De nassara en de neger

Drie jaar bijna. En toch ga ik er wellicht nooit aan wennen. Ze doen het elke dag weer. De tientallen kinderen die mij elke dag minstens twee keer voorbij zien hobbelen over de putten en bulten in onze straat, de mannen die luid van hun koffie slurpen in de kiosque, de vrouw achter de kassa van de boutique waar ik halt houd om yoghurt voor de kinderen te kopen, een enkele klant zelfs in Le Foyer: nassara!

  • © Christiaan De Beukelaer

Ze doen het naar eigen zeggen uit vriendelijkheid. Een nette man, strak in het gesteven pak achter me in de apotheek, beweerde zelfs dat het eigenlijk een eerbetoon is. Kinderen krijgen het met de paplepel mee: gese, gese, nassara! Kijk, kijk, een blanke! Zo verzekeren vermoeide mama’s zich van twee minuten rust, zoals ik dat doe als er een paard door de straat galoppeert, of als een vliegtuig witte strepen door de stralend blauwe lucht trekt en Pacôme blij ‘papa avion’ roept.

Ni sablga, ya soma bi?

Ik heb alles geprobeerd. Glimlachen en vriendelijk terugzwaaien. Dat heeft in de eerste plaats een aanmoedigend effect. Negeren en strak voor me uitkijken. Dat is olie op het vuur en een uitputtingsslag (hoe lang gaat ze het volhouden?). Vrolijk ni yibeoogo, ni sablga, ya soma bi? (goeiemorgen, zwarte, alles goed?) roepen. Dat brengt alleen maar lachsalvo’s teweeg, en een verbaasd nassara gomda Mooré! (de blanke spreekt Mooré!), waarna meteen de proef op de som genomen wordt, om te kijken of ik het nog een tweede keer kan. Rustig (of ook niet zo rustig) uitleggen dat het niet fijn is om elke dag minstens twintig keer te worden aangesproken op mijn huidskleur, dat zoiets eigenlijk de kern is van racisme. Dat werkt. Soms. Met sommige volwassenen. Meestal stuit het alleen maar onbegrip: wat is het probleem eigenlijk?

Buitenbeentje met een bankrekening

Het probleem is dat het onmogelijk is om er helemaal niets bij te voelen. Telkens weer wijzen mensen me er op dat ik hier een buitenbeentje ben, dankbaar kijkvoer, de andere in alle betekenissen van anders zijn. Het probleem is dat het me van de kaart brengt. Elke keer weer. En dat hebben tegenwoordig zelfs Pacôme en Nadia begrepen. Natuurlijk ben ik meestal gewoon Mien. Maar als er getreiterd moet worden, dan is het Mien est nassara en daar hoort dan een uitdagende grijns in tweevoud bij.

Het probleem is dat het niet om dat ene woord gaat maar om het beeld dat er bij hoort, om de waslijst aan veronderstellingen over wie ik ben en wie ik niet ben die er logisch uit voortvloeien: de (voor)oordelen over wat en waar ik eet, hoe ik denk, wat ik kan en wat ik ken. De rotsvaste wetenschap over hoeveel geld er op mijn rekening staat en over hoeveel ik daar elke dag met mijn restaurant nog boven op doe.

Af en toe zie ik hoe het woord op lippen blijft hangen. Als ik met mijn twee zwarte kinderen op de moto (één voorop, één achterop) de stad doorkruis, als ik met de andere mama’s en papa’s sta te wachten tot de schoolpoort open zwaait, als ik in foutloos Mooré een groet beantwoord. En dan nog ontsnapt het vaak – al maak ik mezelf in dat geval graag wijs dat het echt als een bewonderend eerbetoon is bedoeld.

Het echte probleem

Het echte probleem is dat Armel – nog altijd als Art Melody op tournee in Frankrijk en Zweden – op zesduizend kilometer van me af de excessen van dezelfde voedingsbodem ondergaat. Met veel ingrijpender gevolgen bovendien, want zo scheef is de wereld intussen wel gaan hangen. Dat andere woord ontsnapt daar maar zelden aan onvoorzichtige lippen. Daar hebben wetten en een goede opvoeding voor gezorgd. Maar ook bij dat woord hoort een beeld en een waslijst van veronderstellingen. Dat woord bepaalt nog veel meer wat kan en wat niet kan.

Art Melody heeft de belofte gekregen dat hij – na een tournee van drie maand, met een twintigtal grote concerten en vele kleintjes –met minstens vijfhonderd euro naar huis zal gaan. Art Melody kreeg het zakgeld dat in het tourbudget is ingeschreven niet ineens bij aankomst, maar per schijf van 10 euro, als hij daar lief om vraagt. Het tourbudget is overigens een weinig transparant document dat hij na lang aandringen dan toch in zijn mailbox heeft gekregen.

Art Melody is door zijn producer indertijd uit het stof van Ouagadougou geplukt, gered van een zekere ondergang en van een artiestenleven in de onzichtbaarheid. Daarvoor staat hij eeuwig in het krijt. Art Melody krijgt dus geen inzicht in de productie –en verkoopscijfers van zijn albums. Zijn producer stuurt zo nu en dan wel een ‘Moneygram’: vijftig euro voor de huur, en wat afdankertjes voor de kinderen.

Art Melody logeert tijdens zijn tournee bij zijn muzikanten thuis, die hem vriendschappelijk frère noemen maar hem geen dag alleen in hun huis durven laten als zij op familiebezoek moeten en hem dan maar mee vragen, op de koffie bij oma en opa.

Art Melody maakt rap, maar in Europa staat zijn werk onder de wereldmuziek geklasseerd, want hij komt uit Burkina Faso en dat ligt in Afrika, niet? Art Melody wordt graag opgevoerd als de exoot, die bijzondere ander uit die woeste wereld vol stof en ellende, en ook hij mag zich daar niet boos of druk om maken.

Natuurlijk is het verhaal niet zo zwart-wit. Niet in Europa en niet in Burkina Faso. Geen enkel ander land dat ik ooit heb bezocht, heeft me ooit zo hartelijk ontvangen. En ook Armel maakt schitterende momenten mee, met mensen die hem oprecht warm verwelkomen en razend enthousiast zijn over wat hij als artiest doet.

La réponse est dans le métissage

Natuurlijk zijn er oplossingen. Reizen, ontmoeten, botsen, onderhandelen en op onze strepen staan, om er maar een paar te noemen. De mooiste oplossing ligt in de vermenging, la réponse est dans le métissage, zoals Armel het graag zegt (en daar dan met een knipoog aan toevoegt dat hij op een dag ook wel graag het fysieke resultaat van die métissage te zien wil krijgen). Samen worden wij slimmere en sterkere mensen. Samen gaan wij wellicht nooit wennen aan het anders zijn in de wereld van de ander, maar we leren te begrijpen en we leren er waardig en weerbaar op te antwoorden. Stromae was pijnlijk eerlijk in Côte d’Ivoire: « A chaque fois que je dis qu’on n’arrive toujours pas à vivre ensemble, j’en pleure, car c’est vrai. » Ook métissage is niet makkelijk. Er valt al eens een hard woord en het is dan – ook voor ons – heel verleidelijk om naar de vooroordelen te grijpen die zo vastgeroest zitten in ons zijn. Maar we doen het niet. Dit is onze kleine mooie ritselende revolutie. en die van zoveel andere gemengde koppels. En op een dag worden de woorden van Stromae weerlegd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Sociaal ondernemer in Burkina Faso

    Mien De Graeve verhuisde in september 2012 naar Burkina Faso. Ze werkte er een jaar lang als vrijwilliger voor het online microfinancieringsplatform Zidisha.