Een ingenieur zonder toekomst en een zanger zonder haar

De oorlogsdreiging rond Iran baart mensen zorgen. Maar dat de internationale handel dreigt stil te vallen, heeft een veel directer impact. Gie Goris sprak met een bezorgde ingenieur en een bevlogen vrijdagszanger.

De ingenieur zonder toekomst

‘Ik maak me zorgen.’ Ik loop met een jonge ingenieur over de drukke voetpaden van centraal Teheran en hij opent het gesprek op een sombere noot. De fabriek waar hij werkt, ondervindt steeds meer moeilijkheden met het importeren van noodzakelijke grondstoffen en onderdelen omdat westerse en Arabische landen Iran steeds meer isoleren. En net op de dag dat we elkaar ontmoeten, stemt Europa in met een olie-embargo en het bevriezen van de tegoeden van de Iraanse Centrale Bank.

‘Het is een fout van onze regering om de confrontatie met het Westen op te zoeken, maar wij betalen de rekening. De bestaande en de bijkomende sancties hebben een direct impact op mijn leven’, zegt hij. De economische onzekerheid vertaalt zich in werkonzekerheid en precaire vooruitzichten. Half januari kreeg je in de informele sector 13.000 rial voor een dollar, eind januari is die koers gekelderd tot 20.000 rial en meer. Al die onzekerheid zit als een gesloten grendel op zijn toekomst.

‘Mijn moeder wil dat ik nu eens eindelijk ga trouwen, maar ik kan de verantwoordelijkheid voor anderen niet dragen op dit moment. Ik weet niet of ik over een half jaar nog een inkomen heb. Of misschien is daartegen de oorlog wel uitgebroken.’ Het klinkt allemaal erg fatalistisch. Hij heeft scherpe kritiek op de overheid, maar zucht daarbij bijna ritueel: ‘Ik kan daar niets aan veranderen. Gewone mensen worden verplicht om toeschouwer te zijn van hun eigen toekomst.’

‘Mag ik je eens een vraag stellen?’ De normaal erg drukke Valiasr Street ligt er opvallend verlaten bij. Dat komt niet, zoals ik suggereer, door het barre winterweer, maar door de crisis. Alles wordt snel duurder en dus kunnen zelfs mensen met een vast inkomen én een bijbaantje de eindjes niet langer aan elkaar knopen. De enige oplossing is knippen in de uitgaven, dat weet hij zeker. Maar nu wil hij een vraag stellen: ‘Wat moet ik denken van de hele nucleaire kwestie?’

De vraag is, een paar dagen voordat een nieuwe inspectiemissie van het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) in Teheran arriveert, niet uit de gesprekken met Iraniërs weg te branden. De ingenieur heeft het gevoel dat zijn eigen regering liegt over het einddoel van het programma –‘Ik ben er bijna zeker van dat ze een atoomwapen willen produceren’- maar anderzijds begrijpt hij niet waarom Iran geen nucleaire energie of verrijkingsprogramma zou mogen hebben, net zoals alle landen van de wereld.

Het dilemma leeft bij heel veel mensen. Hun nationalisme –de Perzische trots wil een grote natie, niet een tweederangsrol die geschreven wordt in Washington-, de commerciële belangen en het diep wantrouwen tegenover de eigen machthebbers botsen voortdurend in de hoofden van de Iraniërs. ‘Wij hebben die bom niet nodig’, besluit hij. ‘Maar waarom vindt men het wel aanvaardbaar dat Israël, Pakistan, India, China en de westerse landen een atoomwapen hebben?’

 

De zanger en de waanzin

Ik drink thee uit een plastic bekertje, op een bank in het Mellat Park onderaan het standbeeld van Amir Kabir, een hervormingsgezinde eerste minister uit het midden van de negentiende eeuw die geëxecuteerd werd op bevel van de toenmalige sjah. Mellat betekent volk, maar een echte volkstoeloop is er niet vandaag, ook al is het een religieuze feestdag en een officiële vrije dag. De negende imam, de zoon van de immens populaire Imam Reza, wordt vandaag herdacht. Een religie met twaalf heilige imams heeft zo zijn voordelen voor de werkende mens.

Een frisse zeventiger komt naast me zitten, plooit zijn handen open naar de genadige zon, sluit zijn ogen en zucht. Wanneer hij enkele minuten later terugkeert naar de wereld waarin ik naast hem zit, zegt hij ongevraagd: ‘Alle mensen in dit land liegen.’ Ik krijg een breed uitgemeten parabel om die openbaring begrijpbaar te maken. ‘Zoals kinderen die een glas water omstoten en tegen hun moeder zeggen dat de poes het gedaan heeft, zo liegen wij tegen elkaar. Uit angst. Uit angst voor elkaar, voor de regering en haar controletroepen, of voor een verre en straffende god.’

Zijn vrijheid, zegt hij, zit in zijn hoofd. Hij wrijft over zijn kale schedel. Zijn verhaal klinkt in vertaling nog het best zoals Willem Kloos het ooit verwoordde: ‘Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten.’ De winterzon inspireert hem tot een lied, dat met de nodige tremelo’s en glissandi a capella gebracht wordt: ‘Wie zich bewust is van de wereld, leeft met droefheid in het hart, overal ter wereld. O kom hier en wordt gek. De waanzin is een ander woord voor liefde en vreugde.’ De tekst is niet afkomstig van Hafez, Irans dichter voor goede en kwade dagen, maar van Shahriar. Ik vergeet te noteren welke Shahriar.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur