Op de grens

Hier zit ik dan: links van me is Dominicaanse bodem, rechts Haïtiaans grondgebied. Een witte slagboom en een wankel ijzeren hek. De grens: een kruispunt van smokkel en mensenhandel, maar evenzeer ook een kruispunt van internationale handel en culturele uitwisseling. Welkom in Jimani.
Hier zit ik dan : in het midden van de weg, benen over elkaar gekruist, zwijgzaam en van links naar rechts observerend. Als ik mijn hoofd in mijn nek laat rollen – volledig rondom rond - dan zie ik overal bergen: links, rechts, voor en achter. De hemel is helderblauw en de zon prikt op mijn voorhoofd. Links van me is Dominicaanse bodem, rechts Haïtiaans grondgebied waarvan de eerste drie km officieel als niemandsland doorgaan. Het scheidingspunt is een witte slagboom en een wankel ijzeren hek.
Dit is een kruispunt. Niet enkel een geografisch of politiek kruispunt, maar ook een  sociaal, cultureel, economisch en geschiedkundig kruispunt. Welkom in Jimani.
Tussen de Dominicaanse Republiek (DR) en Haïti zijn er vier officiële grensposten. In de meeste reisbrochures worden er daarentegen slechts twee vernoemd: Dajabón en Jimani. De ‘vergetenen’ zijn Elias Piña en Pedernales. Binnen de landsgrenzen van de DR wordt dan ook nog eens Jimani doodgezwegen, en het lijkt alsof er maar één weg is tussen beide buurlanden. De overgrote meerderheid van de Dominicanen vindt dat maar goed ook. Hoe minder ze te zien hebben met de zwarte, economisch arme voodootovenaars, hoe beter.
-          “ Jimani?! Ach, arme stakkerd”
Dat is meestal het antwoord dat ik krijg als ik iemand uitleg waar ik woon.
-          “ Daar is toch helemaal niets? Enkel stof… en zwarten… Het stikt er van de Haïtianen…”
-          “ Oh, kent u Jimani? Bent u er al geweest?”
-          “ Neen, man. Ik ben nog niet gek hoor.”
-          “Dat dacht ik al.”
-          “ Is het eigenlijk echt zo erg als de mensen zeggen?”
-          “ Neen, tuurlijk niet.”
De grens is een apart gegeven in dit land. De DR heeft grootse dromen. En het liefst van al willen ze van dit oostelijke van het eiland een tweede ‘Nueva Yol’ (New York) maken. Stiefbroeder Haïti past helemaal niet in dit plaatje. En dus wordt gemakshalve de hele grensstreek – ook de Dominicaanse kant ervan – in de vergeetput gegooid. Het einde van de beschaving.
Dominicanen en Haïtianen – (g)een wereld van verschil.
Het is geen geheim dat het niet botert tussen de Dominicanen en buurland Haïti. Een groot deel van de Dominicanen is openlijk racistisch naar de Haïtianen toe. Collectieve wraakacties op een misdaad waarvan enkel vermoed wordt (en soms zelf dat nog niet) dat de dader Haïtiaans was, komen met de regelmaat van de klok voor. De heksenjacht heeft zo al meermaals geleid tot publiekelijk levend verbrande Haïtianen, of Haïtianen die door machetes achterna gezeten worden. De instanties kijken systematisch de andere kant op.
In de Dominicaanse Republiek werkt men volgens het ‘Ius Solis’ principe, ttz wie op Dominicaans territorium geboren wordt, krijgt automatisch de Dominicaanse nationaliteit. Het hoeft niet gespeld te worden dat dit voor alle nationaliteiten geldt, behalve voor de Haïtianen uiteraard. Haïtiaanse kinderen geboren op Dominicaans grondgebied krijgen geen geboortebewijs. Als dusdanig hebben ze ook geen recht op onderwijs, medische verzorging en wordt een geïnstitutionaliseerde groep van tweede- of zelfs derderangsburgers gecreëerd: de illegale Haïtiaans. Deze wanpraktijken werden in 2005 nog aangeklaagd bij het  Interamerikaanse Hof voor Mensenrechten in Costa Rica, waarbij de rechters de Haïtianen in kwestie in hun gelijk stelden. De Dominicaanse autoriteiten werden voor het eerst openlijk afgestraft. En dat kwam hard aan. Meer dan een jaar later is nog niet helemaal duidelijk of de Dominicaanse regering in hun Haïtiaanse kwesties een andere koers zal gaan varen.
Haïtianen vervullen, ondanks het racisme, toch een erg belangrijke positie in de Dominicaanse maatschappij. De Dominicanen willen alle Haïtianen het liefst zo snel mogelijk terug naar hun land, maar anderzijds heeft men diezelfde Haïtianen broodnodig in bepaalde sectoren van de economie en cultuur. De rietsuikerproductie wordt voor het overgrote deel door illegale Haïtianen gedaan. Koffieplantages, de bouw… het is zwaar werk waar een Dominicaan zijn dagen niet in wenst te spenderen en het gemakkelijke en goedkope alternatief ligt dan weer maar eens in de handen van illegale Haïtianen. Haïtiaanse vrouwen werken dan weer systematisch als huishulpje van Dominicaanse families. Zelfs de allerarmste Dominicaan laat zijn was doen door een Haïtiaans. Het is een kwestie van trots.
En toch… de grensstreek is op dat vlak ook weer het buitenbeentje van de Dominicaanse samenleving. De grens is niet enkel het kruispunt van smokkel, of mensenhandel, maar ook een kruispunt van internationale handel. Twee keer per week gaat de grens volledig open en stromen Dominicanen en Haïtianen als broeders samen op een open vlakte. Elk palmt zijn stukje in, en het onderhandelen kan beginnen. Haïtianen praten in gebroken Spaans, Dominicanen halen hun beste Creools boven. Goederen wisselen van Haïtiaanse handen naar Dominicaanse, en omgekeerd. Men lacht, herkent vrienden, maken afspraken voor de volgende marktdag. 8 uur later zit het er weer op en gaat ieder van hen weer terug naar huis.
Ja, er leven heel wat Haïtianen in Jimani, maar in tegenstelling tot de rest van dit land, vormt dit hier eigenlijk geen probleem en leven beide nationaliteiten vreedzaam naast elkaar.
Ik spring recht en wandel huiswaarts. Misschien is de grens niet het einde van de beschaving zoals de Dominicaanse autoriteiten stellen.
Neen, ik geloof daarentegen echt dat de grens dat deel is waar het land juist begint.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2938   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift