... Als ze me vermoorden –het verhaal achter 25 november.

Keek u er destijds ook niet naaruit wie het tot grootste Belg zou schoppen? Mocht de Dominicaanse Republiek ook op zoek gaan naar hun symbool, dan zouden deze drie vrouwen alvast hoog in de polls eindigen. Naar aanleiding van 25 November krijgt u hun verhaal: Minerva, Patria en Maria Teresa

Minerva, Patria en Maria Teresa staan in de Dominicaanse simpelweg gekend als de drie zussen Mirabal. Ik betwijfel het of u ze kent, al kent u misschien wel het symbolische van 25 november – de dag tegen geweld tegen de vrouw. Deze datum is naar hun verhaal vastgelegd.


Van 1930 tot 1961 gaat de DR gebukt onder het racistische, schrik- en terreurbewind van dictator Generaal Rafael Trujillo, een mannetje dat in alle opzichten veel weg heeft van Hitler, inclusief het kleine snorretje. Tussen de 15.000 en 25.000 Haitianen en Dominicanen van donkere huidskleur worden in de periode vanaf 1937 op zijn bevel vermoord. Langs de andere kant zet hij de deuren wagenwijd open voor gevluchte joden (oorlog van ‘45), Italianen, Japanners en andere nationaliteiten met een blanke huidskleur. Zijn motief voor beide acties: het Dominicaanse bloed zuiveren. Hoe witter, hoe beter.


Maar niet alleen de Haitianen zijn onveilig voor de heersdrang van ‘El Jefe’ (de baas). Ook de Dominicanen lopen hem beter niet al te veel voor de voeten.


Te midden van dit politieke klimaat groeien de zussen Mirabal op. Minerva zit pas op de middenschool als ze verhalen te horen krijgt van klasgenootjes wiens ouders, broers of ooms gearresteerd, gemarteld en soms zelfs vermoord werden. Er breekt iets in haar. Ze leert vanaf dan mensen kennen uit de Socialistische Partij, leest linkse boeken en luistert op Cubaanse radiozenders hoe Castro en Che Guevara Cuba bevrijden.


De hele familie Mirabal komt in 1949 op Trujillo’s zwarte lijst te staan nadat ze het openlijk aangedurfd hadden een feest,  georganiseerd ter ere van de dictator, te verlaten nog voor het spectakel goed en wel begonnen was. Enrique Mirabal, vader van de zussen wordt de dag daarop opgepakt. Een dag later is Minerva aan de beurt, die zich op de middelbare school al had laten opmerken door haar politieke standpunten. Gedurende de volgende tien jaar zullen zowel Minerva, maar ook Patria en Maria Teresa, die uiteindelijk de ideeen van hun zus volgden, vele verschillende gevangenissen van binnenuit te zien krijgen. Ze staan weliswaar elke keer na relatief korte tijd weer vrij.


In 1959 – een paar maand nadat Dominicaanse uitwijkelingen getracht hadden het Trujillobewind omver te werpen, besluiten de zussen, hun echtgenoten en enkele vrienden de rebellenbeweging ’14 juni’ in het leven te roepen. Over het hele land vormen zich kerngroepjes die zich stilaan voorbereiden op de strijd. Ook internationaal krijgt Trujillo steeds meer en meer tegenwerking. De zusssen en hun echtgenoten worden weer maar eens in de gevangenis gegooid. De zussen staan weer snel vrij, voornamelijk dankzij een actie van een internationale mensenrechtenorganisatie waarbij geijverd werd voor de vrijlating van vrouwelijke politieke gevangenen. Ze krijgen wel strikt huisarrest. Trujillo heeft ondertussen genoeg van de Mirabalzussen die getuigen van extreme volharding en daarenboven erg populair zijn bij het Dominicaanse volk. Hij bereidt een plan voor.


Hij regelt de overplaatsing van de echtgenoten van Minerva en Maria Teresa naar een gevangenis die veel verder weg en moeilijker te bereiken valt door de vele heuvels en bergen. Hij geeft de vrouwen het privilege hun mannen drie keer per week te bezoeken in plaats van de voorgeschreven 1 keer. Vele mensen vinden dit verdacht en vrezen dat  er wel eens een adder onder het gras zou kunnen komen te zitten. Op 25 november 1960 is het inderdaad zover. Op de terugweg van hun gevangenisbezoek rijden ze in een hinderlaag. De drie zussen en de chauffeur worden zwaargemarteld voor ze uiteindelijk worden vermoord. Door later hun auto van een ravijn af te duwen hoopt men een ongeluk te ensceneren. De mensen weten wel beter.


Hun dood slaat in als een bom. Voor vele Dominicanen is dit de zogenaamde  druppel. Een goeie zes maanden later krijgt Trujillo van hetzelfde deeg een koekje. Zijn wagen wordt in een hinderlaag gelokt en doorzeeft met kogels. Het Trujillo tijdperk was voorbij.


In 1980 verzamelen een hoop Latijnsamerikaanse feministische groeperingen zich in Bogota, Colombia. Daar stelt de Dominicaanse delegatie 25 november voor als datum voor de jaarlijkse actiedag tegen geweld op vrouwen. In 1998 erkent ook de VN deze datum officieel en vanaf dan leeft de gedachtenis aan de zussen ook mondiaal door.


Minerva zei ooit: ‘Als ze me vermoorden, dan haal ik mijn armen uit mijn graf en ik zal nog sterker zijn als daarvoor-‘  Het ziet er naar uit dat ze gelijk had…


 


 


Voor wie meer wil lezen over de zussen: ‘In the time of the butterflies’ – geschreven door Julia Alvarez. De laatste jaren van de Mirabalzussen in romanstijl verteld. Erg emotioneel boek, goed geschreven.


En voor wie de laatste dagen Trujillo wil herbeleven: La fiesta del Chivo , geschreven door Mario Vargas Llosa.


Beide boeken zijn zowel in het Spaans als het Engels verkrijgbaar. Van een eventuele Nederlandse vertaling ben ik niet op de hoogte.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift