De moeilijke herdenking van het Kosovaarse Bevrijdingsleger

Een kritisch en genuanceerd standpunt tegenover oorlogsmisdaden en criminele praktijken in de rangen van het Kosovaarse Bevrijdingsleger blijft ongepast in Kosovo. Al te vaak wordt iedere vorm van kritiek afgewimpeld als een poging om de Kosovaarse vrijheidsstrijd te ontkrachten. 

  • © Fjalnes / Wikimedia Commons UÇK herdenkingsmonument in de buurt van Pristina © Fjalnes / Wikimedia Commons
  • © Bdx / Wikimedia Commons Herdenkingscomplex ter ere van UÇK-leider Adem Jashari in Prekaz © Bdx / Wikimedia Commons

Al van in het begin van de jaren 2000 gonst het van de geruchten omtrent serieuze oorlogsmisdaden die gepleegd zouden zijn door leidinggevende figuren binnen het Kosovaarse Bevrijdingsleger (UÇK) tijdens en in de periode onmiddellijk na het conflict met Servië. Ook wordt vaak gealludeerd op de nauwe betrokkenheid van leden van het UÇK in criminele maffianetwerken. 

Deze beschuldigingen werden geconcretiseerd in een rapport dat Dick Marty in 2010 presenteerde aan de Raad van Europa. Marty beschuldigde hierin leiders van het UÇK van oorlogsmisdaden en allerlei criminele activiteiten, waaronder drugssmokkel en organenhandel. Hashim Thaçi, voormalig politiek leider van het UÇK, ex-premier en huidig Minister van Buitenlandse Zaken, zou een belangrijke rol gespeeld hebben in dit criminele netwerk.

‘Voldoende bewijs’

Als reactie op dit rapport richtte de Europese Unie de Special Investigative Task Force op met de opdracht de beschuldigingen grondig te onderzoeken. In juli 2014 verklaarde aanklager Clint Williamsen over voldoende bewijs te beschikken om enkele leidinggevende figuren binnen het UÇK in beschuldiging te stellen van georganiseerde ontvoeringen, hechtenis, moord en sexueel geweld tegen Serven, Roma en Kosovaarse Albanezen die ervan verdacht werden het Servische regime te ondersteunen. Williamsen stelde verder aanwijzingen te hebben die wijzen op orgaanhandel, maar niet over voldoende bewijslast te beschikken om die beschuldigingen hard te maken.

De beslissing om zo’n Speciaal Gerechtshof op te richten is bijzonder controversieel in Kosovo.

Sinds de publicatie van beide rapporten zet de internationale gemeenschap, met bondgenoot de VS en de EU op kop, de Kosovaarse regering onder stevige druk om de aantijgingen juridisch te laten uitklaren door een zogenaamd Speciaal Gerechtshof.

Dat Hof zou zich buigen over oorlogsmisdaden gepleegd binnen de rangen van het UÇK  tussen 1998 en 2000.

Het Hof zou buiten Kosovo gevestigd worden om de veiligheid van de getuigen te garanderen en de EU en de Verenigde Staten zullen rechters en openbare aanklagers benoemen. Zowel de VS als de EU stellen onomwonden dat indien het Kosovaarse parlement niet zelf overgaat tot de oprichting van het Speciale Hof, de Veiligheidsraad van de VN een internationaal gerechtshof zal oprichten, zoals geëist wordt door Rusland, de grote bondgenoot van Servië geëist wordt.

De beslissing om zo’n Speciaal Gerechtshof op te richten is echter bijzonder controversieel in Kosovo zelf, niet in het minst omdat veel van de leidinggevende figuren binnen het UÇK vandaag hoge posten bekleden in verschillende politieke partijen en overheidsinstellingen. De leiders van de twee Kosovaars Albanese regeringspartijen – de Democratische Liga van Kosovo (LDK) van Premier Isa Mustafa en de Democratische Partij van Kosovo (PDK) van Thaçi – pleiten, weliswaar niet van ganser harte, voor de vorming van het Speciale Hof en maken zich sterk dat het wetsvoorstel op korte termijn goedgekeurd zal worden.

Stemming uitgesteld

Vorige vrijdag 29 mei werd de parlementaire stemming over de noodzakelijke grondwetwijziging echter uitgesteld. Officieel omwille van onduidelijkheden in de ondersteunende documenten maar volgens hardnekkige geruchten omdat men vreest niet aan genoeg stemmen te geraken in het parlement mede omdat de parlementsleden van beide regeringspartijen zelf niet allemaal voor de wet zouden stemmen.

Thaçi, zelf vernoemd als belangrijke spil in het  criminele netwerk rond het UÇK in het rapport van Marty, doet er ondertussen alles aan om zijn partijleden en kiezers overtuigen dat de vestiging van het Speciale Hof geen straf voor Kosovo is, maar de kans biedt om alle twijfels juridisch uit te klaren en de naam van de Kosovaarse bevrijdingsstrijd voor eens en voor altijd te zuiveren. Hij voegt er steevast aan toe dat de Kosovaarse vrijheidsstrijd gerechtigd was en dat ‘geen enkel gerecht dat in twijfel kan trekken’.

In de laatste sessie van de VN-veiligheidsraad, waar Kosovo op de agenda stond, herhaalde het hoofd van de VN-missie in Kosovo dat het Speciale Gerechtshof dringend gevestigd moet worden. Thaçi verzekerde de veiligheidsraad dat het Hof er zou komen, maar herhaalde dat de meeste klachten ongegrond waren en dat men erop uit was om de schuld van Kosovaarse Albanezen te bewijzen.

Het is in dit kader dat Thaçi’s herhaaldelijke claim dat de Kosovaarse regering de Servische staat juridisch wil vervolgen voor genocide tegen de Kosovaars Albanese bevolking bij het Internationale Gerechtshof moet begrepen worden, ook al zou een dergelijke zet praktisch onmogelijk zijn omdat Kosovo geen lid van de Verenigde Naties is.

Kritiek

Buiten de regeringspartijen is de kritiek hard. De belangrijkste oppositiepartij, Vetëvendosje! (Zelfbeschikking), stelde al dat het Speciale Hof in strijd zou zijn met fundamentele principes uit de Kosovaarse grondwet, maar het Grondwettelijke Hof gaf haar ongelijk. Op vrijdag 29 mei werd voor het parlement geprotesteerd tegen de geplande grondwetswijziging door leden en sympathisanten van de Vereniging van Families van Martelaren van het UÇK en Vetëvendosje.

Tegenstanders van het Hof stellen dat de vrijheidsstrijd van het UÇK rechtvaardig en zuiver was. Zij dragen aan dat de Kosovaarse autoriteiten altijd voortreffelijk samengewerkt hebben met het Internationale Gerechtshof voor het voormalige Joegoslavië in Den Haag en dat alle leden van het UÇK die terechtgesteld zijn door dat Tribunaal vrijgesproken zijn.

Vaak wordt ook gewezen op onopgehelderde oorlogsmisdaden en slachtingen die door de Servische veiligheidsdiensten uitgevoerd zijn op Kosovaarse Albanese burgers en het feit dat figuren die betrokken zouden zijn geweest bij dergelijke moordpartijen nog steeds belangrijke posities innemen in Servië. Het gevoel leeft dat de agressor – het Servische regime – onbestraft blijft, terwijl de slachtoffers – de Kosovaarse Albanezen en het Bevrijdingsleger – buitenproportioneel gestraft worden.

© Bdx / Wikimedia Commons

Herdenkingscomplex ter ere van UÇK-leider Adem Jashari in Prekaz

Twee andere incidenten geven aan dat elke vorm van kritiek tegen het Kosovaarse Bevrijdingsleger in Kosovo zelf nog steeds not done is in de publieke opinie. Eind mei veroordeelde het gerecht in Mitrovica vooraanstaande leden van de zogenaamde Drenica-groep binnen het UÇK (genoemd naar een regio waar het Bevrijdingsleger bijzonder actief was) voor moord en marteling van gevangenen ten tijde van het conflict eind jaren ‘90.

De Drenica groep leverde na de oorlog een groot deel van de huidige politieke elite in Kosovo, waaronder Hashim Thaçi. De twee meest vooraanstaande veroordeelden zijn Sylejman Selimi, voormalig Kosovaars ambassadeur in Albanië, en Sami Lushtaku, huidig burgemeester van Skendëraj.

De publieke opinie in Kosovo beschouwt de UÇK-leden die gesneuveld of gearresteerd zijn in Kumanovo als nationale helden.

De uitspraak leidde tot protesten in Pristina en Skendëraj, waar vooral EULEX, die Rule of Law missie van de EU in Kosovo die het Kosovaarse gerecht ondersteunt en een belangrijke rol speelde in dit proces, geviseerd werd. Thaçi zelf sprak op zijn Facebook-pagina van een tendens om de rechtvaardige strijd van het bevrijdingsleger en de rechtspraak in het algemeen te bevuilen.

Voormalige leden van het UÇK waren ook betrokken bij de recente schietpartij in het Macedonische Kumanovo. De motieven achter het incident blijven bijzonder wazig, zowel wat de Albanese ‘terroristen’ als de Macedonische veiligheidsdiensten betreft.

Recentelijk onthulde de Kosovaarse krant Koha Ditore dat de strijders zich voorbereidden op de bevrijding van enkele topcriminelen uit een sterk beveiligde gevangenis in Kosovo, dat ze een gewapend incident voorbereidden om Macedonië te destabiliseren en dat enkelen van hen samenwerkten met de Macedonische veiligheids- en inlichtingendienst.

De publieke opinie in Kosovo beschouwt de UÇK-leden die gesneuveld of gearresteerd zijn in Kumanovo echter als nationale helden die hun leven gegeven hebben voor de nationale bevrijding van het Kosovaarse volk in Kosovo en Macedonië. Familieleden en veteranenorganisaties van het UÇK kwamen op straat om te betogen tegen de behandeling van de gevangen in Macedonië en stelden dat de strijders geen terroristen waren maar patriottische vrijheidsstrijders. De veteranenorganisatie van het UÇK heeft de gesneuvelden begraven met militaire eer als helden van het vaderland.  

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Servië & Kosovo

    Pieter Troch studeerde Oost-Europese Talen en Culturen in Gent en behaalde een doctoraat met een historische studie over natievorming in Joegoslavië.