intussen vier kloeke zonen en woont in de ‘groene rand’ van Kinshasa. Dat is geen residentiele buitenwijk. Wel een groep communes zonder elektriciteit en stromend water. Maar je leeft er tenminste niet als sardientjes opeen. En er zijn nog geen huisjesmelkers gearriveerd die voor een kleine studio (40m2) maandelijks veertig dollar vragen en aan wie je bovendien tien maand voorschot moet betalen.

Serge en Lolo wonen momenteel in het huis van iemand anders, dat ze als gardiens bewaken. Muren van okergele zandsteen met smeedwerk voor de ramen, een tiental grote golfplaten met daaronder vier ruime kamers. In de grote living staat de bescheiden huisraad wat verloren: een tafeltje, een koppel plastic stoelen, twee verweerde sofa’s. In de slaapkamer twee matrassen en een oud toiletmeubel. Verder genoeg ruimte voor de hondenpuppy en een handvol kippen met hun kuikens.

Huren of kopen

Achter het huis ligt een veldje waarop Serge groenten en fruit verbouwt. Hij huurt ook nog een akker wat dieper in het dal en een lapje grond een eindje verderop. Kopen is voorlopig niet aan de orde. Voor 40m2 zou hij 2500 dollar moeten leggen. Met een maandloon van gemiddeld 300 dollar waarmee ook school en huishouden moeten betaald, is dat momenteel geen haalbare kaart.

Serge huurt het veld van de oude Erneste Mbanza, die een grondgebied van 8 hectare erfde van zijn vader. Die was - nog voor de onafhankelijkheid – in de heuvels gearriveerd en had de grond als verzekering gekocht voor zijn kinderen. Die verkopen hem nu op hun beurt met een mooie winst.

Winst

Elke ochtend rond zes uur trekt Serge naar zijn veld. Om te zaaien, te mesten, te irrigeren. Hij teelt vooral planten die snel wat opleveren. De oseilles kun je al oogsten na een maand. De maniokplant geeft om de veertien dagen nieuwe blaadjes. Met die oogst trekt Lolo acht kilometer verder naar de markt naast de universiteit. Daar kan ze de groenten - met 100 procent winst - aan de vele studenten kwijt. De grand marché in het stadscentrum brengt waarschijnlijk het twee- zelfs driedubbele op. Maar die winst weegt niet op tegen de kost van het transport.

© Goele Geeraert

Een watermeloen, een cadeau voor ons.

Fournisseur

In Serges toekomstdromen is dat probleem opgelost. Daarin is hij een grand fournisseur met personeel, die zijn oogst onder de supermarkten van Kin verdeelt. Hij teelt niet enkel kleine groenten maar ook cacao of bananen. Die groeien op een grotere plantage in de buurt van Musay. Daar heeft zijn familie al een groot stuk grond, waar je een hele dag op kan lopen zonder het einde te bereiken. Maar door gebrek aan middelen staan er enkel wat koeien op. De rest wordt momenteel niet gebruikt.   

Bio

Serge overpeinst zijn droom en denkt aan Belgische leeftijdgenoten. Hij vermoedt dat die een pak verder in het leven staan. Ze runnen vast al hun eigen zaak. Maar hier, in Congo, loopt het allemaal wat trager. Hier besproei je je veld nog steeds met een oude gieter, duw je kilo’s mest nog in een oude kruiwagen voort. Serge glimlacht: ‘Maar alles is hier wel bio’. De natuur ligt Serge erg na aan het hart. Hij herinnert zich de ramp in Fukushima. Die toonde iedereen kwetsbaar blijft, alle moderne technologie ten spijt. Terwijl hij vertelt, strooit hij varkensmest over de planten. Serge is niet bang om zijn handen vuil te maken. Dorpelingen zoals hij zijn minder kieskeurig dan de Kinois. Die hebben een voetje voor op cultuur en informatie, maar ze verkiezen het schaars bureauwerk, boven een leven als landbouwer.

Chez soi

Toen Serge van Kinshasa-centrum naar de heuvels trok, hadden zijn vrienden eens goed gelachen. Was hij speciaal uit de provincie naar de hoofdstad gekomen om uiteindelijk weer ‘op de buiten’ te gaan wonen? Hij had het zich niet te veel aangetrokken. Maar bij hun laatste bezoek hadden ze hun ogen uit gekeken.

Terwijl hun toekomstdroom dreigt te verdrinken in de uitzichtloze cités, timmert Serge hier malembe, malembe – aan zijn leven. Drie jaar terug heeft hij voor 300 dollar een klein stuk grond gekocht, zo’n 24 are. Daarop bouwt hij nu zijn eigen chez soi. Hij heeft het grondplan al duidelijk in zijn hoofd, weet perfect waar welke kamer moet komen. Daarvoor spaart hij nu, samen met Lolo. De hele operatie zal zo’n 15.000 dollar kosten.

Hefboom

Vergeleken met ons is Serge echt arm. Maar hij voelt zich gelukkiger – en hij is rijker- dan zijn vrienden in het centrum van Kinshasa. Landbouw kan – naast de begeerde en daardoor verdomde grondstoffen- een enorme hefboom zijn, om jongeren in Congo een toekomstvisie te geven. En om aan landbouw te doen, hoef je je niet per se in de godvergeten brousse te begeven.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift