Een regio van boeren, armen, werklozen, Syrische vluchtelingen en IS-strijders

Akkar, de vergeten provincie van Libanon

 

In september trok ik naar Libanon, naar het meest noordelijke district, Akkar. Mijn indruk: een regio die niet zozeer bekend staat bij toeristen en weinig belangstelling krijgt van Libanezen. Akkar is historisch verwaarloosd en een vergeten provincie. In het dorpje Bqerzala, zo’n zeven kilometer verwijderd van buurland Syrië, werkte ik met Syrische vluchtelingen.

Akkar is een provincie gelegen in Noord-Libanon waar ongeveer 250.000 Libanezen wonen. In het noorden grenst de provincie aan Syrië, waar het nog altijd oorlog is.

Het Agentschap voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) registreerde in 2018 zowat 105.612 Syrische vluchtelingen. Wellicht ligt dat getal dit jaar aanzienlijk hoger, want veel vluchtelingen laten zich niet officieel registreren.

De grenslijn van Akkar met Syrië is 100 kilometer lang, wat zorgt voor een sterke instroom van zowel economische als politieke vluchtelingen. De Syrische steden Homs, Hama en Idlib zijn niet veraf. Afhankelijk van hun financiële situatie en/of netwerk vinden vluchtelingen onderdak in een tentenkamp, een garage of een appartement.

Samenleven

Daarnaast kent Akkar een smeltkroes van religies. De meeste Libanezen in Akkar zijn soennitische moslim of christen (orthodox en maronieten). Zij aan zij leven ze samen met de minderheidsgroepen: sjiieten en alawieten.

Maar er zijn wel spanningen tussen niet-overheidsgroepen, het Libanese leger (LAF) en religieuze gemeenschappen, die soms hoog kunnen oplopen.

Een recent rapport van de Verenigde Naties stipt aan dat er meer sociale spanningen zijn tussen de verschillende geloofsgemeenschappen. Er is amper contact tussen mensen met een verschillende ideologie, geloof of nationaliteit. Bepaalde bevolkingsgroepen worden almaar meer gediscrimineerd en/of uitgesloten van de Libanese samenleving. Sinds kort worden ook vluchtelingenkampen met geweld ontruimd.

Complexe, arme landbouwregio

Het landschap van Akkar is enorm divers: van olijfvelden tot hoge bergen tot kustvlakten. De mensen leven er van de landbouw. De regio is heel vruchtbaar en landbouw (er worden voornamelijk groenten, tabak en olijven geteeld) is de belangrijkste economische activiteit, goed voor 80 procent van het bnp. In vergelijking daarmee speelt landbouw een relatief kleine rol in de rest van het land, volgens het Agentschap Agentschap Voedsel-en Landbouworganisatie (FAO). Maar Akkar is tegelijkertijd de meest onderontwikkelde regio van Libanon, met de ergst mogelijke omstandigheden voor de inwoners als resultaat.

36 procent van de bevolking in het noorden van Libanon leeft in armoede.

In 2014 werd het noorden opgedeeld in twee districten, namelijk het Noord-gouvernement en Akkar. Akkar is sindsdien gestaag verzwakt. De lokale bestuursinstellingen krijgen nauwelijks nog financiële ondersteuning van Beiroet. Het verschil met andere provincies is duidelijk voor iedereen die Akkar bezoekt. De infrastructuur wordt niet afgewerkt of onderhouden, overal is er enorme vervuiling, voertuigen bevinden zich meestal in gammele staat en huizen staan er bouwvallig bij.

Volgens de laatste gegevens van de Wereldbank leeft 36 procent van de bevolking in het noorden in armoede, wat beduidend hoger ligt dan het nationale Libanese gemiddelde van 27 procent.

De “generator maffia”

De inwoners in het noorden van Libanon worstelen vooral met de gebrekkige toegang tot openbare watervoorzieningen. Er zijn verschillende problemen: het waternetwerk is gefragmenteerd, waterreserves worden niet goed beheerd en het grondwater is besmet met allerlei pesticiden. Wat een contradictie: er zijn overal prachtige, natuurlijke waterbronnen verspreid over de noordelijke provincie, maar vaak kon ik geen douche nemen, de afwas doen of koken wegens watertekort.

Libanon kampt sinds de burgeroorlog ook met een elektriciteitscrisis, die het land op de rand van een financiële ondergang zet. De meeste huizen in Akkar krijgen wel stroom van Electricité du Liban, maar niet alle huishoudens zijn op het netwerk aangesloten.

Veel huishoudens zijn nog afhankelijk van hun eigen generatoren of van particuliere leveranciers (die forse kosten in rekening brengen voor dagelijks gebruik), een gevolg van de oorlog en van de schermutselingen met Israël.

De private energieleveranciers mogen bijna ongereguleerd hun gang gaan en worden in de volksmond de generator maffia genoemd. Dit vanwege hun vermeende politieke invloed en de torenhoge, onverantwoorde prijzen.

Omkoperij en IS

Dit allemaal valt in slechte aarde bij de inwoners van Akkar. Werkkansen zijn schaars waardoor men afhankelijk is van onregelmatige uren, ongeschoolde arbeid en kinderarbeid. OCHA, het VN-bureau voor humanitaire zaken, schat het werkloosheidspercentage in het noorden van Libanon op zo’n 53 procent. Maar dat cijfer moet je met een korrel zout nemen, want de Libanezen werken vaak in de informele economie (en die jobs worden niet geregistreerd in de officiële cijfers).

Daarnaast zijn de mensen onverschillig geworden door de hachelijke politieke situatie in Libanon. Het gevaar bestaat dat daardoor meer spanningen en meer polarisatie kunnen ontstaan tussen de verschillende gemeenschappen.

Verschillende Libanezen, zowel christenen als moslims, sloten zich al aan bij IS.

Opportunisme is een groot probleem in deze wankele situatie. Mensen nemen geen risico’s meer, uit angst en zelfbehoud. Dit wordt vaak in de hand gewerkt door wanpraktijken zoals bijvoorbeeld omkoperij en criminaliteit.

Zo werd er bij de lokale verkiezingen in Halba en Tripoli kiezers een grote som geld beloofd als men op bepaald politicus zou stemmen. De vele geldproblemen zorgen ervoor dat mensen even snel van ideologie veranderen als van T-shirt.

Opportunisme is dan ook één van de beweegredenen waarom Daesh (IS) met de oprichting van het Islamitisch Kalifaat een zaadje kan planten bij sommige Libanezen. Verschillende Libanezen, zowel christenen als moslims, sloten zich al aan bij IS en trokken ten strijde. Fynaidek, een dorp in de bergen van Akkar, staat bekend bij IS-strijders.

Bandwagoning (wanneer een staat gaat samenwerken met een vijandelijke macht omdat hij denkt er voordeel uit te kunnen halen) en economie zijn manieren om de Libanese samenleving te verstoren, zodat sektarische lijnen uitgezet kunnen worden.

Frans en Engels leren

Libanon is het land dat de meeste ngo’s telt in het Midden-Oosten. Enerzijds omdat het land de meeste vluchtelingen huisvest, zowat 1,5 miljoen mensen, en anderzijds omdat het land erg instabiel is. In Akkar zijn er veel humanitaire organisaties op het gebied van onder andere gezondheid, water, sociale stabiliteit en onderwijs.

Tijdens mijn verblijf hielp ik Syrische jongeren met Frans en Engels. Velen zijn niet vertrouwd met een buitenlandse taal, hoewel behoorlijk wat lesboeken (voornamelijk in christelijke dorpen) in het Frans zijn geschreven.

Onderwijs is cruciaal, maar kinderen met een achterstand krijgen moeilijk toegang tot Libanese scholen. Zo leerde ik twee jongens kennen, van 10 jaar en 14 jaar, die vanwege de oorlog in Syrië steeds moesten vluchten. In Syrië zijn ze nog nooit naar school geweest. 

Uiteindelijk kwamen de families van beide jongens veilig terecht in Akkar, maar de drempel om te kunnen slagen op school en in het leven blijft torenhoog. 

De algemene toestand  in Akkar is onhoudbaar en kan men niet zomaar links laten liggen. Zeker nu niet met de frequente bombardementen in Idlib en de recente militaire ingreep van Turkije in het noorden van Syrië. 

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift