Familie van een koning in Katanga

De legende van M'siri, koning der Bayeke, zoals verteld door zijn achterachterkleinzoon

‘Mijn naam is Alain-René Nday Kabelo, zoon van Kitanika Kasongo Thérèse, kleinzoon van Kapapa Mukanda Bantu.’ Hij zegt het met enige fierheid in de stem. Ik noteer, vlak onder de potloodtitel ‘Voedsel in Katanga’, al weet ik nog niet hoe de legende van M’siri, koning der Bayeke, verband houdt met mijn onderzoek. De namiddag wordt er een van veldwerken en rode oortjes.

  • © MO*/Kristien Spooren © MO*/Kristien Spooren
  • ​© MO*/Kristien Spooren ​© MO*/Kristien Spooren
  • ​© MO*/Kristien Spooren ​© MO*/Kristien Spooren

Democratische Republiek Congo, Katanga, Lubumbashi. Het is november 2015 en eindelijk wat frisser. ‘Ma grand-mère ne mange pas de poisson,’ zegt Alain in de zetel van de zusters. Hij is vierendertig en mijn gids, ik eenentwintig en onderzoeksstudent. We praten vandaag over zijn afkomst. Het verhaal begint met een halfvegetarische grootmoeder in Bunkeya.

‘Elle faisait partie du Bayeke.’ Ik zie dat hij trots is. Ergens lang geleden woonde ene meneer M’siri in Royaume Bulevu, het huidige Tanzania. Het koninkrijk splitste op in twee groepen, M’siri’s vader werd vazal van de groep die zich afscheurde. Hij ging met zijn zoon vaak op ivoorhandelsreis naar Katanga, destijds gedomineerd door verschillende chefs coutumiers. Eenmaal op leeftijd besliste M’siri definitief weg te trekken uit Tanzania. Achter hem schaarde zich een karavaan jagers en samen migreerden ze naar Katangees gebied. 

M’siri klopte eerst aan bij de Kazembe. Daar waren vreemdelingen ongezien en niet welkom. Andere bevolkingsgroepen toonden zich gastvrijer, mede door eerder gunstig contact met M’siri’s vader. M’siri verkocht de lokale chefs vuurwapens, hielp hen tegen invasies van de Baluba en de Chokwe en genas de dochter van de Pandechef van mazelen. De nieuwe vaccinatiemethode volgde een vast patroon: een medicijnman maakt een kleine scarificatie in de opperhuid, mengt het bloed met geneeskrachtige kruiden en wrijft de resulterende substantie over de wonde.

De Bayeke ya Bunkeya

De chef van de Pande, dankbaar, beschouwde M’siri als een zoon en liet hem delen in al zijn rijkdom. M’siri, nog steeds een vreemdeling, vreesde alles te verliezen wanneer de chef zou komen te overlijden. Liever kreeg hij een eigen territorium. De Pandechef ging akkoord en de groep autochtone jagers uit Tanzania settelde rond Bunkeya.

M’siri creëerde een koninkrijk, Royaume Yeke, Swahili voor ‘jager’. Wanneer in contact met de plaatselijke bevolking, stelden de migranten zich voor als ‘bayeke’, meervoud van het enkelvoud. Na verloop van tijd werd het louter beschrijvende substantief een etnoniem. Men sprak sindsdien van de ‘Bayeke ya (van) Bunkeya’.

De koning breidde het gebied uit tot Kashobwe. In verschillende dorpen zette hij vazallen neer. De kleindochters van de koninklijke familie liet hij trouwen met belangrijke mannen uit de uitbreidingsdorpen. Zo ook Alains grootmoeder, zij huwde een chef uit Mutobo. ‘Il y a un centre des missionaires là-bas, Kansenya. Tu peux même demander les soeurs.’ Bunkeya werd een echte stad en floreerde door internationale handel met Cecil Rhodes. 

Tot op vandaag eet een traditionele Myeke niet uit een kookpot waarin ook vis is klaargemaakt.

Het rijk van de Bayeke ontwikkelde een eigen cultuur. Intronisatie in de dorpen ging gepaard met koninklijke insignes, meestal armbanden. Europeanen spreken nu over macht, Afrikanen verkiezen het woord ‘fétiche’. Contact met de lokale bevolking bij verovering leidde tot nieuwe mythes. In Dikuluwe, vandaag een mijndorp, leefden mensen van de visvangst. Ze wasten zichzelf en hun kleren in de rivier, die ook dienst deed als toilet. De propere Bayeke walgden, zij besloten niet langer vis te eten. Het taboe groeide uit tot deel van hun culturele identiteit. Tot op vandaag eet een traditionele Myeke niet uit een kookpot waarin ook vis is klaargemaakt.

‘Tu vois, le végétarisme ici ce sont plutôt des tabous. En plus, il y a par exemple des gens qui ne mangent que certaines sortes de viande. Ils préfèrent l’antilope, parce que c’est un herbivore et ainsi – indirectement – on ne mange que des plantes. Mais ils ne touchent pas le lion. On ne sait jamais quel animal malsain il a mangé avant.’ Een vernieuwende kijk op voedselpatronen.

Een vreemde overheerser

Toen in 1885 Leopold II zaak wilde halen uit Congo, vluchtten veel mensen weg. M’siri bleef, niet bang gemaakt en open voor onderhandelingen. Bij de besprekingen over het Bayeke grondgebied was ook de Belgische kapitein Bodson aanwezig. De gemoederen liepen hoog op, M’siri beende de ruimte uit, Bodson schoot hem in de rug. We schrijven 20 december 1891. De laffe moord zette kwaad bloed bij M’siri’s zoon, Kalasa Mukanda Bantu, Alains overgrootvader. Die verzamelde een leger en doodde Bodson.

Kalasa vond onderdak bij de chefvazallen in Kasenga. Intussen ontdekte de ter hulp gesnelde Belgische strijdmacht het lichaam van M’siri. Soldaten hakten zijn hoofd af en namen het te voet mee naar Leopold in België. ‘De nouveau une sorte de fétiche,’ aldus Alain. Onderweg begon het hoofd van tijd tot tijd te praten: ‘Ik ben moe, ik wil rusten.’ Telkens wanneer de infanterie (Belgische mannen in legerdienst en gerekruteerde Afrikaanse helpers) gehoor gaf aan deze wens en het hoofd op een steen legde, viel er een dode. Na talloze sterfgevallen werd het risico te groot. Men begroef het hoofd van koning M’siri en de situatie kalmeerde.

​© MO*/Kristien Spooren

 

De Belgen veroverden de hele streek. Aan de zoon van M’siri vroegen ze om terug te keren. Een chef moest immers aanwezig zijn, ook al was de kolonisator baas. Kalasa gehoorzaamde. Na zijn dood volgden zes opvolgers. De huidige chef heet Mwami Mwendabantu Godefroid Munongo Junior. Jaarlijks op 20 december vindt in Bunkeya een groot cultureel gedenkfeest plaats rond de tombe van M’siri.

Angst en zekerheid

De koloniale exploitatie in de mijnen maakte veel Katangezen bang. Ze vluchtten weg en de Belgische heerser zocht werkkrachten in het noorden, het huidige Kasaigebied. ‘La colonisation était aussi une colonisation de la pensée,’ slikt Alain. Hij doelt op de brainwashingspolitiek die Leopold introduceerde om de autochtonen op te hitsen. Katangezen noemde hij minder intelligent en beestachtiger dan Kasaiens, complexen waar veel mensen nog steeds mee kampen. In 1993 escaleerde de onrust in een tribale oorlog tegen de bevoorrechte Kasaiens.

Vandaag in Lubumbashi en omstreken voel ik de nasleep van koloniale en andere spanningen. Mensen grijpen terug naar oude verhalen om hun identiteit te herclaimen. Zoals Alains grootmoeder, die steevast weigert wanneer haar kleinzoon een stuk gezouten vis voorschotelt. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Identiteit in Congo

    Kristien Spooren studeert Afrikanistiek en werkt als vrijwilliger voor de vzw Rock Bujumbura. In het kader van haar studies verblijft ze enkele maanden in Lubumbashi, Congo.