Iran is een doodlopende staat

De wereld bereidt zich stilaan voor op een gewapend conflict tussen Iran en de geallieerde machten van het Westen, de Arabische landen en Israël. Gie Goris bezocht Teheran en Isfahan en praatte er met gewone Iraniërs –als die zouden bestaan in een land met zo een bijzondere bevolking– over de oorlogsdreiging, de economische crisis en de nakende verkiezingen. Een verslag over een manisch-depressief land in vijftien portretten. Niemand wordt bij naam genoemd en al wie op de foto’s te zien is, komt niet voor in de verhalen. Big Mollah leest immers mee.

De werkloze vrouw en haar demonen

Ze neemt bijna onmiddellijk de telefoon op en, ja, ze is graag bereid me te ontvangen. Ze heeft namelijk veel te vertellen. Ze ze zal me later terugbellen om te zeggen waar en wanneer we elkaar ontmoeten.

Vier uur later. De blauwe gasvlammetjes likken aan de kunsthouten blokken in de artificiële open haard. Ze serveert meteen roomsoezen, chocoladetaartjes en thee. En sterke verhalen. Haar familiegeschiedenis wettigt een mentale vendetta tegen het islamitische regime, vindt ze. Moeder vermoord en verkracht, vader verdwenen, zelf een Berufsverbot van dertig jaar gekregen, de bijna voltallige familie geëmigreerd. Zij is achtergebleven, met een kind en een kleinkind. En vooral met angst, heel veel angst. Dat ze ditmaal voor haar komen, dat ze op een dag weggevoerd wordt en niet meer voor die paar mensen kan zorgen die haar dierbaar zijn.

‘Ik ga nooit meer uit’, zegt ze. ‘De enige verplaatsing die ik maak is vanuit dit huis naar een ander huis, bij betrouwbare vrienden, en terug. Wees altijd op je hoede in Iran en zeg nooit iets waarvan je spijt kan krijgen.’ Waarna ze de voltallige clerus en hun politieke satrapen verkettert en voor hypocriet uitscheldt. ‘In dit gebouw woont de tweede vrouw van een hoge geestelijke. Als ik haar zie pronken met juwelen, dan is het duidelijk waar al die gulle giften van de gelovigen naartoe gaan.’

Ze weet niet wat er met haar ooit zo dierbare vaderland gebeurd is, waarom onverdraagzaamheid wet en talent verdacht geworden is. ‘Toen we nog vrij waren’, zegt ze, en daarbij veegt ze een denkbeeldige hoofddoek krachtig van haar geblondeerde haren. Toen de Iraniërs nog vrije mensen waren, lag de toekomst wijd open. Vandaag is alles op slot. De gedachten, de tewerkstellingskansen, de grenzen. Wie wil er nu nog een Iraanse opvangen die niet langer kan leven met de voortdurende verboden en controles? Zo zijn er immers tientallen miljoenen.

Ze heeft het gevoel dat ze in een permanente boksmatch met de overheid en haar politiediensten verwikkeld is. Maar het is geen gelijke strijd. Zij probeert niet te slaan, maar de slagen van het systeem te vermijden. Ze heeft tijdens de dagen van de Groene Revolutie in 2009 uit volle borst mee Allah-oe-Akbar geroepen, elke avond. De straat- en dakprotesten werden echter gesmoord door de repressie tegen de leiders, de activisten en zelfs de toevallige voorbijgangers.

‘Nooit meer’, antwoordt ze op de vraag of ze dat bij een volgende gelegenheid opnieuw zou doen. ‘Het heeft toch geen ene moer geholpen. Karroubi en Moussavi zitten opgesloten in hun eigen huizen, talloze mensen verwenen achter de tralies, er vielen doden, en Ahmadinejad zit nog altijd op de presidentiële stoel.’ Zou ze diezelfde, nukkige verwerping van politiek engagement volhouden als het tot een oorlog komt? Of zou ze dan toch opnieuw de straat opgaan, voor of tegen haar eigen regering, voor of tegen de westerse agressie? ‘Als de oorlog komt, blijft iedereen thuis’, zegt ze beslist.

Voordat we afscheid nemen, geeft ze me nog een eerste les in het ontwijken van de alomtegenwoordige internetcensuur. Talloze nieuwssites en sociale netwerksites worden immers geblokkeerd omdat ze “hete regime ondermijnen”. Maar dat is voor de technologisch geavanceerde Iraniërs geen onoverkomelijk probleem. Er zijn programma’s die de overheidsfilters omzeilen en je moeiteloos tot bij de gewenste inhoud brengen. Autoritaire regimes hebben wel eens vaker het effect dat ze de creativiteit stimuleren. Anno 2012 heb je voor dat creatieve verzet een paar apps en snel gedownloade programma’s nodig.

De puber en zijn waterpijp

‘Als het nodig is, zullen wij alles doen, zelfs ons leven geven, om het belang van het land en de Opperste Leider te verdedigen.’ De zeventienjarige die dat orthodoxe politieke standpunt debiteert, heeft net een rookwolk om zich heen geblazen. De waterpijp wordt doorgegeven in een kringetje pubers die experimenteren met sterke uitspraken en ander grensoverschrijdend gedrag. ‘Hij is de enige die er zo over denkt’, verzekeren zijn makkers me. ‘Wij gaan helemaal nergens heen als er oorlog komt. De Opperste Leider kan ons gestolen worden.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur